Gastheer of gastvrouw zijn is leerzaam en kerkgrensoverschrijdend werk

OPENSTELLING VAN KERK BIEDT KANSEN

Veel monumentale kerken openen geregeld hun deuren, vooral in de zomermaanden, al is het soms maar voor een paar uur in de week. Eind jaren vijftig probeerde het Comité Opening der Kerken dit onder protestanten al te propageren. Nu is het verre van bijzonder meer. Vele vrijwilligers stellen graag een stukje van hun vrije tijd ter beschikking. Toch zijn bij de opengestelde kerken wel een paar vragen te stellen.

Monumentaal
Het begrip ‘monumentale kerken’ is breder dan menigeen in eerste instantie denkt. Het zijn beslist niet alleen de middeleeuwse kerkgebouwen, ook veel recentere, zelfs naoorlogse architectuur komt in aanmerking. Ik noem in dit verband vooral het werk van de architecten Sijmons en Ingwersen. Hun visies vertonen duidelijke verwantschappen, maar elk heeft op geheel eigen wijze gestalte gegeven aan wat moderne kerkbouw genoemd mag worden. Ook hun creaties, zoals respectievelijk de Adventskerk in Aerdenhout en de Maranathakerk in Nijmegen, zijn de moeite van het bekijken en beleven waard. Bezoekers kunnen hier leren dat een kerk niet klassiek van opzet hoeft te zijn, om toch een bijzondere ervaring op te roepen.

Beleid
Het zou me niet verbazen, als de aanleiding tot openstelling van een monumentale kerk nogal verschilt. De ene keer zal dit de plaatselijke overheid zijn die de binnenstad toeristisch aantrekkelijker wil maken. Een andere keer komt het idee op uit een bezinning in de kerkelijke gemeente en maakt het deel uit van een plan open en gastvrij te zijn. In een derde geval is de suggestie zomaar ineens in de kerkvoogdij naar boven gekomen en weet eigenlijk niemand precies meer waarom. Wat er ook aan openstelling vooraf is gegaan, het is in ieder geval te hopen dat er over nagedacht is. Zien de mensen van het beheer mogelijkheden wat extra inkomsten voor het onderhoud te genereren, dan ligt een toegangsprijs voor de hand. De praktijk leert nu eenmaal dat vrije giften lang niet zoveel opleveren. Betaalde toegang staat echter op gespannen voet met een open en gastvrije kerk. Maar, zo zullen anderen dan weer stellen, een paar gulden kan toch geen echte barrière zijn om binnen te komen? En: een hoger aantal bezoekers heeft ook een aantal neveneffecten: meer toezicht en meer schoonmaak bijvoorbeeld. Dan rijst weer de vraag, wat de kerkelijke gemeente er voor over heeft om zich gastvrij op te stellen. En zo kan het gesprek nog wel even verder gaan.

Vrijwilligers
Het is nog niet zo lang geleden, dat protestantse kerken buiten de erediensten per definitie gesloten waren en rooms-katholieke overdag altijd openstonden. Diefstal en andere vervelende ervaringen hebben rooms-katholieken doen besluiten hun kerken te sluiten, hooguit een dagkapel permanent open te houden. Deze verschijnselen beperkten ook protestanten in hun mogelijkheden de deuren te openen. De tijd is voorbij dat de koster van een dorpskerk de sleutel zo meegeeft aan nieuwsgierige bezoekers. Persoonlijk toezicht is een absolute voorwaarde, in ieder geval in ons land. Hoe is het toch mogelijk dat bijvoorbeeld op het Engelse platteland nog zoveel kerkjes zomaar open zijn?

De motivatie van vrijwilligers kan behoorlijk uiteenlopen. De een is ideëel ingesteld en vindt dat de kerk verplicht is een breder publiek met dit cultureel erfgoed kennis te laten maken. Het instandhouden is immers vaak sterk afhankelijk van forse subsidies. Een andere vrijwilliger wil gewoon een stukje vrije tijd nuttig besteden en vindt het plezierig in gezelschap een paar uurtjes in de kerk te zijn. Ook spelen geloofsaspecten een rol. Genoemd werden al de ideële motieven om de kerk open te stellen. De motivatie mag verschillen, het is bepaald wel van belang hoe de vrijwilligers zich opstellen. Zij zijn gastvrouw en gastheer van de gemeente. Het is de vraag, of dat wel altijd beseft wordt. In het afgelopen jaar is het me opgevallen dat het nogal eens voorkomt dat twee of drie vrijwilligers gezellig met elkaar zitten te praten. Op binnenkomende toeristen wordt amper acht geslagen, tenzij natuurlijk een concrete vraag wordt gesteld. Als de gemeente met openstelling al een ideaal had, dan wordt het in zo’n situatie zeker niet verwezenlijkt. Integendeel. De kerk bevestigt zo het beeld van een gesloten gemeenschap. Ook voor leden van de actieve kern van de gemeente is dit soort vrijwilligerswerk aan te bevelen, predikanten incluis: leerzaam kerkgrensoverschrijdend werk.

Informatie
In de afgelopen decennia is op de buitenkant van veel zogenaamde historische kerken een bordje geplaatst met wat informatie. Vaak presenteert de gemeente zichzelf ook met de nodige gegevens, hoewel dit lang niet altijd het geval is. Zo viel het me in de Betuwe op, dat op nogal wat gebouwen zelfs de aanduiding van de zondagse kerkdiensten ontbrak. Ook met de openstelling is het menigmaal ‘toeval’. Op het gebouw zelf is ze slechts aangegeven als dat open is. Eenmaal binnen loopt de situatie uiteen, van een paar blaadjes tot een complete boekentafel. Soms zijn er ook andere artikelen, zelfs handwerk van de vrouwenvereniging toe. De netto-opbrengst is doorgaans voor het onderhoud. Eigenlijk altijd is er wel een blad met wat historische informatie over het gebouw. Maar de gemeente die er anno 2000 kerkt, komt er meestal maar bekaaid vanaf. Een enkele keer liggen er recente nummers van het kerkblad. Maar die informatie is meestal alleen geschikt voor insiders. Wat gebeurt er precies in het gebouw? Wat is een eredienst? Hoeveel mensen komen er zo doorgaans? Hoeveel mensen zijn er lid van de gemeente, op een of andere manier actief, enzovoort. Het zal in de eerste plaats om wat meer praktische zaken gaan, maar waarom niet een poging gewaagd te omschrijven wat geloven kan betekenen? Voor een groeiende groep Nederlanders is het volstrekt onbekend, wat er achter de kerkmuren gebeurt.

Spiritualiteit
Een kleine groep van gemeenten probeert wat meer van hun opengestelde kerk te maken. Bijvoorbeeld door kunst in de kerk te halen die de bezoeker op een eigen wijze confronteert met hun diepste overtuigingen. Een vorm van kunst is het concert. Het orgelconcert ligt daarbij voor de hand, maar het kan ook gevarieerder, van klassiek tot modern.

Voor protestanten is het kerkgebouw bijna per traditie iets voor de collectieve eredienst. Persoonlijke devotie is er niet of nauwelijks bij. Natuurlijk is er niets op tegen, als iemand stil een tijdje in een bank gaat zitten, maar daar houdt het dan ook mee op. Vooral in wat grotere kerken, zoals bijvoorbeeld de Domkerk in Utrecht of de Grote Kerk in Dordrecht is men verder gegaan. Daar wordt in een stiltehoek of stiltekapel nadrukkelijk gelegenheid geboden voor een persoonlijk gebed. Gebedshulp middels enkele geschikte boekjes is daarbij een goed idee. Verder is het denkbaar bezoekers de mogelijkheid te bieden een intentie in een voorbedenboek op te tekenen. Dat kan de gemeente op zondag (en door de week) inspireren bij haar gebeden. Het oude kerkgebouw kan zo in ieder geval veel meer worden dan een eerbiedwaardig cultureel monument. Of een gemeente dit wil, heeft wel te maken met de intentie waarmee de openstelling plaatsvindt. De discussie daarover, die aan het begin van het artikel al even is aangestipt, is dus beslist geen overbodige luxe.

Openstelling van kerken biedt kansen, soms ook bij relatief recente gebouwen. Een aantal kansen wordt gegrepen, maar er is meer mogelijk!

Klaas-Willem de Jong.


Naar aanleiding van: G.J. van der Harst, Monumentale kerkgebouwen. Een lust voor de kerk (Boekencentrum, Zoetermeer 2000; ISBN 90 239 0692 6; 84 blz.).

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 49 (2001), nr 3 (19 januari).