Op zee

Thomas Tidholm






Overdag was het
als een kleine nacht
wanneer we het ruim ingingen
en van het scheepsbeschuit aten
De machines liepen maar het was onmogelijk
om te zeggen of we ons voortbewogen
Het leek soms alsof het kielzog
ons opzoog
zich rond ons sloot
als een vloot roerloze volgboten
alsof dit de haven was
De hele zee was de haven

Onder het oppervlak zwommen dolfijnen
bruinvissen, vissen die graasden
op weiden van gras
Het was onmogelijk er te komen
en toch zagen we het als een toekomst

IJsbergen schommelden op ons af

Een keer kwamen we allemaal het dek op
en hezen de vlag
als antwoord op een lang grauw signaal
dat wij dachten gehoord te hebben
en we verzekerden elkaar nogmaals
dat niemand de boot wilde verlaten
Maar dat was niet waar want de volgende
nacht al pakte de eerste machinist
zijn goudvis op en ging overboord

We hadden meters
om alles te meten

maar het noorderlicht nam ze over
en begon er op te spelen
en elke nacht was het als een kleine
dag in het midden
wanneer het noorderlicht speelde
en de mensen zich verder droomden
hoewel ze al zo heel ver waren

Helden waren we al zag niemand ons

Ver weg kwamen en gingen
de kusten met geuren van kruiden
en ondergoed
maar we wilden ze niet meer hebben
We kwamen zelfs onbewogen uit de sirenengordel

We bevroren maar een keer
toen op een ochtend een eiland voorbijdreef
met vrolijke, vriendelijke kannibalen
die kokosmelk uit schedels dronken
en langzaam vanaf de klippen zongen
terwijl zij zichzelf aan elkaar offerden

Daarna duurde het lang voor het leven
weer op het dek durfde rond te snuffelen

Het dek zat vol bobbels van klinknagels en de albatrossen
glipten soms wat weg maar meestal
klaarden ze het wel
en stonden stil naar ons te kijken
zoals wijzelf keken naar onze
lege sigarettenautomaten

De kapitein toonde ons zijn kaart en zei:
De kaart is vierkant, maar de aarde
is rond
begrijpt iemand het verschil?
en toen lachte hij alsof
zijn hoofd zelf wilde wegrollen
om het te begrijpen
Maar wij verkozen de kaart
Niet omdat dat veiliger was
maar alleen omdat hij wit was
aan de achterkant
en dat gaf ons hoop
hoewel niemand dat wilde zeggen

Op zee is het niet makkelijk om te slagen
Robinson Crusoë probeerde het
en de Vliegende Hollander
en de kinderen van Kapitein Grant en
Pippi Langkous' vader
maar ze vielen allemaal ten prooi aan luchtspiegelingen
en eindigden als simpele legendes
voor mensen met zwakke zenuwen
De zee wilde ze niet hebben
met hun opgeblazen pretenties

Zelf mochten we blijven
zo lang we niet probeerden
onze eigen wegen te gaan

Zo lang de haaien ergens anders te eten hadden

Zo lang er zoet water was

Zo lang het leven ons lief was






naar centrale Tidholm-pagina naar  centrale pagina naar centrale vertaalpagina
uit Ik was een slechte hond
(uitgeverij Perdu)
© 1995 hans kloos