Naar een nieuwe manier van omgaan met kinderen en kerkdienst

Weg met de kindernevendienst

*** De kinderen horen er in de kerk vanzelfsprekend bij. Maar betekent dat ook vanzelfsprekend een kinderparalleldienst? Klaas-Willem de Jong onderzoekt de mogelijkheden.

Het is ongeveer vijftig jaar geleden dat de kindernevendienst begon. Het is vanwege het meerduidige ‘neven’ altijd een wat ongemakkelijke benaming geweest. Ik heb het zelf daarom maar liever over kinderparalleldienst. Het is in zekere zin een typisch gereformeerde uitvinding geweest. Uitgangspunt was daar dat het gezin naar de kerk ging. In de ene kerkdienst voor de hele gemeente moest ieder worden aangesproken. Gereformeerden aarzelden daarom wel, of kinderen een aparte, separate benadering behoefden. Ook het verschijnsel jeugddienst werd in deze lijn kritisch bekeken. In de Hervormde Kerk lag het anders. Daar bestond al veel langer een zekere differentiatie, bijvoorbeeld in de jeugdkapel, een voorloper van de tegenwoordige tiener(parallel)dienst. Vanaf de jaren zeventig vond de kinderparalleldienst in hoog tempo ingang, al hingen Hervormden vaak nog wel aan de zondagsschool die geheel los van de kerkdienst opereerde. Dat was, zeker in tegenwoordig missionair perspectief, niet zo vreemd. Het bereik van de zondagsschool was zeker in het verdere verleden aanzienlijk breder dan het kerkgaande gezin.

Lachen
De kinderparalleldienst heeft een hoge vlucht genomen. Kinderen hebben een eigen plek in de kerkdienst gekregen. Ik kan me nog goed herinneren hoe wij als kinderen op een gepaste, rustige manier de kerk moesten verlaten. Niet storen! Dat verschilt hemelsbreed van nu, waarin de kinderen zich speels en spontaan gedragen, ook bij het vertrek naar hun eigen dienst. Lag het accent in de begintijd op een verhaal voor de kinderen, nu is het veel meer dan dat. Methodes als Kind en Zondag, Vertel ’t maar en Bonnefooi bieden van alles rond het verhaal: een opstap, een verwerking, een lied soms. Het hoort er allemaal bij. Vaak begint de eigen dienst al voor in de kerk. De voorganger legt in gespreksachtige vorm de verbinding met wat er verder komen gaat. Dat gaat vaak gepaard met lachen van de overige kerkgangers. Vertederend wat de kinderen zeggen, en hoe ze dat doen. De vraag rijst of dit nu wel de bedoeling is. Het lijkt soms meer op (hopelijk onbedoeld) entertainment dan samen vieren. Worden kinderen zo wel serieus genomen?
Het was ooit de bedoeling dat de kinderparalleldienst de betrokkenheid van kinderen bij de vorm en inhoud van de kerkdienst zou vergroten. Hun eigen dienst vormde hielp het verschil tussen de specifieke behoeften van kinderen en het aanbod van de reguliere kerkdienst te overbruggen. Toch blijkt de stap na het langzamerhand liturgisch geïnstitutionaliseerde afscheid van de kinderparalleldienst naar de ‘gewone’ kerkdienst groot. In het verlengde zijn tienerdiensten opgezet, vaak in een wat lagere frequentie, bijvoorbeeld eens per maand. Maar de vraag is of de overstap daarna wel lukt. Vermoedelijk niet. Er is een bijna overbrugbare kloof ontstaan tussen het meer eigentijdse aanbod voor kinderen en tieners en de gangbare wijze van kerkdienst houden.

Andere benadering
Het lijkt mij om deze redenen hoog tijd om opnieuw te kijken naar de kerkdiensten en de positie van kinderen daarin. Maar de redenen kunnen ook heel pragmatisch zijn. In mijn eigen gemeente werd ik tot deze bezinning gedwongen omdat het door verschillende omstandigheden niet goed mogelijk was de oudere kinderen een eigen kinderparalleldienst te bieden. Ik beperk me in dit artikel tot hen, laten we zeggen vanaf groep 5 of 6. Wat zijn de alternatieven?
Om te beginnen denk ik dat kinderen veel meer van de kerkdienst kunnen ‘meemaken’ dan wij vaak denken. Dat gaat niet vanzelf. Het is ook niet alleen maar ‘leuk’. Het is een zaak van gewennen en leren. Dat vergt het nodige van de ouders die hen in de eerste plaats bij zullen moeten begeleiden. Maar dat geldt bijvoorbeeld los van de kerkdienst ook voor bidden. Maar er is ook een andere kant. Geregeld maak ik als voorganger voor de kinderen een ‘kindermenu’. In een paar eenvoudige zinnen leg ik uit waar het om gaat. Ik stel concrete vragen bij een lied en vraag de kinderen de antwoorden op te schrijven (potlood en schrijfplankje worden bij het ‘kindermenu’ verstrekt). Ik vraag de kinderen naar hun mening, ook over een aspect van de preek. Ik suggereer ze ideeën voor hun stil gebed, later in de dienst, op te schrijven. Soms ziet er een puzzeltje bij, een enkele keer kan er ook gekleurd worden. Met enige creativiteit valt veel te bedenken. De bovengenoemde kinderparalleldienstbladen kunnen daarbij stimulerend werken. Nu dreigt het gevaar dat de kinderen ook op deze manier weer worden ‘weggezet’. Zolang ze maar rustig zijn … . Soms merk ik dat de aandacht wegzakt, of dat het erg onrustig wordt. Dan kan het heel simpel zijn om bij de gebeden te zeggen: ‘we gaan nu bidden, we leggen het kindermenu even weg … ‘. Dat hoort bij het gewennen en leren. Maar juist de oudere kinderen kunnen ook prima hun inbreng hebben. Dat doe ik dan liever niet geïsoleerd, zoals in het klassieke kindermoment, maar met betrokkenheid van de hele gemeente. Een vraag bij of naar aanleiding van de Schriftlezing: ‘Waarom zou Jezus dit nu zo aanpakken?’ Of, wat persoonlijker: ‘Wat vind jij ervan dat God juist David tot koning kiest?’ Ik heb prachtige antwoorden gehoord, van jong én oud! Natuurlijk, dit vergt een andere manier van vieren, meer interactiviteit. Overal in de samenleving kunnen en mogen we meepraten. Waarom in de kerkdienst niet? Met de loop- en draagmicrofoon hoeft het geluid in principe geen probleem te zijn. Ook de grootte van de groep is niet echt een bezwaar. De preek is bij een dergelijke aanpak niet zo’n struikelblok in de aandacht van kinderen als wel eens gesuggereerd wordt. Een gedachte. Een verhaaltje. Er is altijd wel iets. En zelfs als er eens niets is, hoe erg is het dan om te leren een kwartier stil te zijn voor een ander?
Het zal duidelijk zijn. We moeten wat mij betreft sterk overwegen te gaan stoppen met de kinderparalleldienst voor oudere kinderen. Het is tijd voor een andere manier van liturgisch benaderen, van de kinderen, van onszelf.

Klaas-Willem de Jong

Dit artikel is in licht bewerkte vorm gepubliceerd in Christelijk Weekblad 60 (2012), nr. 34/35 (24 augustus)



http://www.kwdejong.nl

© 2012, KWdJ