Pastoraal bijklussen

Predikanten ontdekken de markt

*** Predikanten ontdekken de religieuze markt. Alleen of samen met anderen bieden ze hun diensten aan. Tegen een passende vergoeding uiteraard. Hoe moeten we tegen deze ontwikkelingen aan kijken? Klaas-Willem de Jong zet een aantal zaken op een rijtje.

Het is nog niet zo lang geleden dat kerken en predikanten in de eerste plaats hun eigen leden bedienden. Dat ledental daalt. Daarnaast groeit het missionair besef. Het predicaat 'exclusief voor leden' is in hoog tempo aan het verdwijnen, hoewel zeker de predikant altijd al in principe voor een breder publiek beschikbaar was. De deur van de pastorie ging makkelijker open dan die van het kerkgebouw. In die lijn past het initiatief van de Protestantse Gemeente Utrecht enkele jaren geleden om via de organisatie 'ņ Dieu' een predikant te betrekken bij een uitvaart van iemand die geen lid (meer) is van de kerk. Inmiddels zie ik nieuwe initiatieven buiten kerkelijke kaders ontstaan. Predikanten bieden individueel of samen met anderen hun diensten aan. Die anderen kunnen collega's zijn, maar ook mensen met een andere religieuze of levensbeschouwelijke oriŽntatie. Het aanbod is divers. Het kan gaan om gesprekken, maar eveneens om rituelen op de bekende momenten als geboorte, huwelijk en overlijden. Om een idee te geven van de tariefstelling: een uitvaart komt al gauw op ? 500, excl. reiskosten. In dit artikel wil ik verkennen wat deze ontwikkeling van zelfstandig opererende predikanten betekent voor henzelf en voor de kerk.

De kerk laat tot op zekere hoogte ruimte voor predikanten die enigszins oneerbiedig aangeduid bijklussen. Soms hebben die geen keuze, omdat hun parttime aanstelling onvoldoende inkomsten genereert. De Protestantse Kerk bijvoorbeeld verplicht de betrokken kerkelijke vergaderingen zich ervan te vergewissen dat het andere werk 'verenigbaar is met het ambt van predikant en niet strijdig is met het belang van de gemeente of van de kerk'. Verder is er een regeling voor het verrekenen van neveninkomsten. Dat betreft vooral - maar niet alleen - fulltime predikanten. Hun extra werk zal immers makkelijk ten koste gaan van het werk dat ze binnen hun kerkelijke aanstelling verrichten. Zover de formele kant van de zaak.

Onafhankelijkheid
Predikanten die vrij hun diensten aanbieden maken gebruik van de roeping en de zending van de kerk waar ze aan verbonden zijn: zij danken hun ambt aan de kerk. De kans is groot dat klanten zich daar mee door laten leiden. Hoewel de status en het gezag van het predikantschap niet meer zijn wat ze geweest zijn, toch heeft het ambt nog steeds een bepaalde uitstraling. De predikant zal zich buiten de kerk op vergelijkbare wijze moeten gedragen als binnen de kerk. Daar begint al iets te wringen. Gedragscodes voor geestelijken verbieden doorgaans dat zij voor hun diensten bijdragen in geld of natura in ontvangst nemen. Al te gemakkelijk wordt het anders immers 'Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.' De onafhankelijkheid is in het geding. Hoe zit dat dan met de rekening die de bijklusser uitschrijft? Zelfs als het niet de predikant zelf is die dat doet, maar een collectief, dan nog is er een directe relatie tussen de verrichte dienst en de genoten inkomsten. In de kerk is die relatie veel minder sterk, al zijn er kerkgemeenschappen die voor een uitvaart of een huwelijk een concrete vergoeding vragen. De voorganger wordt echter niet vaak op stukwerk afgerekend.

Grenzen
Lastiger vind ik het echter vast te leggen waar het werk van de gemeentepredikant ophoudt en dat van de bijklussende pastor begint. Stel een niet-lid meldt zich met de vraag om een gesprek. Hoort dat dan bij het gemeentewerk of juist niet? Ik wil niet geheel uitsluiten dat daar geld voor gevraagd wordt, maar zou dat dan niet veeleer bij de kerkelijke gemeente terecht moeten komen?

Effecten
Op meer punten is overlap denkbaar. Stel dat een 'geboorteritueel' gevraagd wordt, uiteraard aangepast op de wensen van de cliŽnt, en dat daar water aan te pas komt. Is dat dan een doop, zeker als iemand de kerk na verloop van tijd vraagt om het ritueel als doop te erkennen? Ik herinner me de discussie enkele jaren geleden met een losgemaakte predikant, zonder eigen gemeente. Hij doopte zo nu en dan op verzoek, zonder het kader van een kerkelijke gemeente. Ik meen dat je hier eigenlijk niet van een geldige kerkelijke doop kunt spreken. In de doopovereenkomst van enkele protestantse kerken met de rooms-katholieke kerk is naast gebruik van (stromend) water en de trinitarische doopformule de bediening door een door de kerkgemeenschap aangewezen persoon een harde voorwaarde. In engere zin valt ook de losgemaakte predikant hieronder, het is echter zeer de vraag of hij bij een 'losse' doop zich nog steeds kan beroepen op de bevoegdheid die de kerk hem ooit verleende. Wat ik maar wil zeggen: predikanten die buiten de kerk geboorterituelen uitvoeren kunnen door hun kerkelijke positie makkelijk misverstanden en daarmee veel ellende veroorzaken. Probleem is dan eigenlijk altijd dat het de kerk verweten wordt zo 'moeilijk te doen', niet de predikant.

De geschiedenis leert dat kerken ontwikkelingen als hiervoor geschetst niet makkelijk kunnen tegenhouden. Met de noodgedwongen keuze voor parttime predikanten werken ze het in zekere zin zelf in de hand. Eenieder moet binnen redelijke grenzen in zijn onderhoud kunnen voorzien. De huidige wildgroei vind ik ongewenst. Predikanten maken gebruik van het ambt dat hen door de kerk verleend is. Hun optreden kan zowel een positieve als een negatieve weerslag hebben op de kerk. Ik zou graag zien dat predikanten en kerken met elkaar in gesprek gaan waar de mogelijkheden en de grenzen van dit vrije werken liggen. Ik geef kerken daarbij in overweging zelf constructies in het leven te roepen, waar niet-leden pastorale diensten kunnen afnemen. Predikanten zitten misschien niet zonder meer op het extra werk te wachten, maar een dergelijke benadering geeft wel heldere verhoudingen.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 63 (2015), nr. 5 (6 maart)



http://www.kwdejong.nl

© 2015, KWdJ