Een rondje langs de predikanten in de regio

WAT LEZEN WE MET KERST?

Wat lezen we met kerst. Dit artikel is gepubliceerd in Het Kerkblad (Regio Alphen aan den Rijn Protestantse Kerk in Nederland) 61 (2004), nr. 51-52 (17 december).

Wat lezen we met Kerst? Tien tegen een dat de lezers van dit blad zullen antwoorden ‘Lucas 2 natuurlijk!’ Als we het in 1555 aan Calvijn gevraagd zouden hebben, dan zou hij even hebben gerekend en een heel ander antwoord hebben gegeven: ‘Deuteronomium 21: 10-14’. Hij was namelijk gewoon in de achtereenvolgende erediensten een heel Bijbelboek door te nemen en uit te leggen. Met de traditioneel vastgestelde feesten wenste Calvijn geen rekening te houden. De predikant die Calvijn in dit opzicht zou navolgen, zou een lawine aan protesten over zich afroepen. De kerkgangers zouden een katerige Kerst hebben gehad, omdat zij niet kregen wat ze gehoopt en verwacht hadden.
Wat lezen we met Kerst? Lucas 2 staat met stip genoteerd. Maar sinds het verschijnen van de Nieuwe Bijbel Vertaling dit najaar zijn we ons er goed van bewust dat geen enkele tekst meer vanzelf spreekt. ‘En het geschiedde’: deze inzet van het kerstevangelie heeft jaar in jaar uit in vrijwel elk kerkgebouw geklonken. Met de nieuwe vertaling kan het ook worden ‘In die tijd’. Voor wie zich warmt aan het vertrouwde kan dit een stevige tegenvaller zijn, zeker als we bedenken dat de ‘kribbe’ ook al tot het verleden behoort.
Wat lezen we met Kerst? Die vraag heb ik aan de collega’s die in Het Kerkblad schrijven voorgelegd met de bedoeling daar dit artikel over te schrijven. Als ik het goed zie, neemt in de kerk de neiging toe zich terug te trekken op de eigen (wijk)gemeente. Met dit artikel hoop ik die ontwikkeling voor dit moment en in onze regio even te doorbreken. Tevens biedt deze bijdrage u de gelegenheid even te kijken in de keuken van de predikanten. Daar staat al het nodige te pruttelen.

Schriftlezing
Wie kijkt naar de tekstkeuze, merkt dat de predikanten in de regio behoorlijk eensgezind zijn. Inderdaad staat Lucas 2 bovenaan, gevolgd door Johannes 1, en in een enkel geval ook Mattheüs 1 en 2. De motivaties blijken uiteen te lopen. Waarom Lucas 2 bijvoorbeeld? De nieuwe predikante van Kerk & Zanen, mw.ds. Hofma, gaat voor op kerstavond en meldt: ‘ het gaat om een laagdrempelige dienst, die geschikt is voor kinderen en deze lezing lijkt me daar het meest geschikt voor’. Ds. van den Top uit Hazerswoude heeft een andere invalshoek, die van de traditie: ‘Ik vind dat op de kerstavond Lucas 2 gelezen dient te worden. De geboortegeschiedenis van de Jezus.’ Hij voegt daar aan toe: ‘Ook op de kerstmorgen lees ik in de regel de geboortegeschiedenis uit Lucas 2, omdat er in onze gemeente er ook heel wat zijn die op de kerstavond (principieel) niet komen, maar enkel op de Eerste Kerstdag. Hetgeen overigens niet wil zeggen dat ik de tekst voor de prediking kies uit Lucas 2. Want dit jaar lees ik op de kerstmorgen als preektekst Johannes 3:16, maar lees daarbij ook Lucas 2:1-8.’ Met deze preektekst is hij een van de twee in de regio die zich buiten de gebaande wegen van de kerstteksten begeeft. Over de ander zometeen iets meer. Traditie is ook de grond voor collega Ouwendijk van de Sionskerk om voor Lucas 2 te kiezen. Ook met zijn tekstkeuze blijft hij binnen de Lucaslezing (namelijk vers 9).

Leesrooster
Johannes 1: 1-18 wordt in nogal wat kerken gelezen op eerste kerstdag. Ik vermoed dat dat het gevolg is van het leesrooster van de Raad van Kerken. Ik kom het tegen in het verslagjes van de collega’s Van Stralen, Bluemink, Van der Lugt en Geuze. De Woubrugse predikant blijkt echter niet een landelijk rooster te volgen. Hij licht toe: ‘Mogelijk dat er op de liturgie nog wel een gedeelte uit Lucas 2 wordt afgedrukt maar dit is dan bij wijze van concessie. Ik kies voor Johannes 1 omdat ik jaarlijks telkens één van de evangeliën als uitgangspunt neem en daar vanaf Kerst tot Pasen over preek.’
Naast het rooster van de Raad van Kerken is er ook het kindernevendienstblad Kind en Zondag. Dit stelt voor de kerstmorgen voor: Mattheüs 1:1-2a en 16-25, en als tweede lezing Mattheüs 2:1-12. In de Goede Herderkerk neemt ds. van Dijk dit zonder meer over. Ds. Hulzebosch doet het in ‘de Bron’ wat eenvoudiger: hij beperkt zich tot Mattheüs 1: 18-25. Nu blijken predikanten in de praktijk nog wel eens van rooster te wisselen, bijvoorbeeld om in de Advent een project van de kindernevendienst een volwaardige plaats in de dienst te geven. De beperking van ds. Hulzebosch is een verstandige als in de volgende weken weer het rooster van de Raad van Kerken gevolgd zou worden. Dat vermeldt namelijk op zondag 2 januari: Mattheüs 2: 1-12. Dat zou dan een herhaling worden van de eerste kerstdag. Als echter ook in het vervolg Kind en Zondag aangehouden wordt, is er geen probleem. Kind en Zondag kiest op 2 januari namelijk voor het vervolg: Mattheüs 2: 13-23. Nu bent u misschien de draad kwijt geraakt. Het is inderdaad soms een heel gepuzzel met al die roosters. Dat maakt ze met alle goede bedoelingen waarmee ze gemaakt zijn ook weer heel relatief: zo kán het. Toch moet ik nog een keer het rooster van de Raad van Kerken noemen. Naast Johannes 1 heeft dit rooster op de kerstmorgen Jesaja 52(: 7-10). Deze oudtestamentische lezing zal klinken in Kerk & Zanen, Koudekerk (hervormde kerk), ‘de Bron’ en de Oudshoornse Kerk. Ds. Baudet zal als enige in de regio de Jesajalezing gebruiken als basis voor de verkondiging: ‘Op eerste Kerstdag lezen wij (…) van de liefelijke voeten der vreugdeboden uit Jesaja 52. ik hoop ermee te bereiken dat de mensen zicht krijgen op het ''nog niet'' van het beloofde licht, maar dat Gods Raadsbesluit evenwel vaststaat. Er is dus reden om op korte termijn somber te zijn, maar op langere termijn zal er uitsluitend reden tot vreugde overblijven.’

Vertaling
Als de Schriftlezing dan vaststaat, welke vertaling wordt dan gebruikt? In de reacties valt me op, dat elk van de collega’s zich hier rekenschap van heeft gegeven, vooral in relatie tot de bekende tekst van Lucas 2. Ds. Henzen maakt het in de Adventskerk op kerstmorgen met als Schriftlezing Lucas 2 zelfs tot thema: ‘Ik lees uit de Nieuwe Bijbelvertaling en doe dit om een van de verschillen te laten zien tussen NBV en NBG-1951. De vraag is: "Kribbe of voederbak?" Kort maar krachtig dacht ik zo.’ Het moment doet zijn collega Van der Geer tot een ander keuze komen: Lucas 2 volgens NBG-1951. Hij gaat voor op kerstavond, mist de eigenlijke structuur van Lucas 2 in de NBV en overweegt verder: ‘ik heb dienst met Kerstnacht en de bezoekers daarvan zijn doorgaans mensen die voor een 'herinnering' komen. Je kunt je afvragen of je daar rekening mee moet houden. Het kan ook heel verfrissend zijn, als het anders is. Echter, het kan ook vervreemdend werken. Ik vermoed dat dit laatste het geval zal zijn.’ Collega Baudet wil (eveneens) het tegendeel van vervreemding bewerken en bekent zich op kerstavond bij de lezing van Lucas 2 bewust tot de Naardense Bijbel, een project van ds. P. Oussoren. ‘De overwegingen die daarbij een rol spelen zijn om te beginnen dat het aloude drieluik van ''het geschiedde'' in ere wordt hersteld (tegenover de NBV), maar meer nog op grond van het gegeven dat Oussoren alles in de tegenwoordige tijd zet. ''Het geschiedt...'' Ik hoop de hoorders en bijwoners van de kerkdienst echt bijwoners te maken door hen via de tegenwoordige tijd ooggetuigen van het verhaalde te maken.’ De motivaties van Van der Geer en Baudet geven goed aan, welk kunststukje predikanten iedere zondag dienen uit te halen, maar met name met Kerst. Enerzijds moeten ze inspelen op het bekende en vertrouwde. Anderzijds moeten de kerkgangers in het heden worden aangesproken. Anders voelen ze zich niet serieus genomen.
Als ik naast deze ook de andere reacties in ogenschouw neem, dan is de reden om de NBV niét te gebruiken tweeërlei. Aan de ene kant is er voorzichtigheid, of de gemeente wel kan meekomen in de vernieuwing. Aan de andere kant bestaat er aarzeling, of deze vernieuwing wel recht doet aan de Bijbel zelf. Dit neemt niet weg, dat een moderne vertaling als de NBV naast een klassieke Bijbelvertolking wordt gebruikt. Zo wordt in de Sionskerk op eerste kerstdag de Statenvertaling in de zogenaamde editie Tukker uit 1977 gelezen, terwijl in het kerstappèl – een afwijkend type kerkdienst met een evangeliserend aspect – ruimte is voor de NBV.

Verrassing
De aarzelingen die sommigen hebben bij de NBV, weerhoudt anderen er niet van die toch te gaan gebruiken, ook met de komende kerstdagen. Ds. Hulzebosch uit ‘de Bron’ meldt: ‘velen verwachten het m.i. juist dan en ik wil mensen verrassen met heldere taal, nu het woord handen en voeten krijgt in de mens Jezus.’ Met het oog op de jeugddienst op 1e kerstdag, om 11.00 uur, voegt hij juichend toe: ‘Hiephiep hoera! Juist de jeugd wil eigentijdse taal.’ Het verrassende aspect van de NBV is ook een motief in de argumentatie van ds. Hofma. Ds. Bluemink vult het verrassende verder in als hij de hoop uitspreekt, dat ‘het oude verhaal in nieuwe woorden (…) het verhaal hopelijk opnieuw tot leven [zal] brengen voor de gemeente.’ Zijn directe collega, ds. van der Lugt laat zien, dat de NBV niet voor alle gevallen dé oplossing is. In een dienst op kerstavond, gericht op kinderen van de basisschool, gebruikt hij ‘een vrije - kindvriendelijke - bewerking van Lucas 2 van de hand van Joanna Klink’. Zelf kies ik in een vergelijkbare dienst in ‘de Bron’ waar we veel jonge kinderen verwachten, voor de Kijkbijbel. Het is niet toevallig dat het in beide gevallen om diensten gaat die sterk afwijken van het traditionele type.

Positieve zorg
Wat lezen we met Kerst? Er worden verschillende keuzes gemaakt. Maar door alles heen proef ik ook belangrijke overeenkomsten. In elke keuze proef ik zorg: zorg voor het evangelie, zorg voor de gemeente. Hoe kan ik met en vanuit mijn verwondering over de geboorte van Jezus de gemeente bereiken en het evangelie verkondigen? Het is op dit moment nog ruim twee weken tot Kerst. Ondanks de dagelijkse besognes en de kerkdiensten die op de komende zondagen nog moeten komen, hebben alle collega’s er al over nagedacht, wat er met Kerst gaat gebeuren. Zo serieus nemen we het!
Natuurlijk blijven er ook de nodige vragen over. Aan predikanten, bijvoorbeeld over de keuze voor een leesrooster. Waarom wel, waarom niet? Aan gemeenteleden, bijvoorbeeld waarom het vertrouwde geluid juist met Kerst zo belangrijk is en wat dat vertrouwde geluid voor het geloof betekent. Hoe u het evangelie ook zult brengen of horen, ik hoop dat er zegen op rust: dat Gods aanwezigheid gevoeld mag worden, kracht voor vandaag en morgen.

K.W. de Jong.

© 2004, KWdJ