Een aanzet tot gesprek

VERLEGENHEID ROND HET AVONDMAAL

Omslag 'Wij delen in uw leven' Het is nog niet zo lang geleden, dat de avondmaalspraktijk in grote delen van protestants Nederland vast stond. Net als vele andere aspecten van het kerkelijk leven trouwens. Het Avondmaal werd in de meeste gemeentes vier maal per jaar bediend. Op de voorafgaande zondag werd een voorbereidingspreek gehouden. De predikant deed daarin een oproep tot zelfonderzoek: alleen wie oprecht berouw had over zijn zonden, mocht aangaan. Als er ‘iets’ was tussen gemeenteleden, dan diende dat vóór de avondmaalszondag te worden opgelost. Anders konden de betrokkenen niet samen Avondmaal vieren, een maaltijd waarin vergeving en verzoening van Godswege centraal stonden. De Heidelbergse Catechismus verwoordt het onder meer zo: deelname aan het Avondmaal betekent ‘met een gelovig hart heel het lijden en steven van Christus aannemen en daardoor vergeving van de zonden en het eeuwige leven verkrijgen’. Grote woorden, de eeuwigheid staat op het spel. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de sfeer in de kerk op een avondmaalszondag stemmig was, ernstig, vaak ook wat gespannen. Dit werd nog versterkt door de woorden van Paulus, dat wie niet waardig was deel te nemen, zichzelf een oordeel at en dronk.

Hoe het is
Hoe anders is de situatie in menige gemeente nu. Het Avondmaal wordt vaker gevierd, soms zelfs elke zondag. De sfeer is losser. De viering heeft iets feestelijks. Dat wordt mede veroorzaakt door de deelname van kinderen. Het accent is verschoven: het horizontale is sterker geworden dan het verticale. De verbondenheid met de Heer wordt ervaren in de verbondenheid met de naaste. Tegelijk is ook een zekere verlegenheid met de viering van het Avondmaal ontstaan. Wat vieren we nu eigenlijk? Wat voegt het toe? Waarom zo vaak? Afgelopen zomer verscheen de cursus Aangenaam kennismaken, een kennismaking met het christelijk geloof, waarin interviews met ‘gewone’ gemeenteleden een belangrijk element vormen. De gesprekken over het Avondmaal bevestigen de indruk die ik de afgelopen jaren als predikant heb opgedaan. De verbinding met het lijden en sterven van Jezus wordt maar door een beperkte groep gelegd. Aspecten als vergeving en verzoening zijn wel aanwezig, maar niet erg dominant. Daartegenover wordt delen met elkaar belangrijk gevonden. Jongeren weten echter niet goed raad met het Avondmaal, ook al mogen ze van jongsaf aan deelnemen.

Hoe het kan zijn
Er is dus wel enige aanleiding om het gesprek in de gemeente over het Avondmaal (weer) op te starten. Het is daarbij wel van belang wat handreikingen te bieden om het gesprek enige verdieping te geven. In veel gevallen zal de hoeveelheid kennis immers beperkt zijn. Ik wil in dit verband een boekje bespreken van collega G.M. Landman, predikant in De Bilt: Wij delen in Uw leven. Met als ondertitel: Liederen en aanmoedigingen bij de Maaltijd van de Heer voor deelnemers, afhakers en (her)intreders.
Elk hoofdstuk begint met een korte, pakkende inleiding op het thema. Daarna volgt een lied uit de Engelse traditie, door de auteur in het Nederlands vertaald. Vervolgens wordt het thema uitgewerkt. Een aantal gespreksvragen en enkele suggesties om bij het thema te zingen sluiten het hoofdstuk af. De tien liederen die achtereenvolgens aan bod komen, zijn met de Engelse zettingen in een muziekbijlage opgenomen. Bezingen en bezinnen lopen in dit boek vloeiend in elkaar over.

Gedegen aanpak
Ik neem het eerste hoofdstuk als voorbeeld om vandaar uit steeds de lijn door te trekken naar de rest van het boek. Het eerste hoofdstuk is getiteld ‘Aan Tafel gaan’ en begint met een aantal vragen: ‘Hoe naderen wij de Tafel van de Heer? Met gevouwen handen? Met de handen open om te ontvangen?’. Van het uiterlijk komt Landman dan op het innerlijk terecht: nog altijd bestaat er in bepaalde streken van ons land avondmaalsmijding. Net als in de andere hoofdstukken is de inleiding kort, krachtig en praktisch. Ze nodigt uit tot verder lezen en verder overwegen. Landman doet dat in het eerste hoofdstuk aan de hand van het lied ‘Zoals ik ben’, dat hij uit het Engels vertaald heeft. Het eerste couplet luidt:

Zoals ik ben, kom ik nabij,
met niets in handen dat dat Gij
mij riep, en zelf U gaf voor mij –
o Lam van God, ik kom.


Ik weet niet goed, hoe de gemiddelde kerkganger zal reageren op de gekozen liederen. Persoonlijk vind ik ze mooi en roepen ze bij mij het nodige op. Ik vermoed echter, dat de liederen qua taalgebruik en voorstellingswereld – hoe voluit Bijbels ook! – voor sommigen moeilijk toegankelijk zijn.

Deze waarneming zet zich voort in het vervolg. De uiteenzettingen van Landman hebben een sterk historische en bijbels-dogmatische inslag. Voor wie de omslag goed bekeken heeft, komt dat niet als een verrassing. Een zeventiende-eeuwse tekening siert de voorkant. Deze aanpak vereist echter wel de nodige voorkennis. In het eerste hoofdstuk heeft Landman ook een persoonlijk verhaal opgenomen. Het zou de leesbaarheid van het boekje hebben verhoogd, als in elk hoofdstuk zo’n ervaringsverhaal was opgenomen. Wie echter het hoge niveau juist zoekt, komt in kort bestek veel tegen over de theologie en liturgie van het Avondmaal. Vooral de eigen accenten van de Engelse traditie worden duidelijk voor het voetlicht gebracht. De titel van het boekje, Wij delen in Uw leven, duidt daar al op. Vanuit onze eigen traditie zouden we eerder de omgekeerde beweging accentueren: God deelt in ons leven; in de tekenen van brood en wijn wordt dat zichtbaar gemaakt. Ondanks de gedegen beschouwingen ademt het geheel een warme sfeer. Dat is juist bij een onderwerp als dit een verdienste. Steeds weer poogt Landman de wat ik gemakshalve maar noem horizontale en verticale aspecten van het Avondmaal op elkaar te betrekken. Soms zal de lezer zijn schouders ophalen. Bijvoorbeeld als Landman zich druk maakt over synodale beslissingen in Engeland om in liturgische teksten de Geest niet af te roepen over dingen (p. 43-44). Die gedachte is ook onder ons bepaald geen gemeengoed. De gemiddelde lezer zal er eerst nog aan moeten wennen. Een uitvoeriger fundering was derhalve meer op zijn plaats geweest.

Creativiteit nodig
De vragen en gesuggereerde liederen helpen om de gepresenteerde stof in groepsverband te verwerken. Het zijn vooral vragen voor de ‘deelnemers’ en de ‘herintreders’ uit de ondertitel. Ik zie niet goed, hoe ze ‘afhakers’ nog weer op een bepaald spoor kunnen zetten. Voor ‘intreders’ is het boekje doorgaans te hoog gegrepen. Op een goede manier is geprobeerd in de vragen ook de gevoelens die het Avondmaal oproept naar boven te halen. In het eerste hoofdstuk – om dat nog maar een keer aan te halen – wordt dit onderdeel ingezet met: ‘Wat roept de Tafel bij u op? Verlangen, ontroering? Of eerder schroom, huivering, afweer? Wilt u dichterbij komen of voelt u juist afstand? Waar komt dat door?’ Hoewel ook het samen zingen tot de verwerking behoort, vind ik het geheel wel erg verbaal. Zelfs als gekozen wordt voor een verbale aanpak, is variatie in de werkvormen goed denkbaar. Degene die met dit boekje aan de slag gaat, zal nu zelf de nodige creativiteit aan de dag moeten leggen. De groep zal zich anders snel beklagen over de eentonigheid.

Ik hoop dat de poging van Gert Landman om de avondmaalsbeleving te verdiepen weerklank mag vinden. Zijn boekje verdient nadere bestudering. Ik hoop daarnaast dat er over dit thema meer materiaal voor gemeentegroepen op de markt komt, met andere legitieme accenten en wat meer variatie in verwerkingsvormen.

Gert Landman, Wij delen in Uw leven. Liederen en aanmoedigingen bij de Maaltijd van de Heer voor deelnemers, afhakers en (her)intreders (Boekencentrum Zoetermeer 2002; ISBN 902390996-8; 92 blz.).


Dit artikel werd in licht bewerkte vorm geplaatst in Centraal Weekblad 51 (2003), nr. 4 (24 januari)
© 2003, KWdJ