|
- Een stilte in de hemel van een half uur.
- 7 Engelen worden 7 bazuinen gegeven.
- Een andere engel gaat bij het altaar staan met een gouden wierrookvat. Hem wordt veel reukwerk gegeven om het te geven, met de gebeden van alle heiligen. De rook stijgt op uit zijn hand voor Gods aangezicht.
- De engel vult het wierookvat met vuur van het altaar en gooit dat op aarde.
- Er komen donderslagen, stemmen, bliksemstralen en aardbeving.
|
|
- Engel blaast.
- Hagel en vuur vermengd met bloed wordt op aarde gegooid.
- Het derde deel van de aarde brand af.
- Het derde deel van de bomen verbrand.
- Al het groene gras verbrand.
|
- Engel blaast.
- Er wordt iets als een grote berg, brandend van vuur in de zee geworpen.
- Het derde deel van de zee wordt bloed.
- Het derde deel van de zeeschepselen sterft.
- Het derde deel van de schepen vergaat.
|
- De derde engel blaast.
- Er valt een grote ster, brandend als een fakkel, uit de hemel.
- Valt op het derde deel van de rivieren en de water- bronnen.
- De naam van de ster is Alsem.
- Het derde deel van de wateren wordt alsem.
- Veel mensen gaan dood van het water omdat het bitter is geworden.
|
- Engel blaast.
- Het derde deel van de zon, het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren wordt getroffen.
- Het derde deel daarvan wordt verduisterd.
- De dag heeft voor het derde deel geen licht en de nacht ook niet.
- Hoort een arend vliegen in het midden der hemel die roept: ‘wee, wee hun die op aarde wonen van wege de bazuinen die nog bazuinen zullen!’
|
- Hij ziet een ster uit de hemel op aarde gevallen. Die wordt gegeven de sleutel van de put des afgronds.
- Opent de put.
- Uit de put stijgt rook op als de rook van een grote oven.
- De zon en het zwerk wordt verduisterd door de rook.
- Uit de rook komen sprinkhanen op aarde.
- De eerste wee is voorbij, er komen nog twee.
|
- Hij hoort een stem uit de vier horens van het gouden altaar zeggen tot de zesde engel: Laat die vier engelen los die bij de Eufraat gebonden zijn.
- Die vier engelen worden losgelaten om het derde deel van de mensen te doden.
- Wie niet gedood worden, bekeren zich niet van het aanbidden van boze geesten en afgoden en voorwerpen en niet van hun moorden, toverijen, hoererijen en dieverijen.
|
- De 7 schalen
|