Kerken en predikant zoeken naar antwoorden op nieuwe vragen

TOEKOMSTGERICHT PREDIKANTSCHAP

*** De kerk is in de afgelopen vijftig jaar grondig veranderd. Dat geldt ook voor het predikantschap. De kerk zal blijven veranderen. Wat betekent dat voor predikanten? Klaas-Willem de Jong signaleert enkele tendensen.

Onlangs stond in CW te lezen dat een jonge predikant zijn kinderen niet zou aanmoedigen om theologie te gaan studeren. De studie is prachtig, inspirerend. Ze vergt in tijd en energie een flinke investering. Maar de tijden zijn onzeker geworden. Het is nog maar de vraag of de kerk tot aan je pensioen in je levensonderhoud kan voorzien. Nu geldt dat niet alleen voor de kerk. De arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is snel aan het verdwijnen. Voor de predikant is dan wel weer lastig dat wie eenmaal predikant is geweest, buiten de kerk niet makkelijk aan werk komt. Het is echter niet uitgesloten dat dat nog gaat veranderen.

Onzekerheid
De eerste alinea van dit artikel ademt onzekerheid. Toch is het slechts ťťn voorbeeld van de toenemende onzekerheid waar predikanten op dit moment mee te maken hebben. Dat verdient tegelijk enige relativering. De beroepsgroep signaleert weliswaar de verschuivingen in kerk en theologie, maar lijkt zich nauwelijks te storen aan de gevolgen ervan. Individuele predikanten hebben er wel last van, afhankelijk van hun specifieke situatie. Voor de BNP, belangenbehartiger voor predikanten en voorgangers, is het tijd om op donderdag 8 mei in Nijkerk een studiedag te organiseren onder de titel 'Toekomstgericht predikantschap'. Waar kan een predikant anno 2014 zoals tegenaan lopen? Ik beschrijf schetsmatig enkele thematieken.

Een predikant was tot voor kort op een enkele uitzondering na academisch gevormd. Langzaam nemen in bijvoorbeeld de Protestantse Kerk de mogelijkheden toe om ook met een HBO-opleiding een vergelijkbare positie in te nemen. Ten gevolge van de teruglopende financiŽle mogelijkheden van de kerk zal de druk toenemen om ook de goedkopere HBO-predikant toe te laten. Daar komt bij dat niet zozeer opleiding en ambt de positie van de predikant bepalen, maar diens karakter en praktische competenties. Anders gezegd: de vraag naar de klassieke predikantsbekwaamheid als kenner van de grondtalen en daarmee als uitlegger van de Schrift loopt terug.

Twee banen
Een volgend punt is de groei van predikanten die twee banen hebben, de een binnen de kerk, de andere daarbuiten. Dat moet toch niet zo ingewikkeld zijn, zou je zeggen. Maar hoe werkt dat tegen de achtergrond van het beeld van de 'altijd', 24/7 aanwezige predikant? Even tussendoor een bezoekje doen is veel lastiger. De planning van een onverwachte begrafenis vergt meer. De ruimte om nog eens rustig op een lastig vraagstuk te reflecteren verdwijnt. Focus maakt plaats voor afwisseling, met alle gevolgen van dien.

Veel predikanten zijn aan een bepaalde regio gebonden. Ze hebben een werkende partner. Partner en kinderen volgden in het verleden vader (toen nog zelden moeder) naar een nieuwe standplaats, onder protest misschien, maar toch. Met het toenemen van de mondigheid gaat dat zo eenvoudig niet meer. Afgezien daarvan staat het onder druk van de kerkelijke gemeente gekochte eigen huis 'onder water'. Verhuizen zit er daarom niet direct in. Van het onvrijwillig ontslag van collega's - losmaking in het jargon - gaat een waarschuwing uit: je weet wat je hebt, niet wat je krijgt. Het mobiliteitsbureau van de Protestantse Kerk meent een zekere terugloop in mobiliteit waar te nemen. Het is de vraag of dat voor predikant en gemeente zo gezond is en niet tot problemen gaat leiden. Je hebt een gauw een jaar of zes, zeven, nodig om ergens met vrucht te kunnen werken. Na tien ŗ twaalf jaar begint de tijd tegen je te werken. Hoe kun je rekening houdend met huidige omstandigheden toch mobiliteit bevorderen?

Nauw in verband met het voorgaande staat de zogenaamde pastorieplicht die op een of andere manier in verschillende protestantse kerkordes is opgenomen. In de Protestanse Kerk woont nog ongeveer tweederde in een pastorie, maar de groep wordt langzaam kleiner. Wat zijn de voor- en nadelen voor gemeenten, voor predikanten?

Nieuwe generatie
Een andere invalshoek is die van jonge predikanten. Enkele jaren geleden maakte de groep predikanten 2.0 furore. Onlangs weer, met een geplande opheffingsdag, waarvoor het aantal aanmeldingen te gering was. Of was ook dat allemaal een stunt? Zeker is dat afgestudeerde theologiestudenten niet zo makkelijk in de kerk aan de slag komen. Ze kosten in de Protestantse Kerk de plaatselijke gemeente evenveel als een ervaren dominee. Hebben gemeenten voldoende oog voor de bijzondere vaardigheden die de adspirant-predikanten in huis hebben? Zij weten uit eigen ervaring hoe jonge generaties voorzichtig zijn in het omgaan met bindingen als een kerklidmaatschap. Ze zijn doorgaans praktisch uitstekend geschoold, beter dan vorige generaties.

Het rijtje met vraagstukken kan nog makkelijk worden aangevuld. Hoe zit het met de predikant als werknemer in plaats van de huidige positie van 'kleine zelfstandige'? In verschillende kerkgenootschappen groeit de groep met een arbeidsovereenkomst. Dat impliceert een zekere gezagsrelatie. De gedachte was altijd: ik ben in dienst van de Heer, daarom is het zo geregeld. Verandert er noodzakelijkerwijs ook in dit opzicht iets bij een predikant met werknemersstatus? Een andere ontwikkeling is die van de predikant-tentenmaker: hij/zij voorziet op een andere manier in zijn levensonderhoud en dient als predikant tegen ten hoogste een onkostenvergoeding. Zo'n 'goedkope' dominee wil elke gemeente natuurlijk wel. Wat doet dat met collega's, met collegiale verhoudingen? Of ligt hier juist met Paulus als voorbeeld de toekomst voor de predikant?

Als ik het rijtje nog eens teruglees, vallen me met name twee dingen op. Het eerste is dat de inrichting van het predikantschap maatwerk geworden is: 'de' predikant, als die er al is geweest, bestaat niet meer. Het tweede is dat veel van de beschreven veranderingen op een of andere manier met financiŽn te maken hebben. Kerken en predikanten zoeken naar mogelijkheden met de terugloop om te gaan. Nieuwe vragen. Nieuwe antwoorden. Het kan allemaal wat navelstaarderig lijken. Waar maak je je druk om? Wat mij betreft dit: dat de kerk ook in de toekomst met een zowel verantwoord als eigentijds geluid mensen met het evangelie kan inspireren en bij God kan brengen.

Klaas-Willem de Jong is predikant en secretaris van de BNP. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 62 (2014), nr. 18 (2 mei)



http://www.kwdejong.nl

© 2014, KWdJ