Niet alleen volgelingen, maar ook vrienden

MEER VARIATIE IN VERBONDENHEID MET KERK EN GELOOF

Agressief folderen in het winkelcentrum. Met veel decibellen de blijde boodschap op straat bekendmaken. Het past de gemiddelde kerkelijke gemeente niet. Toch groeit alom het besef dat de kerk zich nadrukkelijk moet presenteren. Hoe dan? Een schets.

De jongste prognoses zien er somber uit voor de protestantse kerken. In 2020 zal maar een klein percentage van de bevolking tot een van deze kerken gerekend worden. In korte tijd is daarom het besef gegroeid dat de kerk achter de muren van het kerkgebouw vandaan moet komen. Ze zal zich moeten laten zien. Bij menig kerklid roept dat negatieve associaties op. Ouderen denken aan massale campagnes in de jaren vijftig. Anderen krijgen het beeld voor ogen van luidruchtige manifestaties waar geloofswaarheden oneerbiedig door de lucht schallen. Iedereen kent de Jehovagetuigen die van deur tot deur gaan. Zij mogen vaak rekenen op bewondering, maar vrijwel niemand ziet zich als gelovige zelf zo langs de deuren gaan.
In de afgelopen jaren hebben veel gemeenten belangrijke stappen gezet in het open gooien van deuren en ramen. De zondagse kerkdienst heeft een welkomstcomité, zeker bij bijzondere gelegenheden. Er zijn cursussen ontwikkeld die geschikt zijn voor niet-leden die zich in het geloof willen verdiepen. Op de Alphacursus volgde ‘Aangenaam kennismaken’. Onlangs verscheen ‘7+1 Basiscursus Geloven’ van Peter Hendriks. Met enige regelmaat melden zich mensen die meer willen weten van geloof en kerk. Vaak zijn dit echter incidenten. Wat kan de plaatselijke gemeente doen om belangstelling voor haar activiteiten te wekken zonder in de genoemde extremen te vervallen?

Warm hart
Ik ben ervan overtuigd dat een behoorlijke groep Nederlanders de kerk een warm hart toedragen. Ze komen er wel eens een enkele keer, op een hoogtijdag van kerk of familie. Ze weten dat de kerk goede dingen doet door bezoekwerk, diaconale aandacht voor minderbedeelden, en dergelijke. Ze geloven ook wel ‘iets’, er is behoefte aan spirituele verdieping. Wat er in de opvoeding en op school ‘in’ is gestopt, is niet helemaal weg. Maar de stap om lid te worden van de kerk is te groot. Dat heeft allerlei oorzaken. De drempel van kerkelijke activiteiten is hoog. Hoe moet ik me gedragen, hoe moet ik me kleden, wat moet ik weten? De taal die in de kerk gebezigd wordt, staat ver van hen af. Wat moet je met een kring over Jona als je niet weet wie Jona is? Maar ook wie wat meer weet, zal vaak aarzelen. Lid worden van de kerk brengt verplichtingen met zich mee: persoonlijk, qua levenshouding, financieel, spiritueel … . Sympathie voor kerk en geloof is er, maar lid worden is een paar stappen te ver.
Elke kerkelijke gemeente komt in aanraking met deze sympathisanten. In mijn eigen praktijk denk ik dan in de eerste plaats aan bepaalde bijzondere kerkdiensten: scholendiensten, de kerstnachtdienst, maar ook bij vrijwel iedere uitvaart. In minder sterke concentraties zie ik ze op de rommelmarkt of doordeweeks in ons multifunctionele gebouw dat door zeer uiteenlopende groepen gebruikt wordt. Het zijn er vele, vele honderden. Het geloof laat hen niet los.

Vrienden van …
Het lijkt mij de moeite waard een poging te doen deze sympathisanten te organiseren in een parallelorganisatie. Die zou bijvoorbeeld kunnen heten: ‘Vrienden van …’, en vult u zelf op de stippeltjes dan maar de naam van uw gemeente of kerkgebouw in. De plaatselijke gemeente krijgt daarmee naast de gebruikelijke leden ook vrienden. Het kerklid gaat er in principe volledig voor. De vriend neemt een vrijblijvende positie in. Wie weet, gaat zij of hij de stap nog eens zetten. Daar wordt echter op geen enkele manier druk op uitgeoefend. De vriendengroep heeft tweeërlei doel. Enerzijds kunnen mensen laten merken dat ze sympathiek staan tegenover hetgeen de kerk doet. Anderzijds kunnen ze zich laten informeren over activiteiten die voor hen interessant kunnen zijn. In beide gevallen kán dat aanleiding zijn tot verdere actie, een gift voor het inloophuis bijvoorbeeld of deelname aan een bepaalde activiteit.
Het onderscheid tussen leden en vrienden is niet nieuw. Kerkgenootschappen die de volwassenendoop voorstaan, typeren sympathisanten nogal eens als vrienden. Lid worden betekent geloof belijden, gedoopt worden, alle verplichtingen op je nemen die bij het volgen van Jezus horen. In het evangelie is er onderscheid tussen de discipelen en de scharen. De scharen zijn nieuwsgierig, niet onwelwillend, maar ze komen en gaan wanneer ze willen. Ook zijn er in de afgelopen jaren groepen ontstaan die ik een seculiere vriendengroep zou willen noemen. Ze willen bijvoorbeeld dat de monumentale dorpskerk behouden blijft. Ze zetten zich in voor een breder gebruik van het kerkgebouw, bijvoorbeeld door een koffieconcert, een lezing of iets dergelijks. Een dergelijke vriendengroep kan een flinke steun voor de gemeente betekenen, maar de gemeente kan meestal weinig van haar geloofsboodschap aan deze groep kwijt. Die groep richt zich immers vooral op het voortbestaan van het gebouw.

Werving
De leden voor de vriendengroep worden in eerste instantie geworven op die momenten waarop ze zelf gekozen hebben naar de kerk of het kerkgebouw te komen. Dat moet dan natuurlijk wel een passend moment zijn, zoals de kerstnacht, de scholendienst of de bazaar. Eens per kwartaal of per halfjaar komt er een speciale vriendenkrant uit. Deze vriendenkrant moet er goed uitzien en op een afwisselende manier begrijpelijk berichten over kerkelijke activiteiten die voor de doelgroep interessant kunnen zijn. Dit lijkt een verdubbeling met het kerkblad. Dat is het niet. Kerkbladen zijn vaak sterk gericht op de binnenkant van de kerk, niet zelden alleen voor de actieve kern echt interessant. Dat is niet erg, de actieve kern heeft zo’n blad nodig. De vriendenkrant zou een lage drempel moeten hebben. Ook zou gedacht kunnen worden aan een makkelijk toegankelijke vriendenwebsite.

Het aardige van de vriendengroepgedachte is dat het alle ruimte biedt voor variatie en groei. Misschien is het mogelijk samen met de christelijke school in de wijk avonden te organiseren over opvoeding en de rol die kerk en geloof daarin kunnen spelen. Mogelijk kan de gelegenheid geopend worden voor een pastoraal gesprek. Natuurlijk is iedere predikant bereid een afspraak te maken met iemand die zich aandient voor een serieus gesprek. Maar de drempel is voor gemeenteleden vaak al hoog, voor anderen zelfs onoverkomelijk. Verder kan gedacht worden aan een breder aanbod zoals predikanten in Den Haag dat onlangs zijn gaan aanbieden: begeleiding bij ziekte, een uitvaart, enzovoort. Elke gemeente heeft zo zijn eigen kansen en mogelijkheden.

Continuďteit
Het gevaar van initiatieven als deze is dat ze maar een kort leven beschoren zijn. Organiserende gemeenteleden en predikanten komen en gaan. Het lijkt me daarom zinvol dat een kerkenraad zich goed bezint eer hij begint. Kan voldoende continuďteit geboden worden, bijvoorbeeld door dit werk in de profielschets van de predikant te verankeren? Kan er iemand gevonden worden die dit stukje werk in de kerkenraad behartigt? Is er voldoende uithoudingsvermogen aanwezig? Een project als dit heeft tijd nodig om te settelen. Het is daarbij zinvol om duidelijke doelen te stellen, zoals: ‘wij willen over vier jaar honderd vrienden hebben geworven’.

Een vriendengroep kan het draagvlak voor de kerk in de samenleving helpen zichtbaar maken. De groep kan bruggen slaan vanuit de op een eilandje opererende kerkelijke gemeente. Ik reken er daarbij op dat bekender ook beminder maakt.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Centraal Weekblad 54 (2006), nr. 48 (1 december)

http://www.kwdejong.info

© 2006, KWdJ