Inspanningen rond verbouwing beloond met nieuw elan

ONTMOETINGSPLEK VOOR HET HELE DORP

Tafel Samen op Weg is in Rijsenhout, een dorp bij Schiphol, al jarenlang een feit. Dertig jaar geleden begon het met een gezamenlijk kerkgebouw voor hervormden en gereformeerden, later kwamen er ook gezamenlijke diensten. Na een ingrijpende verbouwing werd de kerk dit najaar feestelijk heropend. De SoW-gemeente is klaar voor de uitdaging van de volgende eeuw: een gastvrije gemeente zijn.

Rijsenhout is eigenlijk een heel gewoon dorp, maar met de nodige eigenaardigheden. Daarin verschilt het weinig van andere dorpen in ons land. Een van de bijzonderheden van dit betrekkelijk jonge dorp is de nabijheid van Schiphol. De kern van het dorp dankt haar bestaan aan de groeistuip van de nationale luchthaven in de jaren vijftig. Het buurtschap Rijk ging tegen de vlakte. haar inwoners vonden onderdak in honderd nieuwe woningen in Rijsenhout. Na Rijk zal ook het nabijgelegen Rozenburg eraan moeten geloven. Velen zijn daar al weggetrokken. De gereformeerde en hervormde kerkgebouwen zijn er intussen gesloten.
TafelGelukkig hebben beide kerkgenootschappen dit vroegtijdig onder ogen gezien. In 1969 openden zij in Rijsenhout gezamenlijk de Ontmoetingskerk, zij het dat het gebruik aanvankelijk gescheiden bleef. Intussen is de gemeente al weer geruime tijd Samen op Weg, niet in het minst vanwege die gezamenlijk gebouwde kerk.
In de afgelopen jaren groeide het verlangen de kerk te renoveren en vernieuwen. Hoewel er tussentijds wel de nodige kleine aanpassingen verricht zijn. oogde het gebouw zo langzamerhand wat ouderwets. Hal en garderobe waren klein en nodigden bepaald niet uit tot een praatje na de kerkdienst. Een deel van de vergaderzalen was vanuit de hal alleen door de kerkzaal heen te bereiken. De kerkzaal zelf had onmiskenbaar karakter, vooral door de 'kuil' in het midden. Maar voor oudere gemeenteleden dreigde de kuil in toenemende mate een valkuil te worden. Bovendien belemmerde hij een multifunctioneel gebruik van de ruimte, temeer daar de stoelen aan de vloer zaten vastgeklonken.

Kerkklok
Sommigen vonden het tijd worden alsnog de ooit geplande kerkklok te plaatsen. Wegens geldgebrek was het daar nooit van gekomen. Een toren zou de functie van het kerkgebouw kunnen accentueren, zeker ten opzichte van het niet eens zo veel verschillende dorpshuis aan de overkant. Tevens zou het dorpscentrum door een toren meer cachet kunnen krijgen.
Een eerste uitwerking van de plannen voorzag in de bouw van een ontmoetingsruimte en een klokkentoren, alsmede de herinrichting van de kerkzaal. Hierop kwam allerhande kritiek (die deels ook voor gemeenten en kerkenraden elders herkenbaar zal zijn). Fundamenteel was de vraag hoe lang Rijsenhout nog kan blijven bestaan. Op bepaalde tekeningen met betrekking tot de uitbreiding van Schiphol was het dorpje per ongeluk weggevallen. Of toch niet? Bij de aanleg van de zogenaamde parallelle Kaagbaan zal er van het dorp, dat nu nog ruim vierduizend inwoners telt, weinig overblijven.
En hoewel de gemeente wel wat kapitaal achter de and had, was voor anderen de investering van toch zeker een half miljoen te groot. De een wees op de armoede in de wereld. Een ander vroeg zich af hoe het zou moeten worden opgebracht door de ongeveer duizend leden. Zouden de predikantsplaatsen niet in gevaar komen? Maar voor sommigen speelde hier nog iets anders doorheen. Zij hadden de indruk dat de inspanningen in de jaren zestig voor niets waren geweest. Was het gebouw in de bestaande vorm niet goed genoeg meer?
Hier en daar werden verschillen tussen hervormd en gereformeerd ineens weer geaccentueerd, maar gelukkig bleef dat beperkt. Bij sommigen leefden bezwaren tegen delen van het project. Vooral de klokkentoren moest het ontgelden. Deze zou weliswaar weinig hoeven te kosten, maar velen vonden hem uit de tijd. Hij zou drempelverhogend kunnen werken voor het kerkgebouw, protesten kunnen oproepen bij omwonenden. Sommigen waren dik tevreden met de kerkzaal, terwijl anderen ook wel dachten zonder de ontmoetingsruimte te kunnen. Ruimte genoeg voor een praatje in de hal of garderobe, of anders in de grote gemeentezaal. Zou het lukken temidden van een veelheid van ideeën en gedachten duidelijke beleidslijnen uit te zetten?

Gastvrij
Tafel Terwijl de gedachtevorming zo al aardig gevorderd was, ontdekte de kerkenraad dat het ontbrak aan een gezamenlijk doel. We kunnen de kerk wel verbouwen, maar waarvoor doen we dat? Om geen tijd verloren te laten gaan, werd al wel een bouwcommissie ingesteld. Afgezien van de toren, waarop nog maar eens gestudeerd moest worden, had zij de opdracht de bouw voor te bereiden. Ook ging een bouwfondscommissie van start, die voor een belangrijk deel van de financiering zou zorg dragen. Bij de fondswerving moest 5 procent ten goede komen aan kerk(op)bouw elders.
De kerkenraad veronderstelde dat de activiteiten voor het bouwfonds ook een gemeenteopbouwkundig effect zouden hebben. Ze zouden gemeenschapsversterkend kunnen werken. De kerk biedt meestal maar weinig mogelijkheden praktisch aan de slag te gaan. Hier lagen grote kansen. Het belangrijkste was echter de oprichting van een geestelijke bouwcommissie. Deze kreeg in eerste instantie de opdracht samen met de verschillende geledingen een sterkte-zwakte-analyse op te zetten. Bij het maken werden eveneens de groothuisbezoeken ingeschakeld. Hieruit werden al de contouren duidelijk van hoe de gemeente haar toekomst zag. In het kader van de kerkverbouw was vooral van belang het verlangen om een gastvrije gemeente te zijn. De Ontmoetingskerk zou zoveel mogelijk ook een ontmoetingsplek voor de dorpsgemeenschap moeten zijn. Het zou aantrekkelijker moeten worden om van dit gebouw gebruik te maken.
Voor de inrichting van het gebouw en met name van de kerkzaal had de bouwcommissie intussen de hulp ingeroepen van architect Pim van Dijk. Het soort ruimte, kleuren, lichtinval, verlichting en meubilair bepalen samen de sfeer. Het luistert derhalve nauw. In de inrichting komen fundamentele theologische opvattingen tot uiting. Komt de doopvont bij de ingang, of staat de vont juist in het midden van de zaal? Is de tafel het meubel waaromheen zich het gezin van de gemeente schaart? Is dat dan primair een avondmaalstafel, of krijgt een bepaald gebruik van die tafel daarmee te veel accent?
Het werd een doopvont midden in de kerk. De nadruk kwam daardoor te liggen op het verbondsmatige inde bediening van de doop, in het midden van de gemeente. De tafel is centraal komen te staan, als plek waar de predikant met de gemeente de Schrift leest en bidt. Daarachter staat, mede omwille van de traditie, een bescheiden kansel. De gemeente zit in een carrévorm om de tafel heen. Het verhoogt het gemeenschapsgevoel. De voorganger staat letterlijk in het midden van de gemeente, maar neemt door de verhoging tegelijk ook weer een eigen plaats 'tegenover' in.
De commissie heeft er bewust voor gekozen de kerkzaal in principe te bestemmen voor de eredienst en andere activiteiten slechts bij wijze van uitzondering toe te laten. Ze wil daarmee onderstrepen dat deze ruimte aanbidding en eredienst oproept. Bij de belangrijke momenten in het gemeenteleven hoort de eredienst, in het bijzonder doop en avondmaal, maar ook bijvoorbeeld de huwelijksinzegening en de uitvaart.
Met het oog op dat laatste zou de aanwezigheid van een mortuarium een pré zijn. Met dat mortuarium zou de kerk niet alleen haar eigen leden van dienst kunnen zijn, maar ook andere dorpsbewoners gastvrijheid kunnen verlenen. Bij de verbouwing is met de mogelijkheid rekening gehouden. Het lijkt erop dat gesprekken met een begrafenisondernemer succesvol kunnen worden afgerond.*

Visitekaartje
Onlangs is de verbouwde kerk feestelijk heropend. De verbouwing heeft het nodige gekost: aan tijd en energie, aan geld en vermoedelijk helaas ook aan enkele leden, die zich echt niet met de veranderingen konden verenigen. Tegelijk heeft de verbouwing veel opgeleverd. Een gerenoveerd gebouw natuurlijk, met een kerkzaal waarin gespeeld kan worden met de ruimte. Nieuw elan, ook bij de leden die aanvankelijk aarzelden of het allemaal wel zo nodig was. Versterking van het zelfbewustzijn, hoop op de toekomst; we wachten niet af water op ons afkomt, maar gaan de uitdaging aan om kerk te zijn in onze dorpsgemeenschap. Meer gemeenschapszin, onder andere door de bouwfondsactiviteiten. En een keurig visitekaartje voor het dorp: nieuwe huurders melden zich, niet-kerkelijken komen zo ook eens over de drempel van de kerk. Wie weet, volgt nog eens een nadere kennismaking. Verder is het bezinningsproces van de geestelijke bouwcommissie nog niet afgerond. We blijven werken aan onze gemeente, opdat ze in alles verwijzen mag naar haar Heer.

Dit artikel stond in Centraal Weekblad 47 (1999), nr. 49 (10 december).

* Intussen is een ruimte van de Ontmoetingskerk als mortuarium ingericht.