Verder kijken dan ambtsdragervacatures

Verder kijken dan ambtsdragervacatures Een onderzoek van de Vereniging Kerkrentmeesterlijk Beheer (VKB) in de Protestantse Kerk bevestigt wat betrokken kerkleden uit eigen waarneming bekend moet zijn: het is moeilijk ambtsdragervacatures vervuld te krijgen. Klaas-Willem de Jong bekijkt het verschijnsel van verschillende kanten.

De VKB trekt uit haar onderzoek de conclusie dat de kerk door deze trend op den duur onbestuurbaar wordt. Op zich kan ik deze conclusie onderschrijven. Het collegiaal bestuur is een wezenskenmerk van de Protestantse Kerk. Met een onderbezet bestuur of zelfs een onbezet bestuur komt de continu´teit van het kerkelijk leven in gevaar. Toch heeft de kerk meer perspectief dan de conclusies uit het VKB-onderzoek suggereren.

Om te beginnen moet de vraag gesteld worden wat een vacature is. Een kerkenraad heeft in de plaatselijke regeling vastgelegd hoeveel ambtsdragers hij telt. De werkzaamheden zijn op een bepaalde wijze over ambten en personen verdeeld. Maar zijn per se zoveel ambtsdragers nodig? Plaatselijke regelingen gaan vaak lang mee. In de tussentijds is de gemeente soms gekrompen. Het is dan alleen al getalsmatig logisch dat het moeilijker wordt voldoende mensen te vinden. De kring waarin gevist wordt, is immers kleiner geworden. Als men op de oude voet door blijft gaan, is het niet denkbeeldig dat er op een gegeven moment nauwelijks meer iemand te vinden is. Het potentieel is volop benut. Afgezien daarvan zal krimp zijn weerslag hebben op de hoeveelheid werk. Ouderlingenwijken worden kleiner. De behoefte aan bezoek vermindert. Het werk kan met minder mensen gedaan worden. Een kerkenraad kan het aantal ambtsdragers ook gelijk houden en daarmee inzetten op intensivering van het bezoekwerk. Verhoogde onderlinge betrokkenheid leidt vermoedelijk tot het eerder nemen van verantwoordelijkheid. Zeker is dat echter niet.

Een volgende vraag is of het werk per se door ambtsdragers gedaan moet worden. Waarom zou bijvoorbeeld het werk van de diakenen niet door een diaconale werkgroep ondersteund kunnen worden? Het college van kerkrentmeesters kent onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid naast in het ambt bevestigde ouderling-kerkrentmeesters kerkrentmeesters op te nemen die dat niet zijn. In het pastoraat bestaat een vergelijkbare praktijk. Toch blijft men zich soms blind starten op ambtsdragers. Hoeveel vergadertijd zou er her en der besteed worden aan kerkenraadsvacatures? Te veel. Ook voor de gemeente is het vaak om moedeloos van te worden om opnieuw te moeten lezen dat het niet gelukt is de lege plekken in te vullen. In Twello probeerde men het onlangs met een ludieke actie: paspoppen in de kerk die aangaven hoeveel mensen gezocht werden. Hoe aardig ook bedacht, ik vrees dat het structurele probleem blijft bestaan.

Verlegenheid met het ambt
Overigens is het overdragen van werkzaamheden van ambtsdragers niet zonder meer een oplossing. Er bestaat een grote verlegenheid met het ambt. Wat onderscheidt de ambtsdrager van andere gemeenteleden? Als beide dezelfde werkzaamheden kunnen verrichten, waarom dan ambtsdrager worden met zoveel extra verplichtingen? Ik zou het eigene van het ambt vooral zoeken in het leiding geven van Godswege aan de gemeente. Dat is een hoge roeping. Het lijkt me noodzakelijk daar bij het herverdelen van werkzaamheden goed bij stil te staan.

In feite kom ik met het voorgaande al op een volgend punt: het kritisch doorlichten van de gemeenteorganisatie als zodanig. Vergaderingen stapelen zich op. In een gemeente met wijkgemeenten wordt de voorzitter van een wijkdiaconie geacht in de wijkkerkenraad te zitten, de wijk in de centrale diaconie te vertegenwoordigen, zitting te nemen in moderamina, enzovoort. Dan ben je zomaar iedere week een of twee avonden weg, nog afgezien van voorbereiding, uitwerking en dergelijke. Voor zo'n functie is bijna niemand meer te krijgen, zeker geen jongere die ook de verplichtingen van werk en gezin/relatie serieus wil nemen. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat we met elkaar soms alleen maar bezig zijn een vergadercultuur in stand te houden. Als we gewoon een aantal vergaderingen zouden afgelasten, in plaats daarvan bezoeken zouden brengen, met een diaconale attitude de wijk in zouden gaan, zou dat uiteindelijk niet veel meer opleveren? Gewoon doen?! Of zijn de vergaderverplichtingen soms ook wel makkelijk, zodat we dat op zich best moeilijke werk niet hoeven te doen? De kerkorde biedt voldoende mogelijkheden om het organisatorisch allemaal heel eenvoudig te houden. Ook een grote (wijk)gemeente kan in principe met een kleine (wijk)kerkenraad toe. Vergaderen is zinvol. Het is niet alleen zo dat twee meer dan een weten. Twee weten zelfs meer dan twee. Vergaderen kan heel erg inspirerend zijn. Maar het moet wel ergens toe leiden.

Taken en gaven
Wij zijn in het kerkenwerk sterk gewend in taken te denken. Het kan echter ook omgekeerd: in gaven. God heeft eenieder van ons met bepaalde gaven gezegend. Zou dat ook meer leidraad kunnen zijn voor de opbouw van de gemeente? Natuurlijk besef ik dat gaven soms pas na verloop van tijd zichtbaar worden, juist door een ambtelijke uitdaging aan te gaan. Maar veel mensen weten wel zo ongeveer wat ze kunnen en graag doen. De een organiseert graag. De ander steekt liever de handen heel praktisch uit de mouwen. Een volgende heeft een luisterend oor. Laat mensen meer zelf aangeven wat ze kunnen en willen en geeft ze voor de ontplooiing daarvan de ruimte. Mˇet een gemeente per se een diaconie hebben? Het is kerkordelijk nodig, maar mˇet het? Mˇet het pastoraal team volledig bezet zijn? Of kan de Geest ook langs andere wegen de gemeente opbouwen? Ik wil die vraag volmondig met ja beantwoorden. Dat hoeft niet in tegenstelling te staan tot een heldere en verantwoorde structuur. Maar ik vermoed wel dat we met alle nadruk op organisatie en vacatures de Geest wel eens dwars zitten. God heeft ons in elkaar zoveel geschonken. Maken we daar voldoende gebruik van?

Klaas-Willem de Jong


Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 61 (2013), nr. 7 (15 februari)



http://www.kwdejong.nl

© 2013, KWdJ