Samen in de naam van Jezus

Een evangelicale liturgiek

Samen in de naam van Jezus Bewust heb ik als ondertitel voor dit artikel gekozen voor de aanduiding ‘evangelicale liturgiek’. Zo durf ik het onlangs verschenen boek van Evert van de Poll namelijk wel te noemen. Het behandelt in een kleine 250 pagina’s de verschillende aspecten van de liturgie vanuit een evangelicale invalshoek. Dat is waardevol, alleen al omdat iets dergelijks tot op heden in het Nederlandse taalgebied nog niet bestond. We hebben inmiddels al weer ruim tien jaar het handboek De weg van de liturgie, maar daarin is de aandacht voor het evangelicale spoor zeer beperkt. In de tussentijd is de invloed van het evangelicale gedachtegoed in de traditionele kerk sterk gegroeid. Denk alleen maar aan het succes van de Evangelische Liedbundel.

Gedegen
Van de Poll levert gedegen werk. In het eerste hoofdstuk behandelt hij verschillende termen voor de samenkomst van de gemeente. Hij kiest voor samenkomst. Dat acht hij een Bijbelse en verantwoorde term. Andere woorden als dienst, eredienst en viering vindt hij minder geschikt. De aanduiding dienst vindt hij verwarrend, omdat het de vraag oproept wie er dient. God, de mens? Bovendien is de achterliggende Bijbelse term, diakonia, zijns inziens voor iets anders bestemd. Positiever is hij over het Engelse ‘worship’, letterlijk: aanbidding, al heeft dat het gevaar in zich dat het accent ligt op de menselijke activiteit.
Het zal niemand verbazen dat Van de Poll als evangelicaal grote vraagtekens zet bij een vaste orde of bepaalde liturgische tradities. Hij benadrukt de vrijheid die het Nieuwe Testament biedt als het gaat om de samenkomst van de gemeente. Tradities kunnen voor hem op geen enkele manier normerend zijn. Hij stemt van harte in met het moderne liturgiehistorische onderzoek dat laat zien dat er in de vroege kerk een grote mate van liturgische verscheidenheid is geweest.
Tegelijk laat Van de Poll zien dat ook de hedendaagse evangelicale liturgie niet ‘uit de lucht’ komt vallen. De protestantse, met name calvinistische eredienst, heeft haar sporen achter gelaten. Daarnaast zijn er invloeden van vrije gemeenten, zoals de Engelse non-conformisten. Tot slot valt tot op de dag van vandaag de sfeer van de revival meetings uit de 18e en 19e eeuw te bespeuren. Ook toen zocht men op eigentijdse wijze aansluiting bij de cultuur. De roep om laagdrempeligheid is bepaald niet van vandaag. Bij dit alles ligt de nadruk, althans in principe, meer op een bepaalde inhoud dan op de vorm. Van de Poll noemt in dit verband vier kernwoorden: aandacht voor Schrift, devotie, gemeenschap en Koninkrijk. Gaandeweg ontwikkelt Van de Poll op deze wijze een eigen, evangelicale visie op de liturgie. Het eerste deel van het boek is daarmee wat mij betreft het interessantse en het beste.
Van de Poll kijkt niet alleen kritisch naar andere kerkelijke tradities, ook ontwikkelingen in ‘eigen’ kring beziet hij met zorg. Op de plaats van de koorruimte in oude kerken, verrijst in de zaal van menig evangelicale gemeente een podium. Bands en zangers nemen de zang van de gemeente over. Er vindt (opnieuw) een scheiding plaats die juist in een evangelicaal geïnspireerde gemeente niet zou mogen bestaan. Op andere momenten mag het wat mij betreft zelfkritischer. Bijvoorbeeld als het gaat over de gevoeligheid voor veranderingen in het stramien, de orde van dienst. Die blijkt ook in evangelicale kringen te bestaan, maar wordt nauwelijks gethematiseerd. Over clichés in zogenaamde vrije teksten lezen we zo goed als niets.

Apart
Van de Poll levert een apart boek. Het is apart in de zin van: anders dan andere boeken over de liturgie. Maar het apart slaat wat mij betreft ook op de relatie met wat elders over liturgie geschreven is. Een flink deel van de literatuurlijst is gevuld met Engelstalige boeken. In de noten wordt zelden naar Nederlandse literatuur verwezen. Van de Poll kan voor de evangelicale theologie nauwelijks terugvallen op ons eigen taalgebied. Nederland is op dat opzicht karig bedeeld. Toch had Van de Poll met enige moeite zijn aanpak best steviger in de Nederlandse theologie kunnen verankeren. Met name in de (voormalige) Gereformeerde Kerken hebben stromingen bestaan die verwantschap vertonen met het evangelicale gedachtegoed. Zo heeft G.N. Lammens in de jaren zestig behartigenswaardige zaken gezegd over liturgie als samenkomst van de gemeente. Ook qua sfeer, met een zekere nadruk op het losse en informele, is daar het nodige te vinden wat Van de Poll zou hebben aangesproken.
Een tweede aarzeling heeft met het voorgaande te maken. Naar mijn stellige overtuiging spelen psychologische categorieën een belangrijke rol in de wijze waarop de evangelicale samenkomsten functioneren. Van de Poll erkent in zijn hoofdstuk over de muziek de (te) grote rol die deze kan hebben, maar wat meer distantie zou niet verkeerd zijn geweest. Wat ‘gebeurt’ er met de gemiddelde bezoeker in een samenkomst? In hoeverre is er sprake van beïnvloeding, of zelfs manipulatie? Waar ligt de grens?
Een bezwaar tegen veel boeken over liturgie is het subjectieve aspect. Dat geldt ook Van de Polls boek. Ik lees: ‘De opening lijkt ons niet het moment van schuldbelijdenis of gebed ontferming voor de nood in de wereld, zoals dat in veel kerken gewoonte is. Daar zijn de mensen op dat moment nog niet aan toe.’ Hoe weet hij dat? Waar baseert hij dat op? In beide gevallen is er een duidelijke relatie met het begin van de dienst. Elders ontbreekt het aan consistentie. In een paragraafje over kleding vraagt Van de Poll suggestief: ‘Vraagt de ontmoeting met de Allerhoogste niet om een zekere stijl? En mogen we het gebeuren dan niet enige mate van cachet geven?’ Waarom lees ik zulke vragen niet als het om zorgvuldigheid met taal gaat, of om de orde als zodanig?

Van de Polls boek beschouw ik als een aanzet tot bezinning. Waar staan we zelf? Het lijkt me hoog tijd voor een gedegen boek vanuit een confessionele invalshoek.

E.W. van de Poll, Samen in de naam van Jezus. Over evangelische liturgiek en muziek, Zoetermeer: Boekencentrum 2009 (ISBN: 978 90 239 23497, € 21,50).


Deze boekbespreking is gepubliceerd in ‘Confessioneel’ 121 (2009), nr. 21 (19 november)


http://www.kwdejong.info

© 2009, KWdJ