Overvloed aan materiaal maakt veel vieringen mogelijk

AVONDMAAL VOLGENS HET DIENSTBOEK

Opnieuw verdiepen we ons in de jongste proeve voor het toekomstige dienstboek, dit keer vanuit de invalshoek avondmaal. We kunnen dan terecht bij orde I, 'De heilige Schrift en de Maaltijd van de Heer'. In vroegere dienstboeken en veelal ook nog in de praktijk is een orde van dienst rond de preek gewoon en de viering van het avondmaal iets bijzonders. In de nieuwe proeve horen preek en avondmaal er beide helemaal bij. Ze vallen beide onder het beslag van het ene Woord. Het principe achter orde I lijkt op gespannen voet te staan met de gereformeerde traditie, waarbij de preek in het directe verlengde lag van het Woord en het sacrament niet meer dan een teken en zegel. In de afgelopen decennia is echter gebleken, dat dit beeld karikaturaal is. Zeker Calvijn waardeerde het avondmaal bijzonder en opteerde zo enigszins mogelijk voor een wekelijkse viering ervan. Dit neemt niet weg, dat de nieuwe proeve twee sporen trekt om het avondmaal te vieren: een oecumenisch en een klassiek gereformeerd. Ik wil beide typen nader verkennen. We zullen daarbij duidelijk verschillende gemeenten voor ogen moeten hebben.

Oecumenisch
We beginnen met het oecumenische type. Dit zal vooral aanspreken in gemeenten die bewust de weg van de liturgische vernieuwing zijn opgegaan. Het Liedboek wordt gezongen, maar ook nieuwe liederen uit Zingend Geloven komen aan bod. In de diensten wordt ruim aandacht aan de kinderen besteed. Een tweede dienst op zondag zal meestal tot het verleden behoren. Misschien is er in advent en/of veertigdagentijd nog een eenvoudig avondgebed. Er bestaat een tendens om de frequentie van het avondmaal te verhogen. Het wordt tenminste zes keer per jaar gehouden, vaak ook op Witte Donderdag.
Ten opzichte van een uitgave als Onze hulp die in zo'n gemeente een goede bekende geworden zal zijn, is er niet echt veel veranderd. Ik wijs slechts op enkele elementen, die mogelijk toch als nieuw ervaren zullen worden. De vredegroet is zoiets. Als de voorganger gesproken heeft 'De vrede van de Heer zij altijd met u', en de gemeente antwoordt 'En met uw geest', kunnen gemeenteleden elkaar de vrede wensen. Bijvoorbeeld door een hartelijk knikje, een handdruk of zelfs een kus. Ik vermoed dat dit is over komen waaien uit de katholieke kerk, waar het vrij algemeen gebruik is. In de praktijk heb ik gemerkt, dat mensen dit best moeilijk vinden. Aan de ene kant is er terughoudendheid, vinden sommigen het moeilijk zich een houding te geven. Aan de andere kant missen sommigen na enkele keren de spontaneïteit in het gebaar en wijzen deze acte als te formeel af. Veelal onbekend is ook het gebed over de gaven van brood en wijn: '(...) Aan U dragen wij op de vruchten van de aarde, brood en wijn, het werk van onze handen'. De kritische lezer proeft hierin terecht iets van offerterminologie die door het protestantisme altijd afgewezen is. Het gaat duidelijk niét om het opdragen van lichaam en bloed van Christus. In de voorafgaande zinsnede van het gebed wordt bekend: 'Uit uw milde hand hebben wij gaven ontvangen.' Met andere woorden: wij geven slechts terug, wat wij uit Zijn hand ontvangen hebben. Dat is zo expliciet niet geformuleerd in het rooms-katholiek missaal, waar aan het slot te lezen is: 'Maak het voor ons tot brood van eeuwig leven.' De proeve heeft hier: 'Maak het voor ons en voor allen tot leeftocht op weg naar uw koninkrijk, voor nu en altijd.' Het gaat om nuances, maar naar mijn indruk loopt de proeve anders dan het missaal niet direct vooruit op een of andere vorm van transsubstantiatie van de gaven, op de verandering van brood en wijn in lichaam en bloed van de Heer. Wel is het voor mij de vraag, of een gebed als dit eigenlijk niet achterwege kan blijven. Het is in ieder geval voor misverstanden vatbaar.

Kanttekeningen
Een grote vooruitgang is het aantal van 43 tafelgebeden voor het avondmaal, waarvan enkele ook gezongen kunnen worden. Sommige hebben bovendien prefaties - inleiding op het tafelgebed - voor de verschillende tijden van het kerkelijk jaar. Afwisseling genoeg dus. Toch lijkt het me verstandig als gemeenten uit de veelheid een keuze zouden maken. Dat zou de herkenbaarheid ten goede komen en daarmee de kracht van het ritueel versterken. Bij de keuze van een enkel tafelgebed zijn vragen te stellen, onder meer bij 'Wij zegenen U, Vader', geïnspireerd door een vroeg-christelijk geschrift, de Didachè. Gemeten naar de maatstaven van de opstellers is opname twijfelachtig. De gedachtenis van Christus is beperkt, de aanroeping van de Geest zo goed als afwezig. Uit de oorspronkelijke tekst zijn aspecten weggelaten, zoals de terugwijzing van ongedoopten en de oproep tot het doen van boete. Bij het geheel van de avondmaalsviering heb ik de indruk, dat de drempel voor gemeenten die voorzichtig deze weg willen opgaan, wel erg hoog is. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks alternatieven voor responsies opgenomen, terwijl juist daartegen nogal eens verzet rijst. Bij de vredegroet kan het antwoord van de gemeente makkelijk achterwege blijven. Bij de inleiding op de prefatie is dat lastiger. Daar zal een voorganger te rade moeten gaan bij de gereformeerde katern, waarin een variant opgenomen is.

Gereformeerd
Het gereformeerde type avondmaalsviering zal in meer traditionele gemeenten een plek vinden. Het 'meer traditionele' zal ruim genomen moeten worden. Ik vermoed, dat er plaatsen zijn, waar men het houdt op de oude psalmberijming, maar ook zijn er kerkelijk gemeenten waar het Liedboek al weer enige tijd ingeburgerd is. Voor of in de dienst zal men hier en daar ook uit de bundel van Joh. de Heer of uit Opwekking zingen. De liturgische vormgeving is in het algemeen sober. Tweede diensten zijn niet ongewoon en van een catechismuspreek kijkt de gemeente niet op. Het avondmaal wordt hooguit zes maal per jaar bediend, niet zelden ook op Goede Vrijdag. Gemeenten van deze snit vinden we vooral in de Hervormde Kerk, confessionelen en bonders, maar ook is er een bescheiden aantal Gereformeerde Kerken die er toe behoren.
Het gereformeerde type avondmaalsviering komt in het dienstboek op de tweede plaats. De omvang is veel geringer, ongeveer een tiende van het aantal bladzijden dat aan het oecumenische type besteed wordt. Dat is ook wel terecht. De hang naar bekende woorden is groot en dat betekent bij een vrij lage frequentie automatisch een beperking van de variatie. De bekende woorden moeten bovendien confessioneel geijkt zijn. Het is dan veelal veiliger teksten uit het verleden te kiezen. In 'De Maaltijd van de Heer - B' hebben de opstellers een poging ondernomen een nieuw inleidend formulier te maken en dat te verbinden met een vierende orde. In de orde is een rubriek 'Zegening van brood en wijn' opgenomen met bewoordingen uit de hierboven al aangehaalde Didachè. Zal dit bij wat behoudender ingestelde gelovigen in goede aarde vallen? Ondanks het korte en bondige karakter van het formulier zal in ieder geval dat niet gauw gelezen worden. De indrukwekkende passage over het lijden van Christus ontbreekt: 'Hij werd in de hof gebonden, opdat Hij ons zou ontbinden. Hij leed ontelbare smaadheden, opdat wij nimmer te schande zouden worden.' Enzovoort. De vernieuwing is in de toelichting moeilijk te vinden. Die staat achteraan. Eerst worden besproken de twee alternatieven die zijn opgenomen: het oude, lange formulier, met als variant een geactualiseerde zondencatalogus; en een aanzienlijk kortere bewerking van Calvijns formulier. Hierin zijn liturgische aanwijzingen voor collecte en zegen verwerkt. Ook wordt de kerkgangers bij het Onze Vader en de Geloofsbelijdenis het 'Amen' in de mond gelegd. Maar de voorganger kan het natuurlijk ook zelf uitspreken. Gereformeerden die voor het formulier kiezen, zullen 'hun' verkorte versie uit Kerkboek en katern missen. Natuurlijk let niets hen hiernaar terug te grijpen. Maar het zou ten opzichte van deze groep in de SOW-kerken wel aardig zijn geweest, als in de dikke proeve ook voor hen een paar bladzijden waren ingeruimd.

Maat houden
De nieuwe proeve biedt op het terrein van de avondmaalsviering veel, naar verhouding misschien wel te veel. Veertig jaar geleden was de keuze aan avondmaalsformulieren beperkt en waren nauwelijks alternatieven voorhanden. Dat weerhield sommige gemeenten ervan de frequentie van de viering te verhogen. Met de liturgische ontwikkelingen van de afgelopen decennia en dit nieuwe materiaal ligt die tijd ver achter ons. De komende jaren zullen leren, wat uit deze proeve ook op de langere duur houdbaar is. Gemeenten en kerken zou ik willen adviseren maat te houden bij de introductie van nieuw materiaal. Alleen dan zullen kerkgangers in de gelegenheid zijn zich het gebodene eigen te maken.

Dit artikel is als derde in een reeks over Dienstboek, een proeve gepubliceerd in Centraal Weekblad 46 (1998), nr. 49 (4 december).