De rotskerken in CappadociŽ,
in het bijzonder de Pancarlik-kerk bij ‹rgŁp


Exterieur Pancarlik-kerk, ‹rgŁp De rotskerken in CappadociŽ fascineren de bezoeker door hun sfeer en, indien aanwezig, door hun fresco's. Tegelijk roepen ze vele vragen op. Wanneer is deze vorm van kerkarchitectuur ontstaan? Waarom is men zo gaan 'bouwen'? Waarom zijn het er zoveel? Hoe werden deze kerkjes gebruikt? Hieronder volgt het verslag van een kleine literatuurstudie. Het eerste deel is algemeen van karakter. Het tweede deel spitst zich toe op een voorbeeld, de Pancarlik-kerk ten Zuid-Westen van ‹rgŁp.


ALGEMEEN

1.   Grotarchitectuur
Grotarchitectuur Het vulkanisch gebied in Centraal CappadociŽ is waarschijnlijk altijd spaarzaam bewoond geweest. Leven van de landbouw zal niet gemakkelijk geweest zijn, omdat de grond vrij arm is. Gesteld wordt, dat het gebruik van grotten en in de rotsen uitgehakte ruimten het gevolg is van twee feiten: de aanwezigheid van bewerkbare rotssteen, in combinatie met de afwezigheid van hout (in meer of mindere mate noodzakelijk voor conventionele bouw). In de rotsen vinden we naast kerken en woningen tevens veel duiventillen en stal-achtige onderkomens. De rots is op nogal wat plaatsen verworden tot een gatenkaas, hetgeen toch zou kunnen duiden op een hoge bevolkingsdichtheid. Bedacht moet echter worden, dat bewoners door de voortdurende erosie meer dan eens gedwongen waren nieuwe ruimten te creŽren.

2.   Historische schets
We weten betrekkelijk weinig van de kerkgeschiedenis van CappadociŽ. Schriftelijke bronnen uit het gebied zelf zijn niet of nauwelijks bewaard gebleven. Daar staat tegenover dat de rotskerken met hun eigensoortige inrichting, afbeeldingen en inscripties veel informatie bieden. Deze gegevens moeten dan vergeleken worden met data uit omringende gebieden, onder meer Constantinopel, de hoofdstad van het Byzantijnse rijk waaronder ook CappadociŽ lange tijd ressorteerde. Deze benadering geeft de geschiedschrijving van CappadociŽ een geheel eigen karakter. Elders zijn gebouwen ernstig beschadigd, zijn afbeeldingen en dergelijke vernietigd, en is het originele interieur door de tand des tijds ernstig aangetast of verdwenen, maar kan op basis van schriftelijke stukken een reconstructie van vroegere situaties worden gemaakt. Te denken valt bijvoorbeeld aan de middeleeuwse kloosters in Friesland en Groningen. In CappadociŽ is de situatie precies omgekeerd en getuigen de monumenten zelf van hun roemrijk verleden. CappadociŽ heeft afgezien van de bijbelse gegevens (Hand. 2: 9; 1 Petr. 1: 1) in de kerkgeschiedenis in eerste instantie naam gemaakt door drie Griekse kerkvaders: Basilius de Grote (330 - 379), Gregorius van Nyssa ( Ī 329 - 395) en Gregorius van Nazianz (329 - 390). Hun leven markeert de opkomst van Constatinopel en daarmee de zogenaamde Byzantijnse periode. Op enkele plaatsen in CappadociŽ zijn ruÔnes van uit steen opgetrokken kerken bewaard gebleven (Eski Andaval (YenikŲy, ten Noorden van Nigde), TilkŲy (ten Oosten van Derinkuyu), omgeving Ihlara-vallei, Kayseri). Een van de oudste rotskerken is de naar verhouding vrij grote Johannes de Doper in «avuÁin (ten Zuiden van Avanos), die vermoedelijk rond 500 is ontstaan. Populair was deze bouwvorm vooralsnog echter niet. In de loop van de 7e eeuw, laten we zeggen vanaf omstreeks 650, rukten de Arabieren op en werd CappadociŽ een grensgebied waar het leven bepaald werd door onzekerheid. Het duurde twee eeuwen voor men erin slaagde de grens definitief naar het Oosten te verleggen, hetgeen een periode van rust en welvaart voor de streek inluidde. Een klein aantal rotskerken is gemaakt in de tussenliggende jaren. Ze zijn vanwege het iconoclasme - verbod op het afbeelden van mens en dier (726 - 843) - voornamelijk met geometrische figuren beschilderd en meestal moeilijk nauwkeurig te dateren. GeŽrodeerde kerk in GŲrome Het overgrote deel van de rotskerken is in de hierop volgende jaren van bloei uitgehakt en beschilderd. Na hun eerste inval in 1071 heersten binnen enkele decennia in geheel CappadociŽ de Seltsjoe-ken. Een klein percentage rotskerken is van later datum, vooral uit de 13e eeuw, hoewel er voldoende aanwijzingen zijn dat het christelijk leven ook in de tussenliggende tijd doorgang vond. De 13e eeuw is een periode van artistiek revival, zij het dat vooral sprake is van hergebruik en herinrichting van oudere kerken. Maar langzaam zette de islamisering van de bevolking door, mee gestimuleerd door gemengde huwelijken tussen adellijke families. Met de assimilatie van de lokale adel verdween de belangrijkste stimulans en grootste financiŽle bron voor kerkstichting.

3.   Functie van de rotskerken
In de afgelopen eeuw is door nauwkeurig onderzoek steeds duidelijker geworden dat de rotskerken in CappadociŽ niet zo afgelegen lagen als aanvankelijk werd gedacht. De streek werd weliswaar slechts doorkruist door wegen van lokaal belang, maar was als geheel goed bereikbaar. Een groot aantal dorpen en steden dat tegenwoordig in het gebied gevonden wordt, bestond ook al ten tijde van het ontstaan van de rotskerken. De toegang van de kerken is doorgaans georiŽnteerd op het wegensysteem en daarmee op de omwonenden. Dit laat onverlet de vaststelling, dat de hoeveelheid kerken veel groter was dan voor de aanwezige bevolking noodzakelijk. Veel schilderingen zijn nauwelijks vervuild met roet en vet, hetgeen erop wijst dat de intensiteit van het gebruik doorgaans laag moet zijn geweest. Een sleutel tot het verklaren van dit verschijnsel zijn de graven in de kerken, zowel voor kinderen als volwassenen. Mede op basis van inscripties wordt vermoed dat nogal wat kerken als grafkapel gediend hebben voor meer gegoede families uit de naaste omgeving.

Refter (eetzaal) van een klooster in GŲreme Verder is een belangrijk deel van de kerken gebouwd in het kader van een klooster, waarin drie typen worden onderscheiden: kluizenaars, kloosters tot instandhouding van de gedachtenis van hun stichters, en kloosters belast met de zorg van heilige plaatsen en de ontvangst van gasten. De kloostergemeenschappen waren in het algemeen vrij klein: geteld naar de uitgehakte zitplaatsen in de kloosterkerken meestal vijf ŗ tien monniken of monialen, uitzonderingsgevallen daargelaten. Het zou kunnen zijn dat sommige kerken die nu op zichzelf beschouwd worden, eigenlijk verbonden waren met een kluizenaarswoning. Waarschijnlijk gaf het gebied in zijn bloeitijd aanleiding tot kleinere pelgrimstochten, niet in het minst vanwege de aanwezige monniken. Zo zullen ook pelgrims hun bijdrage hebben geleverd aan kerkstichtingen in CappadociŽ, als herinnering aan hun bezoek of gewoon uit dankbaarheid. De totale omvang van dergelijke giften moet echter beperkt zijn geweest. Er zijn namelijk elders geen schriftelijke bronnen bewaard gebleven die verwijzen naar de cultus in en pelgrimstochten naar het gebied. Van groot belang kan een en ander dus niet geweest zijn.

4.   Inrichting en gebruik
De plattegronden van de rotskerken zijn zeer uiteenlopend. Ze zijn in sterke mate beÔnvloed door kerkarchitectuur in verder oostelijk gelegen gebieden, zoals GeorgiŽ, ArmeniŽ, MesopotamiŽ, SyriŽ, en ook Koptisch Egypte. Dat is opvallend, omdat CappadociŽ kerkelijk nauw verbonden was met het centralistisch ingestelde Constantinopel. Ik beperk me in het vervolg tot de meest eenvoudige, het ťťn-schepige kerktype, en benoem de meest opvallende kenmerken. Typerend in de Oosterse kerkbouw zijn portaal en narthex (voorhof). Beide dienen ter voorbereiding op het binnengaan in de kerk. In CappadociŽ ontbreken ze veelal, mogelijk ook vanwege praktische beperkingen die de grotarchitectuur met zich mee bracht. Voorzover ze er wel zijn, overheerst in de oudere rotskerken het portaal, hetgeen duidt op invloed uit het Oosten. In de bloeitijd van de rotskerken kwam door Byzantijnse invloeden de narthex in zwang.

Wijwaterbekken in GŲreme, kapel 7 (foto Teteriatnikov) Wijwaterbekkens worden gevonden in het schip, bij de ingang, dus aan de westzijde, op de westmuur zelf, of daar vlakbij op de noord- of zuidwand. Ook kenmerkend voor de rotskerken is een specifieke vorm van het koor, ofwel sanctuarium, dat altijd aan de oostkant van de kerk ligt. In de Oosterse kerken heet dit de bema. In CappadociŽ bestaat deze ruimte doorgaans uit niet veel meer dan een hoefijzervormige absis. Elders in het Byzantijnse rijk vormt de absis de afsluiting van de bema. Ze is vrijwel altijd voorzien van een afbeelding van Christus Pantokrator. In deze ruimte die alleen toegankelijk is voor de geestelijkheid, bevindt zich het altaar. Evenals in andere Oosterse kerken zal de bema geheel of gedeeltelijk aan het zicht van de gelovigen onttrokken zijn geweest. In Byzantijnse kerken is de bema voorzien van de prothesis, de plaats waarop voor de viering brood en wijn worden geplaatst. In het overgrote deel van de rotskerken echter bevindt deze nis zich in het schip van de kerk.
Prothesis-nis in de Derin dere Kilisesis, Mustafapasa (foto Teteriatnikov) Deze Cappadocische variant zal de gelovigen meer bij de liturgie betrokken hebben. Zij konden tenminste ziťn, welke handelingen werden verricht bij het overbrengen van de gaven van de prothesis naar het altaar. Wellicht namen ze op enigerlei wijze ook actief deel aan de offerrite. Het ligt voor de hand, dat vooraan, dicht bij de bema, de geestelijken hun plaats hadden. In een kloosterkerk kwamen vervolgens de monniken, en daarna de leken: mannen aan de noordzijde, vrouwen aan de zuidzijde, wat meer naar achteren. De positie van mannen en vrouwen is af te leiden uit de posities van afbeeldingen van heiligen en van begunstigers bij de kerkbouw en wijkt niet af van hetgeen elders in het Byzantijnse rijk gebruikelijk was. Vrouwen konden daar echter plaatsnemen op een aparte galerij, of anderszins worden 'afgeschermd'. Het is onduidelijk, of vrouwen in CappadociŽ kloosterkerken van monniken mochten betreden. Elders was het niet ongewoon dat zij alleen op bepaalde feesten binnen mochten, achteraan stonden, of zelfs nooit verder mochten komen dan het portaal of de narthex. Anders echter dan elders moesten allen door dezelfde deur de kerk betreden.


DE PANCARLIK - KERK BIJ ‹RG‹P

5.   Ligging en geschiedenis
Ligging Pancarlik-kerk (zie pijl) De St. Theodorus- of Pancarlik-kerk ligt ongeveer twee kilometer ten Zuid-Westen van ‹rgŁp (Susum Bayri). Tot 1923 was de kerk in gebruik en goeddeels intact. Na het gedwongen vertrek van de Grieken uit deze streek is veel vernield, onder meer de uit steen opgetrokken iconostase - de wand voor de bema. De brokstukken lagen tot in de jaren zestig over de ruimte verspreid. Onderzoekers hebben aanvankelijk gemeend met relatief oude figuratieve schilderingen van doen te hebben, van vlak na het iconoclasme, tweede helft 9e eeuw. Een tekst in de absis lijkt daar ook op te wijzen: "Het beeld op zich is klein. Groot is hij die erin gepresenteerd wordt. Hem zult u in het beeld eren." Hier wordt kernachtig nog eens de leer van de ikonen weergegeven, alsof het de kijker goed moet worden ingeprent. Helaas doen zich twee problemen voor. De oorspronkelijke Griekse tekst is beschadigd en maakt verschillende lezingen mogelijk. Het voert te ver daar nader op in te gaan. Wel nog een enkel woord over het tweede probleem, namelijk dat het woord voor beeld, typos, op meer manieren kan worden geÔnterpreteerd. Wordt hier wel op het beeld in het algemeen gewezen? Het kan ook gaan om het teken van het kruis, of om Christus die vlak boven de tekst is afgebeeld, of om de Heilige Liturgie (eucharistie) met de tekenen van brood en wijn, die eronder in de absis werd opgedragen. Naast deze tekst is gewezen op de weliswaar indrukwekkende, maar toch in veel opzichten primitief aandoende schilderingen. Recentere studies hebben evenwel aangetoond, Bema van de Pancarlik-kerk dat Armeense invloeden in de fresco's te bespeuren zijn en een datering in de eerste helft van 11e eeuw waarschijnlijker is. Ook zijn ernstige twijfels mogelijk over vroegere beweringen, dat het schilderwerk in de loop der eeuwen meermalen gerestaureerd en bijgewerkt is. Dit alles laat overigens onverlet de mogelijkheid, dat de kerk als zodanig van oudere datum is, uit de tijd van het iconoclasme. De ronde medaillon-reliŽfs met concentrische ringen en een Maltezer kruis in het midden zouden daarop kunnen wijzen. Aan de zuidkant van de kerk bevindt zich aangrezend nog een kapel met talloze graven. Deze heeft echter geen bijzondere kenmerken.

6.   Inrichting en gebruik
Zonder de bema heeft de kerk een lengte van 6,20 m en een breedte die varieert van 4 tot 5 m. De bema meet 3,55 bij 2,75 m. De kerk is in vergelijking met vele andere een-schepige godshuizen groot, in vergelijking met andere ongeveer even grote objecten echter eenvoudig van opzet. In de noord-west-hoek van de kerk, bij het binnenkomen direct links, is evenwijdig aan de noord-muur een groot graf uitgehakt. Plattegrond Pancarlik-kerk Daarboven een kleine preekstoel met drie treden, bedoeld voor herdenkingsdiensten ter ere van de begravene. Net als elders is de gehele ruimte gevuld met afbeeldingen uit het leven van Jezus. Maar precies boven het graf treffen we fresco's aan over de kruisiging en opstanding. Dit is in de rotskerken van CappadociŽ een niet ongebruikelijke plaatsing, die zich nog steeds goed begrijpen laat: in het licht van deze gebeurtenissen uit het evangelie moet ook het leven en sterven van de overledene worden gezien. Iets dergelijks is er aan de hand met het waterbekken in het midden van de zuidelijke wand. Daarboven, op het vlakke plafond, zijn scŤnes uit het leven van Johannes de Doper te zien (Elisabeth, prediking, doop). Lager, op de wand, vinden we in twee reeksen momenten uit het leven van Jezus: de genezing van een bezetene, het wonder van de vijf broden en twee vissen, de genezing van de man met de verlamde hand. Daaronder de Samaritaanse vrouw bij de put en de verheerlijking op de berg. Deze schilderingen doen denken aan de leer van de kerkvaders, die aan de hand van de prediking van Johannes en de genezingen wijzen op de noodzaak van inkeer, berouw en boete, op de genezing van de ziel. Het wijwater kan de gelovigen helpen dit in hun eigen leven te bewerkstelligen. Afwijkend van het in CappadociŽ gebruikelijke is de plaats van de prothesis in deze kerk. Ze heeft een plaats in de bema, overeenkomstig de inrichting van Byzantijnse kerken (zie boven). Verder is in de bema onder het vloeroppervlak ruimte gemaakt voor relikwieŽn.

Verantwoording
De Kubbeli Kilese (Koepelkerk) in Soganli Deze uitgave is tot stand gekomen naar aanleiding van een gemeentereis vanuit de SoW-gemeente 'Maranatha' Haarlemmermeer-Oost in juni 1999.

Tekst: Klaas-Willem de Jong (augustus 1999) ©
Foto's: Cees en Mattie Pols, tenzij anders aangegeven
Lay-out: Tom Manhave

Belangrijkste geraadpleegde literatuur
Catherine Jolivet-Lťvy, Les ťglises byzantines de Cappadoce. Le programme iconographique de l'abside et de ses abords, Paris 1991, m.n. 219 - 222.
Marcell Restle, Die byzantinische Wandmalerei in Kleinasien, Recklinghausen 1967: I, 17v, 67v, 147v; III, pl. XXXVI, ill. 374 - 387.
Lyn Rodley, Cave monasteries of Byzantine Cappadocia, Cambridge 1985.
Natalia B. Teteriatnikov, The Liturgical Planning of Byzantine Churches in Cappadocia (= Orientalia Christiana Analecta 252), Roma 1996.