Krijgsgevangenenkamp Mühlberg in het oosten van Duitsland
EINDHOVEN - Het bewogen oorlogsverhaal van mijn, op 20 Mei 2009 overleden, vader Wim Jumpertz. Geboren 11 maart 1917 in het dorp St. Pieter, nu behorende bij Maastricht.
Het verhaal wordt door hem zelf verteld.
Drie jaar na de capitulatie van Nederland werd ik sergeant Wim Jumpertz alsnog als krijgsgevangene geïnterneerd. Twee jaar zat ik vast in een groot krijgsgevangenenkamp in het oosten van Duitsland. Pas op het laatst van de oorlog werd ik en mijn medegevangenen door Russiscihe troepen bevrijd.
Na mijn periode als dienstplichtig militair tekende ik, toen 21 jaar, in 1938 voor vijf jaar bij als sergeant-capitulant bij het 13e regiment infanterie. Een dienstverband, waarna je, na het contract van zes dienstjaren, zekerheid had van een andere baan in overheidsdienst. De opleiding tot segeant-capitulant vond plaats in het Kamp-Laren te Laren en de Harskamp

Groepsfoto tijdens de opleiding tot sergeant-capitulant in het Kamp-Laren.
Wim Jumpertz staand tussen adjudant Klap links en sergeant-majoor…?…… rechts.
STUKSCOMMANDANT
Ik werd na de opleiding als stukscommandant zware mitrailleur ingedeeld bij het grensbataljon van het 13e regiment Infanterie, gelegerd in de Tapijn kazerne te Maastricht.


Sergeant Jumpertz knielend uiterst rechts

Sergeant Wim Jumpertz, in het midden links, op oefening in de Harskamp.
LEGERING
Tijdens het uitbreken van de oorlog in mei 1940 was mijn onderdeel in Heer bij Maastricht gelegerd.
Al heel snel waren we door de Duitsers overmeesterd. Duitse tanks sloten ons van achter in en na een korte vuurwisseling werden we gevangen genomen. We werden, onder bewaking van Duitse soldaten gesteld en opgesloten in een met prikkeldraad omheind weiland. De Duitse opmars ging echter zo snel dat ze kennelijk niet goed raad met ons wisten. De Duitse commandant, een officier in het zwarte SS-uniform, vroeg waar we vandaan kwamen. ledereen zei: ,,Hier uit de buurt." We kregen toen van hem toestemming om naar huis te gaan. We trokken de overall aan, die bij onze uitrusting hoorde en ik kon naar huis, naar mijn ouders in Maastricht
DOUANIER
Direct na de capitulatie moest ik mij melden.
Ik werd naar het depotbataljon van het 13e regiment in Den Haag gestuurd. Daar bleef ik tot 7 juni.

Wim Jumpertz zittend vooraan.
Als capitulant kreeg ik gelegenheid te solliciteren naar een overheidsbetrekking. Ik deed een aanvraag voor een baan bij de douane. Na een sollicitatiegesprek in de jaarbeurshallen werd ik als een van de weinigen bij de douane aangenomen. We moesten ons op 22 juli melden in Zwolle en na een nieuwe ondervraging kregen we een standplaats toegewezen.
Met zeven anderen werd ik bij de inspectie Oldenzaal geplaatst met als standplaats Overdinkel. Eerst met de trein naar Oldenzaal om ons te melden.
Tot Hengelo ging het goed. Daar moest iedereen uitstappen met de boodschap dat er vandaag niet verder werd gereden. Hevig protest natuurlijk, waarna de stationschef een rangeerlocomotief met een wagen opscharrelde, die ons naar Oldenzaal bracht. Door de inspectie Oldenzaal zijn we ver¬der met een houtgestookte auto naar Overdinkel gebracht.
Tot begin 1943 ben ik, intussen getrouwd met A Terlien, in Overdinkel gebleven. Daarna werd ik overgeplaatst naar Haarlem
AUSWEISS
Op 5 juli 1943 stond een bekendmaking in de krant dat we ons als voormalig militair moesten melden. De inspecteur, mijn directe chef en NSB-er, sommeerde me dat ik me moest melden. Zo niet, dan werd mijn salaris ingehouden.
Ikzelf zag geen problemen. Een oom van me zou wel voor een Ausweiss kunnen zorgen en dan was ik meteen weer vrij. Die Ausweiss lukte. Mijn vrouw toog er direct mee naar Amersfoort, waar ik me had moeten melden. Te laat, ik was al naar Duitsland afgevoerd. Achteraf hoorde ik dat de Ausweiss toch niet geholpen zou hebben. Ik stond namelijk als 'Deutsch-feindlich' aangemerkt.
ONTVANGST IN KAMP MÜHLBERG
Ik heb altijd zorgvuldig enkele bezittingen uit mijn interneringstijd bewaard. Een notitieboekje met aantekeningen en kaarten van het rode kruis. Mede aan de hand van deze documenten kan ik de periode van mijn krijgsgevangenschap heel goed reconstrueren. Overigens heb ik de eerste jaren na mijn terugkomst niets verteld. Dat was tweeledig. Op de eerste plaats kon je daar mentaal moeilijk over praten, ondanks dat ik een vrij nuchter iemand ben. Op de tweede plaats werd je door de legerleiding min of meer onder druk gezet, na thuiskomst werd er een verhoor afgenomen, met de vraag waarom wij ons gemeld hadden voor krijgsgevangenschap. Terwijl je daar toe gedwongen werd. Als je eventueel een baan had werd de betaling gestopt en waar moest je, in die korte tijd die je gegeven werd, onderduiken!
Met honderden andere Nederlandse krijgsgevangenen ben ik terecht gekomen in Mühlberg aan de Elbe. Ik werd daar geregistreerd als gevangene 96479 Stalag IVb 4b. Een immens interneringskamp met zo'n 400.000 krijgsgevangenen, ondergebracht in honderden barakken van ieder achthonderd man. Prikkeldraad, wachttorens en strenge bewaking. De gevangenen waren van allerlei nationaliteiten; Engels, Frans, Nederlands, Oosteuropees en vooral veel Russen.

Tekening van Hr Uchtmann
We kwamen daar haveloos aan na drie dagen opgesloten te zijn geweest in een veewagen, een goederentrein, vaak bloedheet, we stonken als otters, je kon je tijdens de reis niet wassen of scheren. Bij aankomst moest er nog een heel stuk gelopen worden over een zandvlakte. Gelukkig konden we bij aankomst drinken, wij hadden al een hele tijd niets meer te drinken gehad. Daarna volgde een telling want we moesten over gedragen worden aan de kamp leiding. De tellingen duurde eindeloos.We moesten langs lange tafels om ingeschreven te worden, wat door andere gevangenen werd gedaan onder toezicht van de Duitsers. Nu moesten we de kleding die we aldoor meegesleept hadden inleveren en ons tevens helemaal uitkleden en dat ook afgeven, alles moest ontluisd worden en werd terug gestuurd naar Nederland!
Binnen stond een rij gevangene, vermoedelijk Russen, met tondeuses en wij werden door die gevangene helemaal kaal geschoren.! Je herkende elkaar bijna niet meer. We kregen een stuk zeep met een vreemde lucht, carbol leek het, daarna moesten we een zaal in met douches. We moesten douchen en daar kwamen we bij van de lange ongewone reis. Na het douchen stond er bij de uitgang nog een gevangene die ons met een kwast een bijtend spul onder de oksels en schaamharen gaf. Hierna kregen we wat persoonlijke spullen terug zoals pen potlood, papier en werden ook eventuele brillen weer terug gegeven.
Nu kregen we ook ons nummer met een plaatje. Mijn nummer was/is 96479. Dat nummer heb ik zo dikwijls op moeten zeggen dat ik het nooit meer vergeet. Nu werd er weer geteld en gingen we op weg naar ons nieuwe verblijf door een straat met aan beide zijde een eindeloze lange rij met grote barakken.
BRUINKOOL
Na een paar weken werd ik op 31 juli met een aantal medegevangenen, overgebracht naar Brüx (of Brüss), de namen van die plaatsen kan ik me niet goed meer herinneren, in Tsjechië. We moesten daar in een benzinefabriek gaan werken. Er werd daar benzine gemaakt van bruinkool. Op de eerste dag kreeg ik als kapo, met tien mensen onder me, de opdracht grote pompen van het magazijn naar de werkplek te transporteren. We moesten er tien per dag doen. Toen de dag om was, hadden we zegge en schrijve één pomp weggebracht en werd ik ontslagen als kapo. Daarna weigerden en-bloc alle onderofficieren het werk.
De volgende morgen tijdens het appél wachtte ons een verrassing. Een Duitse officier, die vermoedelijk speciaal belast was om werk weigerende krijgsgevangen onderofficieren te bewegen om weer aan het werk te gaan, desnoods op een andere locatie zoals bij een bakker of boer, gaf toe dat volgens de conventie van Geneve onderofficieren in krijgsgevangenschap niet verplicht konden worden te werken. Op enkele na hebben toen alle onderofficieren alle arbeid geweigerd. De hele groep werd weer op de trein gezet en teruggebracht naar het kamp in Mühlberg, waar we opnieuw werden geïnterneerd.
HET KAMPLEVEN
De dag in het krijgsgevangenenkamp begon voor ons om een uur of half zeven. Om acht uur moest het hele kamp aantreden voor het appél. Dat duurde naargelang de omstandigheden, één tot soms wel drie uur. Daarna waren we tot 12.00 uur vrij. Die vrije tijd gebruikten we om wat te sporten, hardlopen en voetballen. Ook werd er veel gekaart, zoals bridge. Zondags gingen we, als de Duitsers dat toelieten, naar de mis. Aalmoezenier Voesten was er voor de Katholieken en Legerpredikant Dominee de Kluis deed de dienst voor de Protestanten. Voor deze twee mensen had ik groot respect. Zij waren daar in de eerste maanden alleen en vrijwillig om voor de hard nodige geestelijke verzorging te zorgen. Later kregen ze wel versterking van andere vrijwillige predikanten en priesters.
Om twaalf uur kregen we een “diner” dat bestond uit een kopje pompoen of koolrabisoep en wat pellkartoffelen. De soep smaakte alsof er een asbak in was geleegd en tussen de aardappelen in schil zaten altijd wel enkele rotte exemplaren. Na het middageten weer kaarten, bridgen, of wat sporten om fit te blijven. Soms ook een partijtje voetbal met of tegen de Engelsen. Die waren daar gek op.
Er werd door de Engelsen om de zoveel tijd, in het diepste geheim, met behulp van kaarten, een briefing gehouden over het verloop van de oorlog. Die briefing konden ze organiseren omdat de Engelsen een radio hadden, gelukkig nooit gevonden door de Duitsers. Wij wisten daardoor, ondanks de Duitse propaganda, hoe de oorlog verliep en hoe dichtbij de Russen waren.
Om zes uur kwam de avondlunch. Voor een groep van twaalf man één klein model brood. Voor ieder één dikke snee en daarbij soms een afgestreken eetlepel suiker en een stukje margarine. Dat zat verpakt in een papiertje met als opschrift “nur für gevangenen”. De portie voor de avondlunch was tegelijk bestemd voor het ontbijt. S’ Morgens kreeg je dus niets. Vlees of iets dergelijks kregen we nooit. Ik herinner me dat we één keer blikjes vis kregen uitgereikt. Ook met het opschrift “nur für gevangenen”. Er zat een soort vispastei in met vinnen, ogen en ingewanden. Als je het blikje openmaakte, zag het er nog redelijk uit, maar na een minuut was de hele inhoud zwart geworden. Anders was het met de partij Danish Blue kaas. Die was kennelijk ergens door de Duitsers in beslag genomen. Maar door al die blauwe schimmel dachten de Duitsers dat die kaas bedorven was.
Die werd dus in het gevangenenkamp gedumpt. Bij ons waren echter wel mensen die wisten dat het een echte lekkernij was. We hebben er heerlijk van gesmuld. Naast het kamp-eten kregen we pakketten toegestuurd. Ikzelf kreeg er vrij veel. Van mijn vrouw, ouders, familie en het Rode Kruis. Ik kon er zelfs nog van uitdelen aan mede gevangenen. Met de sigaretten die soms in een pakket zaten, had ik als niet roker, een geweldig ruilobject in handen. De blikjes conserven werden door de Duitsers doorgeprikt om te voorkomen dat deze conserven gebruikt werden als voorraad bij eventuele ontsnappingen. Het nadeel was dat je die conserven meteen moest opmaken. Hoewel je niet gemakkelijk iets kon bewaren. Het werd, als je even de andere kant op keek gestolen
WANDLUIZEN EN VLEKTYFUS
’s Avonds was er af en toe ontspanning. Er werden toneelstukjes opgevoerd, liedjes gezongen of er was een lezing door een medegevangene. Om tien uur ging het licht in de barak uit en werden we geacht te gaan slapen. Driehoog in stapelbedden. We werden ook aangewezen voor corveewerk, zoals magazijnwerkzaamheden of schoonmaken. Dit laatste betekende veelal het bestrijden van ongedierte in de barakken. Wandluizen waren een echte plaag. Droogte en warmte was het een ideaal klimaat voor wandluizen. Een wandluis is net als een schapenteek alleen kleiner maar als hij je bijt zuigt hij ook het bloed op en je krijgt lelijke jeukende bulten van. Zij stinken ook nog.
Eén keer brak in onze barak vlektyfus uit. De barak werd vergrendeld en een maand lang mocht er niemand in of uit. Het eten werd buiten voor de barak neergezet en we moesten het zelf maar binnen halen. Tussen twee barakken in stond een waslokaal. Overdag was daar geen water en sommigen van ons, waaronder ikzelf, gingen er ‘s nachts naar toe om ons te wassen.
RUSSEN
De Russen in het kamp werden als honden behandeld en waren heel slecht af. Ze zaten in een apart gedeelte van het kamp en je kwam alleen met hem in contact als schoonmaak – of begrafeniscorveeër. Dagelijks stierven er wel een honderd en meermalen heb ik hen mee moeten begraven. De gestorven Russen werden op een kar gegooid, naar een grote kuil gereden, ongebluste kalk erop en het massagraf werd dichtgegooid. Westerse krijgsgevangenen die stierven, werden daarentegen met summiere militaire eer begraven.
VERNIETINGS – OEFENING
Het laatste jaar werd het leven in het kamp steeds slechter. Er kwamen nog nauwelijks pakketten door en regelmatig werd door de bewaking een vernietigings – oefening gehouden. Bij het appél werden dan tien of twaalf mitrailleursopstellingen vóór de gevangenen en met de loop naar hen toe geplaatst. Ook herinner ik me dat op een keer een Duits vliegtuig zó laag over het kampterrein kwam dat een Engelsman dodelijk werd geraakt en Duitse schildwachten in paniek uit de wachttorens omlaag sprongen.
BEVRIJDING
Op 23 april, staat in m’n geheugen gegrift, vroeg in de morgen ontdekten we dat de Duitsers verdwenen waren en zagen we Russische ruiters in en rond het kamp. Een soort Kozakken op paarden leek het wel.
We waren vrij, konden het kamp in en uit en kregen van de Russen stevige kost te eten. Zelf stroopten we de omgeving af en zochten in de veelal verlaten boerderijen, de bewoners waren kennelijk gevlucht voor de Russen, naar voedsel. We hebben varkens en kippen geslacht, eieren geraapt en voorraadkelders geplunderd en levende koeien meegenomen naar het kamp. Ook vonden we in een villa, na aanwijzing van een achtergebleven oude vrouw, vijf opgehangen nazi's "vermoedelijk hadden deze zelfmoord gepleegd". Wij hebben de lijken losgesneden en in een gat vlakbij de boerderij begraven. In de bossen rond het kamp vonden we kleine verlaten kampjes. Het leek wel dat daar voor eigen gezag gevluchte Duitsers hadden gezeten. Soms was het struinen rond het kamp levensgevaarlijk. Russen die we af en toe tegen kwamen zagen ons, door onze Duits gelijkende Nederlandse uniformen, aan voor Duitsers. De Russen adviseerde ons andere uniformen aan te trekken. Gelukkig had ik een Amerikaans legerjasje, dat trok ik aan als we weer gingen struinen.
TERUGREIS
De terugreis was ook niet vlekkeloos verlopen.
Na ongeveer drie weken waren we als groep van 1200 Nederlanders als laatste kampbewoners overgebleven. Alle andere gevangenen waren eerder gerepatrieerd.
Van Mühlberg zijn we naar Torgau gelopen en van Torgau zijn we door Amerikanen, staand met ongeveer 50 man in vrachtauto’s opgehaald en naar Leipzig gebracht.Vandaar met de trein westwaarts, met een flinke omweg naar Metz, in Metz zijn we eerst nog ontluisd en daarna via Brussel naar Weert en van Weert verder met auto’s naar huis, eindelijk, na twee jaar krijgsgevangenenkamp, weer terug in Nederland, bij mijn vrouw. De terugreis heeft meer dan een week geduurd. S’nachts werd er niet gereden. Tijdens deze terugreis hadden we zelfs minder te eten gekregen dan in het krijgsgevangenenkamp. Als we op bepaalde foerageplaatsen aankwamen om te eten was er niets meer over, de trein kwam door oponthoud iedere keer te laat op de foerageplaatsen aan. In de nacht werd de trein gerangeerd op grote rangeerplaatsen. Op die rangeerplaatsen gingen we op zoek naar eten in andere goederentreinen. Er werd door de ene groep blikken met zalm gevonden en door een andere groep werden blikken van tien kilo met stampot gevonden. Toen we in Brussel op een rangeerterrein stonden zijn we de stad ingetrokken, hebben bij een bakker aangeklopt, hem om brood gevraagd en God zij dank ,ook gekregen.

Nederlandse trein. Foto van Dick van Maarseveen. Wim Jumpertz staand voor de trein tweede van links en Dick van Maarseveen staand uiterst rechts
MIJN TWEEDE REIS NAAR MÜHLBERG/ELBE.
Mijn eerste reis naar Mühlberg, in 1943, duurde in een veewagen 36 uur. De tweede reis, in 2002, duurde in een comfortabele auto 10 uur.
De laatste reis was zeer goed voorbereid door Maurice, de man van mijn kleindochter Wendy en mijn oudste zoon Jos en zijn vrouw Astrid.
Vertrek op zaterdag 27 april 2002 reisdag naar het hotel “Biberburg” in Bad Liebenwerda Oostelijk Duitsland.
Zondag 28 april, Astrid was die dag jarig, om 11 uur zoals was afgesproken bezoek aan het museum van Mühlberg. In dit museum werden we goed geïnformeerd over stalag 1V b 1939 - 1945 krijgsgevangenenkamp. Daarna tot 1948 gebruikt door de Russen om nazi’s op te vangen.
Toen op pad naar het kamp. Daar aangekomen konden we door de bomen het kamp niet meer zien.
Vanaf de vroegere hoofdingang is nog wel een en ander terug te vinden. Zoals de latrine, in het kamp noemde wij die “knobbel”, die schuin achter barak 17a nu 35 lag waar ik heb gelegen

Resten de knobbel.
Dan schiet het weer beangstigend in mijn gedachte hoe wij s’nachts, tussen 2 schijnwerperflitsen door, naar de “knobbel” rende om daar je behoefte te doen. In de barak was maar één wc. voor een paar honderd man. De kans was groot, vooral als je gevangen werd door de schijnwerpers, dat je neer geschoten werd.
Achter de “knobbel” was een sportterrein waar de Engelsen een voetbalcompetitie hadden. Tijdens een wedstrijd dook een Duitse jager zo laag over het kamp dat hij met zijn staart een a twee Engelsen neersloeg en de duitse bewakers in de wachttoren de schrik van hun leven bezorgden.

Resten barak 17a later 35
Bij de resten van de barak 17a later 35 komen weer andere dingen naar voren. In onze barak was ene “ZARKEL” de barakoudste. Ik lag daar drie hoog met, een slapie, vd Broek. Ik weet ook nog dat vd Broek bij een bank werkte en dat hij als hobby modellen bouwde, vooral schepen.Verder ben ik veel namen vergeten. Enkele zijn er nog zoals Piet Crooymans, voor de oorlog kampioen amateurwielrenner en na de oorlog caféhouder in Den Haag, de enige waar ik ooit op bezoek ben geweest in 1947. Hij had toen een dochtertje die mij "ome" noemde.
In het kamp heb ik ook bridgen geleerd van Retera uit Roermond. Met hem hebben we wedstrijden gebridged tegen zowat alle nationaliteiten die daar zaten.
Verder was er ook iemand met een beroemde naam, namelijk. Fokker, een neef van de bekende vliegtuigbouwer.
Een van de hoogtepunten in het kampleven was de uitdeling van de rodekruispakketten. Dit vooral om de sigaretten. Als niet roker had je meer overlevingskansen, voor sigaretten was praktisch alles te koop. Ik heb mannen hun dagelijks stukje brood zien ruilen voor een sigaret. Later in de tijd werd dit ook beroerder. Er was bericht dat er pakketten lagen in een of andere zeehaven. Maar de duitsers vertelden, door de bombardementen van jullie vrienden komen wij vervoer tekort om de pakketten hier te brengen.
Ook herinner ik mij nu dat sommige mannen na ontvangst en het lezen van brieven van thuis onrustig waren. Tijdens de bevrijding van ons land gebeurden natuurlijk ook gevaarlijke dingen, zoals bombardementen en het onder water zetten van stukken land. Je familie moest daar maar ergens in de buurt wonen. Er gebeurde altijd wel iets, bv. het bijna verdrinken van een man die herkend werd als NSB’er die een ander op zijn geweten had.
De aankomst van enige honderden Poolse vrouwen uit het getto van Warschau. Die, naar men zegt, later allemaal vergast zijn. Ook werden veel airborne troepen, die in Normandie op de verkeerde plaats waren gedropt, geïnterneerd.
Zo kan ik nog wel even doorgaan.
Rest mij nog de bevrijding.
De Amerikanen hadden een spandoek gemaakt
“ WELKOM UNKEL(UNCLE) SAM “.
Maar we werden bevrijd door de Kozakken van OME JOZEF.
DIESELTREIN
Lied zoals ik mij dat kan herinneren. In het boek prikkeldraad staat een iets andere versie. Toch denk ik dat dit de goede tekst is. Rij – dieseltrein – rij. Op wijze ride tenderfood ride
Rij - dieseltrein - rij
Terug naar Holland daar ben ik gelukkig en vrij.
Zonder prikkeldraad; dan is ook deze smaad voorbij.
Rij – dieseltrein – rij
Dan zit de hele troep weer bij moeder op de blauwe stoep.
Denken niet meer aan pompoenensoep.
Maar alleen aan rijst met kerrie.
Ben ik dan weer meneer, jat ik geen piepers en geen kolen meer.
Laat de verduistering ook niet meer neer,
Want dat geeft dan maar herrie.
Ik weet alleen dat ik dan weer alles eten kan zonder bon en zonder zwarte handel.
Ik wil van geen leed meer weten
mijn houtwolzak vergeten.
Als ik daar met mijn grietje door de verlichte straten wandel
Rij – dieseltrein – rij
Rij – dieseltrein – rij mij terug naar Holland daar ben ik vrij.
Rij – dieseltrein – rij – dieseltrein – rij.
Trein naar huis via Frankrijk. ( foto uit het boek Prikkeldraad)
Een stukje uit het dagboek.
Kampen
Amersfoort van 5 juli tot 10 Juli
Transpoort naar Mühlberg 36 uur 10 juli tot 12 juli1943
Mühlberg stalag iv b 12 juli tot 30 juli 1943
Transport naar Brúx 32 uur
Brüx stalag 31 juli 1943 stalag IV c tot 8 augustus KG Lager 17-18 tot 21 augustus 1943
Mühlberg van 22 augustus 1943 tot 1945
Opkomst in krijgsgev. Van 13e Regiment infanterie en van mij.
Dagen van voorbereiding koortsachtige bedrijvigheid. Doen alles om mij zo veel mogelijk mee te geven.
4 juli laatste dag bij de mijnen vliegt voorbij. Avonds kaarten bij tante Net. Zij maakt het heel gezellig doch de stemming is iets gedzongen.
5 juli 4 uur wij staan op en maken ons gereed ik kleed mij in uniform. Eet met grote moeite een stukje rijstevla. Dan afscheid van moeder met moeite houdt zij zich goed. Dan gezamenlijk naar het station. Daar heerscht een enorme drukte even voor half zes vertrekt den trein. Wij nemen afscheid Ali huilt niet dat vind ik fijn anders had ik mij zelf ook niet gehouden.
In den trein hoera stemming 99 van de 100 hebben ausweis. Dan naar de waterlo kazerne wij melden ons ik moet blijven loop twee aan twee, kom dan in kleine kamer daar nog meer lotgenoten.
± 12.30 uur gaan we te voet naar zonnenbloemstraat onder gewapend geleide. Gelegerd in barak F wordt kamer commandant. Moet zorgen voor eten halen, corvee enz.. kregen warm eten. Zag uit als varkensvoer. Doch smaakte goed. Savonds onder elkaar. Het rode kruis zorgt uitstekend. Brief naar huis. Half 10 barak op slot.
6 juli. Half zeven barakken open. 8 uur appel. Hier meldt zich motordienst steeds nieuwe slachtoffers. Hoeven niets te doen, alleen een paar man aardappels wassen en pellen.
7 juli Vandaag geen melding 20 man in Bickenhove. Aardappels schillen. Rustige dag.
8 juli Veel mensen aan het hek spreken met elkaar. Totaal 96 van 13e RI hier gehouden. Vandaag meldt zich 14e RI. Veel slachtoffers. Brief naar huis en boodschap




Wim Jumpertz en Ali Jumpertz-Terlien in maart 2009
Overige Informatie.
Als u van plan bent mühlberg te bezoeken kunt u het beste, voordat u naar het kamp gaat, eerst het museum in Mühlberg bezoeken, daar wordt u zeer vakkundig en heel prettig rondgeleid. De collectie in het museum gaat niet alleen over het kamp, het geeft ook een groot stuk geschiedenis weer, in “die” omgeving van de Elbe.
Museum Mühlberg
Klosterstrasse 9
04931 Mühlberg / Elbe
Tel 035342 / 70687
Openingstijden maandag tot en met donderdag 8.00 uur tot 15.00 uur Vrijdag 8.00 uur tot 12.00 uur.
Wij zijn er op zaterdag geweest, maar dan moet je van te voren een afspraak maken. Het beste is toch door de weeks te gaan. Vanaf vrijdagmiddag is het uitgestorven in de omgeving van Mühlberg.

Museum Mühlberg
Het beste kunt u logeren in Bad Liebenwerda in het landhotel Biberburg, zie http://www.landhotel-biberburg.de/, Vanaf Bad Lebenwerda bent u zo in Mühlberg. U komt dan het voormalige kamp onderweg tegen.
In september vind het jaarlijkse Mahn- und Gedenktreffen plaats. Zie onderstaande link.

Foto van Sietse Stob. Onthulling namen gestorvenen
18 septemberrit 2007


Wim Jumpertz neemt op 18 september 2007 deel aan de bevrijdingsrit ter ere van de bevrijding van Eindhoven. Deze rit wordt ieder jaar georganiseert door Wheels. WHEELS is een vereniging van enthousiaste liefhebbers van oude legervoertuigen en toebehoren uit de periode 1940 t/m 1975. Deze vereniging heeft ook een heel mooie, leuke, website, www.clubwheels.nl
Misschien zijn er nog mensen die zichzelf of familie herkennen in bovenstaande foto's, kunnen zich melden op onderstaande contactlink. belangstellende mensen die ook interesse hebben kunnen ook contact opnemen met
J Jumpertz via onderstaande contactlink.