Beroepingsprocedure in PKN heeft grote gevolgen

POSITIE VAN DE PREDIKANT IS VERZWAKT

Beroepingsprocedures in de kerkorde In de afgelopen maanden is meer dan eens gezegd dat er met de komst van de PKN niet zoveel verandert. In grote lijnen klopt dat. Toch zijn er ook veranderingen die in de praktijk ingrijpende gevolgen kunnen hebben. Dat is bijvoorbeeld het geval in de procedure voor het beroepen van een predikant.

De beroepingsprocedure in de PKN wijkt wezenlijk af van hetgeen vroeger gebruikelijk was. De gemeente krijgt een veel grotere invloed dan voorheen. Dat brengt vooral veranderingen met zich mee voor de Hervormde tak, maar ook Gereformeerden zullen zich moeten aanpassen. Mijn indruk van de afgelopen maand is, dat men zich nog lang niet overal rekenschap heeft gegeven van de veranderingen. Nu zijn er ook voor het beroepingswerk overgangsbepalingen in het leven geroepen, waardoor het tot 1 januari 2005 mogelijk blijft tot op zekere hoogte op de oude voet door te gaan. Menigeen zal bij het lezen van deze regels zijn schouders ophalen. Kerkrecht is weinig populair. Zodra er echter moeilijkheden ontstaan, worden de regels ineens heel belangrijk. Zeker in de kerkorde van de PKN maakt een kerkenraad die de regels niet volgt, grote kans om bij een bezwaarprocedure in het ongelijk gesteld te worden. Dat heeft dan niet alleen gevolgen voor de betrokken kerkelijke gemeenten, maar eveneens voor de beroepen predikant. Wat de uitkomst ook is, er zal sprake zijn van schade. Als het beroep wordt terug gedraaid, zal het voor de predikant moeilijk zijn in zijn oude gemeente de draad weer op te pakken. Bij alles blijft iets hangen van ‘hij wilde toch weg …?!’ Als de procedure de toets der kritiek toch kan doorstaan, heeft de predikant in de nieuwe gemeente een slechte start. Hij moet beginnen met onenigheid, een sfeer van wantrouwen, boosheid, enzovoort. Het luister daarom nauw, juist als het om regels gaat.

Zoals al aangegeven, heeft de (wijk)gemeente in de PKN een grote stem in de beroepingsprocedure. Dat komt Gereformeerden bekend voor. Zij hadden al het kerkordelijke recht hun predikant te verkiezen, ook als er van een enkelvoudige kandidaatstelling sprake was. In Samen op Weg gemeenten kon daarvan echter in de meeste gevallen van worden afgeweken. Dan was overeenkomstig de Hervormde regelgeving de kerkenraad gerechtigd zelfstandig te kiezen zonder daarbij op enigerlei wijze de gemeente te betrekken.
De verkiezing geschiedt door de stemgerechtigde leden van de gemeente. Als er één kandidaat is, is tweederde van de uitgebrachte geldige stemmen vereist. Tot de stemgerechtigde leden behoren in ieder geval de belijdende leden. In een plaatselijke regeling kan echter ook worden bepaald, dat doopleden ouder dan 18 jaar en zelfs gastleden stemrecht hebben. Dat is nieuw. Zoals zo vaak bij wetgeving bestaat er een uitzondering op de voorgeschreven verkiezing door de gemeente. Als er meer dan 200 stemgerechtigde leden zijn, kán in de plaatselijke verkiezingsregeling vastgelegd worden dat de verkiezing plaatsvindt in de kerkenraad. Zo was het ook in de Hervormde kerkorde. Voor een dergelijke bepaling moet nu wel toestemming worden gegeven door het breed moderamen van de classicale vergadering. De kerkordelijke regel zelf is neutraal geformuleerd. Maar De toelichting op de kerkorde van P. van den Heuvel e.a. is allerminst neutraal in de invulling: ‘Dat [genoemd breed moderamen] zal daarbij moeten beoordelen of de wens om de verkiezing van de predikanten over te laten aan de kerkenraad in het belang van de gemeente is.’ Ik kan me voorstellen dat dat bijvoorbeeld het geval is als een gemeente per traditie te maken heeft met verdeeldheid. Groepen profileren zich door zich pro en contra de kandidaat op te stellen. Een predikantsverkiezing zou de verdeeldheid dan kunnen versterken. Een kerkenraad zal het in zo’n situatie ook niet makkelijk hebben, maar gezien zijn beperkte omvang het proces beter kunnen bewaken.

Uit het voorgaande mag duidelijk zijn, dat de positie van de (wijk)gemeente bij het beroepingswerk door de bank genomen versterkt is. In uitzonderingsgevallen zullen Gereformeerden een stapje terug moeten doen, nl. als wordt toegestaan (!) dat de kerkenraad zelf kiest. Ook in het vervolg van de procedure is de positie van de gemeente versterkt. Volgens de oude regels kon na de verkiezing in de kerkenraad al vrij spoedig de beroepingsbrief de deur uit. Vaak gebeurde (en gebeurt) dat met een delegatie die de brief persoonlijk komt overhandigen. In de Gereformeerde Kerken bestond daarvoor geen regelgeving. Volgens de Hervormde kerkorde moest na de verkiezing door de gemeente, en zo die er niet was na de afkondiging van het beroep twee dagen gewacht worden. In deze periode konden bezwaren worden ingediend tegen de gevolgde procedure. Blijkbaar heeft men ingezien dat deze termijn toch wel bijzonder kort is en hem opgerekt tot een week. Als er een bezwaar wordt ingediend, moet met beroepen worden gewacht tot de bezwaarprocedure op bevredigende wijze is afgerond. Voor de te beroepen predikant is dit minder gelukkig. Veelal zal ook in bredere kring wel bekend zijn dat hij verkozen is, maar beroepen is hij nog niet. Het mag overigens ook in de kerkorde van de PKN alleen gaan over de procedure. De persoon van de predikant staat niet per discussie. De eerder genoemde toelichting op de kerkorde noteert in dit verband: ‘Als iemand door de kerk beroepbaar is gesteld en door de gemeente verkozen is, is een ander orgaan van de kerk niet bevoegd om daarin in te grijpen omdat men de keuze niet verantwoord acht. Het is het recht van de gemeente om zelf haar ambtsdragers te verkiezen.’ Met andere woorden: een college van buiten de gemeente kán alleen maar op de formele kant letten. Doet ze dat niet, dan gaat ze het werk van de gemeente overdoen.

Het is niet helemaal duidelijk, hoe de PKN-regels in de overgangsperiode tot 1 januari 2005 moeten worden gehanteerd. In een overgangsbepaling staat: ‘Tot die datum vindt de verkiezing van ambtsdragers [waaronder predikanten] in de gemeente plaats met inachtneming van de regeling die voor 1 mei 2004 ter plaatse van kracht was, voorzover niet in strijd met het bepaalde in ord. 3.’ De bepaling lijkt royaal, maar het venijn zit in de door mij gecursiveerde staart. De hiervoor geschetste regels staan alle in ordinantie (afdeling) 3 van de kerkorde en hebben dus een dwingendrechtelijk karakter. Problematisch is echter de regel voor het geval de kerkenraad de predikantsverkiezing aan zich wil houden. Daarvoor is toestemming van elders noodzakelijk. Die zal er doorgaans (nog) niet zijn. Is een verkiezing door de kerkenraad nu geldig als het oude reglement daartoe de ruimte biedt? Het is strikt genomen wel in strijd met een regel uit ordinantie 3. Dat maakt de uitkomst van een bezwaarprocedure in een dergelijk geval uitermate onzeker.

De nieuwe regelgeving voor het beroepingswerk zal in veel gevallen zorgen voor een aanzienlijk langduriger procedure dan nu het geval is, zeker in vanouds Hervormde gemeenten. Het is het belang en de invloed van de plaatselijke gemeente die om deze extra tijd vraagt. Achterkamertjes blijken niet alleen in de politiek passé. De positie van de predikant wordt daarentegen verzwakt. Hij moet langer wachten tot hij weet waar hij aan toe is. Zijn naam wordt voor het beroep in een bredere kring bekend. Dat maakt hem kwetsbaarder, zeker als er in zijn huidige gemeente al problemen zijn. Een en ander maakt duidelijk, dat het zaak is in het beroepingswerk ook nu al de nieuwe regels nauwkeurig te hanteren. De kandidaat-predikant is sneller beschadigd dan voorheen. Het zou overigens interessant zijn in de discussie die in het afgelopen jaar over het predikantsambt gevoerd is, ook de hier geschetste regelgeving te betrekken. De positie van de predikant is er naar mijn idee bepaald niet sterker op geworden.

Klaas-Willem de Jong.

N.B. De vereisten voor een correcte beroepingsprocedure omvatten aanzienlijk meer dan in dit artikel aangeven. Zie daarvoor de kerkorde en De toelichting op de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland van P. van den Heuvel e.a.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm geplaatst in Centraal Weekblad 52 (2004), nr. 25 (18 juni).

© 2004, KWdJ