DE HEIDELBERGSE CATECHISMUS

1    Catechese is ouder dan de Reformatie, maar heeft in de Reformatie wel een centralere plaats gekregen dan voorheen. Terecht meende men dat vernieuwing van geloof en kerk moest beginnen met de jeugd. Daarom kwam er een bijzonder accent te liggen op het kerkelijk onderricht. Deze pedagogische en didaktische inzet van de Reformatie heeft ook doorgewerkt in de eredienst. In de calvinistische kerken werden voor doop en avondmaal formulieren met leerstellige uiteenzettingen opgesteld.

2    Luther is de eerste geweest die een catechismus geschreven heeft in een vorm, zoals wij die nu nog kennen (1526). In de eeuw van de Reformatie verschenen vervolgens diverse, inhoudelijk soms behoorlijk uiteenlopende catechismussen. De Heidelbergse Catechismus uit 1563 is daar een van. Het was een wereldlijk heer, die deze catechismus invoerde, namelijk Frederik III, keurvorst van de Palts. Inhoudelijk hebben de theologen Ursinus en Olevianus een belangrijk aandeel gehad.

3    Tezamen met bepalingen voor de eredienst - onder meer voor de bediening van doop en avondmaal - heeft de Heidelbergse Catechismus aanvankelijk deel uitgemaakt van de kerkorde van de Palts. Hij was zo een integraal onderdeel van de kerkelijke regels. Na het formulier voor de doop volgde de catechismus; na de catechismus (met enkele praktische aanhangsels) kwam de avondmaalsliturgie. Hoewel de situatie in de Nederlanden enigszins anders was, is het sindsdien in de praktijk ook hier zo geweest: catechisatie aan de als kinderen gedoopten mondde uit in de viering van het avondmaal.

4    De catechese in de Heidelbergse Catechismus ging gepaard met en werd steeds weer bevestigd door de zondagse catechismuspreken. De eerste in ons land werd gehouden in 1566, te Amsterdam. Binnen enkele tientallen jaren was dit in de middagdiensten vrij algemeen gewoonte. Tot in de vorige eeuw is het plaatselijk gebruik geweest, dat voor de preek een catechisant het onderhavige gedeelte uit de catechismus in de kerkdienst ten overstaan van de gemeente opzei.

5    In de vorm van vraag en antwoord worden in de catechismus behandeld: de apostolische geloofsbelijdenis, de tien geboden en het Onze Vader. Anders gezegd: geloof, gebod en gebed. Het zijn tot op de dag van vandaag centrale thema's in de catechese. In de Heidelbergse Catechismus worden ze behandeld in het schema: ellende, verlossing en dankbaarheid.

6    De catechismus pretendeert geenszins volledigheid. Het is een op de praktijk gerichte samenvatting van het christelijk geloof. Tevergeefs zal men bijvoorbeeld zoeken naar aanwijzingen omtrent het Schriftgezag, of naar richtlijnen voor de omgang tussen christenen en joden. Nu zou dit wellicht met aanvullingen of nieuwe geschriften goed kunnen worden gemaakt. Problematischer is echter, dat sommige uitspraken uit de catechismus niet of nauwelijks meer overeen lijken te komen met onze opvatting en beleving. Hoe kunnen we dit in veel opzichten historische bepaalde (en daardoor beperkte) geschrift vruchtbaar maken voor onze tijd? Enkele voorbeelden.

7    Zondag 1.
In Zondag 1 staat in het eerste antwoord de uitdrukking "dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd kan vallen" (vgl. Zondag 10). Dat is toch iets anders dan hetgeen Jezus in Mattheüs 10: 29-30 zegt over de mussen die te koop worden aangeboden (cursivering van mij): "En niet één daarvan zal ter aarde vallen zonder uw Vader. En de haren van uw hoofd zijn ook alle geteld." Diep nadenken is niet eens nodig om te kunnen constateren, dat 'zonder de Vader' heel wat ruimer is dan 'zonder de wil van de Vader'. Nu mag vermoed worden, dat men dit ten tijde van de Reformatie ook heel goed wist. De Schrift werd nauwkeurig bestudeerd. Waarom week men dan toch zozeer af van de bijbelse tekst? De intentie van Zondag 1 is een stevige inzet te bieden. Voor nuance is weinig ruimte. Het gaat om de 'enige' troost, in 'leven' én 'sterven', om 'al' mijn zonden, waarvoor 'volledig' betaald is, enzovoort. Zondag 1 wil zo de alomvattendheid van het geloof onderstrepen.

8    Zondag 30.
Velen wijzen met afgrijzen op de formulering die in Zondag 30 gebezigd wordt aangaande de paapse mis: "een gruwelijke afgoderij" (oudere vertalingen: 'een vervloekte afgoderij'). De kritiek is dan: zo kunnen we dat toch in een tijdperk van oecumene niet meer zeggen. Twee kanttekeningen hierbij. 1) Het huidige vraag en antwoord 80 uit Zondag 30 zijn later ingevoegd, naar aanleiding van de bepalingen van het Rooms-Katholieke concilie van Trente. Op dat concilie werden mensen vervloekt, die afweken van de Rooms-Katholieke leer. De catechismus vervloekt een ding: geen onbelangrijk verschil in benadering, om niet te zeggen een interessante verschuiving! 2) Sinds de Reformatie is er ook in de Rooms-Katholieke leer aangaande de mis het nodige veranderd. En voorzover dat niet het geval is, denken vele priesters en andere gelovigen niet zo meer over de mis, als het concilie van Trente het eens formuleerde. De catechismus kan nu als een soort van toetssteen functioneren. De opstellers van de catechismus formuleren haarscherp waar voor hen de 'pijn' zit in de toenmalige opvatting van de mis. Die hield namelijk in "een verloochening van het enige offer en het lijden van Jezus Christus". Voorzover dat nu nog het geval is, blijft de veroordeling van de catechismus recht overeind staan.

9    Zondag 39.
Naar aanleiding van het gebod 'eert uw vader en uw moeder' stelt de catechismus dat kinderen hun ouders onvoorwaardelijk dienen te gehoorzamen "aangezien het God belieft ons door hen te regeren." Wij weten intussen maar al te goed, dat ouders behoorlijk ontsporen kunnen. Verhalen over fysiek (sexueel) en psychisch misbruik van kinderen zijn de afgelopen jaren steeds sterker geworden. Het gevaar bestaat dat dit gebod en de interpretatie van de catechismus absoluut worden opgevat: ouders mogen doen wat ze willen. Het is daarentegen ook mogelijk het antwoord uit de catechismus kritisch te hanteren. Er staat niét dat ouders over hun kinderen als god mogen regeren. God leidt de kinderen door - middels - hun ouders. Dat is derhalve niet eens zozeer verplichtend voor de kinderen alswel voor de ouders! Zij moeten zich steeds opnieuw afvragen wat Gods wil is en hun eigen wensen en verlangens opzij plaatsen. Zo kan de catechismus ook hier nog een zekere denkrichting wijzen. Toch neemt een en ander niet weg, dat een modernere uitleg van het gebod een ander accent zal hebben en vooral ook dat er méér gezegd moet dan hier gedaan wordt.

10    De catechismus is geen heilig geschrift in die zin, dat het onaantastbaar is. Toch worden ondanks alle kritiek die er denkbaar is in de catechismus de lijnen uitgezet voor een goed calvinistisch - dat wil zeggen aan de Schrift ontsproten - geloof. In de catechismus valt een groot aantal beslissingen die tot op de dag van vandaag ons geloven in zowel de Hervormde als de Gereformeerde Kerken bepaalt.

KWdJ/961007