Een methode om mensen voor te bereiden op verandering

Motiverende gespreksvoering

Geloven gaat verder Een welkomstbezoek aan de deur. Een kort gesprek in de supermarkt. Het laat een wat onbevredigend gevoel achter. Hadden we niet iets meer kunnen bereiken?

Onze gemeente ligt in een nieuwbouwwijk, een zogenaamde VINEX-locatie. Waar men elders uitkijkt naar een potentieel nieuw lid, hebben wij er per jaar ver over de honderd. De kans op contact is vrij klein. De veelal jonge mensen zijn vaak weg, ook op favoriete tijdstippen als de avondmaaltijd. Maar ook als de deur na het aanbellen wel opengaat, blijft het vrijwel altijd bij een kort gesprekje. Het is bekend: een behoorlijke groep weet amper van inschrijving bij de kerk of meent allang uitgeschreven te zijn. Anderen aarzelen. ‘Ik ben wel lid van de kerk, maar ik kom er verder nooit … .’ Of: ‘Nee, ik wil ingeschreven blijven, maar je zult me niet gauw zien.’ Of: ‘Ik ging in het verleden altijd wel, maar … .’

Korte contactmomenten
We zijn in de kerk niet de enigen met zulke korte contactmomenten. Een huisarts heeft bijvoorbeeld voor een doorsnee consult hooguit tien minuten beschikbaar. In die tijd moet ‘het’ gebeuren: een diagnose, het voorschrijven van een medicijn, het op gang brengen van verandering, bijvoorbeeld in het eetpatroon van de patiënt.

Bij het bezoeken van nieuw ingekomenen hopen we mensen te ontmoeten die op een of andere manier de weg naar de kerkelijke gemeente zullen vinden. De eerlijkheid gebiedt dan te zeggen dat er maar weinigen zijn die direct enthousiast reageren. Bij een flinke groep is er veeleer sprake van aarzeling. Ze willen de deur letterlijk en figuurlijk nog niet direct dicht doen, maar … . Bij dat ‘maar’ begint eigenlijk het onderwerp van dit artikel, ‘Motiverende gespreksvoering’. De bezoeker met enig psychologisch inzicht weet dat hij in een dergelijk geval voorzichtig moet zijn. Teveel ‘trekken en duwen’ leidt onherroepelijk tot een averechtse reactie. ‘Kom zondag eens kijken …’. ‘Zal ik …’. Geheid dat al te veel activiteit van de kant van de bezoeker tot weerstand bij de nieuw ingekomene leidt. Bovendien is het voor de bezoeker nog vermoeiend en vaak frustrerend ook. Maar wat dan wel?

Verandering
Ik schrijf dit artikel naar aanleiding van een boek en een bijbehorende korte cursus. Het boek heet: Motiverende gespreksvoering. Het is geschreven door William R. Miller en Stephen Rollnick. Het draagt de ondertitel: Een methode om mensen voor te bereiden op verandering. In de gezondheidszorg heeft deze methode binnen korte tijd grote furore gemaakt. Typ op internet de boektitel maar eens in.

Terug naar de voordeursituatie. Iemand wil zich om wat voor reden dan ook niet of nog niet geheel afsluiten voor contact. Hij wil wel wat meer betrokken raken … . Zij geeft aan dat als ze wat meer tijd heeft … . Ze wil haar kinderen toch wel ‘iets’ meegeven … . Hij wil wel een keer proberen naar een gesprekskring te komen … . Al dit soort zinnen geven een bepaalde ambivalentie aan. De betrokkenen willen de huidige situatie op zich wel veranderen, maar de nadelen om te veranderen lijken groter dan de voordelen. Dit heet verandertaal. Soms gebruiken mensen die uit zichzelf. Vaak zal in een kort gesprekje verkend moeten worden of er überhaupt enige wil tot verandering is.

Het zal langzaamaan wel duidelijk zijn waarom deze methode voor de gezondheidszorg interessant is. Ook daar gaat het dikwijls om verandering: van een verslaving afkomen, het loslaten van bepaalde angsten, het laten staan van fastfood, enzovoort.

Alleen al de gedachte aan verandering, bijvoorbeeld weer betrokken raken op kerk en geloof, roept weerstand op. ‘Ik heb geen tijd’, is een bekende. We hanteren ‘m vaak zelf ook. Motiverende gespreksvoering zet aan tot ‘meebewegen’ met, ‘mee dansen’ op deze weerstand. Discussie is uit den boze. Een reactie zou kunnen zijn: ‘U ziet het niet zitten, omdat u geen tijd heeft.’ Maar ook een versterkte reflectie is mogelijk: ‘In uw huidige tijdsbesteding is in het geheel geen ruimte voor geloof en spiritualiteit.’ De kans is groot dat nu een gesprek kan gaan ontstaan. ‘Eh, nou, helemaal geen ruimte, dat is wat sterk uitgedrukt. Ik … .’ Ook andere variaties zijn mogelijk. Terugkijken: ‘Hoe deed u dat dan in het verleden met de indeling van uw tijd?’ Of vooruitkijken: ‘Als u zichzelf nu eens over vijf jaar voorstelt, wat zou de situatie dan idealiter zijn?’ Of de positie verhelderen: ‘Op een meetlat van 0 tot 10, waar bevindt u zich dan met deze wens?’ En vervolgens: ‘Waarom niet meer?’ ‘Waarom niet minder?’ ‘Wat is nodig om het cijfer te verhogen?’

Een eerste stap
De verslaafde moet er niet aan denken de drank helemaal te laten staan. Helemaal geen fastfood? Dat is in een modern gezin toch onmogelijk! Dit soort reacties kunnen zodanig verlammend werken dat er van verandering niets terecht komt. Motiverende gespreksvoering kan helpen een eerste stap te zetten, misschien zelfs een onverwacht grote stap. Maar te snel op resultaat aankoersen helpt niet. De innerlijke motivatie ontbreekt of is onvoldoende sterk.

In het bestek van een artikel als dit, is het onmogelijk de hele methode uit de doeken te doen. Fundamenteel is dat uiteindelijk de gesprekspartner zelf ‘aan het werk’ gaat. Daar staat tegenover dat je als bezoeker dicht bij de ander blijft, bij zijn aarzelingen, onzekerheden en overwegingen. Eén kanttekening wil ik in dit verband wel plaatsen. Motiverende gespreksvoering vraagt om een integere benadering. Het gevaar van manipulatie ligt op de loer.

‘Motiverende gespreksvoering’ is een uitgave van Ekklesia. Uitgever Bert Bakker verzorgt ook trainingen over deze thematiek. Zie ook: www.ekklesia.nl.


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 58 (2010), nr. 49 (3 december).



http://www.kwdejong.info

© 2010, KWdJ