KENNISMAKEN MET DE VERENIGDE KERK

Een van de nieuwe SOW folders De eindspurt is ingezet in het besluitvormingsproces over Samen Op Weg. In december 2003 moet de definitieve beslissing vallen. Dat zal nog best spannend worden. De meningen lopen uiteen. Dat geldt eigenlijk voor alle drie de kerken. Sommige Lutheranen zijn bang teveel gebonden te worden in de nieuwe kerk. Nogal wat Gereformeerde Kerken hebben aarzelingen omdat zij de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk moeten opgeven. In de Hervormde Kerk zijn er belangrijke stromingen die van mening zijn dat het calvinistische erfgoed onvoldoende tot zijn recht komt. Verder speelt bij allen een grote mate van onwennigheid mee. Bepaalde vertrouwde kaders zullen verdwijnen en daarmee ook een bepaald kerkgevoel. Wat komt daarvoor in de plaats? Op landelijk niveau is onlangs een vijftal informatieve folders gepresenteerd. Welk beeld roepen deze folders op? Zullen ze de aarzelingen en onzekerheid kunnen wegnemen?

Vijf informatieve folders
De folders zijn fraai vorm gegeven vouwbladen, die inhoudelijk zo eenvoudig mogelijk zijn gehouden. Ze dragen de volgende titels: ‘De gemeenteleden in de verenigde kerk’, ‘Beheer in de verenigde kerk’, ‘De kerkenraad in de verenigde kerk’, ‘De classis in de verenigde kerk’ en ‘De synode in de verenigde kerk’. Het probleem dat voor de nieuwe kerk nog steeds geen naam gekozen is, is op een charmante wijze opgelost door er simpelweg ‘verenigde kerk’ van te maken. De lezers, waarschijnlijk vooral leden van de bij het SoW betrokken kerkgenootschappen, weten wat bedoeld is.
De aanpak is steeds dezelfde. Elk vouwblad begint met een korte samenvatting van waarover het gaat. Vervolgens komt een stuk tekst, dat wordt besloten met een karakterisering van enkele trefwoorden. Tot besluit is er in elk van de folders een gelijkluidende rubriek ‘Meer informatie’. Opmerkelijk is dat in de folders op geen enkele wijze naar de andere uitgaven van de serie verwezen wordt. Een gemiste kans. Of wordt ervan uit gegaan dat de vouwbladen steeds met elkaar verspreid worden? Dan was een kleine brochure wel zo handig geweest.

Vele mogelijkheden
Het eerste kopje in de folder ‘De gemeenteleden’ luidt: ‘Vele mogelijkheden’. De boodschap is duidelijk: niemand hoeft bang te zijn in de plaatselijke gemeente zomaar zijn eigenheid te verliezen. Vooral plaatselijk zal er in de praktijk maar weinig echt hoeven te veranderen. Dit sterke punt is tegelijk een zwakte. Een buitenstaander zal op basis van dit vouwblad nauwelijks een beeld kunnen krijgen. Het kan zus, maar het kan ook zo, en voor wie daar niet mee uit de voeten kan, zijn er nog weer andere mogelijkheden … . In de verscheidenheid valt wel op dat vooral woorden en beelden worden gebruikt die in het brede midden en in het linkerdeel van de kerk worden gebezigd: ‘God als Eeuwige ervaren’, ‘herberg’, enzovoort. Klassiekere bijbelse noties van de gemeente als ‘lichaam van Christus’ of als ‘bruid’ komen we niet tegen. Deze beperking doet zich in alle folders voor. Ze wordt bevestigd door de gebruikte foto’s die de uitgaven verlevendigen.
De opstellers van het vouwblad hebben aangevoeld dat de verscheidenheid vragen oproept. Na het constateren van de grote vrijheid, schrijven ze: ‘Tegelijkertijd zijn de kerkelijke gemeenten met elkaar verbonden in de verenigde kerk. Deze samenwerking is er voor de diepe verankering van haar wezen.’ Daar wordt het interessant. Wat wordt met dit laatste zinnetje bedoeld? De tekst kabbelt vervolgens rustig voort over ‘zaken die de plaatselijke gemeente te boven gaan’, ‘geen wanorde of willekeur’, en dergelijke. Jammer, dat het juist hier zo oppervlakkig blijft. Waar gaat het in die landelijke kerk nu ten diepste om? Waar ligt haar specifieke roeping?

Veranderingen
Veranderingen, de vouwbladen draaien er niet omheen. Zo zal het Hervormde verschijnsel ‘geboorteleden’ (hoewel nergens in de Hervormde kerkorde zo genoemd) gaan verdwijnen. Wel is het volgens het vouwblad over de gemeenteleden de bedoeling dat de plaatselijke gemeente de zorg ter harte neemt voor de niet-gedoopte kinderen van gemeenteleden. Het is begrijpelijk dat niet alles aan de orde kan komen. Toch ben ik wel nieuwsgierig, hoe het bijvoorbeeld bij ons plaatselijk zal verdergaan met de twee buitengewone wijkgemeenten van onze Hervormde Gemeente. Voor wie niet weet, wat dat zijn, verklaren de trefwoorden kort: ‘Hervormde gemeenten die niet in eerste instantie zijn georganiseerd op basis van de geografische verbondenheid, maar op basis van een gezamenlijke geloofsbeleving’. De folder maakt duidelijk dat hun zelfstandig voortbestaan buiten kijf staat. Maar hoe zullen ze plaatselijk organisatorisch worden ingebed? Nu komen ze bij ons tezamen met de Hervormde SOW-wijkgemeenten samen in de Centrale Kerkenraad van de Hervormde Gemeente. Als de SOW-wijkgemeenten verenigen – dat wil zeggen: opgaan in één verenigde gemeente – hebben zij in die Hervormde Gemeente echter niet direct meer iets te zoeken. Zo zullen er plaatselijk nog wel veel meer vragen overblijven.
Een aparte folder is geproduceerd over het beheer. Zowel in de Gereformeerde Kerken als in de Hervormde Kerk is dit een heikel punt gebleken. Gereformeerden zijn gewend plaatselijk hun eigen financiële boontjes te doppen, zonder welke vorm van invloed van buitenaf (op provinciaal niveau bijvoorbeeld) dan ook. Enkele tientallen Hervormde Gemeenten hebben aangegeven niet te kunnen leven met recente veranderingen in de Hervormde kerkorde, die de mogelijkheden inperken om plaatselijk beheerszaken ‘vrij’ te kunnen regelen. Dit staat echter in nauwe relatie tot bezwaren tegen SOW die in deze gemeenten leven. In het vouwblad wordt op een rustige wijze en met duidelijke argumenten uitgelegd wat de bedoeling is met de toekomstige structuur van het beheer en het toezicht daarop. Hopelijk zal dit aarzelende Gereformeerde Kerken over de streep trekken.

Toenemend abstractieniveau
De gemiddelde lezer zal zich bij de folder over gemeenteleden nog wel een beeld kunnen vormen. Hij of zij denkt dan in eerste instantie aan zijn eigen gemeente, haar specifieke situatie, het eigen functioneren daarin, enzovoort. Bij de vouwbladen over beheer en kerkenraad gaat dat ook nog wel. Bij de classis en de synode ligt dat een stuk moeilijker. Wat te denken van deze taak van de classis: ‘het voeren van het kerkelijk gesprek om van daaruit de synode te kunnen laten weten wat en hoe er allerlei zaken spelen in de gemeenten’. Wat moet de argeloze lezer zich voorstellen bij dat ‘kerkelijk gesprek’? In tegenstelling tot de plaatselijke (wijk)gemeenten zullen de classes principieel wel alle verenigd zijn. Het is overigens opvallend, hoeveel taken de classes-nieuwe-stijl toebedeeld krijgen. Zijn ze daar voldoende op voorbereid?
De folder over de synode in de verenigde kerk telt maar liefst zestien trefwoorden, die nadere uitleg behoeven. Ook in dit vouwblad worden de ‘pijnpunten’ niet vermeden. Zo wordt ingegaan op de Lutherse inbreng en de status van het gereformeerde belijden vanuit de Hervormde en Gereformeerde Kerken.

Conclusie
Aan het begin stelde ik de vraag, welk beeld de folders oproepen. Ik stel in dat verband vast, dat een vrij sterk accent is komen te liggen bij de organisatie. Dat kan waarschijnlijk ook nauwelijks anders. Inhoudelijk is de verscheidenheid in de SOW-kerken groot. De samenhang ligt vooral in de organisatie. Dat geeft de verenigde kerk landelijk wel een vaag profiel. Ze zal het in haar wervingskracht van de individuele profielen van plaatselijke gemeenten moeten hebben. De vraag van het waarom van de landelijke vereniging blijft daarbij helaas zo goed als onbeantwoord. De folders lijken vooral een appčl te doen op wie al min of meer voor de zaak van de verenigde kerk gewonnen is. Het is jammer dat in het geheel van de aanpak niet geprobeerd is behoudender groepen in de SOW-kerken wat sterker aan te spreken. Zij horen er ook bij. Dat had sterker tot uitdrukking moeten komen.

De vijf folders zijn kosteloos te bestellen bij: Brochureverkoop LDC, Postbus 8507, 3503 RM Utrecht (telefoon: 030 – 880 18 80; mail: brochureverkoop@sowkerken.nl).

Klaas-Willem de Jong.


Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 50 (2002), nr. 34 (23 augustus).

© 2002, KWdJ