Nog slechts weinig predikanten nemen de electronische snelweg

TE BINNENKERKELIJKE TAAL OP INTERNET

Ook de SoW-kerken hebben de route naar de elektronische snelweg gevonden. Er bestaat al geruime tijd een door het LDC ingerichte site, thans te vinden op het voor de hand liggende adres www.sowkerken.nl. De afdelingen van het LDC in Utrecht presenteren zich echter nog maar mondjesmaat via dit medium en soms is de informatie al weer verouderd. Op deze website worden onder ‘plaatselijk’ de links gegeven naar zo’n 150 plaatselijke (wijk)gemeenten. Dat lijkt veel, maar naar mijn schatting doet meer dan 90 % dus nog niet mee op het net. Het kan natuurlijk bijna niet anders, dat ook predikanten een plek hebben gekregen op deze plaatselijke sites. Toch is die plek vaak bescheiden. Vooral hun preken moeten zorgen voor een nadere kennismaking. Maar eigen sites van predikanten zijn eerder uitzondering dan regel.

Eigen debuut
Ongeveer een half jaar geleden maakte ikzelf mijn debuut als predikant op het net. Het leek me zinnig om ook anderen deelgenoot te maken van mijn ervaringen.

Het begon met de ontwikkeling van de site van een organisatie, waarvoor ik het secretariaat voer, de Liturgische Kring. Deze Kring heeft vele jaren wat in de marge van het kerkelijk leven verkeerd, maar zoekt nu naar wegen om haar werkzaamheden wat bredere bekendheid te geven. Het internet werd beproefd, en met resultaat: enkele tientallen bezoekers (‘hits’ in vaktermen) waren het resultaat. Snel daarop kwam de vraag: ‘Waarom richt je ook niet zelf een site in?’ Aanvankelijk aarzelde ik. Het internet is een publiek domein. Iedereen kan voorbij komen en kennis nemen van wat je geschreven hebt. De kansen die dat biedt, hebben ook schaduwzijden. Zal een bijdrage voor het eigen kerkblad ook elders begrepen worden? Wat moeten die onbekende surfers met wat meer persoonlijke gegevens? Zulke gegevens hoeven natuurlijk niet per se op een site, maar ze geven er wel kleur aan. Hoewel ik wat aan bleef hikken tegen het exhibitionistische karakter van dit experiment, gaven de mogelijkheden die de site bood de doorslag. Maar een gering aantal leden in de wijk heeft een abonnement op een het regionale kerkblad dat wekelijks verschijnt. Via internet zouden zij daar toch kennis van kunnen nemen. Zo nu en dan werd gevraagd om de tekst van een bepaalde preek. Geplaatst op de site zou iedereen er direct kennis van kunnen nemen. Ook zou er informatie over onze wijkgemeente opgenomen kunnen worden, te meer daar deze nu nog een eigen site ontbeert. Verder zou ik eigen (wetenschappelijk) werk voor een wat breder publiek toegankelijk kunnen maken.

Mailgespreksgroep
In de loop van oktober ging ik van start. Gelukkig werd het technisch werk voor mij gedaan, want dat is bepaald niet eenvoudig. Teksten die op het net gezet worden, moeten grondig bewerkt worden. Lettertype, kleur, vet en cursief, het moet allemaal overgezet worden in de HTML-taal van het net. Ik maakte het adres in eerste instantie alleen bekend via de plaatselijke en regionale kerkbladen en richtte me daarmee primair op de eigen gemeente en haar directe omgeving. Per mail – uiteraard ook op de site vermeld – kwamen zonder uitzondering positieve reacties binnen. Ik merkte dat het voor sommigen verrassend was kanten van me te leren kennen die anders niet zo gauw aan de orde komen. De studie van grotkerken naar aanleiding van een gemeentereis naar Turkije bijvoorbeeld. De hoofdtekst van mijn proefschrift. Of mijn hobby, al was die door de beroepingscommissie indertijd ook bekend gemaakt. In december koppelde ik een mailgespreksgroep aan de site, in eerste instantie bedoeld voor de eigen wijkgemeente. Allen die zich voor deze groep hebben aangemeld kunnen mailtjes verzenden en ontvangen. Het is een moderne mogelijkheid om met elkaar in gesprek te raken, in dit geval over zaken rond geloof, theologie en (wijk)gemeente. Hoewel het internet gebruik in de wijk hoog is, is de animo om hier aan mee te doen tot op heden beperkt. Toch zijn er enkele aardige gedachtewisselingen geweest, over het kerklied bijvoorbeeld, of over de vormgeving van de preek. Enkele malen heb ik de leden van de mailgroep gevraagd met het oog op mijn preekvoorbereiding te reageren op een bepaalde Schriftlezing. Dat leverde aardige resultaten op. Iemand reageerde later persoonlijk, dat de voorbereiding ‘extra verdieping’ gaf, ‘het beluisteren van de preek’ intensiveerde en de aandacht verscherpte.

Ik weet niet, wie mijn site verder aandoen. Het aantal hits wisselt sterk, van een paar dagen geen tot een dag met vijf of zes bezoekjes. Een enkele keer maakt iemand zich in het gastenboek of met een mailtje nader bij mij bekend. Al te hoge verwachtingen moet men niet hebben van de effecten van dit medium op mensen buiten de eigen kring, al komt er via een link op de site van de Liturgische Kring (die op zijn beurt weer banden heeft met andere websites) nog wel eens een ‘vreemdeling’ langs. Een uitvoerige beschrijving in het dagblad Rijn & Gouwe als site van de week leidde amper tot meer dan de gemiddelde belangstelling. Wel succesvol was het plaatsen van de kerstnachtpreek, te benaderen met een eigen webadres en via een zogenaamde Audio Player te beluisteren. Dit was middels een persbericht aangekondigd en had aardige artikeltjes in de schrijvende pers tot gevolg. Alleen al op eerste kerstdag tikten 25 mensen het juiste adres in, maar hieronder waren ook zeker een aantal ‘eigen’ gemeenteleden.

Collega's
In de afgelopen maanden heb ik ook eens onderzocht hoe collega’s actief zijn op het net. Hun aantal is overigens gering. De sites zijn soms slechts met grote moeite te vinden. Het kan dus zijn, dat ik er enkelen gemist heb, maar het gaat in de SoW-kerken om hooguit enkele tientallen. De aanpak verschilt sterk. Zo heeft ds. C.A. Boonstra, predikante voor de werkbegeleiding, een persoonlijk getinte site. Ze laat ons delen in gegevens over familie, werk en interesses. Preken ontbreken. Ds. A.A.R. Kamermans uit Goes daarentegen beperkt zich tot zijn werk als predikant en accentueert daar vooral de theologische zijde van. De bezoeker krijgt een indruk, hoe hij gelooft en theologiseert. De data voor uiteenlopende toerustingsavonden staan uitnodigend vermeld. In wat de rechterflank van de Hervormde Kerk mag heten is de aanpak directer. Ds. W. van Vlastuin te Katwijk probeert in de rubriek levensvragen met de surfer in gesprek te gaan. ‘Hebt u God lief?’, zo luidt de eerste vraag. Daarop volgen vele andere vragen en antwoorden, net als in een catechismus, steeds grondig gedocumenteerd met bijbelteksten. Zijn collega R.A. Grisnigt uit Bennekom volgt een zelfde lijn, maar pakt het iets subtieler aan. Hij laat op de achtergrond muziek klinken, onder meer ‘Welk een vriend is onze Jezus’. Iets uit het Geneefs psalter zou misschien ook wel aardig zijn geweest. Een aparte categorie vormen verder de gepromoveerden onder de predikanten. Vrijwel zonder uitzondering laten zij de belangstellende kennis maken met hun dissertatie en verder wetenschappelijk onderzoek. Ik noem in dit verband de studie van dr. A. Polhuis in Rotterdam naar Barth en die van dr. M.J. Aalders te Amstelveen naar de ethischen tussen 1870 en 1920.

Ik concludeer, dat predikanten zeker mogelijkheden hebben op het net, al is het de vraag of hun gemeenteleden hier nu zo direct op zitten te wachten. Flitsend zijn de predikantensites nauwelijks. Nieuws is er wel, maar dat beperkt zich meestal tot preken en kerkbladartikelen. Naar buiten toe is de uitstraling zo mogelijk nog beperkter.

Fundamenteler
Toch zou het goed zijn eens wat fundamenteler na te denken, hoe die toevallige voorbijganger geboeid zou kunnen worden. De collegae Grisnigt en Van Vlastuin doen vanuit hun invalshoek pogingen, maar ook andere delen van de kerk zouden zich op dit terrein moeten wagen. Wel is het de vraag, of dat niet eerder een zaak moet zijn van gemeenten dan van individuele predikanten. Het is trouwens opmerkelijk dat op de meeste kerkelijke SoW-sites, of het nu gaat om predikanten (inclusief de mijne), gemeenten of het LDC, erg binnenkerkelijk wordt gedacht. Juist op iets openbaars als het worldwideweb is dat een slechte zaak.

Al de genoemde sites zijn te vinden als links op mijn eigen website, die onder de naam www.go.to/kwdejong te bereiken is.

Klaas-Willem de Jong.


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Centraal Weekblad 49 (2001), nr. 19 (11 mei).


© 2001, KWdJ