Mediation als mogelijkheid bij kerkelijke conflicten

Mediation Conflicten bestaan, helaas, ook in de kerk. We proberen ze met elkaar op te lossen. Maar soms is een gang naar de kerkelijke rechter onvermijdelijk. Toch zijn er ook dan alternatieven. Zoals mediation. Klaas-Willem de Jong geeft een schets van de (on)mogelijkheden.

Een kerkenraad besluit tot de sluiting van een van de kerkgebouwen. Hij heeft grondig onderzoek verricht en in een zorgvuldig proces alle partijen gehoord. Toch is er een groep die zich verzet en bezwaar aantekent. Dat wordt in de Protestantse Kerk beoordeeld door het Regionaal College voor Bezwaren en Geschillen. Kerkenraad en bezwaarden kunnen vervolgens eventueel in beroep tegen het besluit van dit college bij het Generale College voor Bezwaren en Geschillen. Dit is in de kerk het hoogste rechtscollege. Het is denkbaar dat een van de partijen vervolgens naar de burgerlijke rechter stapt, al is de kans dat die tot een ander oordeel komt niet groot. De gevolgen zijn hoe dan ook verstrekkend. Er ontstaat strijd. De sfeer verslechtert in hoog tempo. Dat is vaak mede het gevolg van de kerkelijke bezwaarprocedures waar verschillen en onenigheid worden uitvergroot. De onderlinge verhoudingen zijn vervolgens meestal voor lange tijd kapot.
Onlangs besloot de synode van de Protestantse Kerk om in het vervolg mediation nadrukkelijk onder de aandacht te brengen in het kader van kerkelijke geschiloplossing. Maar wat schieten we daar mee op?
Mediation is een vorm van geschilbeslechting waarbij onder leiding van een onafhankelijke bemiddellaar de betrokken partijen samen tot een oplossing proberen te komen. Voorwaarde is natuurlijk wel dat partijen – bijvoorbeeld een kerkenraad en een groep bezwaarde gemeenteleden – elk bereid zijn tot een gezamenlijke oplossing te komen. Dat zal al snel betekenen dat men in ieder geval voor een deel het eigen gelijk voor beter wil geven. In het mediationproces zijn vervolgens zowel vertrouwelijkheid als vrijwilligheid van belang. Zou het besprokene de volgende dag ‘op straat’ liggen, dan zou dat partijen voorzichtig kunnen maken en een oplossing blokkeren. Zou er sprake zijn van dwang, dan kan dat bijvoorbeeld de uitvoering van de gemaakte afspraken frustreren. Met andere woorden: het luistert nauw in een mediationproces, ook wat betreft de keuze van de mediator. Het is de vraag of een predikant bij een conflict tussen een predikant en een organist de juiste mediator zou zijn. Of hij kiest mogelijk gevoelsmatig partij voor de predikant, of hij houdt zozeer afstand dat de betrokken predikant benadeeld wordt.

Oude papieren
Op zich lijkt me mediation in kerken een goede zaak. Het behoud van de goede verhoudingen is juist in een (kleinere) gemeenschap van levensbelang. Ik moet ook denken aan woorden van Jezus: ‘Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken’ (Matt. 18: 15). Helpt dat niet dan onder zes of acht ogen. Heeft ook dat geen resultaat, dan mag je bredere bekendheid aan de zaak geven. De vroegere Gereformeerde kerkorde nam in deze Bijbelverzen het uitgangspunt voor de tucht. De voormalige Hervormde kerkorde omschreef ze met ‘broederlijke samenspreking’. Nu gaat het bij mediation niet om de fout van één partij, maar om twee partijen die een onderling geschil willen oplossen. De intentie heeft veel overeenkomst: probeer eerst met elkaar tot een vergelijk te komen. Al te gemakkelijk worden soms – helaas ook in kerkelijke kringen – de stellingen ingenomen. Dat staat op gespannen voet met de beleden eenheid van gemeente en kerk. Overigens kunnen partijen ook zonder de aangenomen synodale aanbeveling kiezen voor het middel mediation. De enige harde voorwaarde is de wil er samen uit te komen.

Om te beginnen een kanttekening bij de synodale aanbeveling. Het blijkt dat de vasthoudendheid van een mediator een belangrijke factor is geweest in de besluitvorming. Hij heeft een belang. Hij staat bijvoorbeeld vermeld op het Platform Church Mediation (dat zijn naam overigens ook zelf noemt in een persbericht). Het is goed dat niet geheimzinnig wordt gedaan over de beïnvloeding. Dat bevordert de transparantie. Het is bovendien niet onbekend. Zo hebben predikanten – inclusief ikzelf – zich geuit over de plannen voor Permanente Educatie, terwijl zij daar zelf bepaalde belangen bij hadden. Waarom zouden anderen dat niet mogen? Toch wringt er voor mijn gevoel iets in het geval van mediation, ook als is het door voornoemd platform aangeboden uurtarief van € 75 relatief laag.

Beperkingen
Mediation kent beperkingen, in de kerk mogelijk meer als daarbuiten. Neem het voorbeeld uit het begin. Stel dat bij mediation tussen kerkenraad en bezwaarden wordt overeengekomen dat de te sluiten kerk vijf jaar langer open kan blijven. De mediation zal naar alle waarschijnlijkheid plaats vinden tussen afvaardigingen van zowel kerkenraad als bezwaarden. Deze afvaardigingen moeten gemachtigd worden om namens de respectievelijke achterbannen tot overeenstemming te komen. Voor de achterbannen is het of op voorhand instemmen of anders op zijn best ‘slikken of stikken’. Juist het gezamenlijk proces, het met elkaar in gesprek raken, het leren begrijpen van elkaars standpunten, het openlijk opgeven van vastgeroeste stellingnames, het speelt allemaal mee. Ten gevolge van de geheimhouding mag daar echter niets van naar buiten worden gebracht. Dat legt een enorme druk op zowel de achterban als de bij de eigenlijke mediation betrokken afvaardiging.
Daar komt in een geval als dit nog iets bij. Gevolg van het vijf jaar langer open blijven van het kerkgebouw is een tekort op de begroting. De aanstelling van een missionair werker is daarmee van de baan. De missionaire werkgroep die daarvoor geijverd heeft, kan nu niet het recht op bezwaar worden ontzegd. Het gaat in de kerk zelden om een-op-een geschillen. Vaak zijn er meer partijen bij betrokken. Mediation helpt in meer complexe situaties niet echt verder. Vaak zijn er tal van belanghebbenden met heel verschillende belangen. Niet zelden ontstaat er een domino-effect. Het openhouden van een kerk heeft tot gevolg dat iets anders niet kan. Het effect kan zijn dat alsnog een beroep op de kerkelijke rechter moet worden gedaan.
Op zich is er niets mis met medation. Er zijn juist in de kerk goede gronden ervoor te kiezen. Maar juist in de kerk moeten we ons niet verkijken op de mogelijkheden.

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 60 (2012), nr. 20 (18 mei)



http://www.kwdejong.nl

© 2012, KWdJ