weetjes en regeltjes

 

denk eerst goed na
voor je een stuk
aanraakt!

aanraken is zetten

 

 

 

De bedenktijd die je hebt verschilt nogal per toernooi.

Hieronder een overzichtje van de stand van zaken in januari 2016.

Alle gegeven tijden zijn: de bedenktijd per persoon.

De hele partij kan dus maximaal twee maal zo lang duren.

eerste 40 zetten

volgende 20 zetten

hele partij

plus extra per zet

vanaf zet

maximale duur partij

van 60 zetten

zet 1 t/m 40

zet 41 t/m 60

of: rest van de partij

ZZ intern, SGA competitie en SGA Open veteranenkampioenschap

1 u 30

15 s

1

3 u 30 min

SGA Persoonlijk kampioenschap = Wil Haggenburgtoernooi

1 u 45 min

15 min

15 s

41

4 u 10 min

 

 

 

 

 

 

SGA Rapidtoernooi

 

 

20 min

 

 

 

Tata grootmeesters

1 u 40 min

50 min

15 min

30 s

1

6 u 30 min

Tata vierkampen met elektronische klok

2 u

15 min

10 s

41

4 u 36 min 40 s

Tata vierkampen met mechanische klok

2 u

30 min

-

-

5 u

Tata tienkampen met elektronische klok

2 u

45 min

10

41

5 u 36 min 40 s

Tata tienkampen met mechanische klok

2 u

1 u

-

-

6 u

 

 

Hoe word ik kampioen van Nederland ?

 

Hier staat het antwoord!

 

 

 

Hoe luiden de regels eigenlijk?

Bekijk hier de officiële spelregels!

 

 

 

U moet wèl noteren, meneer!

Het onderstaande stukje komt uit de Volkskrant van 18 april 2015

Onschuldige aantekening kost So reglementaire nul

ie zich tijdens een schaakpartij herinnert dat de goudvis van de vakantie vierende buren dringend voedsel nodig heeft moet op zijn hoede zijn. Het zou onverstandig zijn als geheugensteuntje een aantekening op het notatieformulier of een ander stuk papier te maken. De arbiter zou kunnen besluiten  die overtreding met een reglementaire nul te bestraffen. Dat laatste gebeurde tijdens het toernooi om het Amerikaans kampioenschap in Saint Louis. Na zes zetten in de partij tussen Wesley So en Varuzhan Akobian kende de arbiter

het punt toe aan Akobian omdat So op een papiertje onder zijn notatiebiljet aantekeningen had gemaakt als ‘Deel je bedenktijd verstandig in’ en ‘Controleer varianten twee- of driemaal’.Hoe onschuldig die aansporingen ook zijn, de arbiter handelde in overeenstemming met de regels. Er is een reglementsartikel dat spelers verbiedt iets anders op te schrijven dan de gespeelde zetten, remiseaanbiedingen en de gebruikte bedenktijd. So was al enkele keren gewaarschuwd en had dus moeten weten wat hem boven het hoofd hing.

 

Aan de partij lag het niet:

 

 

nieuwe regel in 2014

Nieuwe manier om remise te maken in de SGA-competitie

In plaats van remise claimen

 

In de SGA-competitie is een nieuwe spelregel van kracht:

Als je minder dan 2 minuten bedenktijd hebt dan kun je geen remise meer claimen,

maar mag je verzoeken verder te spelen met een tijdsincrement van 5 seconden per zet.

 

Per 1 juli 2014 zijn de FIDE-regels gewijzigd. Er zijn nieuwe regels voor versneld beëindigen (alle resterende zetten in een vaste tijd, zonder increment) die ook op de SGA-competitie van toepassing zijn.

In de situatie dat je nog minder dan 2 minuten op de klok hebt en vindt dat je tegenstander niet op een normale manier probeert te winnen (hij speelt zonder winstplan, in de hoop dat jouw vlag als eerste valt), kon je voorheen de klok stilzetten en remise claimen bij de scheidsrechter. Die mogelijkheid staat nog wel in de nieuwe FIDE-regels (artikel G5), maar is in de SGA niet meer van toepassing.

In plaats daarvan geldt voortaan dat je de klok mag stilzetten en de scheidsrechter verzoeken om verder te spelen met een tijdsincrement van 5 seconden per zet. Dit is geregeld in artikel G4:

Als de aan zet zijnde speler minder dan twee minuten op zijn klok over heeft, dan mag hij, zo mogelijk, verzoeken om over te gaan op een niet-opsparende of wel-opsparende tijdsinstelling met 5 extra seconden per zet voor beide spelers. Dit is ook een remiseaanbod/-voorstel. Als dit remisevoorstel wordt afgewezen en de arbiter gaat akkoord met het eerder genoemde verzoek dan moet die extra tijd op de schaakklok worden ingesteld. De tegenstander krijgt 2 minuten extra tijd en de partij wordt voortgezet.

Van deze mogelijkheid kun je gebruik maken als je denkt dat je remise kan houden, maar je tijd opraakt. Als je op winst wil spelen, heeft een beroep op deze regel geen zin, want het verzoek is tegelijk een remiseaanbod.

Je tegenstander krijgt er 2 minuten bij. Dit is vermoedelijk bedacht om te voorkomen dat al te vaak een beroep op deze regel wordt gedaan. Daarnaast is het een tijdcompensatie voor de verstoring van de partij die plaatsvindt op jouw verzoek.

Wat wordt bedoeld met ‘zo mogelijk’? Er moet een digitale klok voorhanden zijn, waarop een increment kan worden ingesteld. Met name bij de kleinere clubs in de SGA zijn niet altijd voldoende DGT’s aanwezig. Als dat het geval is, dan zou de wedstrijdleider dat bij aanvang van de wedstrijd moeten melden en is G5 (de oude manier van remise claimen) van kracht in plaats van G4.

(artikel overgenomen van de Caïssa-website)

 

 

 

Ik heb straks nog maar 2 minuten

Ik zet de klok stil

Daamee bied ik remise aan

            Remise wordt aangenomen of afgewezen.

Daarmee vraag ik aan: overgaan op klok ophogen met 5 seconden per zet

            De tegenstander krijgt 2 minuten bij de tijd die hij nog had..

En we spelen verder.

 

** Maar we kunnen natuurlijk ook in onderling overleg besluiten om de oude regel te blijven hanteren.

 

Stel je voor:

De situatie is nogal spannend. Zou die speler op de vlag van de tegenstander uit zijn??

De kaap van de twee minuten nadert De scheidsrechter moet nóg drie borden in de gaten houden …

Het is NIET mogelijk om één speler op tijdsincrement te zetten en de andere niet.

-          ‘Maar dat wil ik niet’

-          ‘Maar je tegenstander wil het wel, dus de nieuwe instelling moet’

-          ‘Weet iemand welke instelling van de klok dat is?’

-          ‘Nou kan hij weer eventjes nadenken terwijl iemand de handleiding van de klok doorneemt’

-          ‘Niet voorzeggen!’

-          ‘Het staat hier toch duidelijk:

5. ‘Fischer’- Blitz, Rapid and Slow (Options 10, 11 and 12)

This method applies from the first move, allowing a player to gain extra time apart from

the standard period, as every completed move attracts extra time. By completing moves

in a time that is shorter than the extra time per move, a player can build up the thinking

time available for subsequent moves.

Note: The DGT XL remembers, through the operation of the lever at the start of a game,

which player is playing white. The icons and in the display (Fig. 2 F) clearly show

which player is to move. This has consequences for the moment when a player exceeds

the available thinking time for the first time. If black is the first to exceed the allotted

time for the first period then white receives a double bonus. The correct operation of the

lever is also important in the ‘Fischer’ and ‘Fischer Tournament’ options.’

-    ‘En wat is het verschil tussen standje 10, 11 en 12 dan?’

-    ‘Staat hij nou op 5 seconden of op een andere waarde?’

-    ‘Gewoon proberen, joh!’

-    ‘Niet van MIJN bedenktijd af alsjeblieft’     

** Maar we kunnen natuurlijk ook in onderling overleg besluiten om de oude regel te blijven hanteren.

 

 

2016

 

Magnus Carlsen heeft in november zijn titel verdedigd tegen uitdager Sergej Karjakin.

De match van 12partijen eindigde in 6 - 6, waarvan 10 remises.

Er volgden 4 rapidpartijen (25 min. p.p.p.p.) En laat de wereldkampioen nou ook wereldkampioen rapid zijn …

Het werd 3 - 1 voor Carlsen.

 

Geen revanche!

Van vrijdag 7 november t/m vrijdag 28 november 2014 is in Сочи

(alwéér) de revanchematch tussen Carlsen en Anand gespeeld.

Magnus Carlsen bleef aan de bal.

Uitslag: 6½ - 4½

(De 12e partij werd niet meer gespeeld).

Zie ook : deze link

 

 

Uit de geschiedenis

Wilhelm Steinitz

1834 - 1900

Tsjechoslowakije

1886 – 1894

Emanuel Lasker

1868 - 1941

Duitsland

1894 – 1921

Jose Raul Capablanca

1888 - 1942

Cuba

1921 – 1927

Alexander Alexandrovich Alekhine

1892 - 1946

USSR

1927 – 1935

 

 

 

1937 – 1946

Machgielis (Max) Euwe

1901 - 1981

Nederland

1935 – 1937

Mikhail Moiseevich Botvinnik

1911 - 1995

USSR

1948 – 1957

 

 

 

1958 – 1960

 

 

 

1961 – 1963

Vasily Vasilievich Smyslov

1921 -

USSR

1957 – 1958

Mikhail Nekhemievich Tal

1936 - 1993

USSR

1960 – 1961

Tigran Vartanovich Petrosian

1929 - 1984

USSR

1963 – 1969

Boris Vasilievich Spassky

1937 -

USSR

1969 – 1972

Robert James (Bobby) Fischer

1943 -

USA

1972 – 1975

Anatoly Evgenievich Karpov

1951 -

USSR

1975 – 1985

 

 

 

1993 - 1999 FIDE

Garry Kimovich Kasparov

1963 -

USSR

1985 – 1993

1993 - 2000 PCA

1975 -

Bulgarije

2005 - 2006 FIDE

Vladimir Kramnik

 

Rusland

2000 - 2006 FIDE

Viswanathan Anand

1969 -

India

2000 - 2006 PCA,

2007 - 2013 FIDE

Magnus Carlsen

1990 -

Noorwegen

2013 - ?

 

 

 

 

 

 

 

6 tot 28 november 2013

In Chennai ( சென்ன, Madras) de match van kampioen Anand tegen uitdager Carlsen gespeeld.

De wedstrijd staat verslagen op de website van de match.

 

 

Magnus Carlsen – Vishwanathan Anand  6,5 – 3,5

 

mei 2012: Anand houdt zijn titel

Match in Moskou over 12 partijen

Viswanathan Anand (India) – Boris Gelfand (Israel)       6 – 6 (10 remises),

daarma beslissing door 4 rapidpartijen achter elkaar op één dag (25 min p.p. + 10 seconden per zet)

Viswanathan Anand (India) – Boris Gelfand (Israel)       2,5 – 1,5 (3 remises)

 

Alles over de match vind je hier.

 

Hoe het zover gekomen is …….
De geschiedenis van het wereldkampioenschap:
op de FIDE-website staat onderaan een lijst met jaartallen het volledige verhaal. Klik hier.
 
De vermoeiende hereniging van de bonden. Hoe kom je naar één kampioen?

vorige (1)

vorige (2)

vorige (3)

èn

 

 

Vladimir Kramnik

Viswanathan Anand

Vladimir Kramnik

Viswanathan Anand

Anand of Kramnik

Volgens de FIDE

Volgens Kasparov’s bond PCA

FIDE-erfgenaam van de uitdagingstweekampen

winnaar toernooi Mexico september 2007

winnaar van een ‘verenigings’ –tweekamp

kampioen (1)

 

Viswanathan Anand

versloeg Kramnik in Bonn met 6,5-4,5

 

 

Viswanathan Anand

Anand won mei 2010 in Sofia (!) met 6,5- 5,5 van Topalov

.

De partijen staan hier

“Ich bin der Weltmeister”

 

Korte samenvatting en link naar de biografie van de kampioenen staat op de site van Chesscorner

 

De volledige geschiedenis van het wereldkampioenschap (FIDE, PCA, uitdagingsmatches door de eeuwen heen en klassieke kandidatentoernooien) vind je op de website van WorldChessLinks

 

Maarr…… Grote roerganger Kirsan Iljoemzjinov had alweer iets anders geregeld: de winnaar van de World Cup zou toch de uitdager worden?

Ze zijn het eens geworden over het volgende schema:

De match Topalov-Kamsky is in februari 2009 in Sofia (na een hoop gedoe over plaats en prijzengeld) gewonnen doorTopalov.

(4,5 – 2,5 en de laatste partij hoefde niet meer te worden gespeeld)

Om het uitdagerschap voor het wereldkampioenschap dus.

 

In Sofia, mei 2010 won daarna Anand met 6,5 – 5,5 van Topalov

Wie de beste rating heeft? Dat wordt per dag bijgehouden op http://chess.liverating.org/

En wie nou de bèste is ?

 Sofia 2010

 

 

 

 

Tegenwoordig gebruiken we de ´algebraïsche notatie´, maar in sommige boeken vind je nog de oude engelse notatie.

Op zich is hij nog wel te begrijpen, al zul je er in het begin beslist vreemd tegenaan kijken.

De velden hebben allemaal hun eigen naam. Die naam verschilt voor de witspeler en de zwartspeler!

Je bekijkt het bord namelijk altijd vanaf je eigen kant.

 

8

QR8

QKt8

QB8

Q8

K8

KB8

KKt8

KR8

 

7

QR7

QKt7

QB7

Q7

K7

KB7

KKt7

KR7

 

6

QR6

QKt6

QB6

Q6

K6

KB6

KKt6

KR6

 

5

QR5

QKt5

QB5

Q5

K5

KB5

KKt5

KR5

 

4

QR4

QKt4

QB4

Q4

K4

KB4

KKt4

KR4

 

3

QR3

QKt3

QB3

Q3

K3

KB3

KKt3

KR3

 

2

QR2

QKt2

QB2

Q2

K2

KB2

KKt2

KR2

 

1

QRsq

QKtsq

QBsq

Qsq

Ksq

KBsq

KKtsq

KRsq

 

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

Dit zijn de velden als je wit hebt.

Damevleugel is links en koningsvleugel rechts.

h

g

f

e

d

c

b

a

8

QRsq

QKtsq

QBsq

Qsq

Ksq

KBsq

KKtsq

KRsq

 

 

 

KR8

KKt8

KB8

K8

Q8

QB8

QKt8

QR8

1

7

QR2

QKt2

QB2

Q2

K2

KB2

KKt2

KR2

 

 

 

KR7

KKt7

KB7

K7

Q7

QB7

QKt7

QR7

2

6

QR3

QKt3

QB3

Q3

K3

KB3

KKt3

KR3

 

 

 

KR6

KKt6

KB6

K6

Q6

QB6

QKt6

QR6

3

5

QR4

QKt4

QB4

Q4

K4

KB4

KKt4

KR4

 

 

 

KR5

KKt5

KB5

K5

Q5

QB5

QKt5

QR5

4

4

QR5

QKt5

QB5

Q5

K5

KB5

KKt5

KR5

 

 

 

KR4

KKt4

KB4

K4

Q4

QB4

QKt4

QR4

5

3

QR6

QKt6

QB6

Q6

K6

KB6

KKt6

KR6

 

 

 

KR3

KKt3

KB3

K3

Q3

QB3

QKt3

QR3

6

2

QR7

QKt7

QB7

Q7

K7

KB7

KKt7

KR7

 

 

 

KR2

KKt2

KB2

K2

Q2

QB2

QKt2

QR2

7

1

QR8

QKt8

QB8

Q8

K8

KB8

KKt8

KR8

 

 

 

KRsq

KKtsq

KBsq

Ksq

Qsq

QBsq

QKtsq

QRsq

8

 

a

b

c

d

e

f

g

h

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is de notatie als je zwart hebt

De logica daarvan zie je als je het bord omdraait

Damevleugel is rechts en koningsvleugel links.

 

 

Speel nu eens zelf na :

 

  1. P-K4, P-K4
  2. B-QB4, B-B4

      (of: B-QB4)

  1. Q-KR5, Kt-KB3
  2. Q-KB7 c&c

 

Herdersmat dus.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Smith-notatie

 

Korte samenvatting

De Smith-notatie (bedacht door Warren Smith) geeft zonder mogelijke verwarring de zetten weer. Er is geen nadere ingave nodig met welk stuk er gespeeld wordt, zoals bij de algebraïsche notatie. Je kunt met de Smith-notatie gemakkelijk een partij zowel vooruit als achteruit volgen. Zodoende is de Smith-notatie geschikt voor computertoepassingen.

Beschrijving:

            <van>      <naar>     [<slaan ?>][<promotie tot ?>]

            2 tekens          2 tekens          0 of 1 teken      0 of 1 teken

 

 

Je geeft met p of n of b of r of q aan welk stuk er wordt geslagen.

Kleine letters: wit; hoofdletters: zwart.

Waarmée er geslagen wordt volgt al uit de opgegeven coördinaten.

 

 c” betekent: korte rokade (de coördinaten zijn die van de koningszet),

en C betekent: lange rokade,

 

"E" geeft aan: slaan en passant

Dit veld blijft leeg als er niets geslagen wordt of gerokeerd,

 

 Bij promotie geeft "NBRQ" aan welk stuk er wordt gekozen.

 

Voorbeelden:

          e4g5p   zwart paard van e4 gaat naar g5 en spaat daarbij een witte pion.

          f7g8Q              witte pion gaat van f7 naar g8 en promoveert tot (witte) dame

          f7g8nQ  witte pion slaat van f7 een zwart paard g8 en promoveert tot (witte) dame

 

FEN = Forsyth-Edwards  Notatie

 

Ze zeggen dat hij handig is. Dat computers er zo handig mee manipuleren

Je krijgt een rij tekens als: bijvoorbeeld:

r4rk1/1b2bppp/ppq1p3/2pp3n/5P2/1P1BP3/P1PPQ1PP/R4RK1 w - - 0 1

Je ziet natuurlijk heel snel dat daarmee de volgende stelling bedoeld wordt:

 

Uitleg:

Er staan achtereenvolgens 8 horizontale rijen genoteerd (begin bij rij 8), gescheiden door een schuine streep /

 

kleine letter = zwart

hoofdletter = wit

cijfer = aantal lege velden naast elkaar

/ = volgende rij

begin met noteren in rij 8 / 7 / 6 / 5 ....

begin met noteren bij veld h8

r = (zwarte) toren

n =(zwarte)  paard

b =(zwarte)  loper

q = (zwarte) dame

k = (zwarte) koning

p = (zwarte) pion

 

beginstelling = rnbqkbnr/pppppppp/8/8/8/8/PPPPPPPP/RNBQKBNR w KQkq - 0 1

De laatste paar codes zijn voor: Wie is er aan zet?, En passant? en: Mag er nog gerokeerd worden?

 

Voor de complete uitleg: zie  http://nl.wikipedia.org/wiki/Forsyth-Edwards_Notation

of: http://www.chessgames.com/fenhelp.html

 

 

 Bekijk hier de Oxford companion to chess

En waratje: ZZ[x1]  staat er in !

 

 

 

 

 

Je vlag dreigt te vallen, maar je eigen  stelling is hopeloos verloren.

Kun je remise claimen?

 

Uit artikel 20 van het SGA-reglement

“Maar de wedstrijdleider MOET de partij verloren verklaren voor een speler die zijn bedenktijd heeft overschreden, zelfs als beide spelers dit niet willen.”

“Als de stelling echter zodanig is dat de tegenstander de koning van de speler nooit mat kan zetten, door welke reeks reglementaire zetten dan ook (zelfs bij het slechtst mogelijke tegenspel), dan is de partij remise.”

 

Het komt dus aan op:  ..wat is er mogelijk bij het slechtst mogelijke tegenspel?

Jammer maar helaas: Er is heel veel mogelijk. Het is maar zelden remise.

In de twee voorbeelden heb je wit, en wit gaat “in gewonnen positie” door zijn vlag.

Wit claimt remise – maar dat is onterecht omdat zwart met het beschikbare materiaal nog mat had kunnen geven. Zwart wint hier.

 

Je hebt remise bij:

K tegen K+L

K tegen K+P

Je hebt verloren als de tegenstander heeft:

K+D

K+T

K+L+P

K+pion

 

Meer materiaal op het bord doet er niet toe.

De tegenstander mag ook nog méér materiaal hebben. Als het in de weg staat kan hij het weggeven en bij slecht tegenspel neem je dat dan aan.

Je zou zelf ook nog meer materiaal kunnen hebben. Maar bij ècht stom spel geef je dat weg.

 

 

Je hebt óók verloren bij:

K+randpion tegen K+P

K+randpion tegen K+L

 

 

 

Je moet altijd even scherp naar het materiaal kijken:

Valt er een matpositie mee te bouwen?

(Ik geef toe, je mag het intussen wel bijna zelfmat noemen).

 

Wat te doen met:

K+L tegen K+T+L+2 verbonden pionnen?

Nou: Dat is gewoon gewonnen voor K+L

Zwart geeft mat!.

 

 

 

 

 

Wie zonodig halve of hele punten wil claimen of anderszins moeilijkheden heeft kan beter éérst hier kijken:

Wat zegt het reglement? Klik en lees de officiële FIDE-regels. Veel plezier!

 

Als je daar doorheen bent: Wij spelen in de SGA-competitie, en ook daarvoor gelden nog wat extra afspraken, te lezen in het SGA-competitiereglement.

 

Heb je nou nòg niet genoeg gelezen, dan is er ook nog een SGA-bekerreglement.

 

 

Scheidsrechter zijn is nog niet zo simpel. Wat zou jij beslissen als zich het volgende voordoet …. (Klik voor de test)

 

Op de website van de Schaakclub Utrecht staat een nadere uitleg van de regels. Zoek verder onder: Informatie / reglementen / artikel 10.2

 

 

 

 

Schakers hebben zo hun speciale zegswijzen.

Daarom is er nu ook een serieus speciaal schaakwoordenboek met 500 schaaktermen en -uitdrukkingen.

Klik hier voor meer informatie.

 

Maar voor wie een lijst wil zien van schaakuitdrukkingen-met-een-knipoog is er een alternatief amerikaans schaakwoordenboek

En daarop is ook weer een lijst met aanvullingen verschenen.

 

Chessmen, art and history

 

is de titel van een boek, geschreven door Mathieu en Ine Kloprogge.

Prachtig.

In het boek wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkeling van de schaakstukken vanaf de Perzische tijd tot aan de 21e eeuw en van schaakstukken in alle delen van de wereld. De schrijvers hebben zich niet beperkt tot een technische verhandeling van de stukken en schaakspellen die zij hebben verzameld, maar plaatsen deze in hun historische, politieke en culturele context.

In het boek en op de bijbehorende CD is bovendien een groot aantal foto’s en afbeeldingen opgenomen.

De stukken waar wij gewoonlijk mee spelen, en die officieel door de FIDE zijn goedgekeurd, zijn de zgn. Stauntonstukken (eerste foto).

De Engelsman Howard Staunton leefde van 1810 tot 1874. In 1843 versloeg hij de Fransman Saint-Amant, waarna hij als de sterkste speler van Europa en dus van de wereld werd beschouwd. In navolging van Raymond Keene noemen de Kloprogges Staunton de eerste wereldkampioen, maar wereldkampioenen waren er in die tijd nog niet. In 1851 organiseerde Staunton in Londen het eerste internationale schaaktoernooi. Eigenlijk was dat een schaakcongres, waar nog meer werd gedaan dan schaken. Zo was het de bedoeling meer eenheid in de spelregels aan te brengen. Staunton vond ook dat iedereen met dezelfde stukken moest spelen. Hij propageerde een type dat was ontworpen door Nathaniel Cook in 1835 en dat in 1849 op de markt werd gebracht door de firma Jacques in Londen. Het was waarschijnlijk de eerste keer dat een beroemde naam werd gebruikt om een commercieel product te promoten.

De discussie over de standaardisering van de schaakstukken was echter al veel eerder begonnen door Philidor (1726-1795). De eerste stukken die in aanmerking kwamen waren de stukken die werden gebruikt in het beroemde Café de la Régence in Parijs. In “Chessmen. Art and History” staat een foto van een typisch Régence-spel. Staunton kon weinig waardering opbrengen voor deze stukken, die minstens een halve eeuw ouder waren dan de stukken van Cook en Jacques. In hoeverre dat verband hield met Frans-Engelse animositeit is niet bekend.

Kenmerkend voor de Régence-stukken zijn de vaasvormige buiken van de koning en de dame en de bolvormige buiken van de lopers en de paarden. Bij de Stauntonstukken ontbreken de buiken geheel. De “kop” staat op een stam die op een basis rust. Een ander verschil is dat de koning en de dame van de Stauntonstukken een kroon dragen en die van de Régence-stukken niet.

In de vorm van de Stauntonloper is nog de bisschopsmijter te herkennen. Bij het Régencespel is de loper (evenals de dame) geheel abstract. Het verschil is te herleiden tot de politieke situatie van de Franse Revolutie toen de monarchie, de kerk en de aristocratie in discrediet waren geraakt. Het paard is groter dan de loper. In een ontwerp van de Encyclopedisten Diderot en d’Alembert uit 1751 is ook het paard, dat de adel symboliseert, geheel geabstraheerd. De Stauntonstukken zijn al tientallen jaren de officiële internationale standaardstukken.

De Régence-stukken zijn zeer populair gebleven tot aan de 20e eeuw. Ze zijn massaal geproduceerd en vanuit Frankrijk geëxporteerd naar alle landen van Europa en naar de Verenigde Staten.

 

(Dit stuk is overgenomen van s.v. de Promotie, Zoetermeer, Ruurd Kunnen).

 

 

 

 

 

 

 

 

 
niet inslikken
aanraken
loslaten

 

Dit speelgoed bevat kleine onderdelen die los kunnen raken en verstikkingsgevaar kunnen opleveren voor kleine kinderen

Uitkijken voor je een stuk aanraakt.

Niet het optillen telt.

Als je het stuk aangeraakt hebt, ben je verplicht er mee spelen..

Gezet is gezet

 

klok indrukken
noteren
vóór je promoveert:
op tijd opgeven

Niet vergeten.

Je tegenstander kan immers rustig zelf gaan nadenken en afwachten tot je zelf op het idee komt ….

Je bent bij een officiële partij verplicht de notatie bij te houden. De tegenstander mag erom vragen de notatie bij te werken!

het hoeft niet altijd een dame te zijn!

Speel nou niet zinloos door als het ècht niks meer kan worden.

Behalve als bij een externe wedstrijd de teamleider anders adviseert

 

 

 

En controleer altijd even of

de rechterhoek wel een wit veld is, en dus niet links! 

 …..tot in het graf

 

Koning links? Cijfertjes langs de rand ….  Da’s foute boel!

 

 

 

 

Het is wel zo netjes om de tegenstander de hand te schudden bij het begin van de partij.

Zo niet – dan kán de partij door de scheidsrechter verloren worden verklaard.

Ivan Cheparinov was zo onbeleefd (Corus 2008). Na een appel bij de beroepscommissie en excuses mocht hij alsnog twee keer handen schudden met Nigel Short. Een keer aan het begin van de partij èn een keer toen hij opgaf.

 

“Any player who does not shake hands with the opponent (or greets the opponent in a normal social manner in accordance with the conventional rules of their society) before the game starts in a FIDE tournament or during a FIDE match (and does not do it after being asked to do so by the arbiter) or deliberately insults his/her opponent or the officials of the event, will immediately and finally lose the relevant game.”

Voor Rita-fans: Groeten volgens de eigen culturele regels mag dus óók.

Het is óók niet netjes om je tegenstander opzettelijk af te leiden

 

 

En je mag maar met één hand tegelijk stukken aanraken

 

(die Bulgaren ook altijd ….)

 

 

 

 

….. maar hij kàn wél wat!

 

 

 

 

 

De scheidsrechter houdt de steling bij en controleert of de zetten wel regelementair zijn (spelers: Etxagibel – Lakunza)

 

Hoe groter de simultaan, des te vermoeiender voor de simultaangever

 

 

 

          

          

De schaakbond KNSB krijgt steun van het NOC-NSF.

Op voorwaarde dat er een dopingreglement is. Wat valt daar onder en wat niet?

Spierversterkers – die zullen we niet nodig hebben. Gemiddeld til je in een partij 500 gram aan stukken op.

Zeer snel met het handje naar de klok kunnen gaan …. als je het in de laatste 5 minuten dáár nog van moet hebben heb je toch in de voorgaande 100 minuten al een aantal dingen fout gedaan.

Betablokkers worden wel door biljarters gebruikt om trillende handjes te voorkomen, maar de kalmerende werking lijkt me mogelijk wel handig.

Alcohol en cafeïne –dat zal nog wel lukken toch?

Daar heeft Jan Timman nog een punt van gemaakt. Na 1988 heeft hij het Nederlands Kampioenschap een aantal jaren geboycot. Jan mag namelijk, ook bij een partij, graag een glaasje wijn drinken.

En dan zou je na afloop nog eens je plas kunnen gaan inleveren. En de controleurs op de hoogte houden waar je je ophoudt voor ‘out-of-competition tests’ zeker?  Een conflict dus. In 2005 is de zaak bijgelegd.

wijn of water ?

Hoe het zit:

Er geldt sinds 1 januari 2005 een nieuwe lijst.

Het geldende reglement is lang en keihard – alleen lijkt het vooral toegesneden op wielrenners en atleten (zie de uitgebreide passages over de Testosteron-Epitestosteron-verhouding.

Het verwijst naar de dopingautoriteit. En de WADA. En die hebben weer een uitgebreide lijst van verboden stoffen en (per jaar) een lijst van toegestane (genees)middelen.

Gelukkig voor ons: Er wordt vooral werk van gemaakt bij de Geregistreerde Doelgroep voor Dopingcontroles, met name die topspelers die Nederland internationaal gaan vertegenwoordigen. En er is ook nog een dispensatieregeling.

 

En die alcohol? De dopingautoriteit stelt inderdaad eisen, maar je komt de adem- en/of bloedtest alleen tegen bij: autosport (0,10 g/l), biljarten (0,20 g/l), handboogschieten (0,10 g/l), jeu de boules (0,10 g/l), karate (0,10 g/l), luchtvaart (0,20 g/l), moderne vijfkamp, alleen bij schietonderdelen (0,10 g/l), motorsport en skiën (0,10 g/l).

Sinds 1 januari 2004 komt cafeïne niet meer voor op de WADA-lijst.

 

Maarrrr …De organisatoren kunnen wel zelf zo hun eisen stellen. Bij Corus geldt bijvoorbeeld:

“Roken, het nuttigen van alcoholische dranken en het gebruik van mobiele telefoons is niet toegestaan in de speelzalen.”

 

(klik op het paard voor het antwoord)

De allersterkste schaker is …

          De allersterkste vrouwelijke schaker is …

                    De allersterkste jonge schaker …

                              Het allersterkste meisje …

                                   De allersterkste nederlandse schaker is …

                                              Het allersterkste schaakland (de 10 beste spelers) is …

 

 

per persoon

stand

 

 

5 minuten

1

OK

25 minuten

2

OK

normale partij       1 uur 45 minuten

3

en dan zelf

zonodig de tijd instellen

 

Stand en tijd: klik net zo lang op +1 tot je tevreden bent over wat er staat; daarna op OK.

En als je ècht de hele handleiding van de DGT 2000 wil zien: klik hier

(Dat is voor de wedstrijdleider die iemand er twee minuten bij moet geven, en zo).

 

 

 

 

Volgens artsen is TPR:

Temperatuur, Pols en Respiratie.

ben ik gestegen of gedaald?

Je hebt een aantal partijen gespeeld.

Welke invloed heeft dat nou op je rating?

Link: Bereken in excel je eigen TPR volgens het KNSB-systeem.

 

Ook bij CERN hebben ze een rating-calculator gemaakt.

 

Een rating is pas echt betrouwbaar wanneer je per jaar méér speelt dan alleen maar zeven competitiewedstrijden.

De uitleg van de TPR volgens de KNSB vind je hier

Het KNSB systeem wordt uitgebreid uitgelegd in het Nederlandse Elo-Rating boek door Henk Jonker (1992 van Spijk Venlo).

Er staat ook een uitleg voor simpele zielen in Wikipedia

 

WP (weerstandspunten)heet ook wel SOS (sum of opponent's scores).

WP of Buchholz/Solkoffscore van een speler is de som van de gescoorde punten die zijn tegenstanders in de tot op dat moment gespeelde ronden hebben behaald(Gijssen/Haggenburg 1988).

WP is altijd een hoger getal dan SB.

 

SB (Sonnenborn-Berger) heet ook wel SODOS (sum of defeated opponent's scores).

SB-score van een speler is de som van de gescoorde punten van de tegenstanders van wie de betreffende speler heeft gewonnen, vermeerderd met de halve som van de gescoorde punten van die tegenstanders, waarmee hij remise heeft gespeeld. (Gijssen/Haggenburg 1988).

Alle reglementaire uitslagen (dus naast vrije ronde, ook niet of te laat verschijnen) gelden bij WP en SB als remise tegen zichzelf.

Bijgenaamd: Sonnema Beerenburg-score.

 

 

 

ELO
sterkte

 

 

 

 

 

 

< 1000

  Beginner (kent de regels)

 

 

1000-1200

  Gelegenheidsspeler

 

 

1200-1400

  Clubspeler

 

 

1400-1600

  Gemiddelde clubspeler

 

 

1600-2100

  Goede clubspeler

 

 

2100-2300

  Internationaal niveau

 

 

2300-2450

  Internationaal Meester (IM)

 

 

2450-2600

  Grootmeester (GM)

 

 

> 2600

  Wereldtop

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zie ook de beschrijving van de KNSB.

De Elo-rating is een relatieve maatstaf van de bekwaamheid van de speler

Wat is een rating en hoe wordt deze berekend?

Een rating is een getalsmatige, relatieve maatstaf van schaaksterkte. Ze heeft enkel een betekenis in relatie tot andere ratings.

Een rating is een richtsnoer voor het meten van prestaties in toernooien en om een speler te rangschikken ten opzichte van andere spelers.

Het ratingsysteem mag mysterieus lijken, het is gebaseerd op statistische theorie.

Duidelijk is, dat twee spelers met dezelfde rating een gelijke kans hebben van elkaar te winnen. Minder duidelijk is, dat het gelijke ratingverschil een zelfde kans op winst betekent.

Een speler met rating 2400 die tegen een speler met rating 2200 speelt heeft dezelfde kans op winst als een 1400 tegen een 1200. Het ratingverschil is in beide gevallen 200.

 

Het ratingsysteem is bedacht door Arpad Elo en wordt Elo rating systeem genoemd.

De waarschijnlijkheid dat speler A van speler B zal winnen wordt berekend met de volgende formule:

 

P = winstverwachting, waarbij RA de rating van speler A is en RB de rating van speler B

 

 

verschil in rating   en   kans  (verkorte tabel)

 

20

53 %

tegen 47 %

 

50

57 %

tegen 43 %

 

100

64 %

tegen 36 %

 

200

76 %

tegen 34 %

 

500

95 %

tegen   5 %

 

 

 

 

 

kans en verschil in rating (uitgebreide tabel)

 

 

P

D

P

D

P

D

P

D

P

D

 

 

 

 

.99

 

.80

240

.60

72

.40

-72

.20

-240

 

 

 

 

.98

677

.79

230

.59

65

.39

-80

.19

-251

 

 

 

 

.97

589

.78

220

.58

57

.38

-87

.18

-262

 

 

 

 

.96

538

.77

211

.57

50

.37

-95

.17

-273

 

 

 

 

.95

501

.76

202

.56

43

.36

-102

.16

-284

 

 

 

 

.94

470

.75

193

.55

36

.35

-110

.15

-296

 

 

 

 

.93

444

.74

184

.54

29

.34

-117

.14

-309

 

 

 

 

.92

422

.73

175

.53

21

.33

-125

.13

-322

 

 

 

 

.91

401

.72

166

.52

14

.32

-133

.12

-335

 

 

 

 

.90

383

.71

158

.51

7

.31

-141

.11

-351

 

 

 

 

.89

366

.70

149

.50

0

.30

-149

.10

-366

 

 

 

 

.88

351

.69

141

.49

-7

.29

-158

.09

-383

 

 

 

 

.87

335

.68

133

.48

-14

.28

-166

.08

-401

 

 

 

 

.86

322

.67

125

.47

-21

.27

-175

.07

-422

 

 

 

 

.85

309

.66

117

.46

-29

.26

-184

.06

-444

 

 

 

 

.84

296

.65

110

.45

-36

.25

-193

.05

-470

 

 

 

 

.83

284

.64

102

.44

-43

.24

-202

.04

-501

 

 

 

 

.82

273

.63

95

.43

-50

.23

-211

.03

-538

 

 

 

 

.81

262

.62

87

.42

-57

.22

-220

.02

-589

 

 

 

 

.81

251

.61

80

.41

-65

.21

-230

.01

-677

 

 

 

De tabel relateert verwachte wedstrijdresultaten aan ratingverschillen.

De kolom P is het verwachte percentage van het resultaat van een wedstrijd.

De kolom D is het ratingverschil dat met dat verwacht resultaat correspondeert.

 

Bijvoorbeeld, twee spelers met dezelfde rating ( D= 0 ) hebben elk 50% ( P = 0.50 ) kans om de wedstrijd te winnen.

Evenzo, heeft een speler met een rating 100 punten meer dan zijn tegenstander ( D = 102 is de dichtstbijzijnde waarde in de tabel) 64%

( P =0.64 ) kans om de wedstrijd te winnen.

voorbeeld

Laten we aannemen dat je 3 winstpartijen, 2 verliespartijen en een remise scoort tegen tegenstanders met een gemiddelde rating van 1500.

Je score is 3.5–2.5, met een percentage van 58% ( P =0.58) .

De waarde voor P = .58 in de tabel komt overeen met D =57 .

Je prestatie is berekend als 1500 + 57 = 1557. Als je dezelfde score had bereikt tegen tegenstanders met een gemiddelde rating van 2000, zou de prestatie 2057 zijn.

Deze methode wordt gebruikt om een initiële rating te berekenen voor een speler die voorheen geen rating had.

Hoe meer wedstrijden in de berekening worden gebruikt, hoe accurater de initiële rating zal worden.

Voor spelers met een rating wordt de volgende formule gebruikt

 

Rn =

Ro + K·(W  – We)

 

 

Rn

Nieuwe rating

 

 

Ro

Oude rating

 

K

Waarde van een enkele wedstrijd

 

W

Score; 1,0 voor winst, 0,5 voor remise

 

We

Verwachte score gebaseerd op Ro

 

Als het evenement is geëindigd, wordt de nieuwe rating van een speler berekend op basis van de oude rating gecorrigeerd met het resultaat behaald in het evenement.

De aanpassing is gelijk aan het verschil tussen het werkelijke resultaat van de speler en het verwachte resultaat, dat gebaseerd is op de oude rating.

Het verschil wordt vermenigvuldigd met een coëfficiënt ( K ), een getal tussen 10 en 40.

Een lagere coëfficiënt geeft meer gewicht aan eerdere evenementen en wijzigt de rating in een lager tempo.

Een hogere coëfficiënt geeft meer gewicht aan de recente evenementen en wijzigt de rating sneller.

De coëfficiënt is afhankelijk van de rating van de betrokken speler.

Onder 2000 en boven 2400 is de coëfficiënt een vaste factor en daartussen varieert het proportioneel met de rating om zodoende een continue factor te bereiken.

 

Rating

K

 

< 2000

30

2000 - 2400

130 - R/20

2400 <

10

Ratings geven de mogelijkheid om spelers meer op gelijke sterkte in te delen.

 

 

 

 

 

ZZ qn¡ↄʞɐɐɥɔs / schaakclubZZ

3 december 2016


 [x1]ZZ = Zugzwang, zetdwang