Het levensverhaal van Hebe Kohlbrugge

GETUIGE IN OOST EN WEST

Getuige in oost en west De tijd van het IJzeren Gordijn ligt al weer geruime tijd achter ons. Wie nu de oude grenzen overschrijdt, ziet hier en daar nog wat relicten van de oude barricades. Veel onroerend goed is na de Wende in 1989 opgeknapt, al zijn er ook nog uitgestrekte industriŽle complexen die er vervallen en verlaten bijliggen. Verkiezingen laten van tijd tot tijd zien, dat sommigen terug verlangen naar de veiligheid die het communistisch systeem bood. In het Westen is het geheugen kort. TsjechiŽ bijvoorbeeld is onder Nederlanders bekender als goedkoop vakantieland dan om wat er in het nabije geleden onder het communisme is gebeurd. In haar autobiografie Twee maal twee is vijf roept Hebe Kohlbrugge de periode van de koude oorlog opnieuw in herinnering. Vanuit het werk dat ze heeft gedaan, richt ze zich vooral op de kerkelijke contacten tussen Oost en West in de onderhavige periode.

Wie is Hebe Kohlbrugge? Schriftelijke informatie was tot op heden alleen met de nodige speurzin te vinden. Een eerste associatie met de dissidente 19e eeuwse predikant H.F. Kohlbrugge is terecht. Dat is haar overgrootvader, wiens werk ze overigens pas op latere leeftijd heeft leren kennen en waarderen. Helaas maakt ze niet duidelijk, welke uitwerking zijn geschriften op haar hebben gehad. Langdurig overwegen, filosoferen ligt haar niet. Haar kracht heeft steeds gelegen in een praktische en daadkrachtige opstelling. In Twee maal twee is vijf dat alleen al uit haar directe stijl van schrijven. Fascinerend vind ik een enkel zinnetje dat ze noteert als het gaat over de opvattingen van haar overgrootvader: 'al zie ik niets, tůch is God er steeds voor de hťle wereld.' Met de laatste zinsnede is voor mijn gevoel een belangrijke drijfveer gegeven voor de roeping die Hebe Kohlbrugge vervuld heeft en in de ondertitel verwoord wordt met 'Getuige in Oost en West'.
Het is niet toevallig dat Oost en West in deze volgorde staan. Het zwaartepunt van haar activiteiten heeft in Oost-Europa gelegen. In de naoorlogse jaren heeft zij velen achter het IJzeren Gordijn leren kennen. Aanvankelijk bewandelde ze min of meer officiŽle kanalen, zoals die van de Christliche Friedens Konferenz. Toen dat niet meer mogelijk was, omdat ze zichzelf en haar opdrachtgever, de Nederlandse Hervormde Kerk, daarmee te zeer zou compromitteren, zocht ze naar andere mogelijkheden. Het kon niet uitblijven, dat ze na verloop van tijd in landen als Tsjechoslowakije en Hongarije niet meer welkom was. Gelukkig waren er toen Nederlandse studenten die door haar bemiddeling in diverse landen konden studeren en een bijdrage konden leveren aan het netwerk van contacten over grenzen heen. Het betekende steun voor gemeenten en vooral hun predikanten in dikwijls zeer moeilijke omstandigheden.
Ook in het Westen heeft het werk van Hebe Kohlbrugge tal van sporen achter gelaten. Voor de tientallen studenten die ze begeleidde heeft de periode in Oost-Europa een stempel gezet op de rest van hun leven. Maar ook heeft Hebe Kohlbrugge de strijd niet geschuwd met de kerkelijke organen waarvoor ze in ons land werkzaam was. Meer dan eens heeft dit tot grote conflicten geleid. Ze was radicaal, een dissident, daarin had (en heeft) ze onmiskenbaar iets met haar overgrootvader gemeen. Het weerbarstige van haar aanpak klinkt ook door in de titel van deze autobiografie: Twee maal twee is vijf. Hebe Kohlbrugge heeft er bewust vanaf gezien in haar biografie veel uit te weiden over de onenigheden. Enerzijds valt dat te prijzen. Achteraf is gelijk makkelijk te halen. Velen van haar opponenten leven niet meer. Weerwoord kunnen zij dus niet meer geven. Anderzijds is het jammer, dat de problemen niet wat nader voor het voetlicht worden gebracht. Waar ging het nu uiteindelijk om? Hoe konden de onderlinge verhoudingen zo verstoord raken? Wellicht hadden we met Hebe's overwegingen ook in het huidige tijdsgewricht nog wat kunnen doen.
Volledigheidshalve meld ik hier, dat Hebe Kohlbrugge al veel eerder is begonnen met het afleggen van getuigenis in het Westen. Voor de oorlog kwam ze in aanraking met de Belijdende Kerk in Duitsland, die zich tegen alle verdrukking van Hitler-Duitsland in probeerde te handhaven. Terug in Nederland raakte ze betrokken bij het verzet en legde ze de basis voor wat de Zwitserse weg is gaan heten. De strijd tegen het fascisme heeft de basis gelegd voor haar omgang met die andere totalitaire staatsvorm, het communisme.

Een centrale vraag in deze autobiografie is, hoever een christen mag gaan. Waar liggen grenzen? Wanneer is een onverbiddelijk nee op zijn plaats? In Duitsland weigerde Hebe Kohlbrugge met Heil Hitler te groeten, maar hield ze het tegenover een partijbons op 'Guten Morgen'. Gevraagd om verantwoording, stelde ze een wedervraag: 'Ist Guten Morgen kein schŲner Gruss?' Dit kon niet zonder gevolgen blijven. Toch heeft de biografie weinig heldhaftigs. In Duitsland werden doopbewijzen gevraagd en uitgegeven als ariŽrverklaring. Hebe noteert: 'Ook ik heb volkomen argeloos die papiertjes uitgeschreven.' Elders schrijft ze over haar ervaringen in het kamp RavensbrŁck en haar vertrek daar. 'Ik had in mijn bezit een stuk weinig gebruikte echte toiletzeep, uit een Vught-pakket. Zou ik die zeep aan Inge geven als afscheid? Maar waar kwam ikzelf terecht? Had ik het niet zelf broodnodig? En ik gaf de zeep niet.' Meer dan eens klinkt compassie door met mensen die verkeerd gekozen hadden, maar tot inkeer kwamen of blijk gaven van een bredere blik dan aanvankelijk leek: een kamparts uit RavensbrŁck die op de dag van de bevrijding zelfmoord pleegde, een overtuigd communistische vrouw die op haar sterfbed toegaf 'Alles mache'. Indirect maakt het relaas van Hebe Kohlbrugge ook duidelijk, waarom de op zich begrijpelijke wens van verantwoording bij de kerkelijke opdrachtgever zich zo slecht verdroeg met de door haar verleende hulp aan de andere zijde van het IJzeren Gordijn. Als informatie over contacten en gegeven hulp een bredere bekendheid zouden krijgen, was de kans groot dat de partners in het Oostblok daar negatieve gevolgen van zouden ondervinden. In veel gevallen speelden juist de kerkelijke autoriteiten ginds daar een kwalijke rol in. Meer dan eens hebben zij geprobeerd de morele en materiŽle hulpverlening te saboteren. Zo had Hebe Kohlbrugge in het Roemeense KolozsvŠr (Cluj) op aanwijzing van een zoon van de bisschop - bij de Hongaarse calvinisten is de bisschop een bekend verschijnsel - bijna een keer het Hongaarse volkslied gespeeld. Dat zou onherroepelijk uitwijzing tot gevolg hebben gehad. Het keurig volgen van regels zou nergens toe hebben geleid. Zo kon bijvoorbeeld door een vergissing een visum voor de DDR van een paar dagen in een van drie weken worden omgezet. Door net te doen alsof de afwijzende woorden van de bisschop niet begrepen werden, kon een echtpaar aan de theologische opleiding in KolozsvŠr terugkomen en de oorspronkelijk geplande periode van twee jaar volmaken. Enzovoort. De bureaucratie was groot. Maar de bureaucratie maakte ook fouten. Het was elke keer weer creatief inspelen op de gegeven omstandigheden.

De wederwaardigheden van Hebe Kohlbrugge stemmen in eerste instantie weemoedig. In haar activiteiten was duidelijk, waar de loyaliteit diende te liggen, zowel in Hitler-Duitsland en in het Nederlandse verzet, als achter het IJzeren Gordijn. Tegelijk laat Twee maal twee is vijf zien, dat het dikwijls helemaal niet zo duidelijk was. Velen stonden aan de kant, of kozen anders, ook in de kerk. Lastig wordt het, als ik de lijn naar het heden probeer door te trekken. Waar liggen grenzen nu? Waar wordt nu een onverbiddelijk nee van de kerken verwacht? Is de situatie van dit moment inderdaad veel verwarrender dan toen, of zien we onvoldoende waar de uitdagingen liggen?

Hebe Kohlbrugge, Twee maal twee is vijf. Getuige in Oost en West (Kampen 2002), 240 pagina's, ISBN 90 435 0519 6

Klaas-Willem de Jong is predikant in Alphen aan den Rijn en verbleef door de bemiddeling van onder anderen Hebe Kohlbrugge van 1985 tot 1987 in Boedapest.

Deze bijdrage is verschenen in Centraal Weekblad 50 (2002), nr. 24 (14 juni).

© 2002, KWdJ