Resten van christendom in Turkije (2)

TOEVLUCHT ZOEKEN IN EEN GROTKERK

Interieur Pancarlik-kerk, ‹rgŁp. Zie ook artikel 'De rotskerken in in CappadociŽ' Ook Midden-Turkije, ofwel Centraal AnatoliŽ, kent heel wat bijbelse plaatsen, al is er net als elders maar weinig meer wat direct aan het christelijk geloof herinnert. Namen van steden als Iconium, Derbe, Lystra, AntiochiŽ (in PisidiŽ) en de landstreken GalatiŽ, CappadociŽ, PhrygiŽ en PamfiliŽ doen ons denken aan de Pinksterdag in Jeruzalem, Paulus' zendingsreizen en zijn brieven. Toch verschuift bij een reis naar dit deel van Turkije het accent van de bijbelse tijd naar een latere perioden in de geschiedenis van het christendom.

Iconium - Konya
Om te beginnen leggen we toch nog even een verbinding tussen de bijbelse en hedendaagse tijd. Paulus heeft het op zijn reizen in Iconium niet echt geweldig getroffen. Na een eerste ontmoeting moest hij vluchten voor mogelijk geweld van zowel Joden als heidenen (Hnd. 14: 5 en 6). Op zijn tweede reis was hij in deze streken niet in staat het Woord te verkondigen (Hnd. 16: 7). De verkondigers van de islam is het beter vergaan. In de 13e eeuw leefde hier Mevl‚na, die een mystieke benadering van de islam voorstond en de inspirator werd van invloedrijke kloosterorden. Anno 1999 valt ons in Konya op, dat er in verhouding tot het aantal mannen zo weinig vrouwen op straat lopen. Dat is in het moderne Turkije beslist niet algemeen. Hier wel. De meeste vrouwen hebben bovendien een eenvoudige sluier of hoofddoekje. Enkele meisjes van een middelbare school spreken ons in hun beste Engels aan. Ze willen graag hun Engels oefenen, maar door het geringe aantal toeristen komt het er dit jaar nauwelijks van. Konya staat bekend om het moslim-fundamentalisme. Overal in het land staan moskeeŽn en worden nieuwe gebouwd. Dat lijkt hier nog meer het geval te zijn. Het is in dat perspectief wel heel bijzonder, dat we in deze stad met een half miljoen inwoners een kleine communiteit met twee zusters aantreffen. Zij leiden de kleine christelijke gemeenschap van deze stad, naar eigen zeggen ongeveer twintig gelovigen groot. Enkele uren per week stellen ze hun kerk open voor belangstellenden. Vooral studenten aan de plaatselijke universiteit maken daar gebruik van, zeker enkele tientallen per keer. Verder stellen ze de kerk ter beschikking van toeristen die er hun eigen diensten mogen houden. Wij lezen de bovengenoemde gedeelten uit de Handelingen, zingen enkele liederen en spreken een gebed uit. Dit is wel een heel bijzonder plekje! Vanuit Konya is het naar CappadociŽ met de bus nog geen dagreis. In vroeger tijden zou het enkele dagen gekost hebben. Op elke 30 kilometer van de 'Uzun Yolu' (Grote Weg, naar PerziŽ) stond een zogenaamde caravanserai die aan reizigers, hun dieren en goederen veilig onderdak bood. De overblijfselen die wij nu zien dateren meestal uit de 13e eeuw. Zo'n herberg is echter een uitstekende plek om even stil te staan bij het feit, dat Paulus tijdens zijn reizen zo'n 8000 km te voet heeft afgelegd.

CappadociŽ
We vergeten Paulus al weer snel als we CappadociŽ binnenrijden: ruwe dalen, grillige steenformaties, rotsen met heel uiteenlopende kleuren die in de zon bijzonder oplichten. Het is bij tijd en wijle een betoverend landschap. Het gesteente is zacht, zodat het gemakkelijk te bewerken valt. Naast woningen, stallen en duiventillen zijn er kerken in uitgehakt. CappodociŽ heeft twee perioden met een bloeiend kerkelijk leven gekend. De eerste begint in de 4e eeuw met de kerkvaders Basilius de Grote, Gregorius van Nyssa en Gregorius van Nazianz. Zij hebben een belangrijke impuls gegeven aan het doordenken van de DrieŽenheid. Met de invallen van de Arabieren in de 7e eeuw kwam een einde aan de eerste bloeiperiode. De bewoners van het gebied zullen hun toevlucht gezocht hebben tot moeilijk vindbare en nauwelijks bereikbare plaatsen. Uit deze jaren dateren de eerste grotkerken, die voor een deel inderdaad goed verborgen liggen. Maar pas toen in de tweede helft van de 9e eeuw de rust in CappadociŽ hersteld was, kon de rotsarchitectuur zich echt ontwikkelen. In de eeuwen die volgden zijn vele honderden kerkjes uitgehakt en van schitterende fresco's voorzien. Een van de vaste, centrale afbeeldingen in de absis is die van Christus Pantokrator (Almachtig). Het is onduidelijk, waarom het aantal kerken zo groot is, veel groter dan voor de eredienst van de vrij kleine populatie noodzakelijk moet zijn geweest. Een deel van de verklaring ligt in het feit, dat het gebied vele kloosters heeft geteld. Daarnaast zijn er heremieten, kluizenaars, geweest, die veelal ook de beschikking hadden over een een eigen kerk. Vermoed wordt verder dat nogal wat heiligdommen zijn gemaakt in opdracht van pelgrims, ter gedachtenis aan hun tocht, of gewoon uit dankbaarheid. Een groot aantal kerkjes bevat namelijk nauwelijks sporen die bij intensiever gebruik verwacht zouden mogen worden: roet en vet van kaarsen en toortsen. Toen de Seltsjoeken aan het einde van de 11e eeuw het land in bezit namen, betekende dit op termijn het einde voor de meeste kerkenen kloosters. Ze raakten in de vergetelheid, of werden door de voortgaande erosie vernield. In de loop der volgende eeuwen zijn talloze schilderingen moedwillig vernield. Met name gezichten, in het bijzonder ogen, zijn verwijderd. Evenals het Jodendom kent de Islam een streng verbod op afbeeldingen van mensen en dieren.

Oecumene Voor de Turkse staat zijn de grotkerken cultuurobjecten. Zelfs de Unesco heeft een aantal tot cultureel erfgoed verklaard. Voor ons zijn het tevens ruimten waar een oecumenisch appŤl van uitgaat. Hier kan iets worden ervaren van de gemeenschap met christenen van alle plaatsen ťn tijden. We hadden het geluk in een van de grotkerkjes onze zondagse dienst te kunnen houden. Uiteraard ging dat op onze eigen sobere, protestantse wijze. Tegelijk wisten we ons verbonden met hen die zoveel eeuwen terug hier bijeenkwamen in de Naam van dezelfde God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Geschiedenis
Misschien zou er boven dit kopje wel een vraagteken moeten staan. Ik raak met het onderstaande tevens de actualiteit. Toen Abr. Kuyper na zijn verkiezingsnederlaag in 1905 een reis rond de Middellandse zee maakte, stelde hij vast dat ongeveer 20 % van de bevolking christelijk was (titel van zijn nog altijd boeiende reisverhaal: Om de oude wereldzee), vooral Grieks-Orthodox. Nu is dat hooguit 1 %. Hoe komt dat? In de eerste plaats moet gewezen worden op de bevolkingsuitwisseling tussen Griekenland en Turkije in de twintiger jaren. In Turkije woonachtige griekssprekenden werden gedwongen naar Griekenland te verhuizen. En turkssprekenden in Griekenland naar Turkije. In die tijd verlieten de laatste monniken CappadociŽ. Op de enkele plaats waar de liturgie toen nog in de grotkerkjes werd gevierd, verstomde ze. Het christelijk aandeel in de bevolking daalde drastisch. Daarnaast is er rond 1915 de deportatie van en moord op grote groepen ArmeniŽrs geweest, voornamelijk christenen (al betwijfel ik, of Kuyper hen ook heeft meegeteld). Tenslotte zijn er de orthodoxe kerken in met name het Zuid-Oosten van Turkije die het de afgelopen decennia uiterst moeilijk hebben gehad. Het gegeven dat Koerden hier meer dan eens een kwalijke rol in hebben gespeeld, maakt duidelijk hoe gecompliceerd de politieke situatie er is. Velen trokken weg. Syrisch-Orthodoxen kwamen Goede Vrijdag 1979 bij ons in het nieuws door hun bezetting van de St. Jan in Den Bosch. Ze vroegen aandacht voor hun moeizame situatie en werden door hun toendertijd opzienbarende actie bekend als kerk-Turken. Sindsdien is er in Turkije weinig ten goede gekeerd. Nu behoeft veel van het voorgaande nuancering. Onder Armenen werd geweld niet geschuwd om zich vrij te maken van de Turken. En de Grieken hebben zich na de Eerste Wereldoorlog bepaald niet vredelievend opgesteld. Toch neemt dit veel van de huidige vragen rond de mensenrechten in Turkije niet weg, al was het maar omdat het om veel meer gaat dan de zorgelijke omstandigheden van christelijke minderheden. Ik ben er nog steeds niet goed uit, hoe hierop te reageren. De tijd van boycots is voorbij. Het is bovendien de vraag, of enige vorm van isolering van Turkije verstandig is nu nationalistische geluiden in het land steeds sterker worden. Het zou er voor minderheden waarschijnlijk alleen maar slechter op worden. De internationale politiek zal bovendien vanwege uiteenlopende belangen terughoudend zijn Turkije verder van zich te vervreemden. De weigering het land te accepteren als kandidaat voor de EU is ervaren als een ernstige belediging. Actieve ondersteuning van de kleine groepen christenen is overigens evenmin een eenvoudige optie. Het kan jaloezie oproepen en de subtiele onderdrukkingsmechanismen aanscherpen. De spanningen in Zuid-Oost Turkije maken het daarbij nog eens extra moeilijk contacten te leggen en te onderhouden. Nogmaals: ik weet het niet. Wie heeft er suggesties en overwegingen om tot een duidelijk standpunt te komen?

Dit artikel is gepubliceerd in Centraal Weekblad 47 (1999), nr. 35 (3 september).