www.theater.nl beschreef de voorstelling zo:

Monoloog geschreven door dichter Hans Kloos. In de loop van ongeveer 5 kwartier wordt de geschiedenis vernomen van een man die als medewerker van de Sociale Dienst belast is met het opsporen van steunfraude en daar in een enorme gedrevenheid aan de dag legt. Zijn gedrevenheid keert zich echter tegen hem. Hij verandert van een doodgewone ambtenaar in een Man met een Missie. Zijn huisbezoeken krijgen een steeds dubieuzer karakter. De man meent goed werk te doen, maar richt ondertussen een ravage aan, en niet alleen in zijn eigen leven...

foto's (© Katrien Mulder) uit de voorstelling (feb. 2001 t/m feb 2002) door theater Zeenzucht


acteur Chris Junge als 'ik'

Schaap van de slapers
         fragment

 

 

 

Zaterdags loop ik er in mijn vrije weekend toevallig langs op weg naar de Surinaamse toko verderop. Staat de deur naar een, twee en drie hoog open. Terwijl ik het trapgat in gluur, schiet er een klein blond meisje onder mijn arm door de trap op. Op één hoog aangekomen staat ze stil. Ik zie alleen haar onderlijf nog en hoor haar de sleutels in de deur steken.
       Dan verschijnt ineens haar hoofd ter hoogte van haar knieën en roept ze: Moet je soms bij Tomas wezen?
       Ik knik vaag van ja en bedenk meteen hoe stom dat is. Straks is hij thuis en sta ik daar: Dag, ik ben rechercheur van de Sociale Dienst. Ik wou u een paar vragen stellen.
       Zoiets gebeurt wel eens, maar dan pas als je eigenlijk al alles weet, en ik weet nog niets.
       Hij komt morgen weer thuis, zegt dat hoofdje naast de knieën ondertussen. Maar als je wil mag je wel even een briefje bij hem op tafel leggen.
        Graag, zeg ik, al realiseer ik me dat dit ook niet zonder risico is.
       Ze trekt de sleutels weer uit de deur en stormt voor me de trap op naar drie hoog.
        Binnengekomen wijst ze op de tafel en zegt: Doe je de deur weer achter je dicht? Ik ga Star Trek VII op de video bekijken.
       Voordat ik iets kan zeggen of vragen, valt de deur al in het slot en hoor ik haar de trap weer afdenderen.

De kamer waar ik sta is vrij kaal, een ronde zwarte tafel, vier buisstoelen met rieten zitting, een blauwgroen bankje en voor het raam een witte hangmat. Maar van het stalen open wandmeubel tegenover het bankje straalt de luxe onmiddellijk af, vooral van wat erin staat. Een breedbeeldtelevisie, een van de nieuwste videorecorders, een complete B&O hifi-set, een zo te zien gloednieuwe razendsnelle PC, een laserprintercopierscanner, een fax en rijen cd's en videobanden, de laatste vreemd genoeg vrijwel allemaal zonder cassettehouder. En dan vergeet ik bijna nog de palmtop naast de vier afstandsbedieningen op het bankje.
       Er zijn duidelijk nog meer inkomsten dan alleen de uitkering. Die apparatuur vertegenwoordigt bij elkaar toch gauw zo'n vijf jaar RWW.

acteur Chris Junge als 'ik'

Ik heb vaker zo in kamers gestaan. Vooral in het begin toen mijn chef me er nog wel eens lukraak opuit stuurde. Maar dan zat er iemand op dat bankje. Iemand die mij nooit zou vragen om te gaan zitten. Iemand die strak voor zich uit keek naar Oprah Winfrey en haar studiogasten op een oude tv in een ikea-wandmeubeltje. Daar keek ik dan meestal ook naar terwijl ik m'n vragen stelde.
       Overburen en achterburen zagen misschien een medewerker technische dienst van de woningbouwvereniging in mij, met mijn notitieblok in mijn hand. Ze hadden me elke kamer in en uit zien gaan, hoe ik in het kastje onder de gootsteen had zitten snuffelen, de natte cel had geïnspecteerd en een vorsende blik door de slaapkamer had laten gaan. Maar ik had niet gekeken naar afbrokkelend stucwerk achter het bed, naar schimmelplekken in de douche of een lekkende afvoer in de keuken, al viel mijn oog er vaak op.
        Ik had geconstateerd of er een pakje condooms naast het bed lag, de inmiddels spreekwoordelijke tandenborstels op de wastafel geteld – een keer waren het er acht, soms zag ik er geen een – en gekeken of de favoriete verbergplaats van ons volk gevuld was met afwasteiltjes en schoonmaakmiddelen of dat er nog iets meer lag. Wasmanden heb ik omgekeerd op zoek naar mannenonderbroeken tussen jurken, beha's en blousen. Of omgekeerd, ja.
        En dan stond ik daar midden in de woonkamer met mijn notitieblok in de hand en stelde ik mijn vragen. Soms over die onderbroeken of dat kasboekje uit het gootsteenkastje, vaker moest ik vragen naar de gegevens die ik al had. Meer was er niet te vinden.
        En ondertussen keek ik, keek de man of vrouw op de bank strak naar het tv-scherm. Alsof de schrijver van een boek over rancuneuze ex-echtgenoten ons werkelijk iets te vertellen had.

Ik heb het één keer gedaan, mijn verontschuldigingen aangeboden. Bijna had de mooie oude Poolse een ambulance moeten bellen, maar haar marmeren tafelaansteker vloog rakelings langs mijn hoofd de slaapkamer in waar hij, als ik het me goed herinner, op een stapel gestreken wasgoed landde.
       Het overkwam me ook wel eens dat ik de man – bij vrouwen had ik dat nooit geloof ik – dat de man op de bank ineens heel klein leek te worden. Alsof ik vanaf een groot balkon op hem neerkeek, nee meer alsof ik zelf plotseling uitgroeide tot een reus die amper in die kamer paste.



Lees een ander fragment uit dit verhaal.


contact naar de centrale pagina naar SCHAAP KOEK FIETS

uit: SCHAAP KOEK FIETS

© 2002, 2009 hans kloos