De cultuur van de Protestantse Kerk sluit niet aan bij de Nederlandse cultuur

Geloven gaat verder Motivaction-onderzoek vergt radicale koerswijziging

De kerkelijke betrokkenheid loopt terug. Dat is genoegzaam bekend. Maar hoe komt dat? En wat valt er aan te doen? Onderzoeksbureau Motivaction doet een voorzet. Klaas-Willem de Jong gaat na in hoeverre de kerk hiermee geholpen is.

Al enkele decennia kunnen kerken in Nederland niet om de constatering heen dat het aantal leden terugloopt. Dat is op allerlei manieren te merken. Kerken worden langzaam leger, predikantsplaatsen worden kleiner of opgeheven, meer uitvaarten dan doopbedieningen, enzovoort. Tal van pogingen zijn ondernomen om dit verschijnsel te verklaren. Ouders zouden in de omgang met hun kinderen een ‘leeg testament’ hebben achter gelaten. De koers van de kerk zou te traditioneel of juist te progressief zijn. Onderzoekers hebben gewezen op de voor Nederland specifieke verzuiling. De kerksheid was hoger dan in menig ander Westers land, maar door de ontzuiling was Nederland binnen de kortste keren haar ‘voorsprong’ kwijt. Onderzoeksbureau Motivaction kiest een eigen, sociologisch getinte invalshoek. Het deelt de Nederlandse samenleving in in acht leefstijlen, zogenaamde mentality-milieus. Wat blijkt? De Protestantse Kerk is sterk oververtegenwoordigd in slechts twee van de acht milieus: de traditionele burgerij en de postmaterialisten. Samen vormen zij 26 % van de Nederlandse bevolking. Maar dat gaat afnemen. Geschat wordt 16 % in 2030.
Het is zonder meer duidelijk: bij ongewijzigd beleid moet de Protestantse Kerk niet rekenen op groei.

Motivaction deelt de samenleving in in drie hoofdgroepen: traditioneel, modern en post-modern. De traditionele burgerij behoort met de moderne burgerij tot de eerste groep, de postmaterialisten met de zogenaamde hedonisten en kosmopolieten tot de laatste. Toch zijn er enkele kenmerken die deze heel verschillende groepen in de Protestantse Kerk delen. Ze zijn gericht op de ander, waarbij met name de postmaterialisten ook de verre ander niet uit het oog willen verliezen. Beide groepen hebben een grote afkeer van uiterlijk vertoon en commercie. Beide kennen een grote maatschappelijke betrokkenheid. Betrokken kerkleden zal dit allemaal niet onbekend voorkomen. Wie zich inmiddels afvraagt, welke groep de zijne/hare is, kan een testje doen op www.motivaction.nl.

De Protestantse Kerk spreekt begrijpelijkerwijs in de eerste plaats de milieus aan, waar haar eigen leden zich in bevinden. Ze laat daarmee zo’n driekwart van de Nederlandse samenleving liggen. Met name bij het moderne volksdeel (45 %) is ze zo goed als afwezig. Dit deel van de bevolking heeft een lage tot gemiddelde sociaal-economische status en wordt getypeerd met woorden als bezitten en verwennen. Het is geen toeval dat juist de commerciële omroepen het bij deze groepen goed doen. Toch is het benaderen van de afwezige segmenten lastiger dan het lijkt. Juist de Protestantse Kerk wordt gerepresenteerd door haar leden. Dat zijn de belangrijkste ambassadeurs. Hun vrienden en kennissen zullen zich echter veelal tot vergelijkbare leefstijlen bekennen. Langs deze in de praktijk meest effectieve weg zullen andere doelgroepen dus nauwelijks bereikt kunnen worden.
Een ander vraagpunt betreft de mate waarin mensen levenslang gebonden zijn aan een milieu. Wellicht zijn mensen te verleiden van leefmilieu te veranderen, waardoor ze dichter bij de ‘kerkelijke’ milieus komen te staan. In hoeverre is dat zo? Welke invloeden beïnvloeden dat?

Andere bedenkingen zijn van meer inhoudelijke aard. Wat bij diverse mentality milieus opvalt is de hoge mate aan individualisme. Hoe verhoudt dat zich tot een kerk die grote waarde hecht aan het collectief, zich geïnspireerd weet door het model van de eerste gemeente? Hoever moeten we vanuit dit ideaal tegemoet komen aan de hang naar het individuele? Vergelijkbare vragen roepen trefwoorden als bezitten, verwennen/genieten en status bij mij op. Die lijken haaks te staan op wezenlijke waarden van het christelijk geloof. Teksten komen boven als ‘de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen’ en ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ Tegelijk besef ik ook dat de kracht van het christelijk geloof is geweest dat het zich steeds wist te kleden met een jas die bij de context paste. De kerkelijke hiërarchie is vanaf de 4e eeuw sterk geïnspireerd door het Romeinse kerkelijk hof. De Reformatie sloot met zijn collegiaal bestuur naadloos aan bij de cultuur van de steden die in de late Middeleeuwen sterk opkwamen. Zou de kerk dan nu niet aan kunnen sluiten bij een sterk geïndividualiseerde cultuur? Dat vergt echter een fundamentele omslag in kerk en theologie. Motivaction suggereert mijns inziens teveel dat het om marketing en beeldvorming gaat, of anders op zijn hoogst om een relatief kleine koerswijziging. Overigens weet Motivaction zelf ook wel dat dat niet zo is. Aan het slot van de onderzoekspresentatie lees ik bijvoorbeeld: ‘Mensen niet willen veranderen in jezelf, maar aansluiten bij wat mensen werkelijk raakt’. Dat betekent een draai van 180 graden! Ik had het niet erg gevonden als de conclusies wat steviger en radicaler waren geformuleerd.

Motivaction maakt mij duidelijk dat we er in ons denken over missionair kerk-zijn nog lang niet zijn. De meeste dingen wisten we al. Zo zal het niemand meer vreemd voorkomen dat de kerkelijke woordcultuur haaks staat op de heersende beeldcultuur. Maar het is de vraag of we ons van deze verandering voldoende rekenschap geven. Wie betrokken is en komt, heeft namelijk nog wel een goed woord over voor het verbale. Ook de individualisering kan niemand ontgaan zijn. Maar dat we in ons doen en laten, zowel inhoudelijk als qua presentatie fundamenteel verwijderd zijn geraakt van een flink deel van onze samenleving, dat is door de onderzoeksresultaten een onvermijdelijke conclusie. Wie een missionaire activiteit start moet eerst nog maar eens goed kijken naar de verschillende mentality-milieus. De kans is groot dat hij anders ongemerkt in bestaande vijvers blijft vissen, terwijl even verderop grote visrijke meren liggen.

Klaas-Willem de Jong
Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 59 (2011), nr. 9 (4 maart)



http://www.kwdejong.info

© 2011, KWdJ