De zondagse mededelingen: saai? Dat hoeft helemaal niet. Klaas-Willem de Jong vertelt erover.

VAN SAAIE MEDEDELINGEN NAAR LEVENDIG DEELMOMENT

Van saaie mededelingen naar levendig deelmoment Mededelingen: ze horen er standaard bij in de eredienst. Ze worden gedaan door een ambtsdrager of door de voorganger. Ze krijgen een plaats aan het begin van de dienst, al zullen sommigen ook zeggen: voorafgaande aan de dienst. Ook zijn er plaatsen waar ze vooraf gaan aan de voorbeden, na de preek. Elders zijn ze vervangen door een zondagsbrief of beamer. Deze korte inventarisatie wijst erop dat de kerk niet goed raad weet met het verschijnsel van de mededelingen. Deels heeft dat te maken met praktische vragen zoals: hoe krijgen we de soms grote hoeveelheid informatie op een goede manier overgedragen? Maar ook spelen bewust of onbewust meer principiële overwegingen een rol: horen mededelingen nu wel of niet thuis in de eredienst?

Voor ik verder ga, lijkt het me goed erop te wijzen dat mededelingen waarschijnlijk al eeuwen lang een plaats hebben gehad in of bij de kerk. In een tijd waarin papier schaars en drukwerk kostbaar was, werd verreweg de meeste informatie mondeling overgedragen. Voorafgaande aan, aansluitend op of zelfs in de dienst gaf iemand de burgerlijke (!) berichten door, bijvoorbeeld over aanstaande verkopingen en verpachtingen. Vaak deed de predikant dit. Hij stond er toch. De Hervormde synode bepaalde in 1817 dat dit type mededelingen niet in de eredienst thuishoorde. Ze mochten niet door een predikant worden voorgelezen en zeker niet vanaf de preekstoel. Deze praktijk was ‘onwelgevoeglijk’. De koster of voorlezer mocht het wel, ná de kerkdienst als zodanig en op een andere plek in de kerkruimte. Na overleg met de overheid verordineerde de synode vervolgens in 1841 dat ze vanaf een verhoogd en overdekt spreekgestoelte buiten de kerk uitgesproken dienden te worden. In Hellendoorn bijvoorbeeld kan men tot op de dag van vandaag het meubilair voor de zogenaamde Karkesproake vinden. Vanaf dit moment zijn wereldlijke en kerkelijke mededelingen duidelijk van elkaar onderscheiden.

Het palet van kerkelijke mededelingen is veelkleurig: de bestemming van de collecte, het adres van de bloemen, de volgende Bijbelkring, de aanstaande bevestiging van nieuwe ambtsdragers, enzovoort. Daar komt nog een andere ontwikkeling bij. In de afgelopen decennia valt er in het brede midden van de Protestantse Kerk een nieuwe tendens te bespeuren. Op gezette tijden verlenen diverse organen hun medewerking aan de eredienst, bijvoorbeeld de diaconie of de zendingscommissie. Dat komt niet alleen tot uiting in liederen en gebeden, maar ook in een moment waarop informatie wordt verschaft over een concreet project. Al met al is er dan heel veel informatie. De dienst wordt vol, druk, onrustig. Opnieuw stel ik dan de vraag: horen mededelingen wel thuis in de eredienst?

Als voorlopig antwoord op de gestelde vraag, zou ik zeggen: in de eredienst kan in principe alles een plek krijgen wat er aan activiteiten in de gemeente ontwikkeld wordt. Het komt echter vooral aan op de manier waarop. Onze calvinistische traditie is sterk in het verstandelijke en kennisgerichte. Een voorbeeld. In een gemeente heeft men de gewoonte op bepaalde zondagen een liturgisch bloemstuk in de kerk te zetten. Moet vervolgens worden uitgelegd wat dat bloemstuk betekent? Ik zal niet ontkennen dat een uitleg helpend kan zijn, je opmerkzaam kan maken op bepaalde aspecten die anders beslist niet zouden zijn opgevallen. Maar kan en moet zo’n bloemstuk niet in eerste instantie voor zichzelf spreken? Moet iemand voor anderen bepalen wat het wil zeggen? De organist legt de keuze van zijn stukken ook zelden uit. Zijn werk krijgt kleur in het geheel van de dienst. Ik zou er dus voor willen pleiten van het mondelinge verklaren af te zien. Een stukje in een zondagsbrief lijkt me prima. Dat belast de dienst zelf niet. Ook kan ik me voorstellen dat in de dienst een gedicht of dichterlijke tekst bij het bloemstuk gelezen wordt. Dat is wezenlijk anders dan een ‘sturende’, informatieve tekst.

Hoe geven we de inbreng van de gemeentelijke activiteiten een goede plaats in het geheel? Ik zou willen voorstellen: in een ‘deelmoment’ voor de voorbeden, na de preek. Het is het veelkleurige antwoord op het Woord. Uiteraard heeft de kerkenraad iedere keer een en ander door te geven. Ik geef daarbij in overweging dat de bestemming van de bloemen met adresgegevens in een zondagsbrief moet, maar daarnaast op dit moment ook enige persoonlijke aandacht gewenst is. Ik onderstreep daarbij het element van het persoonlijke. Daar is de zondagsbrief minder geschikt voor.
Op deze plaats kan ook de diaconie haar project voor het voetlicht brengen. Het moet het liefst alleen geen feitelijk verhaal worden. Dat kan ook op papier. Zou dit niet het aangewezen moment zijn om eens te vertellen, waarom de diaconie zo enthousiast is over dit project? Of – enger misschien – waarom er ook wel aarzelingen zijn? Een zakelijk relaas met feiten is al snel saai. Als het lukt om iets weer te geven van de motivatie, kan er een vonk overspringen, wordt het spannend.
In het deelmoment zou trouwens in principe ieder zijn zegje moeten kunnen doen. Dat vereist wat praktische handvatten: procedure van aanmelding, maximering van de spreektijd, enzovoort. Maar een deelmoment kan ook ruimte bieden voor een ander type mededelingen. Iemand heeft een conferentie bezocht, is geraakt, en wil daar iets van doorgeven.
Verder is het deelmoment bij uitstek een plaats voor het gedenken van degene die in de voorafgaande week overleden is. Het gebeurt zelfs vaak al op dit moment in de eredienst.
Op de geschetste manier wint het moment van de mededelingen aan dynamiek. Het wordt als het ware een ontmoetingsplek voor heel de gemeente. In de voorbeden die volgen kan worden teruggegrepen op hetgeen in het deelmoment aan de orde is gesteld. De mededelingen worden op deze wijze een volwaardig onderdeel van de zondagse eredienst.

Klaas-Willem de Jong.

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 57 (2009), nr. 7 (13 februari)



http://www.kwdejong.info

© 2009, KWdJ