Kwantcestors

De familie Kwant/Quant 1700-1800

Jan Quant, zoon van Gerrit Janson Quant en Janna Goorits, en Aalgen (Aaltje) Hendriks trouwen rond 1707. Hieruit wordt op 14-11-1709 een dochter geboren, Jannigje (Jannetje, Jennigje).

Ze wordt op 17 november gedoopt ('den dito' verwijst naar de datum bovenaan de lijst van die dag).

 

Volgens documenten uit het doopregister wordt in hetzelfde jaar ook een Jan geboren die ook in 1709 gedoopt wordt. Daarnaast lijkt het of er nog twee zoons geboren zijn, Evert en Hendrik (zie later, 1771).

In de avond van 8 mei 1708 wordt groot alarm geslagen in Hardenberg: vrijwel alle woningen in de stad branden af en ik denk dat de rook en het vuur te zien geweest moet zijn in Gramsbergen. De wind kwam vanuit het zuidwesten en liep dus richting Gramsbergen waardoor zeker de geur geroken kan zijn. De volgende dag werd vanuit Gramsbergen voedsel gestuurd en waarschijnlijk is er nog meer hulp geboden omdat velen daar vrienden of familie hadden wonen. Hulp kwam overigens in de loop van het jaar nog meer omdat er in heel 'Nederland' werd gecollecteerd.
Zes jaar later, in 1714, sterft Aletta van Haaften, de bewoonster van het huis Gramsbergen. In de jaren daarna volgen er verschillende rechtszaken over de erfenis die uiteindelijk pas in 1720 worden afgerond. Het Huis, de havezate en de heerlijkheid met zijn rechten (o.a. hand- en spandiensten tegen 2 kannen bier daags) en het erve Holter in Ane, zitplaatsen in de kerken van Gramsbergen en Coevorden worden verkocht aan de Graaf van Rechteren voor 40000 gulden.Worden eventuele veer- en herbergrechten ook overgedragen?

Kinderen van overleden ouders werden opgenomen door familie en dan werd het voogdijschap geregeld via de zogenaamde momberstelling (momber betekent 'verzorger van wezen' volgens de van Dale, opvallend in de onderstaande documenten is dat de vrouw de momber kiest) die officieel verliep en waarbij een getuige aanwezig was. Iets vergelijkbaars was ook het geval wanneer één der ouders overleed. Zo is op 30 mei 1728 Jan Quant (ca.41) aanwezig als 'bijzitter' bij de 'momberstelling' wanneer Asse Arents voor de 2e keer in het huwelijk treedt, dit keer met Henrickjen Roelofs. Het lijkt voor de hand te liggen dat deze Asse Arents eerder getrouwd is geweest met Margien, de zus van Jan Quant, maar dat deze is overleden. De voogdij van hun kinderen gaat door deze momberstelling over op deze Hendrickjen Roelofs en het is logisch dat iemand van de familie van de overleden moeder toestemming moet geven.

Op 3 februari 1730 is Jan Quant wederom als getuige aanwezig ('bijzitter') bij het opstellen van de huwelijkse voorwaarden bij het huwelijk van Henrik Klaasen en Jennigjen Jansen. Het is waarschijnlijk dat Jennigjen zijn dochter (Jannigje) is die in november 1709 geboren is en dus net 20 jaar is (?). Dat blijkt ook later (zie verder) als ene Hendrik Quant getuige is (momboir). Hendrik Quant is dezelfde als de Henrik Klaasen die hier de man wordt van Jennigje. De mannelijke Kwanten-lijn is hier dus onderbroken.

In 1748 is er de eerste volkstelling in Overijssel, vanwege de belastingen, en er blijken 342 inwoners in Gramsbergen te wonen. Over de grootte van de marken en buurtschappen weet ik niets.

Gerrit Quant wordt op 21 januari 1745 geboren als zoon van Hendrik Quant en Jennigje Jansen. Daarvoor hebben ze al een dochter Aaltje.

den 21 dito Hendrik Gerrits en Janne Jantsen ouders op Kwants, haar kint Gerrit genaamt

Het blijkt dus dat Hendrik Klaasen(?) zich vóór 1748 Hendrik Quant is gaan noemen terwijl Jan Quant waarschijnlijk al is overleden of niet meer in de buurt woont. Het is de vraag of Gerrits hier een verschrijving is? Of in het eerdere document?

Op 1 februari wordt Aaltje geboren.

den 1 febr Hendrik Gerrits en Janne ouders op Kwants haar kint Aaltje genaamt

 

Gerrit en Aaltje komen beide bij de volkstellingslijsten voor.


In de tabel hieronder worden 'huijs'-en Quant genoemd als onderdeel de buurtschap Holtheme (is dit niet Holthone?) en van Ane.

De Buirschap Holtheme, volkstelling 1748

Namen van

de huijsen

De man

de vrouw

kinders over de
10 jaren out

kinders onder de
10 jaren out

dienstboden,
knegten, meijden,
en koehoeders

 

Quant

Hendrik en broer Hendrik

Jennegien

Aaltien

Gerrit en Aaltien

Fennegien en jongen Jan

Vilsterborg

 

wed: Kirberijn Wilhelmina

Maria en Berta

Arent en broer Willem

Aaltien

Jennegien en Swaantien

Geertruid en Hillegien

Klaas

Is van mij Rotmeester van Holtheme, ende onderscholtes, aldaar, vermogende en arme, alle opgeschreven, sonder wetentlijk jemant afgelaten te hebben. Hebbe dese also getekent, Jan Meilink.

De Buirschap Ane

Namen van

de huijsen

De man

De vrouw

kinders over de
10 jaren out

kinders onder de
10 jaren out

dienstboden,
knegten, meijden,
en koehoeders

in of
bijwoners

Veerman

Gerrit

Swane

Jasper en Jennegien

Quant

Willem

Jennegien

Habert, Jan, Willem, Geesien en Harmtien

op' t Veen

Veermans

Gerrit

Aaltien

Fennegien, Jan en Harmen

Hendrik

en moeder

Fenne

Is van mij Rotmeester van Ane, en de onderscholte, aldaar, vermogende en arme, alle opgeschreven, sonder wetentlijk jemant afgelaten te hebben. Hebbe dese also getekent, Yan Loshar.

Tabellen © Dinah Hesselink-Zweers, de historiekamer van Hardenberg ( www.historiekamer.nl)

De Vecht staat in reguliere jaren soms hoog. Volgens de 'Koninklijke Courant' van 14 maart 1809 (overgenomen uit 'Rondom Den Herdenbergh', 1987 4/1, Herman Brand, pp. 268-269):

Reeds in 1754 kom ik hier een pont tegen in het verslag van een inspectieries van de Hertog van Brunswijk:
"Vervolgens ben ik bij het Huis van Gramsbergen, Asewijn, genaamd, over de Groote Vecht gegaan. Die Rivier was toen soo hoog dat men er met de Pont over kon, daar men er anders bij Asewijn met rijtuigen door kon."
Dit zou volgens de schrijver van het stuk over de oversteekplaats bij de Klokhenne gaan.

De winter van 1757 is extreem streng en de dooi, die in januari valt, leidt in het zuiden, rond de Rijn, tot grote overstromingen. Ook rond Gramsbergen zal een overstroming mogelijk geweest zijn.

Gerrit Quant en Aaltje Freerings worden in 1764 de gelukkige ouders van Roelof en Gerrit Quant, die in dit jaar gedoopt worden. Het lijkt erop dat dit een tweeling is. Gezien de naamgevings gewoontes ligt het voor de hand dat de vader van Gerrit óf Roelof óf Gerrit heette. We weten echter dat de vader van Gerrit Hendrik heette dus…er is nog een zoon?

In de tussentijd is Hendrik Quant ook soms momboir zoals uit onderstaande folio blijkt. Waarschijnlijk is hij dit als familielid van een van de getrouwden.

Folio 32 vo, 33 Huwelijkse Voorwaarden van Gerrit Haberts, jongman, en Hendrikjen Bruninks, weduwe van wijlen Willem Cuiper, geadsisteerd met Hendr. Quant als haar verkoren Momboir. Zij krijgen het volle eigendom van het bezit van bruids overleden man zijn ouders genaamd, Gerrit Cuiper en Aaltien Haandrikman. Zij verplichten zich Gerrit Cuiper en Aaltien Haandrikman de rest van hun leven te onderhouden en te verzorgen. De dochter uit het vorige huwelijk van Hendrikjen Bruninks, genaamd Willemtijn Cuiper, zal mogen introuwen en wordt erfgenaam, samen met de eventueel nog te geboren kinderen.
De akte wordt ondertekend door Gerrit Habers, Hijndrijken Brunenks, Gerrit Kuper, Evert Haanderikman, Hendrijk Kwant, Engbert Reiners en Roelof Habers.
Actum Hardenberg, 28 mei 1768.


Folio 32 Momberstelling door Hendrikjen Bruninks, weduwe van wijlen Willem Cuiper, geadsisteerd met Hendr. Quant als haar verkoren Momboir. Zij is voornemens in het huwelijk te treden met Gerrit Haberts. Zij stelt Momboiren aan over haar onmondige dochter uit haar vorige huwelijk, genaamd Willemtijn Cuiper, betreffende erfuiting van het Vaderlijke Goed. Momboiren worden Gerrit Cuiper en Evert Haandrikman, de eerste grootvader en de tweede oude oom van het kind.
Actum Hardenberg, 28 mei 1768.


In 1769 is de de familie Kwant kennelijk niet onbemiddeld gezien het feit dat ze aan de baron van Bentinck een hypotheek geven van 300 Car. Guldens met een stuk land als onderpand.


Folio 94 Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Bernard Herman Baron van Bentinck, heer van Wolda etc., aan Hendrik Kwant en zijn huisvrouw Jannegien Jansen, voor een somma van 300 Car. guldens. Als onderpand dient een stuk zaailand op de Hoge Es aan het stobbe bij Reurink, uit het Erve Vosch, te Holtheme.
Actum Holtheme, 6 mei 1769.

Ook krijgt (?) Hendrik met Jennigje een stuk land, 2/3 van een dagwerk hooiland wat verbruid is (bruidschat?) en waarvan het andere derde deel aan Jan Hoberts (Haberts?) hoort. Daarnaast wordt het 'mandelig' gehooid met twee gelijke dagwerken. Kennelijk is het dus een stukje land wat ze gevieren mogen hooien.


Folio 128 Overdracht van twee derde parten van een dagwerk hooiland in het verbruide land, waarvan het andere een derde part toebehoort aan Jan Hoberts, wordende mandelig gehooid met twee gelijke dagwerken, in eigendom bij Weberman te Lutten en Jan Venebrugge, oorspronkelijk uit het Erve Remmerink te Holtheme, door Gerrit Lugt en zijn huisvrouw Zwaantien Hulsebos, aan Hendrik Kwant en zijn huisvrouw Jannegien Jansen.
Actum Hardenberg, 1 maart 1770.

Hendrik Kwant en zijn vrouw overlijden snel na elkaar, begin 1771, en hun dochter Aaltjen is dan nog minderjarig. Er zijn twee ooms, Evert en Hendrik, die kennelijk de broers van hun moeder zijn maar die de naam Kwant dus niet meer dragen. Daarnaast trouwt Gerrit Hendriksen Kwant met Berentien Egberts uit Radewijk op 9 juni 1771. De precieze trouwdatum is niet belangrijk maar het attest is op 7 juni in Gramsbergen afgegeven en het huwelijk is als op 10 mei in Hardenberg ingetekend in het DTB-boek.

 

 

 

 

Ik ga er even vanuit dat dit dezelfde Gerrit is als de man die met Aaltje Freerings trouwde!


Folio 165 vo Momberstelling. Kort geleden zijn te Holtheme overleden Hendrik Kwant en zijn huisvrouw Jannegien Jansen. Zij hebben een minderjarige dochter nagelaten, genaamd Aaltien Hendriks Kwant. Als Momboiren worden aangesteld Evert Jansen en Hendrik Jansen, beide omen van de kinderen.
Hardenberg, 10 mei 1771.

Gerrit Quant wordt soms 'van de Vilsterborg' genoemd en woonde dus mogelijk niet meer op zijn ouderlijk huis (de 'Klokhenne') maar bij het kasteel(?) de Vilsterborg. Deze lag iets meer naar het oosten, tegen de grens met het land van de bisschop van Münster. Zijn vrouw komt uit Radewijk, een buurtschap van Gramsbergen die iets zuid-oostelijk van Holtheme/Gramsbergen ligt. We kunnen ons voorstellen dat Gerrit niet meer op de boerderij/herberg werkte maar inmiddels op de borg zijn geld verdiende. Dit is in tegenspraak met onderstaand tenzij hij vlak voor zijn trouwen een tijdje op de borg werkte.
De trouwerij geschiedt onder huwelijkse voorwaarden die op dezelfde dag gemaakt worden als de momberstelling. Het huwelijk is mogelijk versneld uitgevoerd om het mogelijk te maken dat de minderjarig Aaltjen gewoon in het ouderlijk huis bleef wonen.


Folio 166, 166 vo Huwelijkse Voorwaarden van Gerrit Hendriksen Kwant, jongman, en Berentien Egberts, jongedochter, geadsisteerd met haar broer Egbert Egberts als haar verkoren Momboir. Zij krijgen het volle eigendom van het bezit van de beide overleden ouders van de bruidegom, genaamd Hendrik Kwant en Jannegien Jansen. In voldoening van de erfportie krijgt zijn zuster, genaamd Aaltien Hendriks, bij haar trouwen of wanneer zij het huis verlaat een somma van 1000 Car. guldens, voor particulier gebruik jaarlijks een ducaat aan geld, en nog een aantal andere goederen. Bovendien mag zij tot haar trouwen en bij ziekte en ongemak in het ouderlijk huis blijven wonen en verzorgd worden. Het bruidspaar maakt ook een testament op langstlevende. Als onderpand voor hetgeen de zuster van de bruidegom zal krijgen verbinden zij hieraan het ouderlijk huis en twee stukken zaailand bij Cuijpers huis te samen onder Holtheme gelegen. De kantlijn vermeldt dat de bruidschat aan voornoemde zuster van de bruidegom is voldaan op 21 april 1782, en hiermee het onderpand vervalt.
De akte wordt ondertekend door Gerrit Hijndrik Kwant, Beerentien Egberts, Gerrit Hesselink, Geese Jansen de moeder van de bruid, Egbert Egbertsen, Evert Jansen, Hindrijck Hennijck, Geertien Jansen, Harm Scholtman en Yan Egbertsens.
Actum Hardenberg, 10 mei 1771.

In het jaar 1772 was er een hongersnood in Gramsbergen, mogelijk door droogte een jaar eerder.
Zie hier voor het intermezzo over Lucretia/Luitje Quant

Gerrit Kwant krijgt op 7 september 1772 weer geld terug waarvoor zijn vader hypotheek gegeven heeft aan de baron van Bentinck. Hij krijgt 700 guldens terug voor de 300 die geïnvesteerd waren, 3 jaar eerder (er is geen akte waaruit blijkt dat er extra hypotheek gegeven is).

Folio 200, 200 vo Overdracht van het Erve Bouwhuis te Den Velde, Erve Eggengoor te Hotheme, een stuk van tien en een stuk van zes schepel land op de Holthemer Es, het Demesgooren, het aandeel Boekriemptysplaats, het Spijk of Vosmaate, de Hoge Maate, alle te Holtheme gelegen, door J.M. van Kirberin, gevolmachtigde van de Joachim Baron van Bentinck tot Wolda, luid kwalificatie hiervoor ten protocol geregistreerd, aan C.W.J. Baron van Coeverden tot den Doorn. Bovengemelde gevolmachtigde neemt hierbij over een somma van 4000 guldens met verschuldigde rente die toekomt aan de Erfgenamen van Muijden, en een somma van 700 guldens die toekomt aan Gerrit Kwant, welke voornoemde twee capitalen in gemelde goederen zijn gevestigd. De Joodse koopman Isaac Moses, waarbij de hypotheek van deze goederen berust, verklaart de voorstaande goederen uit het arrest te ontslaan.
Actum Hardenberg, 7 september 1772.

Het gaat niet goed met de baron van Bentinck maar wel met Gerrit Kwant omdat de laatste 2 stukken land van de baron koopt (executoriaal!) voor 3570 guldens. Om dit bedrag te kunnen voldoen moet Gerrit wel een lening afsluiten met hypotheekstelling voor een bedrag van 3200 Car.guldens en dat krijgt hij van de predikant van Gramsbergen.

Folio 203 vo Verklaring van Joachim Baron van Bentinck tot Wolda. Hij verklaart hierbij afstand te doen van de op 12 augustus van dit jaar aan Gerrit Kwant verkochte Grote en Kleine Schapenmarsch.
Hardenberg, 27 oktober 1772.

Folio 205 Overdracht van de Grote en Kleine Schapenmarsch te Holtheme, door Joachim Baron van Bentinck tot Wolda, aan Gerrit Kwant, woonachtig te Holtheme, die zegt op 12 augustus van dit jaar bij executoriale distractie koper hiervan te zijn geworden voor een somma van 3670 guldens.
Actum Hardenberg, 2 november 1772.

Folio 205 vo Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Gerrit Kwant en zijn huisvrouw Berentien Egberts, woonachtig te Holtheme, aan Rutg. Mazier, rustend predikant van Gramsbergen, en zijn ehevrouw Hendrina van Dijk, voor een somma van 3200 Car. guldens. Als onderpand dient de eigendommelijk weide of hoogland, genaamd de Grote en Kleine Schapenmarsch te Holtheme, dat op 12 augustus bij executoriale distractie uit de goederen van Joachim Baron van Bentinck tot Wolda is aangekocht en op heden is getransporteerd, en dan nog twee eigendommelijke stukken zaailand op de Plas Esch te Holtheme.
Actum Hardenberg, 2 november 1772.


Ook krijgt Gerrit nog 3 stukken zaailand voor 1400 gulden van de baron van Coevorden en dit lijkt ook weer gefinancierd te worden door een hypotheek.


Folio 207 vo Overdracht van drie stukken zaailand op de Holthemer Esch voor een somma van van 1400 guldens, door C.J.W. Baron van Coeverden, Heer van den Doorn, etc., etc., aan Gerrit Kwant en zijn huisvrouw Berentien Egberts, woonachtig te Holtheme. Van de overgedragen stukken zaailand is de ene halfscheid in contante penningen voldaan, en de andere halfscheid met overneming van een gerichtelijke hypothecaire obligatie van 300 guldens, en een handschrift van 400 guldens, beide ten laste van Joachim Baron van Bentinck tot Wolda geweest zijnde, en door C.J.W. Baron van Coeverden bij 't koopcontract of transport van de 7e september van dit jaar mede zijnde aangenomen te voldoen, ten genoegen zijn voldaaan en bij dezen betaald.
Actum Hardenberg, 24 november 1772.

Folio 213 vo Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Gerrit Kwant en huisvrouw Berentien Egberts, woonachtig te Holtheme, aan Jan Hendriks Balhaar en zijn huisvrouw, woonachtig op de Balderhaar, voor een somma 700 Car. guldens. Als onderpand dienen drie stukken zaailand, samen groot veertien schepel, op de Holthemer Es, op 24 november van dit jaar getransporteerd aan de comparant door Baron van Coeverden tot den Doorn.
Actum Hardenberg, 1772.

De afwikkeling van het faillissement (?) van de Baron van Bentinck lijkt de advocaten geen windeieren te leggen gezien onderstaande 2 folia. Hieruit blijkt dat alle koopacties kennelijk tot gevolg hebben dat de familie Kwant ook het erve Kwant hebben verworven.


Folio 214 Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Joachim Baron van Bentinck, Heer van Wolda, aan de advocaat H. Pinguele (boven en behalve 't geen de comparant aan gemelde advocaat H. Pinguele van de kooppenningen van 't Erve Kwant gecedeerd heeft), voor een somma van 750 guldens, wegens verdiend salaris en verschot. Als onderpand dienen zijn navolgende landerijen, het aandeel in Plasesch, de Hoge Holhorst, de beide Lage Holhorsten, de Bestenweide en de Bos, alle in dit schoutambt gelegen. De kantlijn vermeldt dat de gevolmachtigde van H. Pinguele, zijnde J.S. Roetman, de obligatie op 27 augustus 1788 cedeerd aan Drost Clemens van Albeck te Hildesheim. Op 1 oktober 1804 wordt de vorenstaande obligatie en hypothecatie aan de Heer A. van Bentinck tot Wolda afgestaan en gecedeerd waarna de orginele brief is geknipt.
Actum Hardenberg, 12 december 1772.

Folio 214 vo Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Joachim Baron van Bentinck, Heer van Wolda, aan de Heer J.H. Grevenstein (boven en behalve 't geen de comparant aan gemelde de Heer J.H. Grevenstein van de kooppenningen van 't Erve Kwant gecedeerd heeft), voor een somma van 900 Car. guldens, wegens verdiend salaris en verschot. Als onderpand dienen zijn navolgende landerijen, het aandeel in Plasesch, de Hoge Holhorst, de beide Lage Holhorsten, de Bestenweide en de Bos, alle in dit schoutambt gelegen. De kantlijn vermeldt dat de somma op 17 juni 1774 is afgelost.
Actum Hardenberg, 13 december 1772.

Ondertussen blijft Gerrit Kwant grond kopen, zoals hier op 24 november 1772 van de baron, en zijn kooplust te financieren met leningen. Dat gaat hem overigens goed af.

Folio 217 vo Overdracht van twee dagwerken hooiland, genaamd de Hoge Maat, te Holtheme, door E.G. Molckenbour, luitenant in 't regiment van Kolonel ErfPrins van Nassauw Weilburg, in kwaliteit als gevolgmachtigde van Christiaan Warner Jacob Baron van Coeverden en zij ehegemalinne Hendrina Jacoba Baronesse van Coeverden geboren Baronnesse van Raesfelt, Heer en Vrouw van Doorn, etc., etc., luid procuratie van Burgemeesteren, Schepenen en de Raden van de Stad Hasselt op 9 februari 1773, aan Gerrit Kwant en zijn huisvrouw Berentien Egberts, woonachtig te Holtheme. Door Gerrit Kwant op 24 november 1772 bij publieke verkoping gekocht van de Baron van Coeverden.
Actum Hardenberg, 20 februari 1773.

Folio 239 Schuldbekentenis met hypotheekstelling door Gerrit Kwant en zijn huisvrouw Berendjen Egberts te Holtheme, aan H. Pinguele en zijn ehevrouw G. Baerselman, voor een somma van 1500 guldens. Als onderpand dienen de volgende landerijen, twee dagwerken hooiland in 't Rietgoor, twee dagwerken hooiland in de Clockhorstmaate, twee derde part van een dagwerk hooiland in 't Verbruide Land, drie stukken zaailand achter Plak Esch, en een stuk zaailand op Plak Esch, alles gelegen te Holtheme. De kantlijn vermeldt dat het bedrag op 1 mei 1779 is afgelost.
Actum Hardenberg, 8 juni 1773.

Is de 'Clockhorstmaate' een omschrijving van het land bij de 'klokhenne'?
Hendrikjen Kwant overlijdt rond 1774 en voor haar kind wordt de toeziend voogdij geregeld als haar man weer wil trouwen. De oom van het kind heet Klaas Kwant en die zijn we nog niet eerder tegen gekomen. Het is wel logisch, de naam, omdat Hendrik Quant tijdens zijn huwelijk nog Hendrik Klaassen heette. Overigens zijn de Brinken niet erg rijk gezien de 3*40 Car.gulden die de nalatenschap van de ouders zal zijn.

Folio 268 Momberstelling door Wolter Brink, weduwenaar van wijlen Hendrikjen Kwant. Hij is voornemens in het huwelijk te treden met Roelofjen Jansen. Hij stelt Momboiren aan over zijn minderjarige dochtertje uit zijn vorige huwelijk, genaamd Geesjen Brink, betreffende erfuiting van het Moederlijke Goed. Momboiren worden Harmen Brink en Klaas Kwant, de eerste grootvader en de tweede oom van het kind.
Hardenberg, 15 april 1774.

Folio 268 vo, 269 Huwelijkse Voorwaarden van Wolter Brink, weduwenaar van wijlen Hendrikjen Kwant, en Roelofjen Jansen, jongedochter, geadsisteerd met haar vader Jan Klooster als haar verkoren Momboir. Het dochtertje van de bruidegom en wijlen Hendrikjen Kwant, genaamd Geesjen Brink, krijgt in voldoening van haar moeders nalatenschap haar moeders kist en klederen, bijbel met zilver beslag, zilveren gespen en alles wat zich in voorgenoemde kist bevindt. Het dochtertje wordt erfgename, samen met eventueel uit dit huwelijk te geboren kinderen. De ouders van de bruidegom Harmen Brink en Annegien Wolters verklaren dat na hun overlijden de bruidegom en bruid het volle eigendom krijgen van hun bezit, en dat zij dan moeten uitkeren in voldoening van de erfportie aan de beide broers van de bruidegom, genaamd Jan Brink en Hendrik Brink,aan ieder een somma van 40 Car. guldens en bij hun trouwen behoorlijke bruidskleding, zoals bij het ingaan van de bruidegom zijn eerste huwelijk reeds is vastgelegd.
De akte wordt ondertekend door Wolter Brink, Roelofien Iansen, Harmen Brink, Aennegijn Wolters, Yan Kloster, Fennegien Yansen, Klas Kwants en Hindrijk Meppelijnk.
Actum Hardenberg, 15 april 1774.

Uit het huwelijk van Gerrit Kwant en Berendje Egberts komen de kinderen Hendrik (28-01-1774), Geesjen (25-10-1776), Jannigjen (23-10-1778), Egbert (18-05-1782), Hendrik Jan (18-08-1785) en Aaltjen (09-04-1790). Hendrik Jan is de voorvader van Jan Kwant (geb. 1894). De derde vrouwelijke nakomeling is genoemd naar de eerste vrouw van Gerrit, dus(?) nadat de oma's vernoemd zijn. Inderdaad is de eerste zoon genoemd naar de vader van Gerrit (Hendrik Quant), de 2e zoon is genoemd naar zijn andere opa. Maar… hoe zat het dan met de naamgeving van de eerste zoons van Gerrit?

Wie is de Gerrit Kwant in onderstaande?

Folio 292 vo Overdracht van anderhalf dagwerk hooiland, gelegen in de Mosmaate bij het Varel, zijnde oorspronkelijk uit het Erve Meijerink te Anerveld, door Hendrik van 't Holt voor zichzelf en als vader en voogd van zijn minderjarige kinderen, aan Gerrit Warners en zijn huisvrouw Janna Alberts. De anderhalf dagwerk hooiland is mandelig met twee en half dagwerk hooiland dat door voornoemde G. Warners van de weduwe Odink is aangekocht en een dagwerk hooiland, toebehorende aan J.C. Kragt. De anderhalf dagwerk hooiland is door Gerrit Kwant bij publieke verkoping op 17 mei van dit jaar aangekocht.
Actum Hardenberg, 2 december 1774.

IS GERRIT WARNERS OOK GERRIT KWANT??? Of omgekeerd: is Gerrit Kwant hier eigenlijk Gerrit Warners.

'Mandelig' betekent dat het in gezamelijk bezit is.


Gerrit is getuige.

Folio 317, 317 vo Huwelijkse Voorwaarden van Harmen Geerts, jongman, en Geesjen Egberts, jongedochter, geadsisteerd met haar broer Egbert Roelofs als haar verkoren Momboir. Ze krijgen het volle eigendom van het bezit van de bruidegom zijn overleden vader Jan Geerts en van zijn nog in leven zijnde moeder Griete Geerts. Griete Geerts zal de tijd van haar leven door bruidegom en bruid moeten worden onderhouden en verzorgd in huisvesting, kost, kleding en wat verder van node is, en zal tot particulier gebruik krijgen twee mudden rogge, vier ellen linnen, en twee schapen voor haar onderhouden in het schot. In voldoening van de erfportie van de broer van de bruid, genaamd Klaas Geerts, en de zoon van wijlen zijn zuster Geertien Geerts, getrouwd geweest aan Berend Meilink of Meijlink, wordt een regeling getroffen. Klaas Geerts krijgt als hij komt te trouwen of voortijds uit het ouderlijke huis vertrekt een somma van 1000 guldens, en als hij komt te trouwen een enter paard, een koe, en een bed met toebehoren. Zolang Klaas Geerts in het ouderlijke huis tot het huis zijn beste zal werken, zal aan hem jaarlijks voor loon worden gegeven het gewas van een mudde land, 25 schapen voor hem in het schot worden gehouden, en een enter beest gevoederd worden, daarnaast zal hij tot zijn trouwen en bij ziekte en ongemak in het huis mogen blijven wonen en verzorgd worden. Berend Meilink of zijn voornoemde zoon krijgen een somma van 800 guldens, waarvan 200 guldens betaald worden binnen de tijd van acht jaren, 400 guldens na verloop van acht jaren, en de overige 200 guldens na verloop van twaalf jaren, verder krijgt hij nog binnen de tijd van zes jaren een koe. Het bruidspaar maakt een testament op langstlevende.
De akte wordt ondertekend door Hermen Geers, Geesien Egbers, Griete Geerts de moeder van de bruidegom, Geesien Jansen de moeder van de bruid, Egbert Roelofs, Jan Wermink, Klaas Geerts, Berent Meilink, Jan Melink, Yan Egbertsen, Gerrit Aldri en Gerrijt Kwant.
Actum Hardenberg, ca. 1775.

Op 4 november 1777 wordt Gramsbergen door een grote brand geteisterd waarbij 44 van de 60 huizen verbranden. Houten huizen en de opgeslagen turf, ongedorst koren en vlas samen met een stevige wind zorgen ervoor dat de brand zich snel uitbreid. Een collecte in de omgeving bracht 5200 gulden op (Ommen leverde een last rogge á F105 en in januari 1781 nog eens F89.85 bij een algemene collecte). 3 jaar later overlijdt Burchard Rutger, de Graaf van Rechteren en het huis gaat over op zijn zoon die met Clara Feyoena van Heemse trouwt.

Zo'n vier jaar later, op 18 augustus 1785, wordt op de Klokhenne Hendrik Jan Quant geboren als zoon van Gerrit Quant en Berendje Egberts. Hij wordt, net als zijn broertjes en zusjes, binnen enige dagen gedoopt. In deze tijd wordt ook de naam Quant vervangen door Kwant. Dit is al voor de invoering van de burgelijke stand het geval: Gerrit Quant wordt vaak al geschreven als Gerrit Kwant. De oudste broer van Hendrik Jan, Hendrik (geboren 28-01-1774), trouwde met ene Berendje Egbers (vrijwel zelfde naam als zijn moeder!) of Geesje Jentink (zie hieronder) en hun eerste dochter Berendina trouwt met Jan Hazelaar (dit is een boerderij in Gramsbergen). Kennelijk heeft deze Hendrik de boerderij overgenomen of overge-erfd

Van 22 augustus 1786 is er een bladzijde van het markeboek van Holtheme (bij de Historiekamer in Hardenberg, www.historiekamer.nl) waar de eerste mij bekende handtekening van een Kwant voorkomt: Gerrit Kwant tekent een convocatie over een grensgeschil.

 

 

De Scheere, een kasteel of Huis op de weg naar Coevorden wordt afgebroken in 1791. Een markante verdediging tegen de Coevorders en een strijdpunt tussen de Staaten en de Prinsgezinden is er dan niet meer. Hoe keek de bevolking hier tegenaan?

Op 28-10-1792 trouwen Kwants Claas (later Klaas Kwant) en Styntje Ramakers met attest uit Emlichheim en Hardenberg in Heemse. Ik weet nog niet van wie hij een zoon is maar het lijkt logisch dat hij een broer is van Gerrit Quant.

Hoe het nu precies met het eigendom van de 'Klokhenne' en andere bezittingen van de Kwanten ging is niet helemaal duidelijk meer als op 18 mei 1794 Hendrik Haberts en Geesje ter Haar hypotheek geven van 100 gld met als onderpand "de Herberg, de Klokhenne met hof en tuin, 2 mudden zaailand (Bisschopsdijk), 3 dagwerken hooiland en 1 dagwerk hooiland aan de Stakenweide". Ze lenen dit geld van Lambert Habert en Geesjen Hulzebosch. De 100 Caro gld. is belast met 3% rente terwijl de bezittingen ook al met 400 gld belast zijn (Hendrik Geertman, is dit de oudste broer van Geesje?).
Het lijkt er dus op dat de Kwanten hun bezit als borg gebruiken.

Geesjen ter Haar is dan mogelijk de eerste dochter van Gerrit en zus van Hendrik en Hendrik Jan en ze is dan nog maar 18 jaar! Ze heeft dus niet de naam Kwant maar wordt ter Haar genoemd. Is dit een aanwijzing voor een veranderde woonplaats? Haar vader was Gerrit Quant 'van de Vilsterborg' en die leefde mogelijk niet meer op de 'Klokhenne'. Zijn broer?

En dan is er weer leven in de brouwerij want eindelijk, na een eeuw van rust, is het begin 1795, 13 februari, weer oorlog, nu met de Fransen. Gramsbergen heeft dan een gekozen burgemeester. In 1803 werd dit aangepast en had de stad, net als in andere steden zoals Ommen, 4 burgemeesters. Om de inkwartiering van Franse soldaten te vergemakkelijken, en mogelijk vanwege de invoering van het kadaster, werden huisnummers in de stad aangebracht.

In 1796 verkoopt Gerrit Kwant een stukje grond aan Jan hendrik Leemgraven en een van een stuk zaailand:

142  Akte van verkoop door Gerrit Kwant aan Jan Hendrik Leemgraven van een stukje land "den Hoock", gelegen te Holtheme naast het erve Leemgraven
270 Akte van transport door J.G. Pruim, J. Schutstal en Gerrit Kwant aan Jan Hendrik Leemgraven en zijn vrouw van een 5/6 gedeelte van een stukje zaailand op de Oostenberg en een stukje zaailand, gelegen bij de "goorden" van Kuipers, alles gelegen op de Esch en eertijds gehorende onder het erve Hulsebosch, 1795. Met een kwitantie wegens de betaling van de 50e penning, 1796
 

uit de archieven van Leemgraven

Klaas Kwant 'duikt weer op' want op 20 mei 1798 kopen Klaas Kwant en zijn vrouw 2 dagwerken hooiland 'de Laage Rietgoor' in de marke Holtheme. Klaas Kwant woont nu op 't Laar, een kasteel of Huis wat tegenwoordig op de grens met Duitsland ligt. Klaas zal wel op een boerderij behorend bij dit huis gewoond hebben. Is dit net zoiets als zijn broer/vader Gerrit die op de Vilsterborg woonde? Is de Vilsterborg en het Laar eigenlijk hetzelfde? Is Geesje 'ter Haar' eigenlijk Geesje 'ter Laar'?
De Kwanten breiden het gezamelijke bezit nog steeds snel uit want op 24 september 1799 kopen Gerrit Kwant en zijn vrouw 3 schepel zaailand op de 'Oosterheegte'. Niet lang daarna, op 19 september 1800, verkopen Gerrit Kwant en Hendrik Schultink een stuk land 'de Haandrik' aan A.Croiset die het namens de staat koopt om er een fort te bouwen. Er wordt 1311 gld. en 16 stuivers voor betaald. De vraag komt op of Hendrik en Gerrit broers zijn en Hendrik dus ingetrouwd is bij iemand van boerderij Schultink.

In het boek over Gramsbergen wordt de betekenis van de inmiddels in onbruik geraakte oppervlaktes aangegeven (blz.59 en 64):

1 spint = 2 are/roe
1 schepel = 4 spint = 8 are
1 mud = 4 schepel = 32 are
1 dagwerk = 50 are (later 40)

En Jan Kwant is soms toeziend voogd.


Folio 40 Momberstelling. Voor enige dagen is binnen deze Stad komen te overlijden Hermpien Habers weduwe van Bartholomeus Luikerhoff, en heeft nagelaten twee onmondige kinderen, genaamd Diena en Pieter Luikershoff. Als mombers over de kinderen worden aangesteld Jan Kwant en Gerrit van der Hulst.
Gramsbergen, 15 maart 1799.