DE NEDERLANDSE GELOOFSBELIJDENIS

1    De Nederlandse Geloofsbelijdenis is iets ouder dan de Heidelbergse Catechismus, ze dateert van 1561, maar is desondanks minder bekend dan de laatstgenoemde. Hoewel beide geschriften inhoudelijk verwant zijn, leggen ze toch geheel verschillende accenten. Dat heeft voor een deel zijn oorzaak in het verschil in oorsprong. De Catechismus is vanouds bedoeld als catechetisch geschrift: onderwijs voor de geloofskandidaten. De Nederlandse Geloofsbelijdenis is bedoeld als verdedigingsgeschrift. In de nacht van 1 op 2 november 1561 werd er een verzegeld pakje over de muur geworpen van het kasteel te Doornik (tegenwoordig BelgiŽ). Het bevatte de Geloofsbelijdenis, voorafgegaan door een brief aan koning Philips II, beide in het Frans gesteld. De bedoeling was de intenties van de Reformatie, een beweging die zich ook in de Nederlanden steeds sterker liet gelden, te verhelderen.

2    De Nederlandse Geloofsbelijdenis is opgesteld door Guido de BrŤs, calvinistisch predikant in onder meer Doornik (1522 - 1567, gestorven als martelaar). Hij sloot zich in de Geloofsbelijdenis aan bij de belijdenis van de Franse kerken, die in 1559 te Parijs was vastgesteld. Deze belijdenis is sterk beÔnvloed door het gedachtengoed van Calvijn zelf. Dit heeft tot gevolg dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in het algemeen calvinistischer - of zo men wil calvijnser - is dan de Heidelbergse Catechismus, die ook lutherse invloeden vertoont.

3    De eerste Nederlandse vertaling van de Nederlandse Geloofsbelijdenis verscheen in 1562. In de volgende decennia zijn er enkele kleinere wijzigingen in aan gebracht. Deze hebben inhoudelijk echter slechts een beperkte betekenis. De synode van Dordrecht heeft in 1619 een officiŽle (herziene) tekst van de Geloofsbelijdenis vastgesteld, zowel in het Nederlands als in het Frans. Voor de ondertekening: zie de inleiding daaromtrent.

4    Tot op de dag van vandaag komt het in kerken van de gereformeerde gezindte voor - en vroeger ook wel in de Gereformeerde Kerken - dat in de middagdienst een artikel uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis wordt voorgelezen: ter lering.

5    Wie iets wil proeven van de sfeer van de Geloofsbelijdenis, leze alleen maar het eerste artikel: 'Wij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er is een enig en eenvoudig geestelijk Wezen, dat wij God noemen: eeuwig, ondoorgrondelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed en een zeer overvloedige bron van al het goede.' De toon is zakelijk. De pastorale invalshoek van de Catechismus ontbreekt vrijwel geheel. Waar bij de Catechismus Jezus Christus direct naar voren geschoven werd (= christocentrisch), zet de Geloofsbelijdenis in bij God (= theocentrisch). Hoe consequent dit gebeurt, blijkt wel in artikel 2, waar het gaat over de wijze(n), waarop wij God leren kennen: uit de natuur en uit de Schriftuur. Jezus wordt daar niet genoemd! Hier komen we direct bij enkele kritische kanttekeningen. Kunnen wij zonder meer volhouden, dat God uit de natuur te kennen valt? Nemen we daarmee de zondeval voldoende serieus? Voor het paradijs - de schepping waaruit wij God zouden kunnen leren kennen! - staat immers een engel met een vlammend zwaard. In het verlengde daarvan kan men zich afvragen, of wij ons tegenwoordig zelfs niet veel scherper zouden moeten verzetten tegen natuurlijke Godskennis. Daarin onderscheiden wij ons namelijk wel heel in het bijzonder van nieuw opkomende religieuze bewegingen! Het is - nogmaals - jammer, dat de naam van Jezus hier niet reeds ergens in het begin klinkt. Hij is het, die ons geloof tot een christelijk geloof maakt!

6    De Nederlandse Geloofsbelijdenis telt in totaal 37 artikelen. Interessant is de relatief uitgebreide passage over de Schrift: het Woord van God (art. 3), de kanonieke boeken van de Heilige Schrift (art. 4), het gezag van de Heilige Schrift (art. 5), het onderscheid tussen de kanonieke en aprokriefe boeken (art. 6), de volkomenheid van de Schrift (art. 7). De Catechismus zwijgt daarover vrijwel geheel. Guido de BrŤs moest wel zo uitgebreid over de Schrift spreken, omdat hij de opvattingen van de Reformatie moest verdedigen tegenover de Rooms-Katholieke Kerk.

7    Historisch van belang zijn onder meer de artikelen 27 tot en met 30, die handelen over de kerk. Ze zijn in de calvinistische traditie van ons land menigmaal gebruikt bij scheiding en scheuring, alsmede om het eigen bestaan te rechtvaardigen. Wat scheuring betreft, wordt nogal eens art. 28 aangehaald: 'Om dit alles - onderwerping aan onderricht en tucht, alsmede bijdragen aan de opbouw van de gemeente; KWdJ - behoren alle gelovigen, overeenkomstig Gods Woord, zich af te scheiden van hen, die niet tot de Kerk behoren en zich te voegen bij deze vergadering op iedere plaats, waar God haar gesteld heeft'. Hoe dan te bepalen, of een kerk ook daadwerkelijk kerk is, staat in art. 29. De kenmerken zijn: 'de zuivere prediking van het Evangelie', 'de zuivere bediening van de Sacramenten', 'de kerkelijke tucht', dat wil zeggen Jezus Christus in alles erkennen 'als het enige Hoofd.' De conclusie is dan: 'Hieraan kan men met zekerheid de ware Kerk herkennen en niemand heeft het recht zich van haar af te zonderen.' Over een dringend appŤl gesproken!

8    Ook art. 36, dat handelt over de overheid, heeft een geheel eigen geschiedenis. Dit artikel handelt over de overheid. Kuyper en een aantal medestanders hadden grote moeite met de derde zin, die huns inziens niet meer te handhaven viel: 'En hun - de overheden; KWdJ - taak is niet alleen acht te geven op de openbare orde en daarover te waken maar ook de hand te houden aan de heilige kerkedienst, *alle afgoderij en valse godsdienst te weren en uit te roeien, het rijk van de antichrist te vernietigen,* het Koninkrijk van Jezus Christus voortgang te doen hebben en het Woord van het Evangelie overal te doen predikant, opdat God door ieder geŽerd en gediend wordt, zoals Hij in zijn Woord gebiedt.' Kuyper c.s. meenden dat inzake de religie overheidsdwang niet gewenst was. Het Woord zelf was krachtig genoeg om het rijk van de anti-Christ te vernietigen. De synode van Utrecht 1905 besloot uiteindelijk alleen de zinsnede tussen haken te plaatsen tussen de * *. Men moet goed bedenken, dat het hier niet om een ondergeschikt punt ging. Tot op de dag van vandaag klinkt in de Confessionele Vereniging in de Nederlandse Hervormde Kerk het geluid van Kuypers vriend en latere opponent Ph.J. Hoedemaker. Terwijl Kuyper een neutrale staat voorstond, opteerde Hoedemaker voor een christelijke staat, die uit zijn aard een eigen roeping had ten aanzien van de christelijke godsdienst.

KWdJ/961218