© h. rystadius (naar een foto van Guus Dubbelman)

Gerard Rasch

(1946 —2004)

 

 

 

 

Soms is een vertaler een schatbewaarder. Alleen hij heeft toegang tot de schatkamer van een vreemde taal. Pas als hij die ontsluit en de schatten naar buiten brengt, kunnen anderen ontdekken hoe groot de rijkdom is. Of niet, want in dat ontsluiten moet iets gebeuren wat de vergelijking mank doet gaan. De schatten moeten omgesmolten worden voor ze weer kunnen gaan schitteren. Soms is een vertaler een smid, of een alchemist die goud van goud maakt.

Dergelijke gedachten gingen mij door het hoofd toen ik onlangs vernam dat een van onze grootste alchemisten niet meer onder ons is. Gerard Rasch heeft de Nederlandse lezers veel rijkdom geschonken. Juwelen uit Rusland en Denemarken, maar vooral uit Polen. Van Szymborska, Milosz en Herbert zouden wij zonder hem maar een paar goudkorreltjes kennen. Hij heeft hun pracht integraal ten toon gespreid in zijn meestervertalingen. En God weet wat hij nog meer voor ons in petto had. Soms is een vertaler een lompe hommel.

OVER HET VERTALEN VAN GEDICHTEN

Als een lompe hommel
blijft hij zitten op de bloem
tot de tere steel doorbuigt
wringt zich door rijen blaadjes
die op woordenboekenvellen lijken
wil naar binnen
waar het aroma en de zoetheid zijn
en hoewel hij verkouden is
niets proeft
probeert hij het toch
tot hij met zijn kop
tegen de gele stamper stoot

en verder komt hij niet
door de bloemkelk
in de wortels dringen
is te moeilijk
dus gaat de hommel weer
hij komt heel trots buiten
en zoemt luid:
ik was binnen
en aan hen
die hem niet zomaar geloven
laat hij zijn neus zien
stuifmeelgeel

 

Gerard Rasch zal met veel plezier aan de vertaling van dit gedicht van Zbigniew Herbert hebben gewerkt. De tekst komt uit de door hem vertaalde Verzamelde gedichten van de Pool, die in 1999, een jaar na Herberts dood, zijn verschenen. En hij zal geweten hebben dat hij zelf niemand zijn neus hoefde te laten zien. Het stuifmeel van de dichter waait op van al zijn vertalingen.

Ik heb een paar keer met hem samengewerkt, niet als vertaler, maar als presentator van zijn vertalingen. Van alle literaire avonden die ik inmiddels heb meegemaakt, nemen die met hem nog altijd een speciale plek in mijn herinnering in. Van een van die bijeenkomsten heeft Chris Keulemans in zijn novelle Een korte wandeling in de heuvels enigszins gefictionaliseerd verslag gedaan.

"Bij Perdu brandde licht en de etalageruit was bewasemd. (…) Door het gemurmel heen begaf ik me naar voren. Gerard Rasch stond op het podium. Hij kreeg een van de plastic stoelen aangereikt en nam plaats. Een magere man met een slecht gebit en een taalgevoel dat ik me voorstelde als een zilveren weegschaal ergens in dat geraamte. Hij wilde ons een gedicht voorstellen dat hij zojuist had vertaald. Het ging over Lwów, spreek uit Lwoevh, een Poolse stad die na de Tweede Wereldoorlog in de Oekraïne terechtkwam en sindsdien, zei Rasch, voor de Polen betekent wat Jeruzalem is voor de joden in de diaspora.
          Een man die ik niet kende stond nu op en reciteerde het gedicht, Weggaan naar Lwów van Adam Zagajewskl, in het Pools. Het duurde lang genoeg voor ons om op de tast een betekenis te gaan zoeken in de rijzende en dalende klankenreeksen die we hoorden. Het was doodstil. De laatste Iwoevh klonk als het wegblazen van een paardebloem. Daarna werd er bijna uitzinnig geklapt.
          Hans Kloos las de vertaling voor, haperend zoals hij dat altijd deed, alsof hij het gedicht binnenstruikelde, met die onlogische afbrekingen in het midden van een regel. Tegelijk heel geconcentreerd en buiten adem. Lwów doemde op, een stad van barnsteen, terwijl onder de parasols van het Venetiaanse café de slakken over de eeuwigheid kropen, blauwe theepotten, de kathedraal en de Russische kerk, bevroren forsythia's, onder het theater voeren de witte kappen van de nonnen als schoeners voorbij, in de huizen een beetje woede en veel, veel hoop, de zachte varens:
          'Nooit zal ik je zien. Zoveel dood wacht je. Waarom moet iedere stad een Jeruzalem worden en ieder mens een jood, en nu rest alleen in alle haast de koffers te pakken, altijd, elke dag en zonder adempauze weg te gaan, weg te gaan naar Lwów, Lwów immers bestaat, rustig en schoon als een perzik — Lwów is overal.'"

En nu is Gerard Rasch overal, in al die pagina's stuifmeel, die schatten op onze boekenplanken.

 

 

naar centrale paginae-mailnaar centrale vertaalpagina
© 2004 hans kloos