Mid-Atlantische Rug
De Mid-Atlantische Rug is een scheur die, zoals de naam al zegt, van noord naar
zuid in het midden op de bodem van de Atlantische Oceaan loopt. Deze rug
veroorzaakt dat Europa en Afrika steeds verder van Amerika verwijderd worden,
een fenomeen dat we platen-tektoniek noemen. Op
enkele plaatsen steekt de rug boven de zeespiegel uit, zoals op de vulkanische eilanden St. Helena, Ascension en
de Azoren. Zo ook op IJsland, dat op
groot plateau ligt. Hier is de Mid-Atlantische Rug te herkennen als een
vulkanisch actieve zone die midden door het eiland loopt. Het is de rug die
verantwoordelijk is voor de vele aardbevingen en vulkaanuitbarstingen op IJsland.
De Mid-Atlantische Rug
zorgt er dus voor dat de bodem van de Atlantische Oceaan steeds verder uitdijt.
Het mag daarom duidelijk zijn dat IJsland, feitelijk niet meer dan een stuk van
de rug dat boven water ligt, ook naar oost en west uitdijt. Verder is IJsland
voor geologische begrippen heel jong. De oudste gesteenten zijn
"slechts" zo'n 60 miljoen jaar oud en worden gevonden in het uiterste
westen en uiterste oosten van het eiland.
Verschillende
vulkaantypen
Op IJsland komen verschillende soorten vulkanen voor, waaronder een aantal
bekende vulkaantypen: de stratovulkaan en de schildvulkaan. Stratovulkanen zijn
het bekendst. Dit zijn de vulkanen met de karakteristieke steile vulkaankegel.
Dit vanwege het feit dat stratovulkanen meestal dikke, stroperige lava
uitspuwen, waardoor een uitbarsting vaak explosief is. De beroemdste
stratovulkaan ter wereld is de Italiaanse "Vesuvius". In IJsland is de
"Hvannadalshnúkur" een goed voorbeeld.
In tegenstelling tot de beruchte stratovulkanen, zijn schildvulkanen een
toonbeeld van rust. Doordat de lava van deze vulkanen heel dun en vloeibaar is,
zijn uitbarstingen zelden catastrofaal. Schildvulkanen hebben, juist doordat de
lava zo vloeibaar is, altijd een koepelvorm met hele flauwe hellingen. De grootste schildvulkaan
ter wereld is "Mauna Loa" op de Hawaii-eilanden. De grootste
schildvulkanen van IJsland zijn de "Skjaldbreidur" en de "Ok",
die beide in het westen van het land te vinden zijn.
Spleetvulkanen
Een typisch IJslandse vulkaansoort is de spleetvulkaan. Bij dit type vulkaan
komt de eveneens vaak dunne lava vanuit meerdere plaatsen uit een lange scheur
tevoorschijn. In een later stadium concentreert de uitbarsting zich op één
plaats. Tijdens iedere uitbarsting komt de lava op andere plaatsen naar boven,
zelden vindt een eruptie twee keer op dezelfde plek plaats. Men spreekt daarom
van een vulkanisch systeem. IJsland heeft ongeveer 18 vulkanische systemen.
Sinds enkele decennia
wordt het vulkanische systeem van de "Krafla", in het noordoostelijk
gelegen "Mývatn"-gebied, onderzocht. Uit het onderzoek bleek dat een
grote magma-kamer, die zich op een diepte van slechts 3 kilometer bevindt, is
verbonden met lange spleetzones waarlangs magma omhoog komt. De spleetzone (=
gebied met veel scheuren en spleten in de aardkorst) van het "Krafla"-systeem
is zo'n 100 kilometer lang en 5 tot 10 kilometer breed. In 1975 werd het
systeem, na een rust van 250 jaar, weer actief. Als gevolg van een kleine
uitbarsting zakte de caldera (= soort krater) van de "Krafla" 2,5
meter naar beneden, wat vele lichte aardbevingen teweegbracht. Sindsdien houden
vulkanologen en seismologen de "Krafla" nauwlettend in de gaten. Ze
kwamen tot de ontdekking dat de magma-kamer continu wordt opgevuld met magma,
waardoor de caldera dagelijks zo'n 6 tot 10 millimeter stijgt. Op een gegeven
moment is de druk zó hoog geworden dat de magma zich een weg naar boven zoekt.
Soms komt er zo magma aan de oppervlakte, meestal blijft het bij scheurvorming
in de bodem. Als dit is gebeurd zakt de caldera weer naar beneden en kan het
proces weer opnieuw beginnen.
Catastrofale
uitbarstingen
Naast de "Krafla" zijn er nog drie bekende spleetvulkanen op IJsland:
de "Laki", de "Hekla" en de "Helgafell".
De uitbarsting van "Laki" in 1783 was één van de ergste die IJsland
heeft meegemaakt. Bij deze eruptie werd een gebied van 565 km² onder lava
bedolven en werd zelfs de loop van een rivier veranderd. Verder kwamen er ook
enorme hoeveelheden gas vrij, waaronder waarschijnlijk zwaveldioxide en
trioxide. Deze gassen verspreidden zich over een groot gebied; zelfs in
Groot-Brittannië viel er zwarte regen die zo zuur was dat het de huid
irriteerde!! Door de zure regen wilde er op IJsland geen gewas meer groeien, waardoor
een grote hongersnood ontstond. Als gevolg van de giftige gassen, de zure
asregens en de hongersnood kwamen 10.000 mensen (een kwart van de toenmalige
bevolking) om het leven. Nu is het lavaveld
begroeid met mos, en meer dan honderd kraters op een rij markeren de plaats van
de spleetzone.
De tweede spleetvulkaan, "Hekla" (om misverstanden te voorkomen;
"Hekla" zelf is een stratovulkaan, maar maakt deel uit van een
spleetzone) is een zeer actieve vulkaan. Vroeger dacht men dan ook dat "Hekla"
de toegang tot de hel verschafte. Sinds de eerste uitbarsting die door mensen
werd waargenomen (in 1104) zijn er meer dan 15 uitbarstingen geweest, waaronder
meerdere keren in de afgelopen eeuw. Tijdens een uitbarsting in 1947 kwam zeer
veel as vrij. De aswolk bereikte een hoogte van maarliefst 27 kilometer. In de
as die vrijkwam tijdens een uitbarsting in 1970 zat veel fluoride, waardoor 7500 schapen
de dood vonden. Als gevolg van de vele uitbarstingen, waarbij meestal ook veel
lava werd uitgestoten, heeft "Hekla" een 1000 meter hoge bergrug
gevormd.
De laatste vulkaan, de "Helgafell" op het eilandje "Heimaey",
was 5000 jaar geleden voor het laatst uitgebarsten en werd daarom
"dood" geacht. Het bleek echter een zogenaamde "slapende
vulkaan" te zijn. Op de vroege ochtend van 23 januari 1973 werd hij wakker.
Met een snelheid van 100 m³ per seconde stroomde de lava uit een bijna 2
kilometer lange scheur. De vissersvloot van "Heimaey", die toevallig
in de haven was, zorgde ervoor dat het 5000 zielen tellende eilandje binnen
enkele uren was ontruimd. Voor het eerst in de geschiedenis werd geprobeerd om
de lavastroom, die het vissersdorpje bedreigde, met behulp van grote
hoeveelheden koud water te stoppen. Het lukte, hoewel enkele huizen verloren
gingen. Op één plaats, de "Eldfell", bleef de vulkaan nog enkele
maanden actief, maar hij bedreigde het dorp niet meer.
Spleetvulkanen zorgen er over het algemeen voor dat grote gebieden worden
bedolven onder een laag lava, waardoor grote bazaltplateaus ontstaan. Wanneer
een spleeteruptie bestaat uit meerdere, dichtbij elkaar voorkomende en zeer
heftige uitbarstingen, kan een lange en diepe kloof ontstaan. De 40 kilometer
lange "Eldgjá", ofwel "Vuurkloof", in het zuiden van IJsland
is daar een goed voorbeeld van.
Uitbarstingen onder
gletsjers Omdat
er op IJsland meerdere gletsjers voorkomen is het niet verwonderlijk dat er ook
uitbarstingen onder ijs plaatsvinden. De laatste grote vulkaanuitbarsting onder
ijs was de eruptie van de "Bardarbunga" onder de gletsjer "Vatnajökull".
Door deze uitbarsting, die begon op 29 september 1996, kwam er een gigantische
hoeveelheid smeltwater vrij die in het ondergrondse gletsjermeer "Grimsvötn"
stroomde. Ondertussen waren hete gassen door de 600 meter dikke gletsjer
gebroken en ontstond er boven de gletsjer een kilometers hoge wolk van gassen,
stoom en as. Op 5 november 1996 overstroomde het "Grimsvötn"-meer.
Het smeltwater brak door de gletsjer en stroomde met een snelheid van 40.000 m³
per seconde over de spoelzandwaaier aan de zuidkust. Door deze kolkende stroom
van modder, stenen en ijsblokken werden telefoonkabels, elektriciteitsleidingen
en de enige verbindingsweg tussen het zuidwestelijke en het zuidoostelijke deel
van IJsland totaal vernield. Een dergelijke catastrofale overstroming als gevolg
van een vulkaanuitbarsting onder een gletsjer wordt door de IJslanders een
"jökulhlaup" (spreek uit: juk-laup) genoemd.
Ook gedurende de
ijstijden, toen IJsland geheel bedekt was door gletsjers, hebben er
vulkaanuitbarstingen plaatsgevonden. Die uitbarstingen zullen ongetwijfeld ook
"jökulhlaups" veroorzaakt hebben. Verder hebben deze uitbarstingen
garant gestaan voor de vorming van tafelbergen. Tafelbergen ontstaan als volgt: Lava,
dat is uitgestoten onder ijs of grote hoeveelheden (smelt)water, koelt snel af
en vormt kussenvormig lava. Een ander deel van de hete lava springt kapot en
vormt een bruin gesteente (palagoniet) dat de ruimte tussen de kussenlava
opvult. Wanneer de druk van het ijs of water vervolgens afneemt volgen er
as-explosies. Deze as-explosies gaan door totdat de vulkaankegel boven het smeltwater
uitsteekt, daarna stroomt er dunne lava uit de krater. Komt deze lava in contact
met water, ontstaat er opnieuw palagoniet. Het vervolg is simpel: hoe meer lava,
hoe groter de diameter van de vulkaan wordt. Door de druk van het ijs rondom de
vulkaan krijgt de berg echter bijna verticaal staande hellingen. Wanneer dit ijs
na een ijstijd wegsmelt, blijft er dus een vulkaan in de vorm van een tafelberg
over, waarbij de hoogte van de berg de dikte van de gletsjer aangeeft. Een
mooi voorbeeld van een tafelberg is de 1682 meter hoge "Herdubreid",
in het noordoosten van IJsland.