Uit: De Groene Amsterdammer, 11 mei (jrg. 118, nr. 11)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11 april

13 april

15 april

16 april

18 april

22 april

25 april

28 april

2 mei

 

 

Het gedicht als oog over de poëzie van Bernlef

Zijn gedichten doen vergeten wat poëzie is.
Kijken is Bernlefs geheim. Een verslag van een maand lang dwalen met twintig bundels onder de arm.

 

MAANDAG 11 april 1994

Ik loop nu al zo'n maand met twintig Bernlefbundels rond, van luie stoel naar bureau, van bed naar tuin, in de trein of op logeerkamers van vrienden. Kokkels is de eersteling uit 1960. Niemand wint is de voorlopig laatste bundel, in 1992 verschenen bij Querido. Daartussen hebben achttien andere bundels het licht gezien, plus twee verzamelbundels.

Ik zou Bernlefs poŽzie kunnen ophangen aan een paar regels zoals die uit het gedicht 'Marianne Moore' (Morene, 1962): PoŽzie is een vermoeden dat alles (pijpe-/ krullen gerangschikt in een lege bonbondoos,/ het palet van een benzinevlek) gebruikt. Dergelijke citaten lenen zich uitermate goed voor het schrijven van een stukje waarin met ťťn pennenstreek de dichter wordt neergezet, met als titel het vermoeden dat poŽzie heet. Zulke stukjes leveren misschien amusant leesvoer op, maar of ze ook recht doen aan het werk is een heel andere zaak. Daarom doe ik het anders: een openbaar dagboek dat een neerslag is van mijn weken met Bernlefs poŽzie. Het zal fragmentarisch zijn en te dicht op de gedichten zitten om een overzicht te krijgen. Maar de kans dat er tussen die opmerkingen en aantekeningen iets verhelderends opduikt, lijkt mij zo groter dan wanneer ik het werk van tweeŽndertig jaar in een leuk stukje prop.

Misschien komen mijn scrupules ook wel voort uit het lezen van de twintig bundels en dan met name die uit het eerste decennium met Barbarberboeken als De schoenen van de dirigent (1966) en Bermtoerisme (1968). Het zijn producten van het verlangen om alles mee te laten doen. Niets mag worden overgeslagen. Achterop De schoenen - de flapteksten lijken mij van Bernlefs eigen hand - zegt hij het zelf zo: 'In zijn aandacht voor het nog weinig ontgonnen gebied van het zogenaamde pointeloze, vervelende en de intrigerende mechanismen van de herhaling probeert Bernlef onze waardeoordelen aan een nieuw onderzoek te onderwerpen. (...) Het gaat er niet alleen om, de grenzen van de poŽzie uit te breiden; we moeten eens vergeten wat dat is: poŽzie.'

Dit werk, vergezeld van dergelijke uitspraken, leverde hem het epitheton op van de experimentele dichter. Het is een benaming die nooit in mijn hoofd is opgekomen, maar die misschien wel beter bij de vroege Bernlef past dan bij de Vijftigers die veel vaker zo zijn genoemd. En nu de etiketten uit de kast rollen, vind ik er een die er vlakbij ligt en nog beter van toepassing lijkt: conceptueel. Twee extreme voorbeelden. 'Wild Gardening' is een gedicht waar in mijn exemplaar van Bermtoerisme een elastiekje omheenzit. Voor ik het kreeg van een vriend die mij wilde dwingen mee te spelen, had het nog op de geperforeerde bladzijden van het boek gestaan. Die vriend had de kaartjes met tekst alvast voor me uitgescheurd zodat ik wel, overeenkomstig Bernlefs wens, mijn eigen gedicht moest gaan samenstellen. Op de kaartjes staan teksten als op een straathoek te zien:/ een hond, een vuilnisbak/ een man, een afbeelding/ van een dasspeld en/ een dot poetskatoen in de goot en deze waar Bernlef varieert op Charles Ives: eigenlijk schrijf ik geen gedicht/ ik houd grote schoonmaak/ alles wat over is hangt/ aan de waslijn.

In De schoenen staat een reeks die volgens een conceptueel recept is geschreven: zeven teksten met als titels de dagen van de week gevolgd door de datum (maandag 14 juni tot en met zondag 20 juni 1965). Elk daggedicht bestaat uit vier delen: het weerbericht voor die dag, een kort gedicht, de dagboekaantekening van die dag ('Verschrikkelijke drukfout in De Groene... Kwaaie brief geschreven') en een kort dialoogje tussen Bernlef, zijn vrouw Eva en hun nog heel kleine dochtertje Annabel. Het zijn teksten die als zoveel conceptuele kunstuitingen meer om concept en houding lijken te gaan dan om het eindproduct. Wie hier de aloude norm van het juiste woord op de juiste plaats wil toepassen, komt in de problemen. In 'Wild Gardening' moet de lezer immers zelf door het schudden van de kaarten de plaats bepalen.


Ga verder naar 13 april.

 

naar centrale paginae-mail
©2002 hans kloos