Gebroken of gegeven


Dienstboek Kanttekeningen bij het zogenaamde Londens aanhangsel (2)

Gepubliceerd in: Confessioneel 123 (2011), nr. 11 (26 mei)

In het vorige nummer maakten we kennis met het Londens aanhangsel, een formule bij de uitdeling van brood en wijn bij de viering van het Heilig Avondmaal: ‘Neemt, eet, gedenkt en gelooft, dat het lichaam van onze Here Jezus Christus gebroken is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.’ En: ‘Neemt, drinkt allen daaruit, gedenkt en gelooft, dat het dierbaar bloed van onze Here Christus vergoten is tot een volkomen verzoening van al onze zonden.’ In de Nederlanden heeft dit aanvankelijk gediend als getuigenis tegen de opvatting dat brood en wijn veranderen in lichaam en bloed van Jezus Christus. In de tweede helft van de 19e eeuw heeft het opnieuw aan populariteit gewonnen als waarmerk van de orthodoxie.
In dit artikel wil ik een paar stappen verder terug in de tijd. Ik doe dat aan de hand van een enkel voltooid deelwoord in het broodwoord: ‘het lichaam van onze Here (…) gebroken’. Zo staat het in het Hervormde Dienstboek uit 1955. Het Dienstboek van 1998 doet het anders. Daar is gebroken vervangen door gegeven. De dit najaar verschijnende Aanvullingen op het Dienstboek zullen dit overnemen. Voor we verder in de historische gegevens duiken het volgende. De keuze voor gebroken is in overeenstemming met 1 Kor. 11: 24 in de Statenvertaling: ‘Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt’. In latere vertalingen ontbreekt het. Daarnaast kan de handeling die het begeleidt een rol hebben gespeeld: het breken van het brood. Tevens is het een mooie parallel bij het bekerwoord: brood gebroken, wijn vergoten. Ertegen pleit dat in de Schrift nadrukkelijk staat dat Jezus’ beenderen niet gebroken zijn (Joh. 19: 33). Hoewel, beenderen vormen slechts een onderdeel van het lichaam. Dit bezwaar mag dus niet al te zwaar wegen. De keuze voor gegeven kan beargumenteerd worden door Jezus’ woorden in het avondmaalsbericht van Lucas: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt’ (Luc. 22: 19 – NBV).

Terug in de tijd
De naam zegt het eigenlijk al: het Londens aanhangsel komt uit Londen. Iets nauwkeuriger: het Londens aanhangsel zoals wij dat kennen. Daarom ga ik in eerste instantie verder terug in de tijd, naar een andere plaats: het Straatsburg van de reformatoren Bucer en Calvijn. De kern van Bucers formule (1525) bestaat uit de woorden: ‘Gedencke, glaube und verkünde, dass Christus, der herr, für euch gestorben ist.’ We onthouden de woorden gedenken en geloven. Calvijn heeft twintig jaar later (1545): ‘Prenez, mangez, le corps de Iesus, qui esté livré à la mort pour vous.’ We onthouden de woorden nemen (‘prenez’) en eten (‘mangez’). Tezamen hebben we daarmee het begin van het aanhangsel: Neemt, eet, gedenkt en gelooft … .

Londen
Van het Europese vasteland maken we de stap naar Londen. Daar bevond zich een Nederlandse vluchtelingengemeente. Een van de voorgangers, Maarten Micron, stelde orde op zaken. Hij schreef een kerkorde en in het kader van de kerkorde ook een handleiding voor de eredienst. Een en ander wordt in 1554 uitgegeven als De christlicke ordinancien. Micron heeft verschillende bronnen gebruikt, ook voor de uitdelingswoorden bij het Avondmaal. Zo loopt er zeker een lijn naar Oost-Friesland, de streek ten Oosten van Emden. Maar ook moet Micron de Straatsburgse praktijk gekend hebben. Ik cursiveer in Microns aanhangsel bij het broodwoord de woorden die hij aan Calvijn ontleend lijkt te hebben: ‘Nemet, etet, ghedencket, ende gheloovet, dat het lichaem ons Heeren Christi inder doot, aen de galghe des cruyces ghelevert is, tot de vergiffenisse aller onser sonden.’ In feite breidt Micron Calvijns formule uit. Als we kijken naar de vraag of het gebroken of gegeven moet zijn in het aanhangsel, komen de formuleringen van zowel Calvijn als Micron het dichtst in de buurt van het gegeven. Micron sluit met het gehlevert aan bij 1 Kor. 11: 24 in de Leuvense bijbelvertaling van 1548.

De Nederlanden
Het mag een wonder heten dat het Londens aanhangsel in ons land gemeengoed geworden is. Datheen kent het met zijn populaire uitgave van psalmberijming en liturgische formulieren uit 1566 namelijk niet. Via andere wegen, mogelijk ook mondelinge overlevering, heeft het in Nederland bekendheid gekregen. We komen het aanhangsel in 1574 geciteerd tegen in de acta van de Provinciale Synode van Dordrecht. Het tweede deel luidt daar bij het broodwoord: ‘dat het lichaem Iesu Christi ghebroocken is tot een volcomen versoeninghe aller onser sonden.’ Kijken we naar 1 Kor. 11: 24 in de toen meest recente Nederlandse Bijbelvertaling, de zogenaamde Deux-Aesbijbel (1562), dan komen we daar ghebroken tegen.
Voor ik tot een conclusie kom, wijs ik op het feit dat terwijl Micron spreekt over vergiffenisse de synode voor versoeninghe kiest. Dat is niet vanzelfsprekend. De Heidelbergse Catechismus heeft in vr./antw. 80 immers: ‘volkomen vergeving van al onze zonden’. Dat ligt qua formulering dichter bij de Schrift. Het is goed denkbaar dat men met verzoening nog eens onderstreept dat het gaat om het werk dat door Christus eens en voor altijd ís volbracht.

Conclusie
We kunnen in ieder geval vaststellen dat het Londens aanhangsel diepe wortels heeft en in de kern teruggaat op de vroege Reformatie. Maar wat is nu beter, gebroken of gegeven? Onze voorouders lijken zich veel gelegen te hebben laten liggen aan de woordkeus van de Schrift. Probleem is dat recentere vertalingen net dit woord in 1 Kor. 11 weglaten, overigens op goede gronden. Ik denk dat gegeven dan het dichtst bij de Schrifttekst ligt. Het alternatief, gebroken, is specifieker, sterker afwijkend. Daar staat tegenover dat het wel heel goed past bij de handeling van het brood breken. Het aanhangsel is, hoe Bijbels geïnspireerd ook, een menselijk construct. Nu een bepaald woord niet direct meer op de Schrift is terug te voeren, is het niet bezwaarlijk zelf de keuze te maken die het beste past. Gebroken of gegeven: het kan allebei.

Dr.mr. Klaas-Willem de Jong.


http://www.kwdejong.info

© 2011, KWdJ