Naar aanleiding van 400 jaar ‘remonstrantie’

OUDE DORDTSE BELIJDENIS NOG ALTIJD ACTUEEL

Dordtse synode Op donderdag 14 januari 1610 diende een groep predikanten een remonstrantie, een verzoekschrift, in. De predikanten wensten in navolging van hun leermeester Jacobus Arminius (+ 1559-1609) ruimte voor een andere interpretatie van de leer. In de calvinistische Reformatie werd een sterk accent gelegd op de verkiezende God. Zijn keuze is allesbepalend. Arminius en zijn medestanders waren er echter van overtuigd dat de mens bij machte is de gave van het geloof te verwerpen en daarmee zijn heil af te wijzen. De mens heeft een eigen, vrije wil. Het indienen van de remonstrantie wordt deze week herdacht vanuit de Remonstrantse Broederschap. In navolging van Calvijn krijgt ook Arminius een eigen ‘glossy’.
Het begon met een theologisch meningsverschil. Zoals vaker gingen in de loop der jaren allerlei andere persoonlijke, politieke en historische factoren meespelen. Zo bestond er verschil van opvatting over de verhouding tussen kerk en staat. Het twaalfjarig bestand (1609-1621) in de tachtigjarige oorlog (1568-1648) maakte het mogelijk dat het meningsverschil uitgroeide tot een stevig conflict. Tegelijk stond de broze eenheid van de jonge Republiek op het spel. Het voorlopig einde van de strijd vormde de veroordeling van de nieuwe leer door de synode van Dordrecht in 1618-19. Daarmee was scheuring een feit: de Remonstrantse Broederschap ontstond. Het oordeel van de Dordtse synode werd vastgelegd in een document dat de Dordtse Leerregels is gaan heten. Samen met de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Heidelbergse Catechismus behoort het tot de gereformeerde belijdenisgeschriften. De Protestantse Kerk noemt de Leerregels in haar kerkorde. Menigeen zou ze daar liever uit schrappen. Om de toenadering tot de Remonstrantse Broederschap te bevorderen. Maar ook om duidelijk afstand te nemen van denkbeelden die in de Leerregels zijn vastgelegd, zoals de gedachte dat God mensen in één besluit verkiest én verwerpt.

God of mens
Ik wil er voor pleiten dat de Protestantse Kerk in haar verbondenheid met het belijden van het voorgeslacht de Dordtse Leerregels te laten staan. Dat betekent niet dat ik anno 2010 hetzelfde document zou schrijven. Hetzelfde zal nu anders gezegd moeten worden. De Leerregels moeten gelezen worden in hun historische context. De Gereformeerde Kerk heeft indertijd beseft dat een belangrijke keuze van de calvinistische Reformatie op het spel stond. In de kerk van Rome was het de mens die verantwoordelijk was voor zijn eigen heil. Hij kon door goede werken, geloof, en geld het heil bewerken. Dat leidde tot geloofsonzekerheid: is het ooit genoeg? Calvijn stelde daar een zekerheid tegenover: God maakt de keuze. De ondertekenaars van de remonstrantie haalden de menselijke verantwoordelijkheid en daarmee de geloofsonzekerheid weer binnen. De jonge Gereformeerde Kerk van die dagen kon niet anders dan daar krachtig stelling tegen nemen.

Verwerpen
Daarmee is het laatste woord nog niet gezegd. De wijze waarop kerk en staat (!) met de remonstranten omgingen is beslist niet voor herhaling vatbaar. Velen vluchtten. De harde opstelling is ook in de Leerregels zelf terug te vinden. De hoofdstukken bestaan steeds uit twee delen. Eerst wordt de orthodoxe leer uiteengezet. Vervolgens worden de (remonstrantse) dwalingen benoemd en expliciet verworpen. Met dat laatste sluit men aan bij een lange traditie, al is er ook een wezenlijk verschil. Het rooms-katholieke Concilie van Trente (1545-1563) bijvoorbeeld verwierp niet een leer maar ménsen van een bepaalde leer. De Dordtse aanpak is onmiskenbaar een vooruitgang. Tegelijk had de kerk het kunnen laten bij een positieve uiteenzetting van wat ze geloofde.

Piketpaaltje
Terecht zijn kritische kanttekeningen geplaatst bij de wijze waarop de Leerregels met de uitverkiezing omgaan. Verkiezing en verwerping in één Goddelijk besluit. Dat kan ik zo niet meer nazeggen. In dat verband kan ook gewezen worden op de waarde van de vrije menselijke wil. De sterke nadruk op Gods keuze ten koste van de menselijke, staat dat niet haaks op het moderne levensgevoel? Of de benadering meer vrijzinnig is of evangelicaal, er is in het hedendaagse kerkelijk leven veel meer ruimte voor de menselijke kant. Het mensbeeld is positief. De Dordtse Leerregels kunnen ons bepalen bij het feit dat dat niet zo vanzelfsprekend is als wij nu vaak denken. Dat betreft niet alleen het historisch perspectief, maar ook het actuele. Hoe vrij is een mens feitelijk? Ik raak hiermee een complex vraagstuk. Maar als ik alleen al kijk naar alle invloeden die op ons afkomen, dan denk ik dat de hooggeprezen vrijheid voor een deel fictie is. Het maakt nogal wat uit in welk gezin je geboren wordt, naar welke school je gaat, wat je lichamelijke conditie is. Het is bepalend voor wat iemand wel en niet kan doen, medebepalend voor de keuze die iemand maakt. De notie van een (ver)kiezende God is een piketpaaltje dat me helpt in het heden in geloof de juiste weg te vinden.

Pastoraat
Ook pastoraal helpen de Leerregels mij concreet. Krachtig wordt beschreven dat God de zijnen niet loslaat, ook al laten ze Hem los. Als voorbeeld worden David en Petrus genoemd. Soms komen bij mensen de twijfels naar boven, zeker op latere leeftijd. Wat is mijn geloof eigenlijk waard? Heb ik wel genoeg gedaan? De aloude heilsonzekerheid in een nieuw jasje. De omgang hiermee vergt pastorale vaardigheden. Maar daarachter ligt voor mij het perspectief van de Leerregels. Zo makkelijk doen mensen Gods keuze niet teniet.

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 57 (2010), nr. 3 (15 januari)



http://www.kwdejong.info

© 2010, KWdJ