Gemeentelijk

Torgny Lindgren





I




Het Arbeidsmarktbestuur wil het beste voor ons allemaal.
Het is vol toekomst
zoals een begaafde vijftienjarige bij de beroepskeuze-adviseur.
Als de werkeloosheid stijgt, de gemeentelijke belastingen omhooggaan
en de jeugd naar Stockholm trekt, vertrouwen
wij op de overheid.
Het Arbeidsmarktbestuur, AMB. Het is tovenarij. Meer
willen we niet weten, we willen het niet van dichtbij leren kennen.
We willen het AMB niet uiteen zien vallen in een algemeen directeur,
afdelingsdirecteuren, afdelingsssecretaresses, inspecteurs.
Dat zou ons doen denken aan een ontbinding.
Wat wij vooral willen
als genoegdoening voor onze belastingen
is vertroosting.













II



In het kader van burgerlijke zelfontplooiing willen wij de Stångå afdammen.
De grote dam komt bij Södra Vi te liggen.
Fågelhem, Vännebjörke, Krönbaden en Karsnäs
zullen onder water worden gezet. De gebeeldhouwde
fontein in de tuin van de pastorie in Sund wordt
door Skånska Cement van de ondergang gered.

Het bedrijfsleven in de regio rond de dam
zal enorm opleven. Wanneer
de toeristen komen, zullen we hun ansichten verkopen
van de enorme waterspiegel, hen rondroeien in onze bootjes
en anekdotes vertellen over de goede tijd
van voor de dam.

En de mensen in Kalmar en Stockholm zullen inzien
dat slechts de grootste projecten
het gewenste dividend opleveren.













III



Onze revolutionairen eisen een jongerencentrum. De politie
die toestemming heeft verleend voor deze subversieve activiteit
staat het met de handen op de rug aan te zien.
De borden hebben keurige bonte kleuren, het product
van met coca cola doordrenkte hobby-avonden.

Wij staan hier vrij positief tegenover. Een tiende
penning is dit vast wel waard.

Vanaf het plein slaan ze de dorpsstraat in, de meesten
vervuld van het besef dat ze een moment gestalte geven
dat haast onwerkelijk is. De meesten van ons keren
glimlachend terug tot de groentemarkt en tombolaloten op het plein.

Maar met een plotse angst in de maag ziet een enkeling in
dat de borden een volgende keer misschien groter zijn,
en dat wij niet zullen glimlachen
als er een groter gebouw wordt geëist,
het jongerencentrum der jongerencentra, waar nooit
een miss Småland zal worden verkozen
en waar de dorst niet kan worden gelest met coca cola,
zelfs niet met pils van Åbro. Met een witte kool
en een bos wortelen onder de arm
wandel ik naar huis de toekomst in.













IV



Vrede in onze tijd tussen Vimmerby en Hultsfred
- wie hijgend verslag uitbrengt voor hij valt
weet waar het om gaat,
de keuze van de kieskeurige voor pensees of paardebloemen bij het avondmaal,
de keuze van de braker om te behouden of te verwerpen,
de roep van de verkleumende om hogere loonschalen,
de macht van de vertegenwoordigers over de vertegenwoordigden.

Zij die ons vertegenwoordigen hebben hun plicht terdege beseft.
Ze eten ons eten, ze drinken onze wijn, ze genieten
van onze kinderhand, ze slapen de slaap die wij zo goed
zouden kunnen gebruiken. Ja, inderdaad,
ze vertegenwoordigen ons.

De meerderheid heeft altijd gelijk, zelfs als de meerderheid
van de meerderheid vaak helemaal geen gelijk heeft. En als die gelijk heeft
is dat in plaats van jou. Duim omhoog of duim omlaag?
Weet je zeker dat het jouw duim is?
De muis die een berg baarde
moet dat toch hebben gemerkt.













V



Volgens II Samuël, hoofdstuk 7
was koning David van plan een tempel voor God te bouwen,
maar via de profeet kreeg hij van God de opdracht
om juist een huis voor zichzelf te bouwen.
De tempel zou zijn zoon te zijner tijd bouwen.

Bij ons waren de bestuurders, als je ze op hun woord mag geloven,
van plan een kinderdagverblijf te bouwen. Maar
van hogerop kwam er uitsluitsel dat ze in plaats daarvan
een schietbaan en een bowlinghal mochten bouwen.
Wat hebben sommige mensen een mazzel met hun profeten!

Tot in het berkenbosje ervoor is het lied van de pistolen te horen
en de voortrommelende muziek van de bowlingballen.

Zoals koning David het zingt in de zestiende psalm:
De meetsnoeren vielen mij in liefelijke dreven,
ja, mijn erfdeel
bekoort mij.













VI



We gaan een culturele raad aanstellen.
Die zal onze vrije tijd vullen met exposities, concerten,
theatervoorstellingen en heemkundig onderzoek.

Als de intriges rond het voorzitterschap voorbij zijn
en de culturele raad zijn eerste proclamatie kan voordragen
op de trap van het raadhuis, zal iedereen
een symfonie van Strawinsky in zijn hart lijken te horen,
veranderen de uitlaatgassen van de auto's in de nevels van het verleden
en wordt Sophokles opgenomen in de Lions' Club.

Over duizend jaar zullen de archeologen de resten vinden
van het werk van de culturele raad en zeggen:
Ooit is hier een culturele raad aan het werk geweest!

In de scherven en tekstfragmenten van de cultuur
zijn de sporen te lezen van een culturele raad. Zo zal onze vooruitziende blik
te zijner tijd tot nadenken kunnen stemmen.













VII



Bij de partijafdeling voel ik me geborgen.
De vlaggen van Albin Amelin golven aan de muur.
In de dikke rook vermommen wij ons allemaal in blauwe boorden.
De vrouwenclub zorgt voor koffie.
Als wij tot eensgezinde besluiten komen
is de geborgenheid het grootst.

De kwestie van de asfaltering van de trottoirs in Svinhagen
geeft me hetzelfde gevoel als geluiden op boerenerven en boslucht.
Van het geluid als de voorzittershamer viel
op de partijafdeling
leerde ik veel over het wezen van geborgenheid.













VIII



Het schuim dat is aangespoeld op de golven van de democratie,
de room die is afgescheiden door de separator van de gemeenteverkiezingen
komt bijeen in de raadszaal. Ze zitten in lederen fauteuils.
Ze zitten met hun kin in hun handen. Ze zitten
zwaarder dan wie van ons dan ook. Ze zitten in opdracht
van de gemeenschap. Hun plaats
is een op maat gesneden vacuüm.

Als ze een rookpauze nemen en de foyer ingaan,
doen ze de zware kleren van de verantwoording uit, vertellen
een paar moppen en schelden op het weer.

Maar als de voorzitter hen terugroept tot de orde
wordt de werkelijkheid weer onbegrijpbaar en de taal
een vijand die bezworen moet worden. De melancholie vreet hen aan,
de teruglopende belastinginkomsten bedrukken hen,
van het tekort op het budget krijgen ze blaren op de voeten,
straks legt het mondiale perspectief zijn hand
over hun ogen.

Bode in loonschaal acht, doof de kristalluchters aan het plafond
opdat de afgevaardigden kunnen slapen
en dromen over de gemeente der gelukzaligheid, waar
de vertrouwelijke opdrachten
in trossen aan de bomen hangen, de bloembedden schitteren
van pas uitgebotte medailles en onderscheidingen
en beide halfronden zijn meegegaan in de samenvoeging van gemeentes!

Turend, als tegen een te sterke zon in, besluiten ze
om aan de gemeenteschatkist de motie voor te leggen over de afschaffing
van het jaarlijks afsluitend diner.













IX



Oude bomen moet je niet verplaatsen. In hun schaduw
kun je wateren of met je vinger in de aarde boren
om de koelte te voelen,
of in een holte in de stam fluisterend een monoloog inspreken
over vertrouwen en bestendigheid. Oude bomen kun je niet
leren zitten. Ze spreiden zich gewoon uit en vegeteren
en herinneren zich niet van dag tot dag wat ze gezegd hebben, dat ze
meer regen wilden of meer zon of dat ze een vergadering uitschreven
over de problemen van de stuifmeelverspreiding en het waterverbruik
van de ondergroei. Staan waar je geplaatst bent, dat is de moraal!
Oude olmen roken sigaren. Als ze in de herfst vergelen
slaan ze de askegel af met hun wijsvinger
en gooien de peuk op de grond.

We moeten de bomen niet verplaatsen, alleen maar hun troep opruimen,
bladeren harken, dode takken amputeren en tot slot
stronken en wortels lostrekken, hun gaten vullen met humus
en gras zaaien,
en de overblijfselen meegeven met de gemeentereiniging.
Terwijl de ondergroei langzaam uitgroeit tot boom
moeten wij uitdunnen en bijhouden zodat de zon kan schitteren
tussen de stelen van de bosanemoontjes. Tot de bomen
verhouden wij ons als tot onze vertegenwoordigers
in het democratische systeem. De vogels zingen in hun
takken, en als wij omhoogkijken, zien we hoe de kronen waardig
naar elkaar buigen in de wind.

Maar in het geheim verzamelen enkelen van ons in kelders
en tuinschuurtjes
motorzagen, bijlen, schilschoppen...
Op bepaalde avonden komen we samen in de diepste keldergewelven
achter olievat en ketelhok,
laten de motorzagen op lage toeren proefdraaien, testen
de bijlen op stukken hout, slijpen ze.

Stilletjes maar met groot vertrouwen
plannen wij de grote kap,
de kaalslagzuivering zonder waarschuwing vooraf,
die de winden vrij spel zal geven en vrij zicht
helemaal tot aan Pelarne.

          (God staat aan onze kant in Vimmerby. De god der bomen,
          vader der struiken, heer der takkenbossen.)













X



Door de Westerpoort rijden de gebroeders Cartwright binnen.
Ze binden hun paarden vast aan de trap van het Hotel.
Met de zekerheid die alleen het diepste inzicht verschaft
gaan ze vervolgens aan de slag.

          (Of is het Gideon met tien van zijn
          dienaren die hier komen verkennen
          voor de nacht valt? Zoeken ze een dorsvloer waar
          de dauw nooit valt?)

Als alles gedaan is, zijn de gemeenteambtenaren de weg op gedwongen
der rechtvaardigheid, heeft de gemeentebibliothecaris leren
schieten met een revolver en hangen er een paar corrupte
vakbondsmannen aan de lantaarnpalen.

Wanneer ze zwierig in het zadel springen en
vaarwel wuiven met hun hoeden
staan wij daar in het wegstervende hoefgetrappel en denken na
over het duizelingwekkende moment van de waarheid.













XI



Wanneer de werkelijkheid op een maandag als wij naar het centrum komen
om melk en brood te kopen
gesloten is
en op de deur een bord hangt: "De zaak is vanwege faillissement opgeheven",
kunnen we er altijd nog toe overgaan elkaar te troosten.

Er moet altijd iets overblijven.
We hebben elkaar immers nog.
We kunnen elkaar onderwijzen, liederen zingen
voor elkaar, elkanders huis schoonmaken en elkaars
ziektes genezen.

En wat er ook moge gebeuren, ons water is schoner dan dat van Stockholm,
onze kasseistraten degelijker dan die van Västervik
en onze schoolmaaltijden smakelijker dan die van Hultsfred.

En altijd kan er een vorm van gemeentelijke steun worden toegekend
aan de meest bedreven troosters, altijd
kunnen er gemeentetoeslagen worden betaald
voor de mooiste wiegeliederen.

Misschien is alles op een maandag weer als vroeger!













XII



Naar ons idee niets ontziend waren de Germanen
toen ze Rome verwoestten. Ze verkrachtten, plunderden, brandschatten,
vermoordden. Met slechts hun handen brachten ze tot stand
waar fysici en chemici nu van dromen.

Voor de gemeentekerstboom ontmoet ik Rune.
De Veiligheidsraad is in debat over Zuid-Oost-Azië
en hij is bang.

Zelfs de noodmunten voor de soldij van de grensbewaking
zijn opgeraakt, in onze zakken
zit niet eens genoeg meer voor een warme worst.

De sociale dienst is voorgoed gesloten. Het plein
ligt er verlaten bij. In zijn ambtsvertrek in het raadhuis
zoekt de burgemeester dekking achter een enorme
collectebus voor het hongerlijdende volk van India.













XIII



Kleine gestreepte potjes met kleinsteedse lucht
zullen er worden geproduceerd in de gemeentefabriek. Kleine maar fijne
schroefdopverpakkingen met de geelgrijze mist van november
rond bungalows, de klamme warmte van hoog zomer
boven het plein
of een doorschijnende sneeuwbui over het kerkplein.
Voor twee kroon per eenmalige verpakking laten wij delen
in onze melancholische bekrompenheid en vrede.

Ver weg zullen artsen onze atmosfeer voorschrijven
als middel tegen vervreemding en wereldangst
en in de bar van de Opera zal hij worden geserveerd als aperitief.

Als je aandachtig het deksel losdraait
en je over de pot buigt
slaat de klok van het raadhuis zes,
het kerkkoor zet een requiem in
en de ober van het Hotel gaat rond
en knipt de rode lampjes aan op de tafels
in het restaurant.







naar  centrale pagina naar centrale vertaalpagina
uit Raster 81 (1998)
© 2000 hans kloos