Met een klantgerichte benadering valt winst te behalen

Permanente Educatie vereist meer leiding en visie

Koppelverkoop? November 2011 besloot de synode van de Protestantse Kerk tot Permanente Educatie voor predikanten en kerkelijk werkers. In april jl. volgde een nadere invulling van dit besluit. Maar zijn kerk, universiteit en predikanten er wel klaar voor?

Artsen, advocaten en andere hoog opgeleide beroepsgroepen doen het: verplichte nascholing. Waarom predikanten niet?! Zij kenden in de Protestantse Kerk het studieverlof, maar de kerk had er geen zicht op, in hoeverre dit effect had. De eerste plannen beoogden een strak schema met veel verplichtingen. Wie de vereiste punten voor vijf jaar niet haalde, liep kans op ontslag. De bijgestelde plannen konden onlangs wel rekenen op de brede instemming van de synode. Van in totaal drie maanden studie per vijf jaar moet een derde deel besteed worden aan door de kerkelijke universiteit gestuurd aanbod (‘aangestuurd’), een derde deel aan cursussen van de universiteit of andere erkende aanbieders (‘vrije ruimte’), en kan tot slot een derde deel door de predikanten zelf worden ingevuld.

Enkele weken geleden ontving ik het cursusaanbod van de Protestantse Theologische Universiteit voor 2012-2013. Hoe zouden kerk en universiteit op de ontwikkelingen van het afgelopen jaar gaan inspelen? Het antwoord is kortweg ‘niet’. Hoewel het aanbod geactualiseerd is, is het niet wezenlijk anders dan vorig jaar. Zowel toen als nu worden 31 cursussen aangeboden. Eigenlijk zijn het er nu een paar minder, omdat enkele cursussen op verschillende tijden en locaties te volgen zijn. Het geringe verschil met vorige jaar kan er mee te maken hebben dat ook vorig jaar al gerekend is met de invoering van Permanente Educatie. Inhoudelijk is er sprake van een breed aanbod, met veel aandacht voor ‘bijspijkeren’. Dat is niet per definitie praktijkgericht. Een predikant meldt op internet bij een cursus 'God ter sprake brengen in een moderne geseculariseerde samenleving' toch wel iets meer te hebben verwacht dan Miskotte en Pannenberg. Het enige wat ik zelf echt mis is een breder en gevarieerder aanbod met het oog op missionaire activiteiten.

Een van de klachten in het afgelopen jaar was, dat cursussen relatief te kort van tevoren bij gebrek aan deelname worden afgelast. Voor predikanten is dat knap lastig. Zij hebben een aantal dagen of een week vrij gepland. Dat moet later opnieuw, nog steeds moet immers een cursus gevolgd worden. Dit verhoogt hun efficiency bepaald niet. Een collega kreeg afgelopen seizoen twee keer met een afzegging te maken. Noch in de folder met cursussen noch op de website wordt hier enige aandacht aan besteed, laat staan dat een oplossing wordt geboden.

Aan de scholing in het aangestuurde deel zijn voor de predikant geen cursuskosten verbonden. Dat ligt anders voor de vrije ruimte. Voor het plannen van deze cursussen is het wel handig te weten wat ervoor betaald moet worden. De bedragen zijn doorgaans pittig. Predikanten krijgen al jaren een vergoeding voor nascholing, konden die naar eigen inzicht besteden – dus ook voor boeken –, maar zijn nu in feite verplicht het geld aan cursussen uit te geven. Verwezen wordt naar de website, maar helaas was toen ik me wat verder in de thematiek verdiepte – 2 juni – daar nog niets te vinden. Ook het aanmeldingsformulier ontbrak (nog). Nu verhuist de PThU en zal veel tijd uitgaan naar andere zaken, maar de vernieuwingen zaten er al lang aan te komen. Bovendien: als de PThU niet in staat is te ‘leveren’, had ze dit de synode moeten melden. Die had op grond daarvan de Permanente Educatie kunnen uitstellen. Zo het nu gaat, is het voor het project een valse start.

Dat geldt nog een ander punt. Het zou voor de planning van gemeenten en predikanten al een stuk makkelijker zijn als meer in mei en juni te doen valt, als het in het gemeentewerk wat rustiger wordt. Hoewel het in 2013 wat beter is dan in het nu lopende jaar, is het maar een fractie van het geheel. Opnieuw de vraag: heeft de PThU zich wel ingeleefd in de situatie van haar potentiële klanten?

In het aangestuurde deel van de Permanente Educatie is de PThU (vrijwel) monopolist. Zij is de enige die de desbetreffende cursussen aanbiedt. Predikanten moeten deze cursussen volgen om de benodigde punten op hun naam te kunnen schrijven. Het gevaar van een monopolist is altijd dat deze niet klantgericht hoeft te zijn. Klanten komen toch wel. Dat kan irritant zijn, maar niet per definitie slecht. In het onderwijs ligt dat anders. Om optimaal te leren is motivatie nodig. Die zal minder zijn als een cursus alleen gevolgd wordt ‘omdat het nu eenmaal moet’. Het lijkt me daarom een uitdaging voor de PThU om meer klantgericht te denken, vanuit de situatie van de predikant. Dat zal gevolgen moeten hebben voor de vorm. De website is altijd up to date. Cursussen gaan door, ook al is het aantal aanmeldingen gering. De prijs gaat naar beneden voor cursussen in de vrije ruimte die vaker worden aangeboden (en dus minder voorbereidingstijd van de docent vergen). Maar ook voor de inhoud. Ik kan moeilijk inschatten of het huidige aanbod aansluit op wat predikanten wensen. Mogelijk niet, omdat er nogal wat cursussen gecanceld worden. Wat is er tegen als de PThU ieder jaar bij vijf à tien werkgemeenschappen op bezoek gaat om behoeften te peilen? Zo suggereerde een collega meer met groepen te gaan werken die gezamenlijk een bepaald cursustraject volgen. Samen studeren stimuleert. Onderlinge uitwisseling vergroot de productiviteit. Collegiale banden worden versterkt. Het zou zelfs denkbaar zijn een stuk ‘vrije ruimte’ hierbij te betrekken. In een goed gesprek komen vast meer van dit soort ideeën naar voren. Het vergt wel leiding en aansturing. Vanzelf gaat het niet.

Permanente Educatie biedt ongekende kansen. Maar het wordt hoog tijd dat kerk en PThU als eerstverantwoordelijken die kansen waarmaken. Anders blijven we na de eerdere moeizame besluitvorming nog een hele tijd doormodderen. Bij een minder aantrekkelijk aangestuurd aanbod zal uitstelgedrag ontstaan: een overmatige vraag naar cursussen over 4 à 5 jaar, als predikanten wel moeten om aan de verplichtingen te voldoen. Voorkomen is beter.

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 60 (2012), nr. 24 (22 juni)



http://www.kwdejong.nl

© 2012, KWdJ