Aanvullingen op het Dienstboek met een ‘gereformeerd’ gehalte

Geloven gaat verder Onlangs verscheen ‘Aanvullingen op het Dienstboek van de commissie gereformeerde liturgie’, gemaakt in opdracht van de Werkgroep Eredienst van de Protestantse Kerk in Nederland. Dr. K.W. de Jong, voorzitter van de commissie, geeft een eerste impressie.

Een voorzitter die schrijft over het werk van de commissie die hij heeft geleid. De kans bestaat dat u niet verder leest. Een dergelijke bijdrage somt meestal op wat gebeurd is, bevestigt vooral. Dat is geen spannende lectuur. Toch hoop ik dat u doorleest. Ik wil in dit artikel namelijk enkele vragen onder woorden brengen waar de commissie tegenaan gelopen is. De commissie heeft daarin haar standpunt bepaald. Toch is daarmee het pleit nog niet beslecht. Wat vindt u? Als gemeentelid, kerkenraad of predikant?
Om te beginnen ga ik even met u terug in de tijd. Ruim twee jaar geleden verzocht de landelijke Werkgroep Eredienst van de PKN om een gesprek met Confessionele Vereniging en Confessioneel Gereformeerd Beraad over het Dienstboek. Gezamenlijk kwamen we toen tot de conclusie dat het zinvol zou zijn een aanvulling op het Dienstboek te maken, waarin in ieder geval de confessionele modaliteit van de kerk zich zou kunnen herkennen. Eind augustus verscheen de bovengenoemde proeve van ‘Aanvullingen’. Daarin staat een orde voor de zondagmorgendienst en een orde voor de bediening van de Doop. Over twee jaar hoopt de commissie meer materiaal aan te bieden, bijvoorbeeld voor de viering van het Heilig Avondmaal.

Orde voor de zondagmorgendienst
In eerste instantie lijkt de orde voor de zondagmorgendienst weinig discussiestof te bevatten. Zo is de lezing van de Wet opgenomen, een onderdeel dat trouwens ook in de orde van Dienstboek I is terug te vinden. Toch spreekt niet alles voor zich, al lijkt dat in de eerste regels wel zo: ‘De tekst links is die van de klassieke liturgische formules. De ingesprongen tekst volgt de Nieuwe Bijbel Vertaling.’ De verschillen zijn in het algemeen niet groot. De NBV wordt inmiddels ook in tal van confessionele gemeenten met overtuiging gebruikt. Toch rijst de vraag: moet dat eigenlijk wel, liturgische formules volgens de NBV? Gaat het in liturgische formules net als in een Schriftlezing om verstaanbaarheid? Enerzijds zou men kunnen zeggen dat de liturgische formules onderdeel uitmaken van een ritueel. De vertrouwde klank is minstens zo belangrijk als de verstaanbaarheid. Anderzijds kan men stellen dat ook volgende generaties deze formules inhoudelijk eigen moeten kunnen maken. Het kan vreemd overkomen dat de Schrift op het ene moment in archaïsche bewoordingen klinkt en op het andere in vertaling geheel bij de tijd is. Daarbij moet dan wel weer worden opgemerkt dat de Bijbel in de eredienst op heel verschillende manieren tot klinken wordt gebracht. De berijmde psalm is qua taal van een ander gehalte dan de psalm in ‘gewone’ vertaling.
Een volgend gesprekspunt kan de plaats van de Wet zijn. Vatten we die op als regel der dankbaarheid en komt die dus ná de verootmoediging? Of roept de lezing van de Wet juist verootmoediging op en dient ze dus voorop te gaan? De commissie koos ervoor om met de verootmoediging te beginnen en de Wet te laten volgen. Voor de christen mag de dankbaarheid overheersen. Tussen verootmoediging en Wet staat nu tussen haakjes de zogenaamde genadeverkondiging. Tussen haakjes: alleen al in dat detail proeft u dat er discussie mogelijk is. Al in de tijd van de Reformatie heeft men zich afgevraagd of het niet beter was de verkondiging van Gods genade in de preek te situeren. Los daarvan: hoe werkt het als de gemeente week-in week-uit op de verootmoediging de genadeverkondiging hoort. Wordt het niet teveel een automatisme? Komt het over? Tegelijk: juist de verkondiging van het hart van het evangelie, is dat niet iets ontzettend moois en kostbaars waar je nooit genoeg van kunt krijgen?

Doop van kinderen
In Dienstboek II is de onderwijzing bij de doop terug van weg geweest. Helaas heeft lang niet iedereen die te midden van de veelheid aan materiaal gevonden. Er zijn zelfs drie verschillende opties, elk met een eigen accent zoals bijvoorbeeld het verbond. De ‘Aanvullingen’ bevat een vierde. De commissie heeft zich ten doel gesteld daarin de klassieke gereformeerde leer van de (kinder)doop beknopt uiteen te zetten.
Wie nauwkeurig leest, ontdekt dat er in het geheel van de dooporde toch van een zekere verschuiving sprake is: het verbond dat God met ons gesloten heeft, vormt de basis voor de kinderdoop. De tekst van het leerstellig deel laat dat duidelijk zien. Binnen dit kader zijn echter de belijdende lijnen sterker geworden. De Apostolische Geloofsbelijdenis is opgenomen als vast element. In het verlengde daarvan is de volgorde van de vragen veranderd. De belijdende vraag gaat voorop, die over het verbond volgt. De kerk van de 16e eeuw stond in een samenleving waarin vrijwel iedereen gedoopt was. De situatie van de 21e eeuw is een geheel andere. De doop is veel sterker dan toen een bewuste keuze. De commissie heeft gemeend dat dat ook in de liturgie tot uiting mag komen. Het lijkt me een goede zaak dat gebruikers op dit punt nog eens bij zichzelf te rade gaan. Vindt u dat in de voorliggende orde een goed evenwicht gevonden is tussen enerzijds het verbond – God hééft in Christus gekozen – en anderzijds de belijdende elementen – onze keuze in reactie op Zijn bijzondere aanbod in Christus?
Natuurlijk zijn er ook nog andere vragen te stellen. De taal en de beelden zijn niet eenvoudig. Verstaan doopouders het, als er bijvoorbeeld gesproken wordt over de afwassing van zonden door het bloed van Christus? De commissie heeft de lat bepaald niet laag gelegd. Is dat terecht?

Ik hoop dat de ‘Aanvullingen’ niet alleen gebruikt zullen gaan worden, maar ook aanleiding zullen geven tot een goed gesprek over de eredienst. Nieuwsgierig geworden? Bestellen kan (tot 5 ex. gratis) bij: Werkgroep Eredienst, LDC, Postbus 8504, 3503 RM Utrecht (of: werkgroeperedienst@pkn.nl). We zijn benieuwd naar uw reactie!

Gepubliceerd in: Confessioneel 121 (2009), nr. 19 (22 oktober)

http://www.kwdejong.info

© 2009, KWdJ