Verzoening centraal in kerkdienst voor rand- en buitenkerkelijken

DE HEILIGE CHAOS VAN DE THOMAS-VIERING

Open Deur diensten, Welkom diensten, Een uur voor u … . Met dit soort benamingen hopen kerken niet-leden uit te dagen over de drempel van hun gebouw te komen en een eredienst mee te maken. Het recept is meestal eenvoudig: een sobere liturgie, een bekende spreker en een enthousiast koor. Maar het effect is beperkt. Net als in andere diensten daalt het bezoekerstal. Van de doelgroep laat zich nauwelijks meer iemand zien. Het is vooral de trouwe kern die zich op deze manier nog eens laat verwennen. Dit type bijzondere diensten is dan ook langzaam aan het verdwijnen. Geen wonder. Wie er eens uit wil, kan tegenwoordig ook elders goed terecht. Meta de Vries heeft op zondagmorgen een reeks aan geschikte tips voor een welbestede vrije dag. De televisie laat het enthousiaste koor ook in de huiskamer zien en horen. Wie het om de muziek gaat kan een CD opzetten, die kwalitatief vaak meer biedt dan de ijverige amateurs in de kerk. Vanuit de kerk kunnen we dan nog opmerken dat het samenzijn toch ook nog telt, maar dat overtuigt de moderne, geïndividualiseerde mens blijkbaar niet. Wat dan? Heeft de eredienst de rand- of buitenkerkelijke dan niets meer te bieden?

Helsinki
Enkele jaren geleden heeft men in het Finse Helsinki de beperkte wervingskracht van de officiële eredienst onder ogen gezien. Gaandeweg ontstond een nieuw model, thomas-viering genaamd. Thomas staat model voor de moderne mens die in veel opzichten verkeert tussen geloof en ongeloof, alle reden heeft tot twijfelen, maar zich op een of andere manier toch door God getrokken voelt. In de Finse viering speelden boete en verzoening een belangrijke rol. Niet alleen in de Nederlandse kerken, maar wereldwijd zijn we ons bewust geworden van de actuele betekenis van het thema verzoening. Denk aan Zuid-Afrika, aan de voormalige Oostbloklanden, en recent aan Bosnië. Het woord verzoening heeft daar ineens een diepe betekenis gekregen, soms duidelijk gevoed door de christelijke traditie. In Zuid-Afrika moet in dat verband de naam van bisschop Tutu worden genoemd. De eredienst brengt God en mensen bij elkaar. Geïnspireerd door die ontmoeting, de ervaring van genade en vergeving, kunnen mensen elkaar ook onderling vinden.

Eenvoud
Het model van Helsinki is even eenvoudig als verrassend. Als basis is gekozen voor de traditionele Lutherse dienst: voorbereiding, dienst van het Woord, gebeden, dienst van de Tafel, wegzending en zegen. In de aankleding is gezocht naar aansluiting bij de hedendaagse leefwereld. Belangrijk is een informele en persoonlijke aanpak. Enigszins aangepast aan de situatie in Nederland levert dat het volgende beeld op.

Vanuit de nadruk op verzoening krijgt de schuldbelijdenis aan het begin van de dienst een plaats. Het wordt omschreven met ‘tijd om te benoemen wat tussen God en ons in de weg staat’. Een bekend liturgisch element, maar hier geconcretiseerd door twee mensen die daartoe tevoren zijn uitgenodigd. In wat in ons land ‘het hoge woord’ genoemd wordt, komt de bijbel aan bod. De verwerking – zeg maar: de preek - vraagt opnieuw om creativiteit. Een sketch bijvoorbeeld, of een parallelverhaal waarin de thematiek wordt uitgewerkt, of een paar passende beelden, of toch enkele toelichtende woorden. Maar al te lang mag het niet duren. Want er moet vaart in zitten, het mag niet saai worden. In het vervolg kunnen de aanwezigen in beweging komen. Het wordt ook wel ‘de heilige chaos’ genoemd: ieder gaat in de ruimte zijn eigen weg. De een zal er voor kiezen een suggestie voor de voorbeden op te schrijven. Een ander geeft de voorkeur aan een creatieve verwerking. Een derde gaat zitten bij de icoon en bidt er in zichzelf. Een volgende verdiept zich in een actie van laten we zeggen Amnesty International en zet zijn handtekening. Het is maar net wat de voorbereidingsgroep heeft bedacht en aanbiedt. Na ongeveer een kwartier zit iedereen weer op zijn plaats en kunnen de gebeden worden gezegd. Daarna volgt het Avondmaal. In de kerken is dat vaak een min of meer besloten aangelegenheid. In de thomas-viering valt het licht vooral op de wijze waarop Jezus maaltijd hield met velen en zo openingen bood naar mensen die als onaangepast werden beschouwd.

Alphen
In Alphen aan den Rijn hebben we in de federatieve wijkgemeenten rond de Goede Herderkerk en De Bron in de voorgaande lijn een thomas-viering opgezet. Dat gebeurde dit najaar voor het eerst. Eerlijk gezegd waren de motieven niet zo hoog gestemd. We hoopten van de ervaringen met de thomas-vieringen iets te kunnen leren met het oog op de reguliere zondagse diensten. De mogelijkheid om rand- of buiten-kerkelijken aan te spreken, bleef grotendeels buiten ons vizier. Met de werving beperkten we ons tot de eigen kerkbladen. Als we de aanpak een beetje onder de knie zouden hebben, kunnen we voor een bredere werving kiezen, onder meer via de huis-aan-huisbladen. Ook onzekerheid over de belangstelling deed ons hiertoe besluiten. Met name het onderdeel van ‘de heilige chaos’ vraagt om ruimte. In onze kerkzaal (van De Bron) is die alleen te creëren door veel stoelen weg te halen. Het aantal zitplaatsen is daarmee direct beperkt.

Op de dag van de thomas-viering waren alle direct betrokkenen behoorlijk gespannen. Komt de bedoeling over? Hebben we iets gevonden dat aanspreekt? Deze eerste keer zou de figuur van Thomas centraal staan. Het thema was eigenlijk dan ook heel klassiek: ‘niet zien en toch geloven?!’ Omdat verzoening in dit thema zo goed als geen rol speelt, hielden we de voorbereiding eenvoudig: een lied, stilte en gebed. De Schriftlezing verlevendigden we door de zogenaamde spreekbijbel te gebruiken: met verschillende stemmen. De preek bestond uit een verhaal van Thomas die als het ware terugkeek op de gebeurtenis. Basis voor dit verhaal vormde de exegetische vraag, of Jezus Thomas wel zo beschuldigend toespreekt als onze NBG-vertaling suggereert. Voor ‘de heilige chaos’ was er gelegenheid bij een icoon van Thomas in stilte te mediteren, met krijt te tekenen, een briefje met iets dat je dwarszat in een soort van klaagmuur te stoppen, een waxinelichtje aan te steken op een kruis van kistjes al dan niet vergezeld van een persoonlijk gebed. Wie dat wilde, kon ook gewoon op haar of zijn plek blijven zitten. Bij de voorbeden werd steeds een waxinelichtje bij geplaatst op het kruis van houten kistjes: zo werd het een lichtend kruis, teken van hoop. De maaltijd was sober van karakter: een kort tafelgebed, een groot rond brood, enkele bekers. De onderlinge verbondenheid werd versterkt door het staan in een kring, het geven van een hand bij het bidden van het Onze Vader.

Uit de reacties na afloop bleek, dat sommigen diep geraakt waren. Ze waren aangesproken en hadden in de viering letterlijk en figuurlijk iets van zichzelf kwijt gekund. In de voorbereidingsgroep constateerden we later dat het opmerkelijk vaak om vrouwen ging. Natuurlijk waren er elementen die voor verbetering vatbaar zijn. Zo was ‘de heilige chaos’ kort. Vooral de creatieve tekenaars waren nog niet klaar. In het geheel waren we wat aan de voorzichtige, traditionele kant gebleven. Met de beamer (computergestuurde projector) die we gebruikten, hadden we bijvoorbeeld gemakkelijk meer kunnen doen met beelden.

Evaluatie
In de evaluatie kwam ook de vraag naar voren, hoever we willen gaan met het benaderen van eventuele gasten. Moeten we hen niet alleen begroeten, maar ook aanspreken bij het kopje koffie dat vóór de dienst klaar staat? Moeten wel elkaar ook voor de avondmaalsviering een hand geven, vergezeld van goede wensen, bij wijze van vredesgroet? Een en ander raakt voor mijn gevoel ook de avondmaalsviering als geheel. In de thomas-viering wordt de traditionele beslotenheid doorbroken, zoals we zagen. Maar verdraagt deze openheid zich met het wezen van een maaltijd? Doorgaans eten we pas met elkaar als we elkaar wat beter kennen. Bovendien is het avondmaal méér dan een gewone maaltijd. Komt voldoende tot zijn recht dat het de Heer Zelf is die brood en wijn met ons deelt? En de intentie waarmee Hij dit doet? Met andere woorden: is de maaltijd voldoende Christusgedachtenis? In Finland met de traditie van een staatskerk ligt dat toch allemaal net even anders. In de jeugd van veruit de meeste Finnen ligt nog een lijntje met de kerk. Met de thomas-viering kan dat lijntje weer worden opgepakt, ook al is de deelname aan het avondmaal daar evenmin vanzelfsprekend. In ons land ligt zelfs dat lijntje naar de geloofsopvoeding er steeds vaker niet meer. Deelname aan het avondmaal is dan wel een heel grote stap. Dit neemt niet weg, dat de thomas-viering goede aanknopingspunten biedt om eens na te denken over onze benadering van rand- en buitenkerkelijken in de eredienst, ook in de gewone zondagse samenkomsten van de gemeente.

Meer informatie over de thomas-vieringen biedt Tineke Koster van het Landelijk Diensten Centrum in Utrecht (MDO-Binnenland, Bureau Getuigenis, Presentie en Ontmoeting), Postbus 8506, 3503 RM Utrecht (telefoon: 030 – 880 18 91). Voor jongeren is er een variant onder de naam thomas celebration.

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 48 (2000), nr. 47 (24 november).