Oude ambachten klompenmaken

Oude Ambachten

Theo de Klompenmaker

 
 
  


Eerste bewerking: kloven.

De gezaagde blokken populierenhout moeten eerst worden gekloofd.
Twee kloofbeitels worden in elkaars verlengde in het hout geslagen.
Met een enorme houten hamer worden de beitels vervolgens verder door het blok gedreven totdat het splijt.
Door de helften nog een keer te kloven kunnen op deze manier  vier klompen uit een blok worden gehaald.
 

 

Ruw vormen.

Het door het kloven verkregen blok wordt zodanig met de bijl bewerkt, dat een ruwe klompvorm wordt verkregen.
 

 

Vervolg vormen.

Door verder hakken wordt de vorm enigszins verfijnd.
 

 

Snijden.

Met het snijmes wordt de definitieve vorm aan de klomp gegeven.
 

 

Vervolg snijden.

Deze detailopname laat goed zien hoe, door het afsnijden van dunne spanen, de klomp zijn uitwendige vorm nadert.
 

 

Vormcontrole.

Het paar bij elkaar behorende klompen wordt gecontroleerd op gelijkvormigheid.

 

Boren.

Het uitboren van de klomp moet zorgvuldig gebeuren met vlijmscherp gereedschap.
De lepelboor wordt met een wetsteen gescherpt.
 


 
 
 
  

Boren.

Met de lepelboor worden de twee klompen uitgeboord.
Er is veel ervaring voor nodig om ook de voetvorm links en rechts passend voor de voet te krijgen.

 

Boren.

Met een wig zijn te klompen in de snijbok vastgezet.
Op de achtergrond een fraaie verzameling van diverse Twentse klompmodellen, zowel blank, gelakt, geschilderd of van uitgesneden motieven voorzien.

 

Maatgeving.

Tijdens de bewerking moet de maatgeving af en toe worden gecontroleerd.
De meetlat geeft de juiste voetmaat aan.

 

Afwerken.

Met een trekmes worden de klompen verder afgewerkt.
Hierna kunnen ze eventueel nog worden geschuurd en gelakt of van snijfiguurtjes worden voorzien.

 

Modellen.

De "neus" geeft het type van de klomp aan.
Dit is de Twentse Vrouwenklomp.

 

Een stoere vorm met een platte brede neus.
De Twentse Mannenklomp.
 

Een neus als een Canadese kano.
Dit model noemt men de Rijssense of ook wel Münsterse klomp.

 
DE KLOMPENMAKER
In Oktober 1976 werd in Enter voor het eerst een cursus klompenmaker
georganiseerd.
Dit initiatief werd genomen door de heer H.Pluimers (Mans van`n AB VAN Gediene
oet`n diek) om zo een verdwijnend ambacht nieuw leven in te roepen.
Deze had de hulp ingeroepen van een aantal heren klompenmakers (professoren) om
de daadwerkelijke lessen te geven. In eerste instantie begon de cursus onder
leiding van deherenJ.W ten Hove (Klitsen-Jan Wil`m ) enF. Heering (Fraans van
Fraans).
 De eerste cursus (en tevens mijn eerste cursus) vond plaats in Oktober 1976 op
een zaterdagochtend om 8 uur. De cursus was aanvankelijk ondergebracht in de
werkplaats van de aannemersbedrijf Ten Brinke uit Enter (hoek
Rijssensestraat/Disselweg) en vervolgens in de boerdrij van "Buis - Jan", het
huidige klompenmuseum.

De eerste lessen stonden in het teken van het maken van de basisbenodigdheden,
zoals een hakpaal, snijpaal een praam (waar de klompen in uitgeboord moesten
worden). Bovendien moest het gereedschap geheel worden opgeknapt, hetgeen al een
vak op zich is.
Het op de cursus aanwezige gereedschap had jaren onbeschermd op zolder of in de
schuur van de klompenmakers gelegen en was in de loop der tijd behoorlijk door
roest aangetast.
Toen alle basismatrialen en gereedschappen klaar waren kon het echte werk
beginnen en kwamen de leerling-klompenmakers er al snel achter dat een klomp(of
beter een paar klompen) maken een heel karwei is.
De modellen waar op geoefend werd, waren de typische twentse klompen. De
mannenklomp heeft een brede punt en is de punt van het vrouwenmodel iets
smaller.
De leerlingen waren niet de enigen die les kregen, ook de "professor"-
klompenmakers kregen les. Zij waren dan wel goede klompenmakers, maar zij waren
geen lerearen en hadden toch elk hun eigen manier van klompenmaken of hun
klompen hadden specifieke (de klompenmaker eigen) kenmerken, waardoor het
klompenmaken er voor de leerlingen niet gemakkelijker, maar wel veel
interessanter door werd. Bovendien waren deze klompenmakers al ruim 70 of zelfs
meer dan 80 jaar oud en wisten nog boeiend te verhalen over de "goede oude
tijd".
Aan het eind van het eerste cursusjaar werd een oorkonde aan de
leerling-klompenmakers uitgereikt door Ane Lieuwen, de toenmalige burgemeester
van Enter (gemeente Wierden). Tevens werd aan het einde van de eerste cursus
duidelijk, dat 1 jaar les bij lange na niet voldoende was om het ambacht
volledig onder de knie te krijgen. Verder was het klompenmaken te leuk voor
leerling-klompenmakers, maar ook voor de "professoren" om er na 1 jaar al mee te
stoppen. Dus werden er vevolgcursussen georganiseerd.
Omdat de cursus in relatief korte tijd zo populair was geworden, moest de hulp
van extra "professoren" worden ingeroepen, en wel W. Getkate (foeter Will'm), J.
Heering (Fraans Jaan) en H.M. Morsink (Soels Herman). Helaas is geen van hen
meer in leven, maar het is wel hun verdienste, dat veel kennis, ervaring en
vakmanschap is overgedragen aan een aantal mensen, die weten hoe in vroeger
tijden de klompen werden vervaardigd en die dit ook in de praktijk kunnen
toepassen.
Het ambacht is "live" te zien in het klompenmuseum te Enter.
 
  


Een paar klompen naar eigen ontwerp.


Email adres:

voor demo,s mailto:jthterhorst@gmail.com