Schrijfgids voor predikanten met een boodschap

OOK PREKEN VALT TE LEREN

Een goede voorbereiding garandeert nog geen goede preek. Op de kansel zelf moet iets gebeuren, wil de boodschap werkelijk landen. Paul Oskamp (oud-rector van het theologisch seminarie Hydepark) en Rudolf Geel (docent taalbeheersing aan de Universiteit van Amsterdam) beschouwen in Concreet en beeldend preken de preek als communicatiemiddel en de predikant als iemand die streeft naar een zo goed mogelijk contact met de hoorders. Hun handreikingen zijn voor beginners én gevorderden waardevol.

Concreet
Voorgaan is en blijft een kunst, waar oefening aan ten grondslag ligt. Toen Concreet en beeldend preken van Paul Oskamp en Rudolf Geel in mijn handen kwam, ben ik er eens echt voor gaan zitten. In de royale marges zijn heel wat uitroeptekens gekomen. Concreet en beeldend. Zo moet er gepreekt worden. Zo is ook dit boek over het preken opgezet. De auteurs halen tal van voorbeelden uit de afgelopen jaren aan, zowel positieve als negatieve. Soms stellen ze slechts enkele kritische vragen en laten ze het oordeel aan de lezer over. Oskamp spaart zichzelf overigens niet, als hij wijst op de inleidende zin in een gebedsdienst die té persoonlijk was (143-144): 'Vandaag is het op de kop af een maand geleden dat we mijn vader begraven hebben.' Bij de gevierde Nico ter Linden excuseren de auteurs zich voor hun kritiek (met name 162-164, vergelijk 50-51). Begrijpelijk, maar overbodig, te meer daar de opmerkingen goed beargumenteerd zijn en alternatieven worden aangedragen. Hooguit zou de formele vraag gesteld moeten worden, of Ter Lindens bijbelvertolking wel als preek beoordeeld mag worden, ook al is ze 'op de wijze van een narratieve preek' (163). Teksten uit confessionele en 'zwaardere' kringen ontbreken. Vreemd is dat niet. Voorgangers daar zullen aan belangrijke delen van dit boek geen boodschap hebben, hetgeen overigens niet wil zeggen dat ze er niet veel uit zouden kunnen leren.

Beeldend
Ik heb er voor de aardigheid Homiletische hulplijnen. Aanwijzingen bij de preekvoorbereiding van J. Thomas uit 1976 nog eens even uit de kast gehaald. Bij Oskamp en Geel vallen dan de vele voorbeelden nog meer op. En het hoofdstuk over 'Verhalend preken'. Daarover handelt Thomas niet. Dat kan ook bijna niet, omdat de zogenaamde narratieve prediking in de jaren zeventig opkwam. Ik vermoed dat ze vooral door de TV-serie van de reeds genoemde Nico ter Linden over Abraham, Jakob en Jozef van 1986 tot 1989 sterk aan populariteit gewonnen heeft, zowel onder kerkgangers als predikanten. De auteurs wijzen daarbij uiteraard op het veranderende levensgevoel, waarin de hoorder menigmaal de ruimte van het verhaal verkiest boven het dwingende betoog. Maar ze gaan verder. Het betoog veronderstelt debat, discussie, een politiek forum, een kerk die een toonaangevende rol vervult. Voor een verhaal is een toegewijd publiek voldoende. Intrigerend vind ik dan de suggestie van Oskamp en Geel dat de verandering van context van de kerk in de samenleving mede verantwoordelijk is voor de verandering van preekvorm (95-96). Het boek kent gelukkig weinig historische exposé's - die horen elders - maar deze waarneming vind ik meegenomen. Het zal niet verbazen dat Concreet en beeldend preken een pleidooi voert voor de verhalende preek. Mede door de talloze praktische voorbeelden kan de voorganger zo met het boek aan de slag. Een eigen, vrij uitvoerige paragraaf is ingeruimd voor preken voor kinderen. Het blijkt uitermate moeilijk het voor kinderen zo nodige frisse en fantastische te onderscheiden van het ongeloofwaardige. De aangereikte toets is eigenlijk even voor de hand liggend als eenvoudig: ga steeds na, hoe een en ander op kinderen overkomt (77).
De indruk kan nu ontstaan, dat voor de klassieke, betogende preek geen ruimte meer overblijft. Maar dat is in dit boek niet het geval. Beide preekvormen hebben hun waarde. Ze sluiten elkaar niet uit en kunnen ook uitstekend gecombineerd worden. Elders heeft Oskamp al eens gepleit voor het herstel van leerdiensten, niet alleen over strikt kerkelijke, maar ook over actueel maatschappelijke thema's. De kerk heeft wat te vertellen, maar buiten de kerkdiensten komen veel gemeenteleden niet of nauwelijks aan luisteren en leren toe. Desnoods kan in een enkele zondagmorgendienst de notie van het leren bepalend worden, als de orde van dienst er maar op wordt aangepast. Het zal vermoedelijk op Oskamps conto geschreven moeten worden, dat we deze oproep in Concreet en beeldend preken weer tegenkomen (87-90). Hopelijk zal hij gehoor vinden.

Preken
Ik heb iemand ooit eens horen zeggen, dat een preek pas ontstaat op het moment dat ze wordt uitgesproken. Ik heb dat lange tijd wat overdreven gevonden. Het meeste werk gebeurt toch vooraf. Als de voorbereiding niet in orde is, dan kan het op de kansel ook niet veel worden. Toch heb ik in de loop der jaren steeds meer belangstelling gekregen voor het werk op de kansel zelf. Wat gebeurt daar? Wat maakt een preek tot een geslaagde preek, een preek waarvan de intentie bij de hoorders overkomt? In navolging van A.J. Jelsma waarschuwen Geel en Oskamp tegen een teveel aan pathos. Het is zo gauw overdreven, onecht, toneelspel. Ik ben het daarmee eens. Maar ik blijf bij mijn constatering van de opgelezen lesjes. Het is soms prachtig geformuleerd, knap gevonden, treffend in de gekozen beelden, maar het landt niet. Het is voor mij nog maar de vraag of dat met een betere voorbereiding te verhelpen is. Geel en Oskamp pleiten ervoor de preek geheel uit te schrijven, in ieder geval het einde en het begin. Anders dreigt volgens hen het gevaar van de cliché's. Vervolgens moet de voorganger zich de preek inprenten. Voor de kandidaat en de beginnende predikant lijkt me dit een uitstekend advies. Na verloop van tijd moet het mijns inziens met minder (op papier) kunnen, hoewel het om cliché's op te sporen en uit te bannen niet slecht is zo nu en dan wèl alles uit te schrijven. Preken met alleen trefwoorden of aantekeningen kan het besef van de voorganger vergroten dat er gecommuniceerd moet worden, dat hij een boodschap te brengen heeft en dat het er nú op aankomt, of die overkomt of niet. Tot op zekere hoogte kan de predikant een wat induttende gemeente weer bij de les bepalen, inspelen op wat de preek teweeg brengt. Eenvoudig is dit allemaal niet, maar al doende leert men.

Oefening
Studenten theologie, (ervaren) predikanten en andere sprekers op het kerkelijk erf hebben aan Concreet en beeldend preken een goede gids. Ze zullen zich misschien met alle tips en goede raad wel afvragen, hoe de kerkdienst in twee à drie dagdelen moet worden voorbereid. Maar dat geldt eigenlijk voor elke activiteit die we zo onder het vergrootglas leggen als in dit boek gebeurt. Preken is een gave. Maar evenzo goed geldt: preken kan geleerd worden. Aan tal van zaken ben ik in deze bespreking niet toegekomen. Veel is de moeite waard om gelezen, verwerkt en gebruikt te worden. Ik denk bijvoorbeeld aan het gebruik van ik, wij, u, je en jij, waarbij vooral die twee laatste doorgaans onvoldoende worden onderscheiden: jij is veel directer dan je (115). Over andere zaken zou ik de discussie willen aangaan, onder andere als het gaat over de jaarorde (24-25). Wat mij betreft zou het wel wat explicieter hebben gemogen: voor de preek als zodanig is één Schriftlezing doorgaans voldoende. We naderen hier echter de theologie, terwijl dit boek niet toevallig is opgenomen in de serie 'Schrijfgidsen voor communicatieve beroepen'. Hier en daar hadden theologische keuzen misschien wel wat explicieter verwoord mogen worden.
Oskamp en Geel adviseren geregeld een eigen bandopname te beluisteren en ook zo kritisch te leren zijn op de voordracht (172-173). Ik heb er een uitroeptekentje bij gezet. Een video zou, denk ik, nog beter zijn. En: het lijkt me raadzaam dat collega's in groepsverband elkaars preken/kerkdiensten beluisteren, bekijken en evalueren. Een uitvoerige lijst met controlevragen voor de preekanalyse is als bijlage opgenomen en kan daarbij goede diensten bewijzen (179-181). Voor wie dat wel erg dichtbij komt, of deskundige begeleiding een voorwaarde is: in de gids postacademisch onderwijs voor predikanten en kerkelijk werkers in de SoW-kerken staat voor het komende vroege voorjaar nog een cursus 'Analyse van preken' in Kampen vermeld. Wie weet is er nog plaats.

P. Oskamp en R. Geel, Concreet en beeldend preken (= Schrijfgidsen voor communicatieve beroepen 7) (Bussum 1999; 192 pag.; ISBN 90 6283 164 8), ¦ 37,50.

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 47 (1999), nr. 48 (3 december).