Vorige

Home

Volgende

Aduard, interieur van de kerkzaal naar het oosten, 2007
De wanden van het interieur van de "Abdijkerk" zijn uitgevoerd in schoonwerk. De tijdens de verbouwing in 1723 aangebrachte witte stuclaag is bij de restauratie in 1917-1928 weer verwijderd.1 In de lange wanden wisselen omkraalde vensters en even grote nissen met gevarieerde siermetselpatronen elkaar af. In de zwikken boven de vensters zijn ronde nissen of casementen zichtbaar met daarbinnen drie- en vierpassen. Het geheel wordt overdekt door een hoog houten tongewelf. 
Tegen de oostgevel van het één trede verhoogde koor is  een herenbank geplaatst met op de overhuiving de wapens Lewe van Aduard links en Van Berum rechts. Tegen de noord- en de zuidwand van de koorruimte staat een wandbank met het alliantiewapen van Evert Joost Lewe van Aduard en zijn echtgenote Christina Emerentiana van Berum. De bijzondere avondmaalstafel bevindt zich op de grens van koor en schip. Koor en schip zijn gescheiden door een fraai gesneden laag koorhek. De kansel is tegen de zuidwand van het schip geplaatst, omgeven door de dooptuin. 

Onder: Het interieur wordt overdekt door een hoog houten tongewelf dat bij de restauratie opnieuw werd aangebracht. De ornamentale beschildering  van dit gewelf is van de hand van Jakob Por.2

Aduard, tongelf met ornamentale beschildering, 2007 


1. Van der Ploeg, 2002: 23.
2. Voorlopige Lijst, XI, 1933 : 5.