Resten van christendom in Turkije (1)

WONEN BIJ DE TROON VAN SATAN

Het Asklepieion in Pergamum (Bergamo), de troon van satan? Veel predikanten zijn in de afgelopen jaren met hun gemeente op stap geweest naar IsraŽl. Het is een gewild reisdoel. Bijna elke steen spreekt daar als het ware en brengt bekende en minder bekende bijbelpassages tot leven. Een IsraŽl-reis heeft daarmee iets van een catechisatie, die bovendien het gemeenschapsgevoel van de gemeente kan helpen versterken. Maar er is met dezelfde intenties meer mogelijk. Turkije bijvoorbeeld. Ik geef enkele impressies van en overwegingen bij de reis die ik dit jaar met een gemeentegroep maakte.

Politiek
In meer dan een opzicht moet een grote afstand worden overbrugd. In tijd: Klein AziŽ is Turkije geworden en heeft een bewogen geschiedenis achter de rug. In klimaat: van ons kille zeeklimaat naar de subtropen. In cultuur: Turkije mag dan een op westerse leest geschoeide seculiere staat zijn, het is een overwegend islamitisch land. Bij ons bezoek kwam daar nog eens de spanning bij die het proces tegen ÷calan met zich meebracht. Voor het Turkse toerisme heeft dat 1999 nu al tot een desastreus jaar gemaakt. Geen Turk zal dat zijn eigen regering verwijten. Van de een hoorde ik, dat de voorzichtige en negatieve reisadviezen het gevolg zijn van een anti-Turkse politiek in het Westen. Een ander wees zonder meer naar de Koerden. In de praktijk was overigens van de spanningen weinig te merken, of het moet zijn dat er meer militairen op straat waren dan voorgaande jaren. Die militairen herinneren er wel steeds aan, dat bij de plannen voor een bezoek aan Turkije ook enkele kritische vragen gesteld mogen worden. Hoe democratisch is het land? In hoeverre worden mensenrechten gerespecteerd? Wat is de situatie van de minderheden? Wat gebeurt er met de inkomsten uit het toerisme? Ik hoop daar een volgend keer nog nader op in te gaan.

Pergamum

Twee nieuwtestamentische namen moeten bij een bezoek aan Turkije zeker klinken, die van Johannes en Paulus. De naam van Johannes is verbonden met de zeven brieven uit de Openbaring die hij van de Heer Zelf ontving. Paulus is bekend vanwege zijn zendingsreizen, waarin hij ook elke keer Klein AziŽ aandeed. Van de steden en gemeenten waaraan de brieven uit het boek Openbaring gericht zijn, rest nu niets meer dan wat ruÔnes. In tenminste twee gevallen biedt echter een bezoek aan de opgravingen en hun naaste omgeving verheldering. Wij bezochten om te beginnen Bergama, het Pergamum uit Opb. 2 (: 12 - 17). Beschuldigend, bijna verwijtend schrijft de Heer daar: 'Ik weet, waar gij woont, dŠŠr waar de troon des satans is'. Toen we de vroegere, hooggelegen acropolis van Pergamum bezochten, beseften we de scherpte van deze woorden. De kleine christengemeente moet direct begrepen hebben, dat gedoeld werd op het enorme Zeus-altaar dat hier stond opgericht. Hoewel dit altaar thans in Berlijn staat tentoongesteld, kunnen we ons bij de oude trappen nog steeds voorstellen dat dit indertijd een indrukwekkende troon voor de godheid moet zijn geweest. Maar er is meer. Beneden zijn de overblijfselen van het Asclepieion te vinden, een mengvorm van Jomanda-achtige bezweringen, verwenboerderij en ziekenhuis. De slang werd hier gezien als teken van het zich steeds vernieuwende leven. In de bijbel echter staat dit dier voor zonde en dood, en heeft het duivelse trekken. Ook in dit heiligdom troont de satan en leidt af van Hem bij wie werkelijk heil, heelheid en genezing te vinden is. Met deze achtergronden probeerden we ons op de zondag die we in Bergama doorbrachten, in te leven in de brief aan de gemeente te Pergamum. Waar troont de boze in ons leven?

Laodicea
Bekender dan Pergamum is misschien wel Laodicea: 'Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet!' (Opb. 3: 15). Afgezien van de enorme hitte die ons buiten de bus tegemoet kwam, maakte Laodicea op zich weinig indruk. Het is weinig meer dan een uitgestrekt stenenveld. Eigenlijk is het onvoorstelbaar, dat hier eens honderdduizenden (!) gewoond hebben. In de verte zien we de witte kalkterrassen van Pamukkale liggen. Warm, kalkhoudend bronwater komt hier boven de grond. Dan koelt enigszins af en de kalk slaat neer. Door de zware toeristische belasting van dit gebied leek het tot voor kort door vervuiling vrijwel verloren. Ingrijpen van de Turkse overheid heeft dat voorkomen. Strenge restricties bij het betreden van het gebied moeten ervoor helpen zorgen dat dit natuurverschijnsel te bewonderen blijft. Het lijkt er sterk op, dat de bronnen van Pamukkale aanleiding zijn geweest voor het beeld in de brief aan Laodicea. Tegen de tijd dat het warme water bij Laodicea aangekomen was, was het lauw geworden. Het had de aangename warmte verloren, terwijl het evenmin iets had van een frisse bergbeek. Ondrinkbaar! 'Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen.'

Smyrna
Ik kan het niet nalaten toch nog even het spoor van de zeven steden uit de zeven brieven te volgen. Smyrna, tegenwoordig Izmir, een enorme stad met grote moderne gebouwen, waar naast veel rijkdom en welvaart ook armoede zich opdringt. Toen een fout geparkeerde auto de bus de doorgang belette, stond de politie enkele sterke mannen uit de groep toe met de hand de auto een eindje te verzetten. De gids had ons al duidelijk gemaakt, dat in Turkije veel te regelen viel ... . De vroeg-christelijke gemeente van Smyrna komt er in het boek Openbaring goed vanaf, al wordt veel lijden en verdrukking voorspeld. De voorspelling lijkt te zijn uitgekomen. Zo leefde hier de martelaar Polycarpus, volgens de overlevering een leerling van de evangelist Johannes. Tot in de dood getuigde hij van zijn geloof. Het verhaal wordt nog steeds verteld in een kerk te zijner gedachtenis, een van de weinige plaatsen waar de ruim 2000 christenen van huidige Izmir samenkomen. In 1922 dreven de Turken de hier levende, meest orthodoxe Grieken bijna letterlijk de zee in. Velen kwamen om. Bloeiende christelijke gemeenschappen verdwenen. Dat lot trof ook de Hollandse protestantse kerk, die hier in de 17e eeuw als handelskerk gesticht was. Kerk en kerkhof zijn de stille getuigen van de Nederlandse kolonie die hier ooit bestaan heeft. Aardig detail: een proefschrift uit 1928, De Hollandsche Gereformeerde Gemeente te Smirna (van J.W. Samberg), vertelt de nieuwsgierige meer over dit bijzondere stukje van onze kerkgeschiedenis.

Efese
Hoewel Efese ook in de Openbaring aan Johannes voorkomt, verleggen we hier onze aandacht naar Paulus. De opgraving van Efese is beroemd. Ze is een van de mooiste in het Middellandse Zee-gebied. Normaal wordt de oude stad overstelpt door toeristen. Door de bekende politieke perikelen konden wij de overblijfselen in alle rust verkennen. Met de nodige fantasie wanen we ons hier in een antieke stad met al haar rijkdom, vele luxe, en talrijke godenbeelden. Imposant is de Celsus-bibliotheek. Een bijbels aanknopingspunt vinden we in het theater. Demetrius de zilversmid wist een hetze te ontketenen tegen Paulus, die de Artemis-cultus zou bedreigen. Velen raakten in de ban van zijn betoog en roepen: 'Groot is de Artemis der EphesiŽrs!' Lucas vervolgt dan in zijn Handelingen (19: 29: 'En de stad werd een en al verwarring en zij stormden als ťťn man naar het theater'. Dat theater is er nu nog. De run op dit gebouw wordt begrijpelijk, als we beseffen dat de markt - ook nog steeds te zien - vlakbij gelegen is. Dat was het centrum van het economisch en maatschappelijk leven van die tijd en velen brachten daar de dag door. Van de Artemis-tempel in Efese, in de oudheid een van de zeven wereldwonderen, is overigens weinig overgebleven. Op de enig overgebleven, herbouwde zuil nestelen ooievaars. Hoewel vele afgodsbeelden en tempels van na Paulus' komst dateren, heeft zijn boodschap in deze stad toch wortel geschoten. Legenden verhalen ook van de komst van Johannes, en zelfs van Maria die hier haar laatste jaren gewoond zou hebben. Vooral de figuur van Johannes leefde hier voort door de enorme kruiskoepelbasiliek die hier in de 6e eeuw voor hem werd opgericht. Interessant in de ruÔne van dit gebouw is de in de vloer ingebouwde doopvont in de vorm van een oost-west georiŽnteerd Grieks kruis. De dopeling daalt langs een trapje aan de westkant af. Hij keert zich af van de plaats waar de zon ondergaat, van de nacht, van zonde en dood. In het water zweert hij de boze af en vertrouwt zich toe aan de DrieŽnige. Hij wordt als het ware met Christus begraven ... . Om vervolgens aan de oostkant, waar de zon opgaat en een nieuwe dag, een nieuw leven begint, ook weer met Hem te verrijzen. De inrichting van deze doopplaats wekt de indruk, dat de doop van volwassenen, overgekomen uit het heidendom, in deze omgeving in de 6e eeuw nog heel gewoon was. Met dit onderdeel raak ik eigenlijk al het thema van het volgende artikel: de opkomst en ondergang van de kerk in dit land in de na-bijbelse tijd.

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 47 (1999), nr. 34 (27 augustus).