Pleidooi voor de brieven in het oecumenisch leesrooster

DE BRIEVEN WORDEN NIET GELEZEN

Pleidooi voor de brieven in het oecumenisch leesrooster De gemiddelde kerkganger in de PKN heeft in de afgelopen dertig jaar weinig uit de nieuwtestamentische brieven horen preken. Paulus en zijn medeapostelen kregen in de leesroosters een ondergeschikte plaats. Ten onrechte, zo stelt de Groningse hoogleraar Nieuwe Testament Geurt Henk van Kooten.

ĎDie moeilijke Paulusí: een boekje uit 1977 draagt deze verzuchting als titel. In feite was het een eeuwenoude klacht, meer precies een klacht die we ook in de Bijbel al tegenkomen. De auteur van de tweede Petrusbrief beklaagde zich er al over dat wat de bekende apostel schrijft, Ďmoeilijk te begrijpen isí. De hedendaagse gelovige zal dat oordeel overigens over vrijwel alle brieven vellen. Maar kent hij die brieven eigenlijk wel? Onbekend maakt onbemind. Ten onrechte, zo ontdekte ik laatst nog eens op een bijeenkomst van dertigers en veertigers. We lazen een lastig gedeelte, Romeinen 7: 13-26. Ik vroeg de deelnemers naar hun gedachten en associaties. ĎDit gaat over het leven van alledagí, zo reageerde een van de aanwezigen. Er ontstond een geanimeerd gesprek over het maken van keuzes, het enerzijds willen en het anderzijds toch niet doen. Paulus had een gevoelige snaar geraakt.

Marginaal
Op grond van voorgaande ervaring is het een goede zaak dat prof. G.H. van Kooten een diepgaand onderzoek heeft ingesteld naar de plaats van de nieuwtestamentische brieven in het Oecumenisch Leesrooster. Hij is niet de eerste die kritiek oefent. Hij is wel de eerste die specifiek dit onderwerp aan de orde stelt. Hij komt tot de conclusie dat de brieven in en soms zelfs buiten de marge van het leesrooster terecht zijn gekomen. Dat bestaat inmiddels zoín dertig jaar en wordt zo langzamerhand in een substantieel aantal Protestantse Gemeenten gebruikt. Er is dus een generatie opgegroeid die in ieder geval in de kerkdiensten nauwelijks meer heeft kennis gemaakt met dit deel van de Bijbel. Het kan bijna niet anders, of dat laat zijn sporen na, bijvoorbeeld als het om een klassiek begrip als zonde gaat. De brieven geven ons een eigen kijk op Jezus. Van Kooten bestrijdt de suggestie dat deze kijk van minder waarde is dan die van de evangeliŽn. De (meeste) brieven zijn ouder dan de evangeliŽn. Het geeft te denken dat de vroeg-christelijke gemeente eerst de brieven heeft gekregen en pas later de evangeliŽn.

Oorzaken
Het onderzoek dat Van Kooten heeft gedaan is grondig. Zijn verslag is dat ook. Nauwkeurig beschrijft hij de achtereenvolgende jaren van het rooster, de kritiek en de verschuivingen. Het valt te hopen dat de geÔnteresseerde lezer die het allemaal teveel wordt, het boekje niet vermoeid en teleurgesteld terzijde legt, maar doorbladert. Bijvoorbeeld naar hoofdstuk 2 op tweederde van het boekje. Daar wijst Van Kooten op enkele oorzaken van de marginalisering van de brieflezingen. Zo heeft het evangelie prioriteit gekregen. Alsof ook bijvoorbeeld in de brieven geen Christusverkondiging te vinden is. Verder wijst Van Kooten op de hernieuwde aandacht voor het Oude Testament, ook in de leesroosters. Naast Evangelie en Oude Testament bleef voor de Brieven eigenlijk geen plaats over. Daar kwam dan nog bij dat de toenemende samenwerking met de kindernevendienst het gebruik van niet-verhalende stof zoals die van de brieven, problematiseerde.

Het kan er nu even op lijken dat Van Kooten eigenlijk helemaal niets van leesroosters moet hebben. Dat is echter niet het geval. De zogenaamde vrije keuze door de plaatselijke predikant blijkt in de praktijk een beperkte keuze te zijn. Bepaalde Schriftgedeelten komen veelvuldig aan bod, andere vrijwel nooit. Een leesrooster kan er in principe voor zorgen dat de Schrift in zijn geheel aan de orde komt.

Volwaardig
Het zal niet verbazen dat Van Kooten ervoor pleit aan de brieven een volwaardige plaats in het leesrooster toe te kennen. Ik noem enkele keuzes die dat volgens hem vereist. Waar in het verleden is gepleit voor een geÔntegreerd rooster voor eredienst en kindernevendienst, zou hij de invloed van de laatste (middels de NZV, de Nederlandse Zondagschool Vereniging) willen beperken. De nadruk op het narratieve, verhalende zou daardoor kunnen verminderen. Verder wil Van Kooten gelijkwaardige Ďsporení invoeren. Nu eens bepaalt het Oude Testament waar het over zal gaan, dan het Evangelie en op weer een ander moment een van de Brieven. Dat heeft volgens Van Kooten alleen kans van slagen, als de dominantie van de wekelijkse evangelielezing wordt doorbroken. Dat is een radicaal standpunt, dat de fundamenten van het huidige Oecumenisch Leesrooster raakt. De basis van dit rooster wordt gevormd door de evangelielezingen zoals ze in het rooms-katholieke lectionarium uit 1969 voorkomen. Deze keuze heeft dus vergaande oecumenische implicaties, al blijven die onderbelicht. Het gaat Van Kooten hierbij niet alleen om ruimte te bieden aan eventuele brieflezingen. Hij wijst er ook op dat het accent ten onrechte ligt op MattheŁs, Markus en Lucas, de zogenaamde synoptische evangeliŽn. Persoonlijk zou ik daar aan toe willen voegen dat een dergelijke fundamentele heroriŽntatie kansen biedt de pericopen op een weloverwogen wijze af te bakenen. Het kritiekloos overnemen van de evangelielezing uit het roomse lectionarium geeft nu soms vreemde resultaten. Onlangs werd bijvoorbeeld als evangelie Lukas 20: 27-38 opgegeven, terwijl het gedeelte toch echt tot vers 40 doorloopt.

Van Kooten maakt duidelijk dat het hoog tijd is om eens kritisch naar het bestaande leesrooster te kijken. De impact van het rooster op de geestelijke vorming van de gemeente is groot. Het is eigenlijk vreemd dat de PKN daar in de praktijk zo kritiekloos mee om is gegaan de afgelopen jaren. Voor een bredere bezinning zou het dienstig zijn als er een eenvoudige brochure zou komen met de essentie van Van Kootens betoog.

G.H. van Kooten, Het Oecumenisch Leesrooster (1977-2010). Geschiedenis, filosofie en impact (Groningen-Tilburg 2007). De uitgave is voor 15 Euro, incl. verzending, te bestellen via tel. 050-3634587 of lit.inst@rug.nl

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Centraal Weekblad 56 (2008), nr. 1 (4 januari).


http://www.kwdejong.info

© 2008, KWdJ