|
|
|
Germaanse Nieuwe Geneeskunde
|
GNM
Een totaal andere denkwijze w.b. ziekte en gezondheid.
Naar aanleiding van de dood van zijn zoon en zijn daaropvolgende teelbalkanker heeft Dr. G.R Hamer 5 wetten opgesteld, waaraan elke ziekte voldoet. Bij de ruim 40.000 mensen die m.b.v. deze denkwijze zijn behandeld, is er niet één naar voren gekomen die niet aan die wetten voldoet.
Hieronder een beknopte uitleg van de denkwijze van de GNM.
Elke ziekte begint met een gebeurtenis, die een emotionele component (conflict) heeft, het kan zowel een psychologisch als een biologisch conflict zijn. Een psychologisch conflict beleeft men bewust en men realiseert zich ook duidelijk dat er iets ingrijpends is gebeurd. Bij een biologisch conflict heeft het lichaamsbewustzijn (ons onderbewustzijn) het wel als iets zeer ingrijpends ervaren, maar doet het ons emotioneel en mentaal niet zoveel. Rationeel en emotioneel zeggen we dan bv. dat we er met de schrik zijn afgekomen en na een paar dagen zijn we het vergeten. Maar ons onderbewustzijn heeft wel degelijk een traumatische ervaring beleefd, met als resultaat een ziekte. De link naar het betreffende voorval wordt niet gelegd en als men later bv. griep krijgt, wordt er gezegd dat men ergens een virusje heeft opgepikt.
Alle ziekteprocessen bestaan uit 2 fasen: een conflictactieve fase (ca-fase), d.w.z. dat het emotionele probleem, bewust of onbewust, nog aanwezig is en een genezingsfase (pcl-fase). Deze fase treedt in als het conflict is opgelost. Beide fasen worden gekenmerkt door specifieke symptomen, die voor ieder conflict verschillend zijn. Dr. Hamer heeft de relatie kunnen leggen tussen vele conflicten en hun symptomen, zowel in de ca- als in de pcl-fase.
Als men de histologie van onze ontwikkeling in ogenschouw neemt, zijn de bio-logische reactie van ons lichaam met al zijn symptomen een logisch en noodzakelijk noodprogramma, dat meestal niet dodelijk is, in tegendeel, het is een poging van de natuur om sterker uit de crisis te voorschijn te komen, zodat er met een volgend conflict beter kan worden omgegaan. De symptomen waaraan men wél kan sterven, zijn in het belang van het voortbestaan van de groep of de soort.
Werken met deze denkwijze geeft een aantal grote voordelen:
a. Inzicht in de reactie van het lichaam op bepaalde gebeurtenissen neemt de angst voor ziek zijn weg
b. Door de grote, eenduidige relatie tussen soort conflict en symptoom, kan vanuit de symptomen naar het conflict worden gezocht. Lost men dit op, dan kan het lichaam zichzelf gaan helen. Symptoombestrijding komt op deze manier definitief tot een einde.
c. Wanneer het conflict is vastgesteld, is het ook duidelijk of het conflict nog speelt (actief is) of dat de symptomen horen bij de genezingsfase. Is het conflict nog actief, dan moet het worden opgelost.
d. Bij de oplossing van het conflict kan voorspeld worden met welke symptomen het genezingsproces gepaard zal gaan. Daardoor kan bezorgdheid, onrust en paniek voorkomen worden.
e. Vaak behoren de heftigste symptomen bij het genezingsproces. De wetenschap dat het conflict is opgelost en dat het lichaam aan het werk is om zichzelf sterker te maken dan voorheen, zorgt ervoor dat de symptomen met rust en zekerheid verdragen kunnen worden.
f. Door dit inzicht in ziekmakende en helende processen, vormen vele ernstige zieken, zoals een groot aantal kankersoorten, die in feite een genezingsfase representeren, geen bedreiging meer.
Dat deze denkwijze werkt, bewijzen de cijfers: 98% van mensen met kanker overleeft met het inzicht dat deze methode geeft. Enkele voorbeelden:
1. Leukemie is de genezingsfase van een beschadiging aan het beenmerg. Een aantal maanden na het ongeluk van Tsjernobyl kregen vele mensen leukemie. Door de vrijgekomen straling was het beenmerg, waarin de nieuwe bloedcellen worden gemaakt, beschadigd. Als het weer door het lichaam wordt gerepareerd, toont het bloedbeeld leukemie.
2. Longkanker ontstaat bij een doodsangstconflict, de longontsteking is de genezingsfase hiervan. Hoe vaak hebben mensen geen uitzaaiingen naar de longen. Dit heeft te maken met de diagnose: “u heeft kanker”. Dit genereert een doodsangstconflict, met longkanker als gevolg. Opvallend hierbij is, dat bij dieren deze uitzaaiingen i.h.a. niet voorkomen. Een dier krijgt geen doodsangstconflict als de dierenarts zegt: “Uw hondje heeft kanker, mevrouw”. Het baasje zou echter wel borstkanker kunnen krijgen van deze woorden, omdat haar hondje, waaraan ze is gehecht alsof het haar kind is, misschien dood gaat.
3. Baarmoederhalskanker is de genezingsfase van een seksueel frustratieconflict, bv. een vrouw weet dat haar partner vreemd gaat. In de conflictactieve fase is er ter hoogte van de baarmoedermond een necrose, d.w.z. een afsterven van cellen. Als het conflict wordt opgelost, bv. als er een nieuwe partner in haar leven komt, worden de verdwenen cellen weer aangemaakt, wat wij baarmoederhals-kanker noemen. Hierbij wordt het lichaam vaak de helpende hand geboden door het papillomavirus (vaccinatie!!).
Maar ook andere, kleinere problemen voldoen aan de wetten van de GNM. Nu ik er oog voor heb, zie ik de wetten in allerlei kleine problemen binnen ons gezin en bij onze dieren aan het werk:
1. Onze dochter wilde met de dressuur van het paardrijden zo snel mogelijk naar het Z. Gedurende de tijd dat ze daarmee bezig was, zat het een aantal keren tegen, dan kreeg ze een conflict “eigenwaarde inbreuk conflict” (EWI): ze had het idee dat ze helemaal niet kon rijden, dat anderen veel beter waren en dat de waardeloos was. Iedere keer als het weer even goed ging, werd ze verkouden, het was echt kwakkelen met haar die paar maanden. Verkoudheid en griep zijn oplossingsfasen van een EWI-conflict. Toen ze uiteindelijk de laatste winstpunten haalde en zich kon gaan inschrijven voor het Z, werd het een echte griep met een aantal nachten koorts en zweten. Het conflict was definitief opgelost, ze zat in het Z. Sindsdien is ze niet meer ziek geweest.
2. Een aantal maanden geleden hebben we onze oude merrie in laten slapen. Mijn dochter ging omstreeks diezelfde tijd bij haar paard het hoofdstel van de gestorven merrie gebruiken. Deze kreeg een eczeem-achtige uitslag van het hoofdstel. Toen we met de paarden naar een andere stal gingen, ging de uitslag met rasse schreden over, terwijl het hoofdstel nog steeds werd gebruikt. Huidproblemen staan voor een scheidingsconflict: de huid verliest cellen (zweertjes en wondjes) en wordt dus dunner, zodat de nabijheid van de gemiste persoon of in dit geval het gemiste dier beter kan worden gevoeld. Op de nieuwe stal was de oude merrie nooit geweest en dus kon het paard van mijn dochter haar nu definitief vergeten.
3. Onze pup liep achter een oudere hond aan nogal onbesuisd de sloot in, we vonden hem even later bibberend aan de kant en hij stond naar mij te kijken om hem eruit te halen. Hij leed waarschijnlijk een EWI- of een doodsangstconflict, want een paar dagen later was hij verkouden. Hij liep elke dag sloot in sloot uit, dus dat het kwam omdat hij nat was, lijkt me sterk. Ook was het die dag erg lekker weer, veel beter dan de andere keren dat hij nat is geworden. Wel was hij toen heel duidelijk van streek, terwijl hij de andere keren van genoot van zijn natte pak. Deze gebeurtenissen zijn allen zeer recent, zelfs in een korte tijd van een paar maanden kan je de wetten van de GNM aan het werk zien, enige voorwaarde is, dat je er oog voor hebt. Voor meer informatie en ervaringenberichten ga naar www.gnm-nl.be
|
|
|
|