Anyte van Tegea - 20 epigrammen - literatuurlijst

(laatste update: 14-10-2014)


 

edities en vertalingen
specifieke secundaire literatuur
meer algemene secundaire literatuur

Binnen de rubrieken wijzen  vette hyperlinkletters op 'externe'  links
en niet-vette hyperlinkletters op links binnen deze Anyte-site.

Voor 'Women Writers' in de z.g. Klassieke Oudheid biedt de website Diotima  een goede start.
Voor meer literatuur met betrekking tot Anyte, andere Griekse dichteressen, Epigram en Hellenistische literatuur,
zie A Hellenistic Bibliography van Martine Cuypers. Op deze pagina's ook vindplaatsen van reviews.



index | vertaling | Oudgriekse tekst | literatuurlijst | commentaar | appendix | hyperlinks
andere vertalingen  |  Anyte in de ogen van anderen




  edities en vertalingen
 


BMCR als 'externe' link achter een titel verbindt u met de betreffende review-pagina van Bryn Mawr Classical Review
tekst tussen <  > geeft  informatie weer uit 'L'Année Philologique sur Internet'  (april 2002 en later)
informatie tussen [  ] komt voor mijn rekening


Aldington, R., Medallions in Clay, New York (Knopf) 1921. Later uitgegeven als: Medallions from Anyte of Tegea, Meleager of Gadara, the Anacreontea, Latin Poets of the Renaissance, translated by – , London (Chatto & Windus) 1930.
[http://elfinspell.com/ClassicalTexts/Poetry/AnyteOfTegea-Sappho/Aldington-Anyte.html , alle 25 ooit aan Anyte toegeschreven epigrammen in de Engelse vertaling van Aldington]

Anthologia Graeca: cum versione Latina Hugonis Grotii, edita ab Hieronymo de Bosch,  5 dl.,  Ultrajecti 
1795-1822  [ook de Anthologia-uitgave van Dübner-Cougny - oorspr. uitgave: Parijs 1864-1890 - biedt, voor zover het de Anthologia Planudea betreft, de Latijnse vertaling van Hugo de Groot]
[zie voor deze Latijnse vertaling van Anyte door Hugo de Groot de pagina andere vertalingen]

Balmer, J. (intr., tr., ann.), Classical Women Poets, Newcastle upon Tyne 1996.

Battistini, Y., Poétesses grecques: Sapphô, Corinne, Anytè..., Paris (Imprimerie nationale) 1998.
<Avec le texte grec en regard>

Beckby, H. (ed., tr., ann.), Anthologia Graeca, Griechisch-Deutsch, 4 vols. (Buch 1-6, Buch 7-8, Buch 9-11, Buch 12-16), München (Tusculum) 1957-1958, reprinted 1965. 

Bernabé Pajares, A., H. Rodrigues Somolinos, Poetisas Griegas (ed., tr., intr. y notas), Madrid 1994. 

Cavallini, E. (intr., tr. e note), Poetesse greche e romane, Venezia 1980.
< Anite: p. 95-124. >

Claes, P., De tiende Muze. Onsterfelijke vrouwenpoëzie, samengesteld en vertaald door – , serie Kritak Klassiek nr. 17, Antwerpen/Rijswijk 1995. 
[van Anyte:  AP 7. 486 (p.12-13), voor Griekse tekst en gewijzigde vertaling, zie Claes 1991]
[zie voor deze vertalingen  van Claes de pagina andere vertalingen]

Cluytens, Dr. F., 'Vier brongedichtjes van Anutè van Tegea in oorspronkelijken trant en rhythme vertaald', 
in: Philologische Studiën, 3 (1931/1932), p. 225-226. 
[het gaat om: AP 9. 313, 9. 314, 16. 228 en 16. 291]
[zie voor deze vertalingen van Cluytens de pagina andere vertalingen]

Geoghegan, D. (crit.ed., comm.), Anyte. The Epigrams, Roma 1979. 

Gow, A.S.F., D.L. Page (eds., tr., comm.), The Greek Anthology. Hellenistic Epigrams, 2 vols., Cambridge 1965. 
[over Anyte: vol. 2, p. 89-91]

Gow, A.S.F., D.L. Page (eds., tr., comm.), The Greek Anthology. The Garland of Philip and Some Contemporary Epigrams, 2 vols., Cambridge 1968.

Grotius, H. (= Hugo de Groot, zie Anthologia Graeca)

d'Hane-Scheltema, M., Anthologia Palatina. De spiegel van Laïs, vertaald door – , Zeist/Antwerpen 1965, herdruk 1979. 
[van Anyte: AP 6. 312, 7. 208, 5. 202 en 7. 215  (p. 13-16); over Anyte, zie p. 131]
[zie voor deze vertalingen van D'Hane-Scheltema de pagina andere vertalingen en klik hier voor D'Hane's eredoctoraat]

Homeyer, H., Dichterinnen des Altertums und des frühen Mittelalters. Zweisprachiche Textausgabe. Eingeleitet, übersetzt und mit bibliografischem Anhang von – , Paderborn etc. 1979. 
[Anyte: pp. 87-95]

Hunink, V., M. Pieters en P. de Rynck (red.), Oude keizers, nieuwe kleren. Griekse en Latijnse vertalersvondsten. Met een inleiding van Mark Pieters en essays van Paul Claes, Hein L. van Dolen, Piet Gerbrandy, Rudi van der Paardt, Vincent Hunink & Patrick De Rynck,  Amsterdam 1997. 
[van Anyte: AP 9. 314, 9. 313 en 16. 228 met een vertaling van Ankie Kuyvenhoven (p.32), van de epigrammendichteres Nossis: AP 6. 265, 7. 718, 9. 332 en 9. 605 met een vertaling van Charles Hupperts (p.53)]

Jansen, T., Ch. Hupperts, A. Rijksbaron, Stephanos. Een bloemlezing uit de Anthologia Graeca. Teksten en aantekeningen, Leeuwarden/Mechelen 1992. [voor schoolgebruik]
[van Anyte opgenomen AP 7. 190 (met een vroegere vertaling van Ankie Kuyvenhoven), 7. 202 (eveneens met een vroegere vertaling van Ankie Kuyvenhoven), 7. 208, 7. 486, 7. 538 (waarschijnlijk niet van Anyte) en 7. 646, in Stephanos te vinden als respectievelijk III 8, 9, 11, 24, 26 en 30]

Jay, P., The Greek Anthology and other ancient epigrams. A selection in modern verse translations, edited with an introduction, London (Penguin Classics) 1973. 
[Een aantal vertalingen van epigrammen van Anyte zijn van Carol Whiteside en John Heath-Stubbs, zie Whiteside/Heath-Stubbs verderop in deze rubriek]

Jezewska, K. (tr.), 'Anite, Epigram (Ant. Pal. XVI, 228)', in: Meander 1953 (VIII): p. 322
[op p. 125 staat Jezewska's Poolse vertaling van AP 9, 26, het bekende epigram van Antipater van Thessaloniki over de negen dichteressen - onder wie Anyte - die hij de 'Nine Earthly Muses' noemt]

Jezewska, K. (tr.), 'Anite, Epigramy (Ant. Pal. IX, 313, XVI, 231, VII, 190)', in: Meander 1955 (X): p.156.
[hoewel in de titel niet genoemd is ook de Poolse vertaling van Anyte's Afrodite-epigram (AP 9.144) op deze pagina te vinden]

Jezewska, K. (tr.), 'Anite, Anthol. Pal. Appen. ii, 154' [=Pollux 5.48], in: Meander 1966 (XXI): p. 339. 

Kersters, W., Quatre épigrammes d'Anyte de Tegée (op.100), voor sopraan of tenor en piano, manuscript (aanwezig bij het CeBeDeM) 1996. 
[zie verder: Hyperlinks, Anyte op muziek]

Krekels in Olijventuinen. Griekse epigrammen uit de Anthologia Palatina met vertalingen in het Nederlands, uitgegeven ter gelegenheid van het tiende lustrum van het Collegium classicum c.n. M.F. te Leiden, 
Den Haag 1963. 
[van Anyte: AP 7. 202, 7. 215 met vertaling van D' Hane-Scheltema (= De spiegel van Laïs p.15 en 16) en AP 9.144 met vertaling van B.A. van Groningen (p. 66-68)]
[zie voor deze vertaling van Van Groningen de pagina andere vertalingen]

Lisi, U.,  Poetesse Greche, Catania 1933. 

Mackail, J. W., Select Epigrams from The Greek Anthology. Edited with a Revised Text, Translation, and Notes, London (Longmans, Green, and Co.) 1890. 
[downloadbaar, zie Hyperlinks, een breder kader]

Nolthenius, H., De cicade op de speerpunt. De Griekse Oudheid in 160 epigrammen, gekozen en vertaald door – , Amsterdam 1992.  [van Anyte: AP 7.190, 6. 312 en 7. 538 (dit laatste epigram wordt veelal als niet van Anyte beschouwd)]
[zie voor de vertaling van de eerste twee epigrammen de pagina andere vertalingen]

Orsini, F., zie Ursinus, F.

Page, D.L., Epigrammata Graeca, Oxford 1975.

Paton, W.R. (ed., tr.), The Greek Anthology, 5 vols., Cambridge Mass.(Loeb Classical Library), laatste druk 1995-2000, eerste uitgave 1916-1918.  [Online ook inmiddels te vinden. klik hier]

Plant, I.M.(ed.), Women Writers of Ancient Greece and Rome. An Anthology, London 2004.
[Anyte: p. 56- 60,  korte inleiding, prettige Engelse vertalingen en enige aantekeningen.]

Poestion, Jos. Cal., Griechische Dichterinnen. Ein Beitrag zur Geschichte der Frauenliteratur, zweite Auflage, Wien/Pest/Leipzig 1882.
[Anyte: p. 120-134, met goede vertalingen]

Rainier, Priaulx, Three Greek Epigrams, for soprano voice and piano, ed. Schott 10181, London 1951. 
I. A Bird, II. For a Fountain, III A Dolphin. From the Greek of Anyte of Tegea translated by Richard Aldington
[zie verder: Hyperlinks, Anyte op muziek]

Rayor, D. (tr., ann.),  Sappho´s Lyre. Archaic Lyric and Women Poets of Ancient Greece, with a foreword by W.R. Johnson, Berkeley/Los Angeles/Oxford 1991.
[In de anthology-rubriek op de Diotima-site is Diane Rayor's vertaling van enige gedichten van o.m. Sappho en de epigrammendichteres Nossis te vinden]

Rexroth, K. (tr.), Poems of the Greek Anthology, Michigan (UP) 1962.

Rexroth, K., Poems of the Greek Anthology. Expanded Edition, translated with a foreword by K. Rexroth, new introduction by D. Mulroy, Michigan (UP, Ann Arbor Pb.) 1999.

Snyder, J. McIntosh, The Woman and the Lyre. Women Writers in Classical Greece and Rome, Carbondale, Ill./Bristol 1989.
[vertaling en bespreking van Anyte: p. 67-77]

Ursinus, F., Carmina novem illustrium feminarum, Sapphus Myrtidis Praxillae Erinnae Corinnae Nossidis Myrus Telesillae Anytae, et Lyricorum […] Aliorumque Fragmenta. Antverpiae 1568, p. 37-41, 295. 

Vos, Mieke de, Niets is zoeter dan Eros. De 25 mooiste liefdesgedichten van Griekse en Romeinse dichteressen, samengesteld en vertaald door –, met een inleiding van Ilja Leonard Pfeijffer, Amsterdam 2003.
[van Anyte: AP 9. 313, 9. 144, 7. 486, 7. 649, 7.190 en 7. 215 (p. 37-49) vertaald naar de uitgave van Paton.]
[op p. 80 van haar bundel meldt de vertaler: 'Een aantal gedichten van Anyte [...] zijn voor het eerst in het Nederlands vertaald voor deze bundel'.  De vertaler, de inleider en de uitgever is de publicatie (voorjaar 2001) van mijn Anyte-vertalingen op deze Anyte-site kennelijk ontgaan.]
[de vertalingen van De Vos zijn (met vriendelijke toestemming van de uitgever) te vinden op mijn pagina andere vertalingen]

Waltz, P. e.a. (eds., tr. ann.),  Anthologie grecque, 13 vols., Paris (Les Belles Lettres) 1928-1994. 

Warren, Hans en Mario Molengraaf, Spiegel van de Griekse poëzie van oudheid tot heden, samengesteld door – , Amsterdam 1988 (2000, 3e verbeterde druk). 
[van Anyte op p. 158-159:  AP 6. 312, 7. 202 en 7. 208 (nrs. 144-146)  in de vertaling van D´Hane-Scheltema (De spiegel van Laïs 1965)]

Whiteside, Carol and John Heath-Stubbs., Anyte. Translated from the Greek by – ; drawings by Jenny Harrison, Warwick 1979. 
[bibliofiele uitgave van de Greville Press, ter inzage bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag; een aantal vertalingen van Whiteside en Heath-Stubbs van epigrammen van Anyte zijn ook te vinden in de Penguin-uitgave van Jay.]

Wolfius, J.C. (= Wolf, J.C.), Poetriarum octo: Erinnae, Myrus, Myrtidis, Corinnae, Telesillae, Praxillae, Nossidis,  Anytae [Sapphus] fragmenta et elogia, Graece et Latine, cum virorum doctorum notis accedit Gottfridi Olearii dissertatio de poetriis Graecis, avctorvm vetervm testimoniis et svpplementis variis avcta cvra et stvdio Io. Christiani Wolfii ... qui notas & indices adjecit, Hambvrgi, Apud A. M. Vandenhoeck, 1733-1734.  (Anyte's epigrammen p.92 -115)
[via PiCarta op titelwoorden te vinden, het boek is in Nederland onder meer ter inzage bij de UB van de Universiteit van Amsterdam. Inmiddels als e-book te downloaden via o.a. books.google.nl ]

Wijnen, J. (1960) Zie: meer algemene secundaire literatuur.
 



index | vertaling | Oudgriekse tekst | literatuurlijst | commentaar| appendix | hyperlinks

andere vertalingen  |  Anyte in de ogen van anderen
begin pagina


 

specifieke secundaire literatuur


BMCR als 'externe' link achter een titel verbindt u met de betreffende review-pagina van Bryn Mawr Classical Review
tekst tussen <  > geeft  informatie weer uit 'L'Année Philologique sur Internet'  (april 2002 en later)
informatie tussen [  ] komt voor mijn rekening


Baale, M. J.,  Studia in Anytes Poetriae Vitam et Carminum Reliquias, Haarlem 1903 (diss.). 

Baale, M.J., 'Qua de causa thêlus Homêros cognomen inditum sit Anytae poetriae', in: Sertum Nabericum, Leyden 1908, p.5-10. 

Barnard, S., 'Hellenistic Women Poets', in: Classical Journal, 73 (1978), p. 204-213.

Barnard, S., 'Anyte: Poet of Children and Animals', in: F. de Martino (ed.), Rose di Pieria, Bari 1991, p. 165-176.

Bernsdorff, H., 'Zu Anth. Pal. 9, 313 (= Anyte, Epigr. 16 Gow-Page)', in: Eranos, 91 (1993), p. 120-122. 
< Note exégétique>

Boas, M., 'Anyte und Simonides', in: Rheinisches Museum, 62 (1907), p. 61-72.

Cavallini, E., 'Due poetesse greche', in: F. de Martino (ed.), Rose di Pieria, Bari 1991, 97-135.

Cistjakova (Chistyakova), N.A., 'Early Hellenistic Epigram (Anyte of Tegea)', Vestnik drevnij istorii, 113 (1970), p. 159-166 [Russich artikel met Engelse samenvatting].
<. rés. en eng. Les débuts de l'épigramme littéraire se rattachent au nom d'Anyté de Tégée qui allie dans ses poèmes les éléments archaïques authentiquement épigraphiques à la tradition lyrique.>

Coco, L., 'Anite di Tegea', Cultura e Scuola, rivista trimestrale, 129 (1994), p.  46-54. 
< Vie et oeuvre d'Anyté.>

Coco, M., 'Anite di Tegea, Ventuno epigrammi', in: Poesia. Mensile internazionale di cultura poetica, jaargang XIII, N.140 (Giugno 2000), p. 21-25.
[het artikel geeft een inleiding voor breed publiek ter grootte van een pagina en geeft van alle 20 epigrammen de Griekse tekst alsmede een Italiaanse vertaling door de auteur.]

Colangelo, S., Anite di Tegea, (Studi Italiani di Filologia Classica, 21) 1915.

Degani, E., 'Anyte.', in: Der Neue Pauly. Enzyklopaedie der Antike, Stuttgart [etc] 1996-..., band 1 (1996), kolom 819-820. [ook online te vinden (voor abonnees) via Brill Online, alwaar ook de Engelse vertaling van het lemma (in Brill's New Pauly)]

Díaz de Cerio Díez, M. M., 'La evolución de un genero. Elementos estructurales de los epigramas dedicados a animales de Ánite de Tegea', in: Emerita, 66 (1998), p. 119-149 [met samenvatting in het Engels].
< Analyse l'évolution de l'épigramme funéraire en tenant compte des modalités spécifiques de l'apparition de deux de ses éléments structurels (le défunt, le dédicant) dans les épigrammes consacrées à des animaux d'Anyté. Est notamment examinée la question de leur caractère épigraphique ou non. L'étude met en lumière les différences entre les épitaphes d'Anyté et les épitaphes traditionnelles (épigraphiques et littéraires), et les différences chez Anyté et ses contemporains entre épigrammes consacrées à des animaux et épigrammes consacrées à des êtres humains. Essai de datation d'Anyté par rapport à Mnasalcés >

Díaz de Cerio Díez, M. M., 'Los subgéneros de epigrama descriptivo y epidíctico en Ánite de Tegea', in: Kolaios. Publicaciones Ocasionales, 4 (1995), p. 599-629 en eveneens verschenen in: De Arqueólogos, Filólogos e Historiadores. Homenaje al Prof. Fernando Gascó, Sevilla 1995. 

Díaz de Cerio Díez, M. M., 'Tipología formal y función estilílistica de la referencia a la muerte en los epigramas funerarios de Ánite de Tegea', in: Faventia, 20 (1998), p. 49-73 [met samenvatting in het Engels].
< Se examina la mención de la muerte como elemento estructural y procedimiento estilísticamente significativo en los epigramas funerarios, analizando los recursos que se emplean para operar esta mención en el « corpus » formado por los epigramas funerarios - con especial énfasis en los dedicados a animales - de Ánite de Tegea .> 
[Faventia is in elk geval in Nederland aanwezig bij de KUN]

Fornaro, S., 'Anyte', in: Oliver Schütze (ed), Metzler Lexikon Antiker Autoren, Stuttgart & Weimar 1997, p. 59-60. 

Geoghegan, D., 'Some problems in Anyte. A.P. 9.134, 7.490, 9.745, A. Plan. 291, AP 7.215, 7.202', in: Liverpool Classical Monthly 1 (1976) p. 51-60.  [verwerkt in Geoghegan 1979]

Geoghegan, D., 'A.P. VII 724 (Anyte)', in: Mnemosyne, 31 (1978), p. 198-200. 
< E)SAN est un unicum homérique (Il. XIX, 393) qui doit être lu : E(/SAN et compris comme l'aoriste de I(/ZW, dans le sens de QE/SAN. Nouvelle ponctuation de l'épigramme. Il faut comprendre : les jeunes (de la cité) t'ont enseveli, capitaine. Ta mort les a jetés dans un deuil sombre et ils sont tels des enfants pleurant leur mère. >
[verwerkt in  Geoghegan 1979]

Geoghegan, D., 'An epigram by Anyte', in: Quaderni Urbinati di Cultura Classica, 28 (1978), p. 159-162. 
< Dans A.P. VI,123, les termes E)/STAQI et EI(ME/NA ne s'opposent pas. Le verbe H(=MAI était traditionellement utilisé pour les objets dédiés à une divinité, comme synonyme de KEI=MAI, et c'est à ce sens du terme qu'Anyté se réfère, créant un habile oxymoron : l'épée est étendue, dans la mesure où elle est dédiée, mais elle l'est verticalement (A)NA/). XA/LKEON O)/NUXA est une métaphore qui désigne le SAURWTH/R fixé dans le sol. >
[verwerkt in Geoghegan 1979]

Giangrande, G., 'Zwei hellenistische Epigramme.' Rheinisches Museum, 1 (1974 ), p. 66-71 = (van dezelfde auteur) Scripta Minora Alexandrina, 3, Amsterdam 1984, p.145-150.
[van belang voor Anyte's epigram AP VII, 208]

Gorla, C., 'La nascita dell'epitimbio per animali. Anyte di Tegea e i suoi continuatori', in: Acme, 50 (1997) 1, p. 33-60. 
< L'analisi degli epitimbi per animali di Anite permette di individuarne le fonti strutturali ed immaginarie nel patrimonio letterario ed epigrafico tradizionale, rielaborato secondo modalità che vengono esaminate. Attraverso lo studio dei testi si percorre la storia e l'evoluzione del genere fino all'età imperiale. >

Greene, E., 'Playing with Tradition: Gender and Innovation in the Epigrams of Anyte', in: Helios, 27 (2000), p. 15-32.
<Anyte's art lies in her innovative use of conventional literary genres, her ability to blend the personal and domestic with the high art of the heroic. Despite those concerns and points of view expressed in her poems which may be identified as feminine, there is much in Anyte's work that can be linked to traditionally masculine forms of expression..>

Greene, E., idem., in: Ellen Greene (ed.), Women poets in ancient Greece and Rome, Norman, OK 2005, p.139-157. 
[ '[Greene's] essay is substantially the same' als het gelijknamige artikel in Helios uit 2000, alleen 'a few of the notes are updated', aldus Dorothy Disse in het rubriekje Information about secondary sources op haar Anyte-pagina.]

Greene, Ellen (ed.), Women poets in ancient Greece and Rome, Norman, OK 2005, p.139-157.

Gutzwiller, K. J., 'Anyte's epigram book', in: Syllecta Classica, 4 (1993), p. 71-89. 
< Anyte deserves recognition as the first epigrammatist to project a distinct literary persona. She did this by setting herself, as a woman and as an inhabitant of largely rural Arcadia, in opposition to the traditional composer of inscribed epigram. >
[zie voor deze opvatting ook  Gutzwiller 1998]

Gutzwiller, K. J. (1998). Zie: meer algemene secundaire literatuur.

Hendry, M., 'When goats look askance. An animal husbandry joke in Virgil (Ecl.3, 8-9)', in: Liverpool Classical Monthly, 20 (3-4) (1995), p. 51-52.
<R.Coleman (zie 48-04661) suggests that transversa tuentibus at ecl. 3, 8-9 means either peeping out of the corner of their eyes or looking askance; there is no need to chose between literal and figurative meanings. A possible parallel is AP 9, 745 (Anyte of Tegea). >

Herrlinger, G. (1930). Zie: meer algemene secundaire literatuur.

Luck, G., 'Die Dichterinnen der griechischen Anthologie', in: Museum Helveticum, 11 (1954), p. 170-187; ook in:  Pfohl (1969), p. 84-109. 

Meusel, H., 'Dichterinnen der griechischen Anthologie. Grabepigramme der Erinna und Anyte', in: Der altsprachliche Unterricht: Arbeitshefte zu seiner wissenschaftlichen Begründung und praktischen Gestalt, 38 (1995) 6, p. 27-44. 
< Interpretation von drei Gedichten Erinnas (AP 6, 352 ; 7, 710, 712) und von fünf Gedichten Anytes (AP 7, 724, 649, 646, 490, 486) sowie einiger Paralleltexte aus der Anthologie. >

Moog, F.P., 'Im Auftrag des Asklepios - Die wundersame Mission der Anyte von Tegea', in: Nissen, G. en 
F. Badura, (Hrsgg.), Schriftenreihe der Deutsche Gesellschaft für Geschichte der Nervenheilkunde, Band 7, Würzburg 2001, p.197-212.

Murray, Jackie & Jonathan M. Rowland, ‘Gendered Voices in Hellenistic Epigram.’ In: Peter Bing & Jon Steffen Bruss (edd.), Brill’s Companion to Hellenistic Epigram Down to Philip, Leiden 2007 (Brill’s Companions in Classical Studies)

Pérez Cabrera, J., 'Mujeres escritoras de epigramas en el helenismo', in: Actas del VIII congreso español de estudios clásicos (Madrid, 23-28 de septiembre de 1991), Madrid 1994, Vol.2, pp. 299-305.

Reitzenstein, R., ‘Anyte.’ in:  RE I.2, 1894, 2654-5

Seelbach, W., 'Anyte', in: H.H. Schmitt & E. Vogt (eds.), Lexikon des Hellenismus, Wiesbaden 2005, kolom 82-83

Skinner, M. B., 'Nossis Thêlyglôssos: The private Text and the Public Book', in: Pomeroy (1991), p. 20-47. 
[over Anyte' s vermeende niet-vrouwelijke stijl, zie p. 21 en p. 39 noot 5]

Skinner, M.B., 'Anyte' in:  Wilson, K.M. (ed.), An Encyclopedia of Continental Women Writers, 2 vols., New York and London 1991, vol.1, p. 46-47. 

Skinner, M. B. (2001). Zie: meer algemene secundaire literatuur.

Trypanis, C. A., 'Ovid and Anyte', in: Classical Philology, 65 (1970), p. 52.
< At Met. X,121-125, Ovid shows the influence of the epigram of Anyte, A.P. VI,312. >

Trypanis, C. A., 'Anyte (Anth. Pal. 7. 208)', in: Classical Philology, 66 (1971), p. 112-113.
< For A)RGALE/AN read A)RGENNA/N, white, in line 4. >

Van Gelder, Nancy, De epigammen van Anyte en Nossis,  licentiaatsproefschrift  K.U. Leuven 1988/89
[deze scriptie bevat een bespreking en een Nederlandse vertaling van alle als van Anyte overgeleverde epigrammen]
[zie voor Van Gelder's in Van Eyben gepubliceerde vertalingen de pagina andere vertalingen]

Vos, M.J. (Mieke) de,  Negen aardse Muzen, Gender en de receptie van de dichteressen in het oude Griekenland en Rome,
Meppel 2011,  (Nijmegen, Universiteit, Dissertatie 2012)

Vos, Mieke de, 'Negen aardse Muzen. De catalogus van Griekse dichteressen  van Antipater van Thessaloniki (AP 9.26)', in:
Lampas
45 (2012) 2  p. 83-98

Vos, Mieke de, 'Een honingraat vol. De receptie van Griekse dichteressen in de Anthologia Palatina' in: Hermeneus, 76 (2004) 4,
p. 232-243 [in een klein gedeelte, dat over Anyte gaat, laat zij in dit vroegere artikel het predikaat 'vrouwelijke Homerus' in AP 9.26 op Anyte slaan. In haar latere werk doet zij dit niet meer. Daar laat zij dat predikaat op Sappho slaan.]

Werner, J., 'Der weibliche Homer : Sappho oder Anyte?', in: Philologus, 138 (1994) 2, p. 252-259. 
< In AP IX, 26, 1-4 bezieht sich die Apposition «weiblicher Homer» auf Sappho, nicht auf Anyte; entsprechend sollte in den Ausgaben interpungiert werden.>

West, M. L., Die griechische Dichterin. Bild und Rolle (Lectio Teubneriana V, mit einen Anhang 'Verzeichnis echter und vermeintlicher altgriechischer Dichterinnen'), Stuttgart und Leipzig 1996.

Wöhrle, G., 'Auf der Suche nach der verlorenen Kindheit. Die Grabepigramme von Anyte und Erinna oder: Vom Telos eines Mädchens', in: Feichtinger, Barbara, Georg Wöhrle (Hrsgg.), Gender Studies in den Altertumswissenschaften. Möchlichkeiten und Grenzen, Trier 2002, 
p. 41- 48.

Wright, F.A., 'The Women Poets of Greece', in: Fortnightly Review, 113 (1923), p. 323-333.

Ypsilanti, M., 'Notes on Anyte', in: Hermes, 131 heft 4 (2003), p. 502-507.



 
index | vertaling | Oudgriekse tekst | literatuurlijst |  commentaar | appendix | hyperlinks

andere vertalingen  |  Anyte in de ogen van anderen
begin pagina
 

 

  meer algemene secundaire literatuur



BMCR als 'externe' link achter een titel verbindt u met de betreffende review-pagina van Bryn Mawr Classical Review
tekst tussen <  > geeft  informatie weer uit 'L'Année Philologique sur Internet'  (april 2002 en later)
informatie tussen [  ] komt voor mijn rekening


Alexandrië, special van De Revisor, Tweemaandelijks letterkundig tijdschrift voor Nederland en Vlaanderen, een dubbelnummer, jaargang 28 nr. 5/6, december 2001. 
[In het inleidende artikel van Allard Schröder, 'De woorden, niet de stenen' (p. 5-17) is diens interpretatie (p.10) en vertaling (p. 11) te vinden van Anyte's 'grafschrift' voor een sprinkhaan en een cicade (AP 7.190).]
[zie voor de vertaling van Schröder de pagina andere vertalingen]

Bernsdorff, H., Hirten in der nicht-bukolischen Dichtung des Hellenismus, Stuttgart 2001.
[Nuttig voor wie geïnterresseerd is in mogelijke 'invloed' van Anyte's rurale/pastorale epigrammen op de bucolische poëzie van  Theocritus. Zie met name het hoofdstuk over pastorale epigrammen (pp. 91-179), maar zie dan ook Gutzwillers kritiek op Bernsdorff in Gnomon, 76. bnd. (2004) p. 63-66) i.v.m. het eventuele gebrek aan bewijs voor een vroege datering van Anyte.
Voor afzonderlijke epigrammen, zie de Index locorum sv Anyte (p. 208). De Sach- und Personenindex ( p. 220) noemt voor Anyte de pagina's 100-2; 105; 110-9. Een uitgebreidere bespreking van de betreffende epigrammen van Anyte vindt men niet bij hem, zie ook wat dit betreft de kritiek van Gutzwiller in bovengenoemde review in Gnomon.]

Borgeaud, P., The Cult of Pan in Ancient Greece, translated by Kathleen Atlass and James Redfield, Chicago 1988, oorspr. Recherches sur le dieu Pan, 1979.

Bowman, Laurel, 'The "women's tradition" in Greek Poetry.', in: Phoenix, 58 (2004), p. 1-27.

Claes, P., 'De romantische Muze van het Alexandrijnse epigram.', in: Hermeneus, 63 (1991), p.79-85.
[van Anyte besproken en vertaald AP 7. 486 (p. 82), zie ook rubriek a. De tiende Muze]
[zie voor deze vertaling de pagina andere vertalingen]

Cole, S., 'Could Greek Women Read and Write?', in: Foley (1981), p. 247-273.

Díaz de Cerio Díez, M., 'Estructura discursiva en el epigrama funerario. La evolucion de un genero', in: Habis, 30 (1999), p. 189-204.

Eyben, E., Vrouwen in de Grieks-Romeinse Oudheid en het vroege Christendom. Een geïllustreerde bloemlezing, Amersfoort/Leuven 1992. 
[van Anyte: Op een dode haan (Pollux 5, 48), AP 7. 202 en 6. 312, vertaald door Nancy Van Gelder (p. 150-153)]
[zie voor deze vertalingen de pagina andere vertalingen][zie ook voor Nancy Van Gelder: specifieke seceundaire literatuur]

Fantham, E., e.a., Women in the Classical world, New York/Oxford 1994 (Pb. 1995). 

Fantuzzi, M., 'L'epigramma', hoofdstuk 7 van M. Fantuzzi, R. Hunter, Muse e modelli. La poesia ellenistica da Alesandro Magno ad Augusto, Roma-Bari 2002, p. 389-481/ BMCR
[zie voor Anyte opmerking ad 7.2.3, p. 419 f. van de BMCR-review] 
[Er is een herziene en uitgebreide Engelse editie van het boek, onder de titel Tradition and Innovation in Hellenistic Poetry, Cambridge 2004]

Foley, H.P.(ed.), Reflections of Women in Antiquity, New York 1981. 

Fowler, B., The Hellenistic aesthetic, Madison 1989, Bristol 1989.

Geffcken, J., 'Studien zum griechischen Epigramm', in: NJA, 39 (1917), p. 88-117; ook (verkort) in: Pfohl (1969), p. 21-46.

Griffith, F.T., 'Home before Lunch. The Emancipated Women in Theocritus', in:  Foley (1981), p. 247-273. 

Goodwater, L., Women in Antiquity: An Annotated Bibliography, Metuchen, N.J. 1975. 
[inmiddels verouderd, maar om reden van erkentelijkheid hier toch vermeld (zie Appendix, over de auteur van deze Anyte-site).]

Gutzwiller, K. J., Poetic Garlands. Hellenistic Epigrams in Context, (Hellenistic Culture and Society, 28) Berkeley 1998, xiii + 358 p.  
[over Anyte: Poetic Garlands  p. 54 -74, met ook bespreking en vertaling van de individuele epigrammen]
[Gutzwiller's vertaling van Pollux 5.48, grafschrift voor de hond Locris, vindt u hier]

Gutzwiller, K.J., A Guide to Hellenistic Literature, Malden, MA 2007

Hass, P., Der locus amoenus in der antiken Literatur. Zu Theorie und Geschichte eines literarischen Motivs, Bamberg 1998

Herrlinger, G., Totenklage um Tiere in der antiken Dichtung, (Tübinger Beitrage zur Altertumswissenschaft, VIII) Stuttgart 1930. 
[over epigrammen van Anyte: p. 14-18, Griekse tekst en noten; p.57-60, bespreking]

Hopkinson, N., A Hellenistic Anthology, Cambridge 1988 [comm. Anyte AP 7.202 (p. 253/4), AP 9.313 (p. 270/1)]

Hutton, J., The Greek Anthology in Italy to the Year 1800, Ithaca/London 1935.

Hutton, J. The Greek Anthologie in France and the Latin Writers of the Netherlands to the year 1800,  Ithaca/New York 1946. 

Irwin, E., Colour Terms in Greek Poetry, Toronto 1974.

Jans, Elly, Charles Hupperts e.a., PALLAS. Griekse taal en cultuur, werkboek deel 2b, Leeuwarden 
[vertalingen van Charles Hupperts van 4 epigrammen van Anyte op p. 57/58: AP 7. 190, 7. 486, 7. 490 en 7. 646]
[zie voor deze vertalingen de pagina andere vertalingen]

Lardinois, A., L. McClure (eds.), Making Silence Speak. Women's Voices in Greek Literature and Society, Princeton/Oxford 2001.

Larson, J., Greek Nymphs. Myth, Cult, Lore, Oxford 2001. 
[over Anyte  p. 49-50. Larson baseert zich vooral op Gutzwiller (1998)]

Lloyd-Jones, H., P. Parsons, H.-G. Nesselrath, Supplementum Hellenisticum, Berlin 1983.

Neils, J., J.H. Oakley, Coming of Age in Ancient Greece. Images of Childhood from the Classical past, New Haven and London 2003. Prachtige bundel n.a.v. tentoonstelling. Met o.a. artkel van Helene Foley, 'Mothers and Daughters' (p. 113-137) en van John H. Oakley, 'Death and the Child' (p. 163-194).

Nolthenius, H., Voortgeschopt als een steen, Amsterdam 1999.
[in deze historische roman figureert Anyte op p. 44-45 als gerespecteerde collega van de ik-figuur, de epigrammendichter Leonidas van Tarente]

Onians, J., Art and Thought in the Hellenistic Age, London 1979.

Patterson, C. B., 'Marriage and the Married Woman in Athenian Law', in: Pomeroy 1991, p. 48-72. 

Pfohl, G. (ed.), Das Epigramm. Zur Geschichte einer inschriftlichen und literarischen Gattung, Darmstadt 1969.

Pircher, J.,  Das Lob der Frau im vorchristlichen Grabepigramm der Griechen, (Philologie und Epigraphik, Band 4) Innsbrück 1979.
[zie voor bespreking van Anyte's grafschrift voor Antibia (AP 7. 490), p. 45-47]

Pomeroy, S.B., 'Technikai kai Mousikai. The Education of Women in the Fourth Century and in the Hellenistic Period', in: American Journal of Ancient History, 2 (1977), p. 51-68.

Pomeroy, S. B. (ed.), Women's History and Ancient History, Chapel Hill/London 1991. 

Reeder, E.D. (ed.), Pandora. Women in Classical Greece, Baltimore (MD)/Princeton 1995

Reitzenstein, R., Epigramm und Skolion, Giessen 1893.

Rossi, L., The Epigrams ascribed tot Theocritus. A Method of Approach (Hellenistica Groningana dl.5), Leuven/Paris/Sterling(Virginia) 2001.  
[voor een mogelijk nut voor Anyte: bij de bespreking van de bucolische epigrammen van Theocritus is de definitie van Rossi voor dergelijke epigrammen zo strict dat de pastorale/rurale epigrammen van Anyte daarbij nauwelijks aan de orde komen. Rossi is dus net als Bernsdorff teleurstellend voor wat betreft een uitgebreidere bespreking van de betreffende individuele epigrammen van Anyte]

Rynck, P. de en A. Welkenhuysen, De Oudheid in het Nederlands. Repertorium en bibliografische gids voor vertalingen van Griekse en Latijnse auteurs en geschriften, Ambo 1992. (Niet meer leverbaar) 
De gids is behalve in bibliotheken ook online te raadplegen, klik hier.
[van de auteurs van wie alleen epigrammen zijn overgeleverd, zijn hier slechts die auteurs vermeld van wie in een publikatie drie of meer epigrammen zijn opgenomen; voor Anyte - met verwijzing naar het lemma Anthologia Graeca - worden de volgende uitgaven genoemd: Wijnen, De spiegel van Laïs (D'Hane), Krekels in olijventuinen, Spiegel van de Griekse poëzie (Warren/Molengraaf), en verder Cluytens en Eyben]

Rynck, P. de en A. Welkenhuysen,  De Oudheid in het Nederlands. Repertorium en bibliografische gids voor vertalingen van Griekse en Latijnse auteurs en geschriften. Supplement, Ambo 1997. 
[dezelfde werkwijze als zie boven, maar Anyte wordt niet met eigen lemma vermeld, wel wordt onder Anthologia Graeca Anyte genoemd als auteur van wie 3 epigrammen vertaald zijn in De cicade op de speerpunt (Nolthenius)]

Skinner, M. B., 'Ladies' Day at the Art Institute: Theocritus, Herodas, and the Gendered Gaze', in: Lardinois, McClure (2001), p. 201-222. 
[zie voor Anyte's '"introspective" approach van ekphrases of paintings and statues' en Skinner's bespreking van Anyte's Afrodite-epigram (AP 9. 144):  p.209-210]
[zie hiervoor ook Hyperlinks, Anyte en haar epigrammen]

Tarán, S.L., The Art of Variation in the Hellenistic Epigram, Leiden 1979. 

Webster, T.B.L., Hellenistic Poetry and Art, New York 1964.

White, H., Essays in Hellenistic Poetry, Amsterdam 1980.

Wilamowitz-Moellendorf, U. von, Hellenistische Dichtung in der Zeit des Kallimachos, 2 vols., Berlin 1924.

Wijnen, John, Griekse epigrammen, Amsterdam 1960. 
[in hoofdstuk V, De Peloponnesische School  (p. 23-30) o.m. vertaling en bespreking van verschillende epigrammen van Anyte: AP 16. 228, 9. 313, 7. 215, 7. 190 en 9. 745]
[zie voor de vertalingen van Wijnen de pagina andere vertalingen]

Zanker, G., Realism in Alexandrian Poetry. A Literature and its Audience, London etc. 1987.




index | vertaling | Oudgriekse tekst | literatuurlijst | commentaar | appendix | hyperlinks

andere vertalingen  |  Anyte in de ogen van anderen
begin pagina