- Zwemles - De deurbel gaat. Zo dadelijk wordt de deur opengedaan. Moederlief zal hem met bezorgde ogen aankijken, en wederom zal de kraan van weemoed opendraaien. Tranen hopen zich al op. Eigenlijk is het aanstellerij, en aandachttrekkerij, maar dat weet niemand. Althans, dat denkt hij. 'Klik, klak'; de aankondiging. Zus opent de deur, en de kraan blijft voorlopig dicht. Tussen zijn oren klinkt een stemmetje, waar is mama ? In de huiskamer wordt de televisie gehoord. Vaderlief zit op zijn stoel, een kop koffie binnen handbereik; de minimale eis voor een goeie morgen. 'Een file op de A2 door een gekantelde strooiwagen'. Het filenieuws is belangrijk, vooral als je als hard werker op tijd moet vertrekken. "Waarom ben je niet op school ?" Het is dinsdag. Dit betekent dat hij zwemles heeft. Dat betekent ook dat hij weer in de bus moet zitten. Hij vindt dat niet leuk, niemand die naast hem wilt zitten. Hij hoort er niet bij, want hij kan niet zwemmen. De zwemjuffrouwen, die hem telkens omhoogvissen met die enge haken van hen, zijn ook niet leuk. Het enige wat wel leuk is, is een meisje. Ze weten van elkaar, dat ze elkaar leuk vinden, maar durven er niet over te praten. Is het echt, of is het instinct ? Stop twee konijnen in een hok, een mannetje en een vrouwtje, en ze zullen zich vermenig- vuldigen. Hij slikt. "Ik ben mijn zwembroek vergeten." Hij krijgt het koud, waarom wordt hij niet binnengelaten ? "Waar is mama ?" Luider. 'Klik, klak'; de aftelling. Moeder draagt altijd schoenen met hoge hakken. Vader weet het nog niet, maar hij zal op deze koude winterdag te laat op zijn werk komen. Veel te laat. De nieuwslezeres op de televisie praat enthousiast over een Nederlandse astronaut, terwijl dezelfde nieuwslezeres in Hilversum rustig haar tweede kopje thee opdrinkt. Dit is een herhaling, van een herhaling. Vader is in slaap gevallen. Om zijn middel is een onzichtbaar touw gewikkeld, dat met een omweg door het huis naar de badkamer leidt, waar het is vastgebonden aan een waterrad onder de kraan van weemoed. De deur gaat wijder open. Moeder torent met een bezorgde blik boven zuslief uit, en verwelkomt haar zoon, haar warme handen om hem heen. De kraan opent, en een sirene van verdriet brengt vader in een spoor van onschuldig gevloek naar de badkamer. De deur gaat dicht. Het meisje. Ze kijkt hem medelijdend aan. Zijn ogen zijn nog een beetje rood. Weet ze dat hij gehuild heeft ? Moedig kijkt hij terug, en glimlacht. Vader had hem naar zwemles gebracht, hij was toch al te laat voor werk. Ze waren eerst naar school gegaan, maar daar bleek dat de bus al was vertrokken. "Waar was je ?" Op school zit zij ook in dezelfde klas als hem. Maar bij zwemles is het speciaal, want zij kan ook niet zwemmen. De andere klasgenootjes zijn in het diepe bad. De ogen van het meisje volgen hem, terwijl hij het water in springt. Hij is weer blij, want zij is verliefd op hem. Althans, dat denkt hij. Nog luider. 'Klik, klak'; de kraan is stuk.