Oorlogsbelevenissen J.A. van Houdt mei 1940.

 

home

 
Hoofdstuk4 Mondeling verkregen gegevens.
 

Zoals al eerder is vermeld, zijn er weinig mondelinge gegevens bekend over mijn opa. Er werd niet over gesproken of naar gevraagd.                      Als het al ter sprake kwam, was het door zijn zwager A.de Bokx, (oom Adriaan) die erg geïnteresseerd was in de belevenissen die hij had meegemaakt en wél vragen stelde. Deze verhalen werden ook door zoon George aangehoord, die als kind meeluisterde.                                     Waar hij het meest van onder de indruk was, is de dood van zijn dienstkameraad W.v.d.Hooft, die te hoog boven de stelling uitkeek en door een vijandelijke kogel werd getroffen in zijn voorhoofd, juist onder zijn helm.(zie H2.3.6) Hij heeft hem daarna achter zich aan meegesleurd en al lopend werd er nog op hen geschoten. Na zijn gevangenneming werd hij, waarschijnlijk, naar de Pontonnierkazerne(zie H2.3.7.)  of een kerk in Dordrecht overgebracht tot hem Groot Verlof  werd verleend.  Tijdens zijn gevangenneming kreeg hij bezoek van zijn broer Aloysis (oom Louis).                Erna, de jongste dochter, heeft met oom Louis nog veel gesproken. De hiernavolgende gebeurtenis is aan haar verteld:                                         Oom Louis was beurtschipper en voer op Rotterdam en Dordrecht. Na de Duitse inval en de gevangenneming van opa was oom Louis in Dordrecht met zijn schip. Hij wist dat zijn broer  in die buurt moest zijn omdat hij daar ten tijde van de mobilisatie was gestationeerd. Hij ging naar hem op zoek en kwam uiteindelijk bij een kerk terecht waar de Duitsers krijgsgevangenen opgesloten hielden. Hij vroeg: “Van Houdt, mijn broer is die hier?”, waarop de Duitsers antwoorden: “die is dood”. Na aandringen en met de woorden van “dan wil ik hem zelf zien” werd hij in de kerk toegelaten.  Oom Aloysis zei: “waarschijnlijk dachten de Duitsers dat ik Van der Hooft zocht, de namen   Van Houdt en Van der Hooft lijken op elkaar”.             In de kerk vond hij zijn broer, ongewassen, ongeschoren en vermoeid tussen de andere Nederlandse krijgsgevangenen.                                          Na lang aandringen bij de Duitsers kreeg oom Louis het voor elkaar dat hij zijn broer mee mocht nemen naar zijn schip.                                          Op het schip heeft hij zich gewassen en geschoren en heeft hij samen met oom Louis gegeten. Oom Louis wilde dat hij mee terugvoer naar Terneuzen, maar dit deed hij niet en zei tegen oom Louis: “Ik ga terug naar mijn kameraden, ik laat ze niet achter”.                                                                  Wat betreft de uitreiking van de Bronzen Leeuwonderscheiding, wist Erna te vertellen dat dit in Breda heeft plaatsgevonden en was zelfs nog in het bezit van een foto van deze gebeurtenis (H1.3). Zij wist ook te vertellen dat haar vader in eerste instantie hier niet naar toe wilde omdat hij vond dat dat allemaal niet nodig was. Hij vond zelf dat hij een onderscheiding niet had verdiend. Uiteindelijk is hij overgehaald om alsnog de onderscheiding in ontvangst te nemen en werd per auto vanuit Terneuzen naar Breda gebracht.                                                                                                       Tante Suzan ( tante Suus), de zus van oma (Keetje) wist het volgende te vertellen:                                                                                                   Na zijn diensttijd is zijn voormalig kapitein Janssen, meerdere malen in Terneuzen geweest en werd hij uitgenodigd naar HOTEL ROTTERDAM te komen, waar Janssen logeerde, om herinneringen op te halen.

Bij één van die gelegenheden heeft kapitein Janssen aangeboden om hem aan een goede betrekking te helpen, waar hij geen gebruik van heeft gemaakt, omdat zijn vrouw (oma) niet uit Zeeland weg wilde.                                                                                                                              Zoals gezegd: er werd niet meer over gesproken, maar het heeft wel diepe indruk op hem gemaakt, want op z’n sterfbed kwamen de herinneringen naar boven en vertelde hij aan de dienstdoende nachtzuster over o.a.: een jonge Duitse soldaat van amper 18 jaar, die om z’n moeder riep toen deze tegenover hem kwam te staan en heeft moeten neerschieten uit zelfbehoud. Deze dingen hield hij voor zichzelf, maar zaten in z’n binnenste verankerd en kwamen op dat moment naar boven.                                                                                                                                                                  Bij het opzoeken van voorgaande gegevens denkt men wel eens: was er maar méér naar gevraagd, want diegenen die hadden kunnen vertellen, zijn er niet meer.                                                                                                                                                                                                          Figuur 46 is een foto van het schip de ‘Hoop op Welvaart’ waarmee zijn broer Aloysis voer ten tijde dat hij hem heeft opgezocht in Dordrecht.

Figuur 46.  Schip van oom Louis, de “Hoop op Welvaart’’.