- Achtbaanrit - Daar zit hij dan, Mister Pech. Hij probeert zijn gevoel met een masker te verbergen, maar de meesten zien er dwars doorheen. Misschien lukt het hem vandaag niet zo goed, omdat hij de afgelopen nacht maar weinig heeft geslapen. "Ik vind het wel sneu voor hem." "Wat?" "Nou, dat hij niet mag meedoen." Hij reageert amper. Het liefst zou hij naar buiten willen kruipen, en zich verstoppen. Uitgekleed tot de onderbroek stonden we netjes op onze beurt te wachten. Een controlepost met weegschaal besloot of we verder mochten. We hadden geen geduld. Het deed me denken aan de ophoping bij de ingang van een leuke glijbaan in een zwembad. Spanning, en tegelijkertijd onaangename aanrakingen. Al was de zweetgeur niet te vergelijken met die bij een glijbaan, en de spanning trouwens ook niet. Wat spannend! Daar is die dan, de Python. "Ik heb ze geteld, hij gaat wel vier keer over de kop." Via het sprookjesbos waren we hier terechtgekomen. Mama keek bezorgd, en papa was onder de indruk. En mijn broertje moest plassen, hij sleurde mama mee naar de wc's. "Ga daar maar onder staan", zei papa. De arm van een houten man was boven mij. Hij keek streng, ik keek sip omlaag. "Betekent dat, dat ik er niet in mag?" Papa pakte mijn hand vast, en wees naar een andere attractie. "Kom, wil je daar in?" "Nee. Ik wil hier nog even kijken." Deze keer was het in de vorm van een Taekwondo wedstrijd. "Je gewicht is in ieder geval in orde." Ik moest mijn startkaart inleveren, want er bleek iets fout te zijn bij mijn klasse indeling. Ze zouden het oplossen, en mij later oproepen. Ik geloof niet in oplossingen, ik baalde. Ik werd niet opgeroepen. "Mikael?" Ze had het geprobeerd op te lossen, zonder succes. Nu onderstreepte ze het balen door mij de schuld te geven. Dat mocht, want ze had wel gelijk. Ik had bij de ingang mijn startkaart niet goed genoeg gelezen. Mijn eigen domme fout. Ik zette mijn emoties op nul, het maakte me allemaal niet meer uit. Er stond iemand naast de strenge man. "Ga eens op je tenen staan." Mijn haar raakte de arm aan. "Nou, vooruit. Je moet hierdoor, en dan daarheen." Mijn broertje kwam eraan rennen. "Snel! voordat mama terugkomt.", zei papa. "Ik mag er in?" Ze lachten. "Mikael?" Ze zegt mijn naam verkeerd, maar dat vind ik niet erg. Schijnbaar ben ik niet de enige die domme fouten maakt, want de organisatie was vergeten mij uit deelname te verbannen. Ik stond gewoon nog ingedeeld. Ik begon me klaar te stomen. Maar de spanning kwam niet terug, de apathie bleef. "Maikel?" Van alle varianten op mijn naam heb ik aan deze de grootste hekel. Het kwam uit de mond van de scheidsrechter. Hij wilde mijn startkaart hebben. Met kleine moeite kreeg ik een vervangende kaart. Calimero stond er nu alleen voor. Ingepakt, en bewapend met een schattige snavel en een halve eierschaal op zijn kop. Ok, het waren een witte helm en een mondbeschermer, maar dat doet er niet toe. Ik hoopte een beetje dat het een bloedneus was, maar ik had gewoon mijn neus moeten snuiten voordat we begonnen. Ik keek voor de zekerheid wel even. Een paar momenten later lag mijn tegenstander op de grond. Hij keek mij aan met een woeste blik, en stond weer op met een luide Kiap. De ruim vier minuten durende rit maakte mijn dag weer goed. Uiteindelijk verloor ik. Uiteindelijk won hij de finale. Say cheese.