lees ook
Writing
Tongues, Reading
Speech

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ondertitels zijn in Nederland de meest gelezen tekstsoort en misschien ook wel de meest bekritiseerde. Uit onwetendheid roept menig tv-kijker: "Ja maar, dat zeggen ze niet." Dat klopt ook meestal.

screenshot van een ondertitelprogramma, copyright h.rystadius

De ondertitelvertaler kampt met gewone vertaalproblemen. Neem deze uitspraak uit een hardhandige comedy: 'Well, it's because Fido nearly got stuck in a split beaver'. Sommige kijkers zouden dit wellicht zo vertalen: 'Nou, het is omdat Fido bijna was vastgeraakt in een gespleten bever'. Want dat is wat er gezegd wordt, is hun redenatie. Of ze begrijpen wat hier speelt, is de vraag. 'Het komt doordat Fikkie bijna klem was geraakt in een open poesje', zou een redelijke vertaling zijn. Fido is de algemene hondennaam, het equivalent van het Nederlandse Fikkie en 'a beaver' is een pornoterm voor het vrouwelijk geslacht. En 'poesje' is ongeveer de enige beestenbenaming die wij daarvoor kennen.

Dit zijn gangbare vertaalproblemen die soms al zeer lastig kunnen zijn. Penibeler wordt het als er ook nog iets in beeld is wat te maken heeft met het gesprokene. 'He is talking through his hat', is normaliter niet 'hij praat door zijn hoed', maar zoiets als 'hij verkoopt kletspraatjes'. Maar wat als iemand in beeld onzin uitkraamt en tegelijkertijd een strooien hoed voor zijn gezicht houdt? Zeker in tekenfilms zijn vaak dit soort fratsen te zien waarbij de letterlijke betekenis van een uitdrukking wordt uitgebuit. Afhankelijk van de context ontstaan er dan alternatieven als 'hij weet van de hoed noch de rand' of 'hij kletst uit zijn nek'. Wie een betere oplossing weet, zegt het maar.

volledigheid versus leesbaarheid
Maar dan is de ondertitelaar er nog niet. De grote vraag is altijd: Past het?
Nederlandse vertalingen van schriftelijke Engelse teksten zijn meestal iets langer dan het origineel. Het Engels is door zijn vocabulaire en zijn zinsbouw nu eenmaal iets compacter dan het Nederlands. Een ondertitelvertaling moet echter twee tot soms wel vijf keer zo kort zijn als de gesproken tekst. Een mens leest ondertiteling helaas veel langzamer dan hij spreekt of verstaat. Dat is de crux bij deze vertaalvariant.

Een ondertitelaar vertaalt niet alleen, maar vat ook, soms rigoureus, samen. Hij is vaak gedwongen om de helft of meer van een dialoog weg te laten en toch moet de verhaallijn duidelijk blijven, moet de kijker begrijpen wat er zo komisch is als er gelachen wordt, en dat zonder te vervallen in een onleesbare telegramstijl. Spreektaal moet spreektaal blijven. Vandaar dat 'Well, it's because Fido nearly got stuck in a split beaver' waarschijnlijk zo wordt ondertiteld: 'Fikkie zat bijna klem in 'n poesje'. En 'hij kletst uit z'n nek' verdient om reden van kortheid ook de voorkeur boven 'hij weet van de hoed noch de rand' .
In de Monty Python-parodie op een filmprogramma vraagt John Cleese of hij Sir Edward Ross mag tutoyeren. 'Because it does seem to worry some people. I'm not quite sure why, perhaps they are a little sensitive. So I do take the precaution of asking on these occasions.' De ondertitel is vanwege Cleese's radde tong veel korter: 'Sommige mensen storen zich eraan, dus vraag ik het altijd eerst maar.'

Dit schrappen doet een ervaren ondertitelaar haast automatisch, maar met name bij documentaires kan die ervaring danig op de proef worden gesteld. Als het puur om informatieoverdracht gaat, barst gesproken taal vaak van de overtolligheden. De overbodige woorden dienen de sociale functie van taal (die sommige taalbeschouwers soms zo veronachtzamen). Een niet al te strak gesneden interview is daarom meestal wel te doen. Maar als een commentaarstem een zorgvuldig gecomprimeerde tekst uitspreekt, is de redundantie van het gesproken woord soms ver te zoeken. Dan kan een ondertitelaar in de problemen raken omdat er weinig valt in te korten, wil het betoog nog duidelijk blijven.

timing
Standaard komt een ondertitel in beeld een fractie van een seconde voor iemand begint te spreken en gaat hij uit beeld vlak voor de volgende uitspraak, of als die op zich laat wachten, een halve seconde nadat de spreker is uitgesproken. De ondertitelaar voert die tijden in een computer in en die geeft dan aan hoe lang de ondertitel mag worden. 3,5 seconden spreektijd biedt gemiddeld ruimte voor één volle regel van ongeveer 40 tekens (inclusief spaties). De tekst die in die tijd gesproken kan worden, omvat vaak met gemak 100 tekens. Op papier ziet een ondertitelvertaling er veelal zo uit:

 

copyright afbeelding h.rystadius
 

Dit zijn de eerste ondertitels van de vertaling voor TV van Bröderna Lejonhjärta, de verfilming door Olle Hellbom van Astrid Lindgrens boek De gebroeders Leeuwenhart. Het nummer links geeft de volgorde van de ondertitels aan. De twee tijden ernaast zijn de zogenaamde in- en uittijden, de momenten waarop de ondertitel in beeld komt en weer uit beeld verdwijnt. De laatste twee cijfers geven aan bij welk frame dat gebeurt. Videobeelden tellen 25 frames per seconde. Daarnaast staat dan de tekst die in beeld verschijnt. Het kleine driehoekje eronder geeft de ideale lengte van de ondertitel aan.
Hoe korter de ondertitel in beeld staat, hoe groter de noodzaak om die lengte niet te overschrijden. Bij langere tijden is er wat meer speelruimte. Ook de aard van het programma is daarop van invloed. Bij een aflevering van Flipper mag de ideale lengte niet overschreden worden, anders missen sommige kinderen te veel informatie. Bij Wim Kayzers interviews met schrijvers en wetenschappers is de marge zeer ruim. Zijn kijkers zijn meestal ook redelijk snelle lezers.

van kaarten naar diskettes
Tegenwoordig zijn er computerprogramma's om de ondertitels in beeld te laten verschijnen. Die automatisering heeft minstens een beroepsgroep de das om gedaan. Tot ver in de jaren tachtig bestond er zoiets als een titelregisseur - in ondertitelland wordt het voorvoegsel 'onder' steevast weggelaten.
Elke titel stond op een aparte kaart. De titelregisseur had die kaarten in volgorde in een bak staan en met behulp van een ingenieus roteerapparaat zorgde hij er met de hand voor dat de titels in beeld werden geprojecteerd. Een uiterst secuur en zenuwslopend werkje, vooral als het om speelfilms met veel dialogen ging zoals bijvoorbeeld de meeste films van Woody Allen. Dan konden er in anderhalf uur wel zo'n 1200 titels in beeld gebracht worden.

In Hilversum doet nog altijd het verhaal de ronde van de titelregisseur en de Japanse film. Bij bekende Europese talen kon een titelregisseur aan de hand van het gesprokene altijd nagaan of hij nog in de pas liep met de ondertitels. Bij exotischer talen moest hij echter blind varen op de volgorde van de kaarten in zijn bak. Toen de VPRO op een avond een Japanse speelfilm ging uitzenden, liet de dienstdoende titelregisseur drie minuten voor aanvang de bak met kaarten uit zijn handen vallen. Ze lagen kriskras over de vloer. Tijd om ze weer te sorteren was er niet meer. Hij stopte ze blind in de bak en heeft ze in die volgorde in beeld gebracht. Bij de allerlaatste uitspraak was hij echter al door zijn titels heen. Er heeft nooit een haan naar gekraaid. Heel VPRO-kijkend Nederland heeft die avond naar absurde dialogen zitten kijken en gedacht dat het zo hoorde.

Los is een titelkaart uit vervlogen tijden soms een klein juweeltje, getuige het exemplaar dat is ontsnapt aan de notitiedood op de NOB-afdeling Vertaling & Ondertiteling waar zijn soortgenoten lange tijd als memoblaadjes zijn gebruikt.

 
  copyright h.rystadius
 
De digitale techniek voorkomt koddigheden met kaarten, maar maakt weer andere mogelijk. Zo liet de UPC-zender Extreme eens een motorbootrace zien die van begin tot eind ondertiteld was met vraagtekens die perfect synchroon liepen met de commentaarstem. 'McDowell avoids a collision and surprisingly takes the lead', zei de commentator en dan stond er ??? ????? ?? ??????? ????, waar vermoedelijk 'Hij neemt de leiding over' had moeten staan. Een klein software-probleempje was hier waarschijnlijk debet aan.

Maar ook menselijk falen is nog altijd mogelijk. Zo gebeurt het soms dat bij Star Trek: The Next Generation de uiterst formele Captain Picard spreekt van 'die hoer die iedereen haar tieten laat zien' en dat een gast van Jerry Springer een uiteenzetting houdt over het kallibreren van de warp-voortstuwing. De ondertitelbestanden voor deze gelijktijdig beginnende programma's van Net5 en SBS6 worden blijkbaar op een en dezelfde plek in de computer ingevoerd en kennelijk verwisselt een dienstdoende technicus wel eens een diskette. En dan staat er inderdaad iets heel anders dan er gezegd wordt.

het loon van ervaring
Het merendeel van de ondertitelaars heeft een vreemde taal gestudeerd of een vertalersopleiding gevolgd, een enkeling is autodidact. Maar allemaal hebben ze het ondertitelen in de praktijk geleerd, in het begin meestal begeleid door een ervaren collega en intensieve eindredactie. Het leren omgaan met de apparatuur, programmatuur en de hierboven beschreven specifieke ondertitelingproblemen vergt nogal wat tijd. Nu is een ervaren ondertitelaar vaak al een dag bezig met een programma van 25 minuten, zoals bijvoorbeeld de comedy Allo Allo of de rechtbankserie Judge Judy. Maar voor iemand zijn eerste programma heeft ondertiteld kan er zomaar een werkweek zijn verstreken. En na enige maanden kan blijken dat uit een soms al zeer ervaren vertaler nooit een ondertitelaar zal groeien. Het comprimeren en tegelijk handhaven van een makkelijk leesbare spreektaal is niet iedereen op het lijf geschreven.

Zoals sommige ondertitelaars zich ook geen raad weten als ze veel minder hoeven te comprimeren. Een commentaarstem wordt vaak ondertiteld, maar wordt ook geregeld opnieuw ingesproken. Een dergelijke commentaarvertaling biedt een vertaler veel meer ruimte omdat spreken aan spreken wordt gekoppeld en niet meer aan lezen. Sommige ondertitelaars hebben zich het inkorten echter zo eigen gemaakt dat ze ook als het niet gewenst is, toch blijven comprimeren.

Door de toename van allerlei soorten zenders groeit de vraag naar ondertitels nog steeds. Vreemd genoeg lijkt de honorering van de ondertitelaar maar niet mee te kunnen doen in de groei van onze economie. In pakweg 15 jaar is het gemiddelde tarief zegge en schrijve 4 cent gestegen. Enkele jaren geleden is het zelfs nog even omlaag gegaan. Vrijwel alle omroepen, publieke en commerciële, proberen steeds minder te betalen voor steeds meer werk. Zoals zo vaak wordt de vertaler gebruikt als sluitpost op de begroting.
Een aantal mensen is in vaste dienst bij de vijf, zes bedrijven die deze branche telt, maar de meesten zijn al dan niet zelfstandig freelancer. Sommigen ondertitelen uitsluitend, anderen combineren het met ander werk en meestal is dat iets taligs, zoals tolken, taalonderwijs of, een van de belangrijkste nevenactiviteiten, het vertalen van boeken - uitgeverijen vragen voor romans met veel dialoog graag ondertitelaars omdat zij zich bekwaamd hebben in het hanteren van spreektaal.

Helaas zijn ook ondertitelaars mensen en maken zij een enkele keer een foutje. Zo heeft ondergetekende het in zijn eerste jaar gepresteerd om van een klein damespistooltje een draagbaar kanon te maken door de omrekening van het kaliber niet helemaal juist uit te voeren. Als de eindredacteur ook geen wapenexpert is, kan dat zomaar op de buis verschijnen. Er zijn toen geen boze brieven binnengekomen. Alleen een zeer ervaren collega heeft mij erop geattendeerd.

Dat er in ondertitels meestal niet precies staat wat er gezegd wordt, is echter, zoals nu wel duidelijk zal zijn, niet het werk van broddelaars, maar van consciëntieuze vertalers die vaak onder grote tijdsdruk hun soms ondankbare werk verrichten. Een interview met Salman Rushdie van vijf minuten is al gauw twee uur werk. Toch komen itemmakers van actualiteiten- en sportprogramma's soms zonder blikken of blozen pas een half uur voor uitzending met dergelijke opdrachten aanzetten.
Dat er niet dagelijks iets misgaat op dit vlak lijkt een godswonder. Het is echter op het conto te schrijven van peentjes zwetende, maar stressbestendige ondertitelaars. En als zij hun werk echt goed doen, valt het helemaal niet meer op. Dan denkt elke kijker dat hij wel zonder kan.


Wie meer wil weten van dit vreemde vak, kan terecht op de site van de BZO, de Beroepsvereniging van Zelfstandige Ondertitelaars.
Onder de horizontale lijn vind je de andere mogelijkheden van deze site.

 



naar  centrale pagina naar centrale vertaalpagina
uit tekst[blad] 1 (april 2001)
© 2001 hans kloos