luister naar dit gedicht

 

 

 

 

 

 

O stom rumoer


 

Het voorhoofd gekreukt
als een beslapen laken en in het haar
draait zich een vinger vast,

de tong tast de vullingen af,
een lever zwelt monkelend op
en beenderen worden broos

maar de huid antwoordt met zachte geuren
nu er naar geglimlacht wordt,
de schouders gaan onweerstaanbaar open

en het hoornvlies verkondigt
stralend als een kermistent
het evangelie van de oude ogendichters.

Het lichaam koestert zich
in het geluid van die andere stem,
in het verhaal onder die kleren,

millimetersgewijs laat het zich wiegen
door zachtjes schurende muziek
terwijl de darmen vlinderen

begroet het lijf de tijd
als nu een plaats
waar de handen wachten

 

 


Een eerdere versie van dit gedicht werd geschreven voor een nummer rond het thema 'zwijgen' van het tijdschrift Raster (84, 1999). De titel is ontleend aan een gedicht van César Vallejo.

Uit de bundel het zingen van het ijs (Contact, 2002)
© 2002 hans kloos